RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/441905 / JE RK 25-2008 (spoedverzoek)
C/02/441906 / JE RK 25-2009 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 24 november 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge,
zetelende te Oudenbosch,
hierna te noemen het college,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. D. Marcus uit Goirle.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
verblijvende op een voor de rechtbank onbekende verblijfplaats in Turkije.
1. Het nadere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 november 2025 en alle daarin vermelde stukken;
de e-mail van de jeugdprofessional van de gemeente Halderberge van 15 november 2025;
de instemmingsverklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 18 november 2025.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
- de jeugdprofessional van de gemeente Halderberge als vertegenwoordiger van het college.
De vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.
De moeder is vanwege de onbekendheid van haar verblijfplaats niet opgeroepen.
De kinderrechter heeft ook voor de zitting een gesprek gehad met [minderjarige] .
Tijdens de zitting heeft [minderjarige] op zijn verzoek kort via de tolk in de Syrische-Arabische taal gesproken. Verder is tijdens het kindgesprek en de zitting in het Nederlands gesproken, omdat is gebleken dat [minderjarige] de Nederlandse taal voldoende begrijpt en spreekt.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verbleef binnen het vrijwillig kader in [gezinshuis] in [plaats 1] .
Bij beschikking van 13 november 2025 heeft de kinderrechter voor [minderjarige] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 13 november 2025 tot 27 november 2025.
[minderjarige] verblijft op basis van deze spoedmachtiging sinds 15 november 2025 bij [accommodatie] in [plaats 3] .
3. Het verzoek
Aan de orde is het verzoek van het college om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 januari 2026.
4. De standpunten
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de jeugdprofessional namens het college aangegeven dat [minderjarige] in 2022 in het kader van gezinshereniging samen met zijn broertje naar Nederland is gekomen. Zij hebben een week bij de vader verbleven, maar dat ging niet goed vanwege de moeizame relatie met de vrouw van de vader. [minderjarige] is meerdere keren door de vader in [plaats 4] afgezet. [minderjarige] is vervolgens, samen met zijn broertje, in een gezinshuis in [plaats 5] geplaatst. Vanwege de medewerking van de ouders is de ondertoezichtstelling in mei 2024 beëindigd. Ongeveer negen maanden geleden kwamen de eerste signalen van crimineel gedrag door [minderjarige] . Daarnaast bleek dat hij loog en afspraken niet nakwam. In juni 2025 is Preventie met Gezag ingezet vanwege toenemend delict- en overlastgevend gedrag. Ook is er daarna een ambulante coach via Open Door voor [minderjarige] ingezet. Het delictgedrag is echter niet afgenomen. [minderjarige] belooft telkens verbetering, maar het lukt hem niet om zich aan de afspraken te houden. Hij onttrekt zich aan het gezag en de noodzakelijke geachte zorg. [minderjarige] is zich meerdere malen weggegaan bij het gezinshuis en dan was niet bekend waar hij verbleef. Hij is in Duitsland geweest en zegt in Luxemburg te zijn geweest. Op het moment van het indienen van het spoedverzoek was ook onbekend waar [minderjarige] was. Het gezinshuis heeft aangegeven dat [minderjarige] daar niet meer kan verblijven, omdat deze plaatsing niet passend is om hem te begrenzen. Er is op dit moment geen andere plek voor hem. [minderjarige] moet de kans krijgen om op te groeien in een gestructureerde omgeving, waarbij hij niet in de verleiding komt tot crimineel gedrag of contact met een crimineel netwerk, zodat hij een gunstig toekomstperspectief krijgt. Beide ouders stemmen in met het verzoek. De vader heeft daarbij aangegeven dat hij [minderjarige] ziet afglijden in de criminaliteit, dat hij zorgen heeft over de drugs die hij gebruikt en dat hij naar Duitsland vlucht. De moeder en de vader hebben mondeling met de tolkentelefoon en ook via whatsapp ingestemd. [minderjarige] is op zaterdag 15 november 2025 door de vader gevonden en vervolgens geplaatst bij [accommodatie] in [plaats 3] . Hij laat nu positief gedrag zien, maar hij kan door de geslotenheid ook niet weg. Als hij nu op een open groep wordt geplaatst, zal zijn gedrag niet veranderen. Hij moet leren zich aan de regels en afspraken te houden. Bij [accommodatie] wordt standaard schematherapie aangeboden. De gemeente heeft het plan dat per 1 januari 2026 er bij [accommodatie] geen jongeren meer gesloten geplaatst kunnen worden in het vrijwillig kader. Het is afhankelijk van hoe [minderjarige] het gaat doen of deze termijn voldoende is. Er volgt nog een gesprek bij [accommodatie] over een mogelijke vervolgplek.
