ECLI:NL:RBZWB:2025:8724

ECLI:NL:RBZWB:2025:8724, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-10-2025, C/02/438754 / JE RK 25-1488

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer C/02/438754 / JE RK 25-1488
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Eerste ondertoezichtstelling. De kinderrechter vindt de zorgen over de minderjarige te groot om de behandeling van het verzoek opnieuw aan te houden en zal het verzoek daarom nu toewijzen, maar voor korte duur om de moeder alsnog in de gelegenheid te stellen haar mening kenbaar te maken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/438754 / JE RK 25-1488

Datum uitspraak: 14 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,

locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad.

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. L.E. van Hevele te Oostburg.

De kinderrechter merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 12 augustus 2025, ontvangen op 12 augustus 2025;

het bericht van mr. Burlet met bijlage van 2 september 2025, ontvangen op 2 september 2025;

het bericht van de Raad van 2 september 2025, ontvangen op 4 september 2025;

het bericht van mr. Van Hevele met bijlagen van 3 september 2025, ontvangen op 3 september 2025;

het bericht van mr. Van Hevele met bijlagen van 5 september 2025, ontvangen op 5 september 2025;

het bericht van mr. Burlet van 9 september 2025, ontvangen op 9 september 2025;

het e-mailbericht van de moeder van 12 september 2025, ontvangen op 12 september 2025;

het bericht van de Raad van 16 september 2025, ontvangen op 16 september 2025;

het bericht van mr. Wouters van 9 oktober 2025, ontvangen op 9 oktober 2025;

het e-mailbericht van de moeder van 10 oktober 2025, ontvangen op 10 oktober 2025;

het bericht van mr. Wouters van 13 oktober 2025, ontvangen op 13 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

De moeder is – met bericht van verhindering - niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. Zowel mr. Burlet als mr. Wouters hebben zich onttrokken aan de zaak, zij staan de moeder niet meer bij.

2. De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader en de moeder.

[minderjarige] verblijft bij de moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad handhaaft het verzoek. De Raad maakt zich zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . De verhouding tussen de ouders is al langdurig ernstig verstoord. Het lukt de ouders niet om tot een structureel contact tussen [minderjarige] en de vader te komen, aangezien de moeder geen gehoor geeft aan de voorlopige zorgregeling. [minderjarige] ziet hierdoor de vader steeds minder en er is hierdoor een groot risico op contactverlies. Dit moet tegengehouden worden en binnen het vrijwillig kader komt dit niet van de grond. Het is van belang dat de moeder [minderjarige] contact gunt met haar vader en andersom. De ouders zijn niet in staat om onderling af te stemmen en te communiceren. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om uit deze impasse te komen.

Door en namens de vader is aangegeven dat hij instemt met het verzoek van de Raad. De omgang met [minderjarige] verloopt erg moeizaam en dit is al een jaar zo aan de gang. De vader heeft [minderjarige] nu drie weken niet gezien. Het contact verloopt niet zoals dat is vastgesteld door de rechtbank, inhoudende dat de vader en [minderjarige] contact hebben met elkaar één maal in de veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 17:00 uur. De advocaat merkt hierbij op dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij beschikking van 9 oktober 2025 heeft geoordeeld dat [minderjarige] en de vader voorlopig recht hebben op contact met elkaar ieder weekend van vrijdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur. Dit is aldus een uitbreiding van de thans geldende regeling. Wanneer de vader een omgangsmoment heeft, wordt er door de moeder iedere keer een excuus gevonden om de omgang geen doorgang te laten vinden. De overdrachtsmomenten verlopen spanningsvol. De afgelopen keren heeft de partner van de moeder de overdracht gedaan, zonder dat de moeder hierbij aanwezig was. De partner van de moeder is dreigend en intimiderend. Dit doet de vader pijn. Het doet niet enkel de vader pijn, maar de partner van de moeder wijst [minderjarige] ook op dingen die zij niet tegen haar vader mag zeggen. Ook doet hij belastende uitspraken in het bijzijn van [minderjarige] tegen de vader. Dit treft rechtstreeks [minderjarige] en zij wordt hiermee belast. Dit baart de vader zorgen. De vader hoopt op een betere verstandhouding met de moeder en dat hij meer deel kan uitmaken in het leven van [minderjarige] .

De GI staat achter het verzoek van de Raad. Een stevige regievoerder is noodzakelijk. De ouders hebben begeleiding en sturing nodig bij het maken en nakomen van de afspraken rondom [minderjarige] , zoals de voorlopige zorgregeling die recent is vastgesteld door het gerechtshof.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de

mondelinge behandeling is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan

aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. De kinderrechter zal daarom een ondertoezichtstelling verlenen voor de duur van drie maanden. Het resterende deel wordt aangehouden. De kinderrechter legt dit hierna uit.

