ECLI:NL:RBZWB:2025:8639

ECLI:NL:RBZWB:2025:8639, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-12-2025, 25/5811

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 25/5811
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416

Samenvatting

Sluiting woning op grond van 174a onder b Gemeentewet; duur drie maanden'; noodzakelijkheid en evenwichtigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

de burgemeester van de gemeente Goirle (de burgemeester), verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5811 GEMWT VV

(gemachtigde: mr. M.J. de Buck - Hartman),

en

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van een woning aan [adres] te [plaats] voor de duur van drie maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 12 november 2025 heeft de burgemeester besloten de door verzoekster bewoonde woning met ingang van 14 november 2025 (om 15:00 uur) voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 174a Gemeentewet. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Het gaat om een woning aan [adres] te [plaats] .

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde en namens de burgemeester [naam 1] en [naam 2] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Feiten en omstandigheden

2. Verzoekster is eigenaar en bewoonster van de woning aan [adres] te [plaats] (woning).

Op 5 november 2025 heeft de burgemeester van de politie Zeeland-West-Brabant een bestuurlijke rapportage ontvangen naar aanleiding van meerdere ernstige geweldsdelicten bij de woning van verzoekster. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat zich in 2025 drie ernstige geweldsdelicten hebben voorgedaan die direct waren gericht op verzoekster en/of [dochter] (dochter), dan wel op haar woning of erf. Het gaat om de volgende drie gebeurtenissen:

Op 7 november 2025 heeft de burgemeester naar aanleiding van het derde geweldsdelict een voornemen tot sluiting van de woning van verzoekster gestuurd.

Op 10 november 2025 heeft verzoekster haar zienswijze kenbaar gemaakt op het voornemen tot sluiting van de woning.

Met het bestreden besluit heeft de burgemeester de woning van verzoekster met ingang van 14 november 2025 (om 15:00 uur) voor de duur van drie maanden gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, Gmw wegens ernstige geweldsdelicten.

Verzoekster heeft op 13 november 2025 bezwaar gemaakt tegen dit besluit en hangende het bezwaar aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft op het verzoek om voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.

Het bestreden besluit

De burgemeester heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de woning van verzoekster op goede gronden is gesloten. Door het beschieten van de woning met een vuurwapen is de openbare orde ernstig verstoord en is sprake van ernstig geweld. Ook is voldoende vast komen te staan dat het ernstige geweld heeft plaatsgevonden in de onmiddellijke nabijheid van de woning en bestaat er een duidelijke connectie tussen het geweld en de woning.

Voorts is de sluiting van de woning noodzakelijk gebleken, doordat zich binnen een jaar meerdere ernstige geweldsincidenten hebben voorgedaan. De woning en haar bewoners fungeren in dit geval als het doelwit van herhaald ernstig geweld, waardoor de aanwezigheid van personen in de woning samenhangt met de ernstige verstoring van de openbare orde. Minder vergaande maatregelen hebben niet het gewenste effect gehad, of bieden geen vergelijkbaar beschermingsniveau als sluiting. Het herstel van de ernstig verstoorde openbare orde, het voorkomen van herhaling en het waarborgen van een veilig woon- en leefklimaat kan slechts worden bereikt met sluiting.

Verder is de sluiting van de woning evenwichtig, gelet op het feit dat de daders van de beschieting nog niet zijn gepakt. Dit draagt bij aan de ernstige verstoring van de openbare orde, nu de politie niet kan uitsluiten dat er vergelding en/of verdere escalatie zal volgen en dat dit zich kan richten op de in de woning ingeschreven personen, te weten verzoekster en haar dochter.

De burgemeester vindt in dit geval dat het algemeen belang en het belang van de omwonenden op een veilig woon- en leefklimaat zwaarder moeten wegen dan het belang van verzoekster om in de woning te mogen verblijven.

Standpunt verzoekster

Ten eerste stelt verzoekster dat zij geen rol speelt in de verstoring van de openbare orde. Verzoekster en haar dochter zijn kennelijk het doelwit van derden. Er is geen enkele verdenking of aanwijzing dat vanuit de woning criminele activiteiten plaatsvonden die de aanslagen uitlokten. Verzoekster is van mening dat de burgemeester te weinig gewicht heeft toegekend aan haar positie en belangen als onschuldig betrokkene.

