RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-327539-24
vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag 1] 1989 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
raadsvrouw mr. M.E. Broekert, advocaat te Breda
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen minderjarige [slachtoffer] .
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Gelet op onder meer de bekennende verklaring van verdachte, acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 2 april 2023 tot en met 7 juni 2023 meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen zeventienjarige [slachtoffer] . Het kussen, pijpen en de vaginale penetratie, zoals ten laste gelegd onder de gedachtestreepjes 2, 3 en 4 kunnen worden bewezen. Zij vordert verdachte partieel vrij te spreken van het betasten en strelen, zoals opgenomen onder gedachtestreepje 1.
Het standpunt van de verdediging
Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, in combinatie met het beroep gedaan op de schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld, is er geen bewijsverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit tenlastegelegde feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2023203577, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 138.
De rechtbank acht het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 februari 2024 (p. 107-128);
- het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] van 15 februari 2024 (p. 92-99);
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 10 november 2023 (p. 83-86).
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 2 april 2023 tot en met 7 juni 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , meermalen, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2005 die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen
betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, door het telkens
* betasten en/of strelen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
* het zich door die [slachtoffer] laten pijpen en/of
* het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] en het op en neer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
De strafbaarheid van verdachte
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat een verdachte pas aan de inspanningsverplichting om de leeftijd te controleren heeft voldaan, als er daadwerkelijk naar het identiteitsbewijs is gevraagd, deze goed is bekeken en de verdachte zich ervan heeft vergewist dat de persoon die op het identiteitsbewijs staat ook daadwerkelijk de persoon is met wie er betaalde seks gaat plaatsvinden. Verdachte heeft dit niet gedaan en heeft hierdoor een risico genomen. Bovendien moet het voor verdachte evident zijn geweest dat hij zich begaf in de niet-vergunde sekscircuit. Gelet hierop had verdachte extra goed moeten opletten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald ten aanzien van de leeftijd van [slachtoffer] en heeft een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld. Verdachte heeft aan [slachtoffer] gevraagd wat haar leeftijd was, waarop zij heeft geantwoord dat zij negentien jaar was. Verdere bevestiging voor haar meerderjarigheid kreeg verdachte vanuit haar vriendin [naam 1] , die de seksadvertentie van [slachtoffer] naar verdachte had doorgestuurd en had verteld dat [slachtoffer] net als zijzelf meerderjarig was. Vervolgens heeft verdachte het identiteitsbewijs van [slachtoffer] bekeken, waardoor werd bevestigd dat zij negentien jaar was, passend bij de advertentie en passend bij wat [slachtoffer] had verteld over haar leeftijd en hij van [naam 1] had gehoord. Verdachte heeft dan ook aan zijn onderzoeksplicht voldaan, waardoor hij ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.
Het oordeel van de rechtbank
Algemene inleiding
Op 4 augustus 2023 heeft de heer [naam 2] een melding gemaakt bij de politie dat hij was opgelicht, omdat hij had betaald voor een seksafspraak maar de afspraak niet was doorgegaan. Door de politie is onderzoek gedaan naar de persoon waarmee de seksafspraak was gemaakt. Dit bleek de minderjarige [slachtoffer] te zijn. Op 11 augustus 2023 heeft er met [slachtoffer] een intake mensenhandel plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [slachtoffer] verklaard dat zij seksueel is uitgebuit. Hierna is het strafrechtelijk onderzoek ‘Kleinpolderplein’ opgestart. Onder meer de telefoon en bankrekeningen van [slachtoffer] zijn onderzocht. Bij dit onderzoek zijn transacties en Tikkie betalingen waargenomen die mogelijk van klanten van [slachtoffer] afkomstig zijn voordat zij de leeftijd van achttien jaar had bereikt. Verdachte is aangewezen als één van deze mogelijke klanten.
Wettelijk kader
De rechtbank stelt het volgende voorop. De wetgever heeft in de delictsomschrijving van artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) de leeftijd van de persoon die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, geobjectiveerd. Dat wil zeggen dat niet is vereist dat de verdachte wetenschap van of opzet op die leeftijd moet hebben gehad. Evenmin is vereist dat hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het om een minderjarige ging. Wel is een beroep mogelijk op afwezigheid van alle schuld als gevolg van dwaling omtrent die minderjarigheid.
