ECLI:NL:RBZWB:2025:8741

ECLI:NL:RBZWB:2025:8741, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, 02-327695-24

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 02-327695-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Onderzoek Kleinpolderplein. Veroordeling seks tegen betaling met een minderjarig meisje, waarbij penetratie heeft plaatsgevonden. Twee seksafspraken. Gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 13 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 170 uur. De voorwaardelijke gevangenisstraf is hoger dan die aan sommige andere veroordeelde klanten is opgelegd omdat verdachte onvoldoende rekenschap heeft gegeven zich bewust te zijn van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Immateriële schadevergoeding benadeelde partij 750 euro toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-327695-24

vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 2001 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. M. van Viegen, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen minderjarige [aangeefster] .

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 28 juni 2023 tot en met 16 juli 2023 meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen zeventienjarige [aangeefster] . Alle handelingen zoals ten laste gelegd kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit integrale vrijspraak van verdachte vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Verdachte ontkent niet dat hij de betalingen heeft verricht, maar ontkent wel dat hij seks tegen betaling heeft gehad met [aangeefster] . Het is niet uit te sluiten dat de betalingen zien op datingfraude. Ook maakte verdachte vaker geld over naar mensen met wie hij online contact had, omdat hij hen zo hulp kon bieden. Dit zou nu ook aan de orde kunnen zijn. Bovendien herkent [aangeefster] verdachte niet. Het is dan ook niet onaannemelijk dat verdachte heeft betaald, zonder dat er seksuele handelingen zijn verricht.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemene inleiding

Op 4 augustus 2023 heeft de heer [persoon] een melding gemaakt bij de politie dat hij was opgelicht, omdat hij had betaald voor een seksafspraak maar de afspraak niet was doorgegaan. Door de politie is onderzoek gedaan naar de persoon waarmee de seksafspraak was gemaakt. Dit bleek de minderjarige [aangeefster] te zijn. Op 11 augustus 2023 heeft er met [aangeefster] een intake mensenhandel plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [aangeefster] verklaard dat zij seksueel is uitgebuit. Hierna is het strafrechtelijk onderzoek ‘Kleinpolderplein’ opgestart. Onder meer de telefoon en bankrekeningen van [aangeefster] zijn onderzocht. Bij dit onderzoek zijn transacties en Tikkie betalingen waargenomen die mogelijk van klanten van [aangeefster] afkomstig zijn voordat zij de leeftijd van achttien jaar had bereikt. Verdachte is aangewezen als één van deze mogelijke klanten.

Wettelijk kader

In artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht (oud) (hierna: Sr) is strafbaar gesteld de klant die seksueel contact heeft met een sekswerker die zestien of zeventien jaar oud was. De verdachte hoeft niet bekend te zijn met de leeftijd van het slachtoffer. De leeftijd is namelijk geobjectiveerd, waardoor opzet of schuld niet is vereist. In dit artikel staat de bescherming van de minderjarige centraal. De klant heeft een vergaande onderzoeksplicht om achter de (werkelijke) leeftijd van de sekswerker in kwestie te komen.

Zedenzaken kenmerken zich in het algemeen door het feit dat zij zich voordoen in een situatie waarbij slechts twee personen aanwezig zijn: een verondersteld slachtoffer en een veronderstelde dader. Als de veronderstelde dader ontkent moet de rechter beoordelen of aan het bewijsminimum is voldaan. De bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) houdt in dat een feit niet kan worden bewezen op basis van de verklaring van één getuige; daarvoor is meer bewijs vereist. Dit geldt voor de hele tenlastelegging, maar niet elk onderdeel van de tenlastelegging hoeft door twee bewijsmiddelen bevestigd te worden. Bij zedenzaken geldt daarbij in het bijzonder dat het niet nodig is dat het ten laste gelegde misdrijf zelf wordt bevestigd in ander bewijs. Het is voldoende als de verklaring van aangever/aangeefster op onderdelen wordt ondersteund door ander objectief bewijs, afkomstig uit een andere bron. De vraag of aan dit bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van de concrete omstandigheden.

Toepassing op onderhavige zaak

[aangeefster] heeft verklaard dat klanten soms via een Tikkie betaalden en dat zij degene was die de Tikkie meestal zelf aanmaakte. Als omschrijving bij de Tikkie zette zij zomaar iets neer, bijvoorbeeld ‘Boodschappen’, ‘afspraak’ of ‘eten’. Ze gebruikte Tikkie nooit privé, dus als zij Tikkie gebruikte, dan was dit altijd voor een klant in verband met een seksafspraak.