Ten tweede is verzoekster van mening dat er minder vergaande middelen beschikbaar zijn. Na de eerste twee incidenten is er niet voor extra beveiliging gezorgd. Ook heeft de burgemeester geen contact opgenomen met verzoekster en verzoekster is niet opgenomen in het Stelsel Bewaken & Beveiligen. Alternatieve maatregelen zijn hoogstens gedeeltelijk geprobeerd en gedurende zeer korte termijn.

Ten derde is de sluiting van de woning niet evenwichtig. Juist in deze casus lopen de belangen van verzoekster en het algemeen belang parallel. Deze onevenwichtigheid blijkt o.a. uit het niet bieden van vervangende huisvesting op kosten van de gemeente, de extreem korte begunstigingstermijn, de duur van de sluiting van de woning voor drie maanden en de psychosociale impact op verzoekster. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst verzoekster nog op de Harderwijkuitspraak en op de Loodgieter uit Vlaardingen-zaak.

Toetsingskader voorlopige voorziening

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoekster een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

De voorzieningenrechter acht spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aanwezig. Het gaat namelijk om een woningsluiting die een verregaande impact heeft op het leven van verzoekster en haar dochter.

Oordeel van de voorzieningenrechter

Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?

De burgemeester is bevoegd om een woning te sluiten indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning, de openbare orde rond de woning, ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring. Deze bevoegdheid staat sinds 1 januari 2024 in artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, Gmw.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het schietincident bij de woning is aan te merken als een ernstige vorm van geweld in de onmiddellijke nabijheid van de woning, waarmee de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord of daarvoor in ieder geval ernstige vrees bestaat. Het afvuren van meerdere kogels op de woning en op de oprit staande auto’s wordt beschouwd als een zeer ernstige verstoring van de openbare orde. De opeenvolging van de geweldsincidenten toont aan dat er sprake is van een structurele en aanhoudende dreiging rondom de woning. Deze geweldsincidenten hebben geleid tot grote onrust in de buurt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was de burgemeester daarmee bevoegd om de woning te sluiten.

Mocht de burgemeester van de bevoegdheid tot sluiting gebruik maken?

7. Als de burgemeester gebruik wil maken van de sluitingsbevoegdheid, moet de burgemeester in het concrete geval toetsen aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, Awb. Die toets houdt hier in dat de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de sluiting van de woning worden beoordeeld. De geschiktheid van de sluiting van de woning is niet in geschil.

Noodzakelijkheid

8. De voorzieningenrechter stelt vast dat na de eerste twee geweldsincidenten extra surveillance bij de woning en in de wijk is ingesteld. Ook heeft een afspraak met verzoekster op locatie plaatsgevonden. Er zijn dus, anders dan verzoekster heeft aangevoerd, wel maatregelen genomen. Dat dit niet in de door verzoekster gewenste vorm is gebeurd, doet daar niet aan af. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester op goede gronden overwogen dat cameratoezicht kennelijk niet de bescherming biedt die een sluiting wel geeft. Bij de woning van verzoekster bevinden zich immers camera’s, maar die hebben de personen die betrokken zijn geweest bij de geweldsincidenten er niet van weerhouden om door te gaan met hun activiteiten. Over de door verzoekster gewenste inzet van beveiligers heeft de burgemeester terecht aangevoerd dat particuliere beveiligers geen vuurwapens mogen dragen, terwijl wel met vuurwapens is geschoten. Nu de genoemde middelen niet toereikend zullen zijn of zijn gebleken, heeft de burgemeester het op goede gronden als noodzakelijk beoordeeld om de woning te sluiten.

Evenwichtigheid

Wanneer de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van de woning noodzakelijk is, moet hij controleren of de duur van de sluiting ook evenwichtig is. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Inherent aan de sluiting van de woning is dat de bewoner(s) de woning moet(en) verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid.

