[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024. Het beroep ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024 waarin aan belanghebbende wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening van belanghebbende. Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag.
3. De griffier van de rechtbank heeft belanghebbende op 12 september 2024 erop gewezen dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over het uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag. In de brief is belanghebbende medegedeeld dat bij een geschil daarover een rechtsvordering kan worden ingesteld bij de civiele rechter. Belanghebbende is daarom ook gevraagd of hij het beroep wil intrekken.
4. Belanghebbende heeft op 12 september 2024 laten weten het beroep niet in te trekken. Hij verzoekt de rechtbank procederen niet ingewikkelder te maken, het beroep wel in behandeling te nemen en hem niet door te sturen naar de civiele rechter. Daarbij geeft belanghebbende te kennen dat hij geen geld heeft voor een civiele procedure en ook niet in aanmerking komt voor een toevoeging.
5. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De brief van de ontvanger die ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over het invorderen van openstaande belastingschulden en het opheffen van het bankbeslag kan worden voorgelegd aan de civiele rechter. Dit staat ook zo vermeld in de brief van de ontvanger.
6. Het betreft een bewuste keuze van de wetgever dat deze geschillen moeten worden voorgelegd aan de civiele rechter en niet aan de bestuursrechter. Dat voor een dergelijke procedure andere voorwaarden gelden en daaraan hogere kosten zijn verbonden, kunnen er niet toe leiden dat de bestuursrechter alsnog bevoegd is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat sprake is van een situatie waarin de toegang tot de rechter feitelijk wordt ontzegd.
7. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd. Het terugstorten van het griffierecht blijft achterwege, omdat de griffier in deze procedure geen griffierecht heeft geheven.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.