Verdachte heeft op 28 juni 2023 en op 16 juli 2023 in totaal twee Tikkies van ieder € 350,- betaald vanaf zijn bankrekening naar de bankrekening van [aangeefster] . Bij allebei de Tikkies is als omschrijving ‘eten’ vermeld. Het gaat in totaal om een bedrag van € 700,-.

Verdachte erkent dat de betalingen hebben plaatsgevonden, maar hij herinnert zich deze specifieke betalingen niet. Hij neemt naar eigen zeggen aan dat deze twee betalingen zien op het helpen van iemand die hij online heeft ontmoet, omdat hij dit vaker deed. Ook impliceren de betalingen volgens hem niet dat er seksafspraken hebben plaatsgevonden. Hij maakt naar eigen zeggen namelijk nooit gebruik van de diensten van sekswerkers. De rechtbank stelt vast dat verdachte ten aanzien van deze twee betalingen niet nader heeft geconcretiseerd met wie hij online contact had en of die betalingen daadwerkelijk zien op het bieden van hulp aan dat contact. Verdachte heeft dan ook zogezegd geen handen en voeten gegeven aan zijn in algemene bewoordingen geformuleerde verklaring. Gelet hierop gaat de rechtbank aan deze verklaring van verdachte voorbij.

[aangeefster] heeft over verdachte geen verklaring afgelegd bij de politie, omdat het verklaren voor haar op enig moment te belastend werd. Wel heeft [aangeefster] in algemene zin bij de politie verklaard dat zij voor haar seksafspraken een uurtarief € 350,- hanteert.

Uit de telefoon van verdachte volgt dat hij op 11 en 16 juli 2023 gemiste oproepen heeft van de telefoonnummers die werden gebruikt in de advertentie waar de diensten van [aangeefster] mee werden aangeboden. De rechtbank constateert dan ook dat verdachte op 16 juli 2023 niet alleen een bedrag ter hoogte van het uurtarief van [aangeefster] heeft overgemaakt aan [aangeefster] , namelijk € 350,-, maar ook een gemiste oproep heeft van één van deze telefoonnummers.

Gelet op de hiervoor aangehaalde verklaring van de klant [persoon] constateert de rechtbank dat het kennelijk kan voorkomen dat er een betaling door een klant wordt gedaan aan [aangeefster] , zonder dat dit daadwerkelijk leidt tot een seksafspraak. Het ligt voor de rechtbank echter niet in de reden dat iemand eind juni 2023 een bedrag van

€ 350,- aan een sekswerker overmaakt en als daar geen seksafspraak tegenover staat vervolgens hetzelfde bedrag een kleine drie weken later nogmaals betaalt aan dezelfde sekswerker.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte twee keer een seksafspraak heeft gehad met [aangeefster] .

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 28 juni 2023 tot en met 16 juli 2023 twee keer tegen betaling een seksafspraak heeft gehad met [aangeefster] , toen zij zeventien jaar oud was, waarbij seksuele handelingen zijn verricht.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 28 juni 2023 tot en met 16 juli 2023 te [plaats], meermalen, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2005 die zich beschikbaar stelde

tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, door het telkens

* betasten en/of strelen van het lichaam van die [aangeefster] en/of

* het zich door die [aangeefster] laten pijpen en/of

* het brengen van zijn penis in de vagina van die [aangeefster] en het op en neer bewegen van zijn penis in de vagina van die [aangeefster] .

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite integrale vrijspraak, heeft de verdediging geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het hebben van seksueel contact tegen betaling met de destijds zeventienjarige [aangeefster] , waarbij ook sprake was van seksueel binnendringen. Verdachte was zelf eenentwintig jaar oud. In totaal zijn er twee seksafspraken met [aangeefster] geweest.