De voorzieningenrechter realiseert zich dat de sluiting van de woning ingrijpend is voor verzoekster en haar dochter. Toch is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester in de gegeven omstandigheden het algemene belang van de handhaving van de openbare orde en de veiligheid en het belang voor de omwonenden zwaarder heeft mogen laten wegen dan de belangen van verzoekster om terug te keren naar haar woning. Ook het individuele belang van verzoekster, namelijk haar eigen veiligheid, weegt de voorzieningenrechter in dit kader mee. Uit de informatie in het dossier blijkt immers dat het geweld gericht is op verzoekster en haar dochter.

Verder weegt de voorzieningenrechter mee dat voorafgaand aan het schietincident twee eerdere geweldsincidenten hebben plaatsgevonden bij de woning. De voorzieningenrechter stelt vast dat de geweldsincidenten rond de woning van verzoekster steeds in ernst toenemen. Het laatste geweldsincident, de schietpartij, speelde zich af rond acht uur in de avond. Op dat moment waren er kort daarvoor nog mensen op straat. Dit duidt er op dat de daders grote risico’s nemen dat er ook mensen bij deze geweldsincidenten betrokken raken, die niets met de zaak te maken hebben.

De burgemeester heeft bevolen dat de sluiting drie maanden zal duren. Naar voorlopig oordeel vindt de voorzieningenrechter dat voldoende is gemotiveerd waarom voor deze duur van de sluiting is gekozen. Hierin neemt de voorzieningenrechter mee dat de burgemeester op zitting heeft toegelicht dat de burgemeester gedurende de duur van de sluiting periodiek zal heroverwegen of de sluiting nog steeds geboden en noodzakelijk is. Verzoekster heeft ook de mogelijkheid gekregen om om de twee weken naar haar woning terug te keren. Hierdoor is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende rekening gehouden met de belangen van verzoekster in relatie tot de belangen van openbare orde.

Verzoekster heeft een zeer korte termijn gekregen om te reageren op het voornemen van de burgemeester. Zij heeft desondanks wel een zienswijze kunnen geven, is daarnaast uitgenodigd voor een toelichtend gesprek en ook de door haar gestuurde e-mail na afloop van het gesprek is door de burgemeester meegenomen in de besluitvorming. De voorzieningenrechter vindt dat hierdoor voldoende is gewaarborgd dat haar belangen zijn meegewogen. Ten aanzien van de korte begunstigingstermijn stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoekster al eerder op de hoogte was van het voornemen tot sluiting. De termijn was weliswaar kort, maar gelet op de ernst van de geweldsincidenten heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd waarom de termijn zo kort moest zijn. Bovendien is verzoekster niet dakloos geraakt en heeft zij in ieder geval al voor één maand vervangende huisvesting gevonden.

Verzoekster heeft aangevoerd dat de burgemeester voor vervangende woonruimte had moeten zorgen op een veilige plek. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter strekt de zorgplicht niet zo ver dat de burgmeester vervangende huisvesting op kosten van de gemeente aan verzoekster had moeten aanbieden. Wel geeft de voorzieningenrechter de burgemeester bij de heroverweging van het bestreden besluit in overweging nader op de aangevoerde argumenten over de zorgplicht in gaan.

Ten slotte is de door verzoekster gestelde (financiële) schade naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen bijzondere omstandigheid om te oordelen dat de sluiting van de woning onevenwichtig is. Verzoekster heeft verschillende argumenten aangedragen over deze financiële schade en over de redenen waarom de gemeente deze schade zou moeten vergoeden. De voorzieningenrechter geeft de burgemeester in overweging op deze argumenten in te gaan in het kader van de heroverweging van het bestreden besluit.

10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester sluiting van de woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig mocht achten en daarom tot sluiting mocht overgaan. Hieruit volgt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning gesloten dient te blijven tot 14 februari 2026 om 15:00 uur. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Gemeentewet

Artikel 125, derde lid

De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert.

Artikel 174, eerste lid, onder b, derde en vierde lid

1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien:

b. door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring;

3. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling of het ontstaan van de ernstige verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.

4. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de ernstige verstoring van de openbare orde wordt beëindigd of voorkomen. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.C.J.J. van Roij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?