RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-811039-10
vonnis van de rechtbank van 9 december 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedag] 1987,
wonende te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. S. Splinter, advocaat te Rotterdam.
1. De procedure
Op 20 september 2011 is er onder bovengenoemd parketnummer vonnis gewezen in de strafzaak. Dat vonnis is onherroepelijk. De ontnemingszaak is behandeld ter zitting op 20 december 2012 en vervolgens voor onbepaalde tijd aangehouden.
De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 20 december 2022, waarna bij tussenvonnis van 3 januari 2023 het onderzoek ter zitting is heropend en vervolgens voor onbepaalde tijd is aangehouden. De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 25 november 2025. De raadsvrouw is ter zitting verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De officier van justitie mr. I.M.H. Masselink en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch van 6 juni 2023 vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.
3. Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich aangesloten bij de officier van justitie en de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.
4. Het oordeel van de rechtbank
Nu betrokkene door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vrijgesproken is van de hem ten laste gelegde feiten, is de grond voor de ontnemingsvordering weggevallen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot ontneming.
5. De beslissing
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. J.B. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.R. Tafazzul en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2025.
Mr. J.B. Polak is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.