Verdachte heeft via internet een afspraak gemaakt met [aangeefster] , waarbij in de advertentie werd vermeld dat zij meerderjarig was. Verdachte is dus niet bewust en doelgericht op zoek gegaan naar een minderjarige sekswerker, maar hij heeft wel nagelaten zich te vergewissen van de daadwerkelijke leeftijd van [aangeefster] . Dit terwijl hij zich niet begaf binnen de vergunde seksindustrie. Hierdoor heeft verdachte het risico genomen dat hij seks zou hebben met een minderjarig meisje en dat hij aldus strafbaar zou handelen. Het was aan verdachte om dit risico te ondervangen en om te voorkomen dat dit heeft kunnen gebeuren. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij dit heeft nagelaten, omdat hij met zijn handelen heeft bijgedragen aan de seksuele uitbuiting van een minderjarig meisje en daarmee aan het in stand houden van jeugdprostitutie.

Bovendien heeft verdachte met zijn handelen inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van [aangeefster] . Door de wetgever wordt in artikel 248b Sr de geestelijke en lichamelijke integriteit van minderjarigen van zestien en zeventien jaar uitdrukkelijk beschermd. Zij moeten kunnen opgroeien in een veilige omgeving en zich veilig kunnen ontwikkelen, ook (juist) op seksueel gebied. Het is mede aan verdachte te wijten dat haar deze mogelijkheid is ontnomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten, al dan niet op latere leeftijd, schade kunnen toebrengen aan onder meer de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat het feit ook op [aangeefster] impact heeft gehad, volgt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring en de toelichting bij de vordering tot schadevergoeding.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat er dus geen sprake is van recidive.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het taakstrafverbod, zoals opgenomen in artikel 22b Sr. Dit houdt in dat aan verdachte niet enkel een taakstraf kan worden opgelegd. Wel kan aan verdachte een taakstraf worden opgelegd in combinatie met een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Daarnaast heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Hieruit volgt dat er bij de oriëntatiepunten voor artikel 248b Sr een onderscheid wordt gemaakt tussen twee categorieën. De eerste categorie ziet op het eenmalig hebben van seks met een minderjarige (zestien of zeventien jaar) tegen betaling waarbij wordt uitgegaan van een (korte) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur. Wanneer het daarbij aannemelijk is dat er voor verdachte aanwijzingen waren dat sprake is van uitbuiting of minderjarigheid, wordt onder categorie twee uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. De rechtbank benadrukt dat bij het bepalen van de straf beoordeeld moet worden welk verwijt verdachte individueel kan worden gemaakt. Uit het onderhavige strafdossier kan niet worden afgeleid dat er voor verdachte aanwijzingen waren dat [aangeefster] werd uitgebuit. Ook is, zoals eerder overwogen, niet gebleken dat verdachte doelbewust op zoek gegaan is naar een minderjarig meisje. Bij de strafoplegging neemt de rechtbank dan ook de eerstgenoemde categorie als uitgangspunt.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank vervolgens mee dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan. Hij heeft haaks op de bewijsmiddelen verklaard dat hij niet heeft betaald aan [aangeefster] voor seksafspraken, maar dat hij waarschijnlijk iemand met de betalingen hulp heeft geboden. Ook weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat sprake is geweest van meerdere, namelijk twee, seksafspraken. De rechtbank houdt anderzijds rekening met de omstandigheid dat, hoewel er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, het oudere feiten betreffen uit 2023.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 170 uur en een gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen, waarvan dertien dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. De rechtbank is van oordeel dat – in aanvulling op de oriëntatiepunten – een voorwaardelijk strafdeel nodig is, omdat verdachte onvoldoende rekenschap heeft gegeven zich bewust te zijn van de gevolgen van zijn handelen voor [aangeefster] . De rechtbank heeft dan ook zorgen of bij verdachte de ernst van zijn handelen is doorgedrongen en of hij inmiddels tot het inzicht is gekomen dat hij in de toekomst anders moet handelen om te voorkomen dat hij zich opnieuw schuldig zou maken aan een dergelijk feit.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 750,- aan immateriële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De benadeelde heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen heeft ondervonden van onder andere het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat een vergoeding van de immateriële schade op zijn plaats is. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding door verdachte van een bedrag van € 750,- billijk. Deze schade ziet op het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de einddatum van de bewezenverklaarde periode, te weten 16 juli 2023.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 248b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het

verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de

leeftijd van zestien jaren, maar nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 170 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 85 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 13 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 750,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 750,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 15 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten en mr. S.B.H. van Overveld, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T.M. Brouwer
  • mr. J. Bergen
  • mr. R. Combee

Griffier

  • mr. A.C.L.J. Luijten en mr. S.B.H. van Overveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?