Van een geslaagd beroep op de schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld kan slechts onder uitzonderlijke omstandigheden sprake zijn. Daartoe is vereist dat verdachte in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat, waar het gaat om ontucht met een minderjarige die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, relevant is of het gaat om een seksafspraak in het vergunde circuit (zoals een legaal bordeel of legale raamprostitutie) of in het niet-vergunde en daarmee illegale circuit.
In deze zaak gaat het om een seksafspraak in het niet-vergunde circuit. In die situatie kan naar het oordeel van de rechtbank slechts dan sprake zijn van een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld als de verdachte zich persoonlijk heeft vergewist van de leeftijd van degene met wie hij een afspraak heeft. Dat kan een verdachte onder andere doen door een identiteitsbewijs van die persoon te vragen en dat te controleren. De verdachte dient daarbij na te gaan of de persoon die hij voor zich heeft degene is van wie het identiteitsbewijs is en vanzelfsprekend ook of die persoon meerderjarig is. Ontoereikend is het controleren van andere bescheiden waarop een geboortedatum of leeftijd is vermeld, zoals een OV-chipkaart of een kopie van een identiteitsbewijs, omdat die niet dienen ter verificatie van iemands identiteit en/of eenvoudig kunnen worden vervalst of nagemaakt.
Niet relevant is dat een seksafspraak tot stand is gekomen via een website die als eis stelt dat degene die het account heeft en/of die zich op deze wijze aanbiedt voor een (betaalde) seksafspraak 18 of 21 jaar of ouder is. Allereerst is het de vraag of er enige serieuze controle is op deze eis en als dat wel het geval is of die controle sluitend is. Daarnaast is niet uit te sluiten dat zich uiteindelijk iemand anders bij de seksafspraak meldt dan degene die zich bij de betreffende website heeft aangemeld en het account beheert.
De rechtbank realiseert zich dat zij hiermee de lat voor een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld bij seksafspraken in het niet-vergunde circuit hoog legt. Om begrijpelijke redenen is te verwachten dat sekswerkers in dat circuit geneigd zijn hun privégegevens te beschermen. Het tonen van een identiteitsbewijs aan een klant is daarmee in tegenspraak. Dit maakt echter nog niet dat voor een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld de eis achterwege mag blijven dat de verdachte zich door een gedegen controle van een identiteitsbewijs heeft vergewist van de meerderjarige leeftijd van degene die zich beschikbaar stelt voor seks tegen betaling in het niet-vergunde circuit. Een dergelijke vergewisplicht past naar het oordeel van de rechtbank bij de wens van de wetgever om minderjarigen te beschermen, welke wens ertoe heeft geleid dat de leeftijd in de strafbaarstelling van artikel 248b Sr is geobjectiveerd. Degene die ervoor kiest om toch seks te hebben tegen betaling zonder zich er op een gedegen wijze van te vergewissen dat hij met een meerderjarige te maken heeft, stelt zich bloot aan het risico dat het om een minderjarige blijkt te gaan. Dat risico komt dan voor zijn of haar rekening.
Toepassing op onderhavige zaak
Verdachte was in de veronderstelling dat [slachtoffer] meerderjarig was en heeft hierover het volgende verklaard. Hij verklaart dat hij eerder met een andere sekswerker, genaamd [naam 1] , een seksafspraak heeft gehad. [naam 1] was rond de vijfentwintig jaar, dus ver boven de leeftijd van achttien jaar. Vervolgens heeft [naam 1] naar verdachte een link naar de seksadvertentie van [slachtoffer] doorgestuurd, waarbij [naam 1] had vermeld dat [slachtoffer] net als zij ook meerderjarig was, namelijk negentien jaar oud. Ook in de doorgestuurde advertentie stond dat [slachtoffer] negentien jaar oud was. Daarnaast vond verdachte dat [slachtoffer] er ouder uitzag dan – na achteraf bleek – haar destijds zeventienjarige leeftijd en dat zij zich ook ouder voordeed. Zo had zij meerdere luxe goederen in haar bezit, zoals een armband van het merk Cartier, een Louis Vuitton tas, de nieuwste iPhone en dure kleding. Volgens hem kan een minderjarig persoon het zich niet financieel veroorloven om dit in bezit te hebben, waardoor hij veronderstelde dat zij meerderjarig was. Ook had hij geconstateerd dat [slachtoffer] meerdere ingrepen aan haar lichaam had gedaan, waaronder een borstvergroting en een opvulling van haar lippen. Gelet op de kosten hiervan in combinatie met de omstandigheid dat deze ingrepen in beginsel pas mogen worden uitgevoerd bij meerderjarigen, waren ook dit voor hem signalen dat hij te maken had met een ouder, meerderjarig, persoon.