De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] groeit op in een onveilige en onstabiele opvoedomgeving waarbij zij al veel verschillende ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Er zijn zorgen over loyaliteitsproblemen bij [minderjarige] , gelet op de strijd tussen de ouders en doordat zij niet in staat wordt gesteld om onbelast contact te hebben met haar beide ouders. Het lukt de ouders niet om tot een structureel contact tussen [minderjarige] en de vader te komen, aangezien de moeder geen gehoor geeft aan de voorlopige zorgregeling. [minderjarige] ziet haar vader steeds minder en er is een risico op contactverlies. De ouders zijn niet in staat om de zorg voor [minderjarige] in onderling overleg te regelen. Er is steeds weer sprake van escalaties met verbaal en fysiek geweld, zowel tussen de ouders als tussen de vader en de partner van de moeder. Dit gebeurt ook tijdens de wisselmomenten, in het bijzijn van [minderjarige] . Dit vindt de kinderrechter erg zorgelijk.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de ouders momenteel onvoldoende in staat zijn om onder eigen verantwoordelijkheid de zorgen die er zijn weg te nemen. Om die reden is de kinderrechter van oordeel dat hulpverlening in het vrijwillig kader – gezien de toenemende zorgen en het ontbreken van een structurele verandering – onvoldoende toereikend zal zijn. Daarom is een regievoerder in het gedwongen kader noodzakelijk.

De kinderrechter sluit zich aan bij de opgestelde doelen die de Raad heeft geformuleerd in het Raadsrapport en geeft aan de GI de opdracht mee om de volgende doelen voor ogen te houden:

[minderjarige] kan positief en onbelast contact onderhouden met beide ouders;

Er is een duidelijke, voorspelbare zorgregeling die wordt nagekomen. [minderjarige] weet wat zij kan verwachten van de ouders;

[minderjarige] wordt niet belast met volwassen zaken;

[minderjarige] is geen getuige van huiselijk geweld;

De ouders kunnen over [minderjarige] overleggen waar nodig, stellen zich begeleidbaar op en komen gemaakte afspraken na.

De kinderrechter vindt het belangrijk dat er de komende periode aan de bovenstaande doelen wordt gewerkt om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter ziet echter wel aanleiding om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken. De zitting zou in eerste instantie plaatsvinden op 15 september 2025. Toen is besloten om de zitting te verplaatsen naar december 2025 in verband met de aanstaande bevalling van de moeder en het onttrekken van de toenmalige advocaat van de moeder. Er is nadien een bericht van de Raad binnengekomen dat er zorgelijke ontwikkelingen zijn geweest na het uitsturen van het Raadsonderzoek. Dit maakte volgens de Raad dat er niet gewacht kon worden tot een nieuwe zitting in december 2025. De zitting is toen verplaatst naar 14 oktober 2025. Vanuit de nieuwe advocaat, mr. Wouters, kwam een uitstelverzoek binnen omdat de moeder nog niet voldoende is hersteld van haar bevalling. De rechtbank heeft toen op basis van de informatie van de Raad geoordeeld dat de zitting doorgang zal vinden, mede omdat de moeder vertegenwoordigd kon worden door haar advocaat. Op dit moment is de situatie dat de nieuwe advocaat van de moeder zich heeft onttrokken en de moeder zelf ook niet aanwezig is bij de zitting. De kinderrechter vindt de zorgen over [minderjarige] evenwel te groot om de behandeling van het verzoek opnieuw aan te houden en zal het verzoek daarom nu toewijzen, maar voor korte duur om de moeder alsnog in de gelegenheid te stellen haar mening kenbaar te maken (en om eventueel een nieuwe advocaat in te schakelen) tijdens de zitting op [datum] 2025. Gelet op het voorgaande verleent de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 14 oktober 2025 tot 14 januari 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] aan tot de mondelinge behandeling op [datum] 2025 om [uur], ten overstaan van mr. L.E. Verschoor-Bergsma, kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg aan de Kousteensedijk 2, 4331 JE;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de Raad, de GI, de (advocaat van de) vader en de (advocaat van de) moeder;

verzoekt de GI om uiterlijk een week voorafgaand aan de eerder genoemde mondelinge behandeling schriftelijk verslag uit te brengen over de ontwikkelingen en haar standpunt over het resterende deel van het verzoek;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Verplanke als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?