[minderjarige] heeft aangegeven dat hij het niet fijn vindt dat hij gesloten geplaatst is. Hij kan niet naar buiten om te roken. In de afgelopen periode zijn er veel problemen geweest. Hij had slechte vrienden. In het gezinshuis werd telkens tegen hem gezegd wat hij moest doen, maar dat vindt hij niet fijn. Als zijn moeder naar Nederland komt, dan kan hij bij haar gaan verblijven en dat hoeft hij niets meer te doen van anderen. Hij vindt dat hij niet is geholpen. Hij wil niet meer stelen en geen ruzie meer met de politie maken. Hij heeft afscheid genomen van zijn slechte vrienden en heeft nu alleen nog twee goede vrienden over. Hij vindt zes weken bij [accommodatie] verblijven te lang. Hij wil dat er binnen een paar weken wordt gekeken dat hij het goed doet en dat hij dan naar een open groep kan gaan. Hij wil werk gaan zoeken.
De advocaat van [minderjarige] heeft verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat [minderjarige] niet op de gesloten groep wil verblijven. Er is bovendien geen plan van aanpak en de vraag is wat er binnen zes weken bereikt kan worden. Deze plaatsing is al een wake-up-call voor [minderjarige] geweest en hij wil het nu echt anders gaan doen. De komst van zijn moeder naar Nederland is daarbij voor hem een belangrijke drijfveer. De gronden voor de gesloten jeugdhulp ontbreken. Subsidiair, als hij bij [accommodatie] moet verblijven, dan voor een zo kort mogelijke periode.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De spoedbeslissing is op juiste gronden genomen. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan anders had moeten worden geoordeeld.
In de afgelopen maanden is er intensief ingezet op hulpverlening en ondersteuning voor [minderjarige] door de inzet van Preventie met Gezag, een ambulante coach via Open Door en het verblijf in het gezinshuis met kaders en regels. Hij heeft meerdere keren beloofd zijn gedrag te verbeteren, maar hij heeft dat (ondanks alle kansen) niet gedaan. [minderjarige] lijkt niet gevoelig voor gezag. Hij vindt het niet fijn als anderen zeggen wat hij moet doen. Hij gaat zijn eigen gang. Hij vertoont crimineel gedrag, waar hij zich in december 2025 nog voor de rechter moet voor verantwoorden. Er zijn zorgen over het criminele netwerk waar hij zich in bevindt en hij geeft hierover geen openheid. Het baart de kinderrechter zorgen dat hij onvoldoende steun van een sociaal netwerk in Nederland ervaart. Zijn vader is er niet voor hem. Dit vergroot het risico dat [minderjarige] blijft steunen op verkeerde vrienden. Het gezinshuis biedt onvoldoende begrenzing voor hem. Hij komt structureel afspraken niet na. Hij is meerdere keren dagen en nachten weggebleven, zonder te zeggen waar hij dan verblijft (ook buiten Nederland).