Verder heeft verdachte verklaard dat hij tijdens de eerste afspraak, toen zij naast elkaar in de auto zaten, om haar identiteitsbewijs heeft gevraagd. Hierop heeft [slachtoffer] aan hem een scooterrijbewijs laten zien en verdachte heeft deze gecheckt. [slachtoffer] had hierbij haar naam afgeschermd met haar vinger, maar liet wel haar geboortedatum en foto zien. Verdachte heeft toen haar foto bekeken en voor zichzelf haar leeftijd uitgerekend. Hij constateerde dat de leeftijd op het pasje overeen kwam met de leeftijd die [slachtoffer] tegen hem had gezegd, namelijk negentien jaar. Over de foto op het scooterrijbewijs heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] hierop herkende, maar dat ze er op de foto wel wat anders uitzag dan in het echt. Dit kwam omdat ze op de foto niet was opgemaakt met make-up. Dit vond verdachte logisch, omdat volgens hem niet iedereen er ‘opgedoft’ uitziet op een pasfoto. Volgens verdachte heeft hij dan ook haar leeftijd gebaseerd op de inlichtingen van [naam 1] , de vermelde leeftijd in de seksadvertentie, de geboortedatum vermeld op het identiteitsbewijs, de ingrepen aan haar lichaam en haar bezit van luxe goederen.
De rechtbank constateert dat verdachte bij de politie en op zitting consistent heeft verklaard.
Ook heeft hij vanaf het begin af aan openheid van zaken gegeven. Zo heeft verdachte telkens gedetailleerd verklaard over hetgeen is voorgevallen en heeft daarbij meerdere specifieke momenten en situaties uitgelicht en handen en voeten gegeven. Verdachte heeft daarbij ook de door hem verrichte seksuele handelingen erkend en bekend. Bovendien vindt de verklaring van verdachte steun in het dossier. Het telefoonnummer van verdachte staat namelijk opgeslagen onder de naam ‘ [beschrijving verdachte] ’ in de werktelefoon van de tussenpersoon die seksafspraken voor [slachtoffer] regelde. [slachtoffer] heeft hierover verklaard dat met de initialen [initialen 1] zijzelf wordt bedoeld. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat [initialen 2] staat voor [naam 1] .
[slachtoffer] heeft enkel in algemene zin verklaard dat in de periode dat zij sekswerk verrichtte er maar één klant naar haar leeftijd heeft gevraagd en dat dit een Marokkaanse man was. Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen over de verklaring van verdachte, acht zij deze algemene opmerking van [slachtoffer] te weinig concreet en onvoldoende om op grond daarvan te oordelen dat de verklaring van verdachte dat hij om haar identiteitsbewijs heeft gevraagd onaannemelijk is.
In deze zaak is naar het oordeel door verdachte voldoende aannemelijk gemaakt dat hij [slachtoffer] om haar identiteitsbewijs heeft gevraagd. Hierbij is hij nagegaan of de persoon die hij voor zich had ook degene was van wie het identiteitsbewijs is en heeft hij haar meerderjarigheid gecontroleerd. In combinatie met alle hiervoor beschreven feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich in voldoende mate heeft vergewist van de leeftijd van [slachtoffer] . Dat betekent dat verdachte een geslaagd beroep doet op de schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld. Verdachte is daarom niet strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
6. De benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 750,- aan immateriële schade.
Artikel 361, tweede lid, onder a Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de benadeelde partij alleen ontvankelijk is in zijn vordering indien de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel in geval van toepassing van artikel 9a Sr.
Omdat ontslag van alle rechtsvervolging zal volgen is aan de voorwaarde voor ontvankelijkheid niet voldaan. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
7. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het
verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de
leeftijd van zestien jaren, maar nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten en mr. S.B.H. van Overveld, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2025.