De onafhankelijke gedragswetenschapper stemt in met het verzoek. In de instemmingsverklaring staat aangegeven dat niemand grip heeft op [minderjarige] . Er is een risico dat hij afglijdt in het criminele circuit. Hij ervaart geen steun vanuit zijn vader. Hij voelt zich afgesloten van de Nederlandse maatschappij. Door het gedrag van [minderjarige] kan zijn veiligheid niet gegarandeerd worden.
De kinderrechter acht de plaatsing van [minderjarige] in de gesloten jeugdhulp noodzakelijk om te voorkomen dat hij verder in de problemen raakt en afglijdt in het criminele circuit, om zicht te houden op zijn veiligheid en om zijn gedrag te keren voordat hij volwassen is.
De kinderrechter machtigt de het college om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 januari 2026.
[minderjarige] lijkt zich onvoldoende te realiseren dat hij nog minderjarig is. Over drie maanden wordt hij achttien jaar, maar hij heeft nog een hele weg te gaan voordat hij daar klaar voor is. Dit begint met het aanleren van een goed dag- en nachtritme, het leren zich te houden aan afspraken en geen contact meer onderhouden met criminele vrienden. [minderjarige] moet inzicht gaan krijgen in zijn gedrag en waarom hij bepaalde keuzes maakt. Binnen [accommodatie] is er een gedragswetenschapper beschikbaar en kan schematherapie worden aangeboden. Hij moet zich gaan richten op hoe hij zijn leven wil inrichten als hij volwassen is. Binnen [accommodatie] kan hij hiervoor de rust en stabiliteit krijgen, zonder de verleidingen van buiten. De kinderrechter wil hierbij aangeven dat het wel belangrijk is dat hij hierbij gesteund wordt door zijn familie.
De kinderrechter realiseert zich dat zes weken erg kort is om het gedrag van [minderjarige] te keren. De verzochte duur is beperkt tot 1 januari 2026 vanwege de afbouw van de gesloten jeugdhulp en het initiatief van de gemeenten om per die datum geen gesloten plaatsingen in het vrijwillig kader meer in te zetten. Dit komt voort uit het idee dat de hulpverleningsprocessen zijn verbeterd en er eerder passende hulpverlening is ingezet. De situatie van [minderjarige] wijst er echter op dat alle ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader soms niet voldoende baat heeft. De kinderrechter wil het college er dan ook op wijzen dat het wél mogelijk is om dergelijk verzoek ook voor de periode na 1 januari 2026 in te dienen en dat de kinderrechter op basis van de wet de mogelijkheid behoudt hier een oordeel over te geven.
Over de medewerking van de ouders wil de kinderrechter het volgende aangeven. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat zowel de vader als de moeder hebben ingestemd met het verzoek. De kinderrechter vraagt zich echter wel af of beide ouders voldoende betrokken zijn in het leven van [minderjarige] om dit in het vrijwillig kader voort te zetten. De vader lijkt vrijwel direct na de aankomst van [minderjarige] afstand te hebben gedaan van hem. In de stukken wordt ook vrijwel niets aangegeven over hoe de vader in de afgelopen jaren betrokken is geweest in het leven en bij de hulpverlening van [minderjarige] . [minderjarige] ervaart in ieder geval geen steun van hem. De moeder verblijft op een onbekende verblijfplaats in Turkije en er is beperkt contact met haar. De kinderrechter geeft het college mee om stil te staan bij de vraag in hoeverre deze ouders in staat zijn de belangen van [minderjarige] te behartigen.
Tegen [minderjarige] wil de kinderrechter dit vertellen:
De kinderrechter begrijpt dat het niet fijn is om gesloten geplaatst bij [accommodatie] te zijn. Maar dit is dé kans om aan jezelf te gaan werken. Welke toekomst wil jij voor jezelf?
Jij bent er zelf verantwoordelijk voor. Het wordt makkelijker als je je aan de regels houdt en als je de hulpverleners jou laat helpen. Het is aan jou om de motivatie te vinden om aan een goed leven voor jezelf te gaan werken.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 november 2025 tot 1 januari 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 8 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.