ECLI:NL:RBZWB:2025:8749

ECLI:NL:RBZWB:2025:8749, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, 02-327499-24

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 02-327499-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Onderzoek Kleinpolderplein. Veroordeling seks tegen betaling met een minderjarig meisje, waarbij penetratie heeft plaatsgevonden. Vijf seksafspraken. Gevangenisstraf van 1 dag onvoorwaardelijk en een taakstraf van 230 uur. Immateriële schadevergoeding benadeelde partij 750 euro toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-327499-24

vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1977 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

raadsman mr. E.R. Butin Bik, advocaat te Klundert

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte meermalen seks tegen betaling heeft gehad met [aangeefster] toen zij respectievelijk vijftien (feit 2) en zestien- en zeventien jaar (feit 1) oud was.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 17 augustus 2021 tot en met 7 april 2023 meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen zestien- en zeventienjarige [aangeefster] (feit 1). Alle handelingen zoals ten laste gelegd kunnen worden bewezen. Zij vordert daarnaast verdachte vrij te spreken van feit 2. Verdachte heeft verklaard dat de eerste betaling ziet op het verkrijgen van seksueel getinte foto’s en video’s en niet op een seksafspraak. Gelet hierop heeft zij niet de overtuiging dat verdachte daadwerkelijk op 29 maart 2021 seks tegen betaling heeft gehad met [aangeefster] .

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, bepleit de verdediging dat de rechtbank kan komen tot een bewezenverklaring voor de gedachtestreepjes 1, 2 en 3, zoals ten laste gelegd onder feit 1. Verdachte moet partieel worden vrijgesproken van vaginale penetratie van [aangeefster] , zoals ten laste gelegd onder het derde gedachtestreepje. De verdediging bepleit daarnaast vrijspraak van feit 2. Verdachte heeft dit feit ontkend en heeft verklaard dat de eerste betaling van 29 maart 2021 ziet op het verkrijgen van seksueel getinte foto’s en video’s en niet op een seksafspraak met [aangeefster] .

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemene inleiding

Op 4 augustus 2023 heeft de heer [persoon] een melding gemaakt bij de politie dat hij was opgelicht, omdat hij had betaald voor een seksafspraak maar de afspraak niet was doorgegaan. Door de politie is onderzoek gedaan naar de persoon waarmee de seksafspraak was gemaakt. Dit bleek de minderjarige [aangeefster] te zijn. Op 11 augustus 2023 heeft er met [aangeefster] een intake mensenhandel plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [aangeefster] verklaard dat zij seksueel is uitgebuit. Hierna is het strafrechtelijk onderzoek ‘Kleinpolderplein’ opgestart. Onder meer de telefoon en bankrekeningen van [aangeefster] zijn onderzocht. Bij dit onderzoek zijn transacties en Tikkie betalingen waargenomen die mogelijk van klanten van [aangeefster] afkomstig zijn voordat zij de leeftijd van achttien jaar had bereikt. Verdachte is aangewezen als één van deze mogelijke klanten.

Wettelijk kader

In artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht (oud) (hierna: Sr) is strafbaar gesteld de klant die seksueel contact heeft met een sekswerker die zestien of zeventien jaar oud was. De verdachte hoeft niet bekend te zijn met de leeftijd van het slachtoffer. De leeftijd is namelijk geobjectiveerd, waardoor opzet of schuld niet is vereist. In dit artikel staat de bescherming van de minderjarige centraal. De klant heeft een vergaande onderzoeksplicht om achter de (werkelijke) leeftijd van de sekswerker in kwestie te komen.

Zedenzaken kenmerken zich in het algemeen door het feit dat zij zich voordoen in een situatie waarbij slechts twee personen aanwezig zijn: een verondersteld slachtoffer en een veronderstelde dader. Als de veronderstelde dader ontkent moet de rechter beoordelen of aan het bewijsminimum is voldaan. De bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) houdt in dat een feit niet kan worden bewezen op basis van de verklaring van één getuige; daarvoor is meer bewijs vereist. Dit geldt voor de hele tenlastelegging, maar niet elk onderdeel van de tenlastelegging hoeft door twee bewijsmiddelen bevestigd te worden. Bij zedenzaken geldt daarbij in het bijzonder dat het niet nodig is dat het ten laste gelegde misdrijf zelf wordt bevestigd in ander bewijs. Het is voldoende als de verklaring van aangever/aangeefster op onderdelen wordt ondersteund door ander objectief bewijs, afkomstig uit een andere bron. De vraag of aan dit bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van de concrete omstandigheden.

Toepassing op onderhavige zaak

Feit 1

Verdachte heeft op 21 december 2022, 4 januari 2023, 21 januari 2023 en 7 april 2023 in totaal vijf Tikkies betaald vanaf zijn bankrekening naar de bankrekening van [aangeefster] . Bij al deze Tikkies is in de omschrijving ‘CZ’ of ‘Vattenval’ vermeld. De betaalde bedragen liggen tussen de € 150,- en € 300,-. Ook heeft verdachte op 17 augustus 2021 € 175,- overgeboekt vanaf zijn bankrekening naar de bankrekening van [aangeefster] . Hierbij stond geen omschrijving vermeld. Het gaat hier in totaal om een bedrag van € 1.275,-.

[aangeefster] heeft verklaard dat klanten via een Tikkie betaalden en dat zij degene was die de Tikkie meestal zelf aanmaakte. Zowel verdachte als [aangeefster] hebben verklaard dat verdachte telkens de omschrijvingen bedacht, zodat zijn vrouw er niet achter zou komen. Daarnaast hebben zowel verdachte als [aangeefster] verklaard dat de seksafspraken plaatsvonden voorin in het werkbusje van verdachte, waarbij seksuele handelingen werden verricht. Verdachte heeft bekend dat hij tijdens iedere seksafspraak werd gepijpt door [aangeefster] . Daarnaast heeft verdachte bekend dat hij [aangeefster] heeft gevingerd. Dit vingeren gebeurde enkel op de afspraken die plaatsvonden op de vrije dagen van verdachte, omdat hij dan naar eigen zeggen schone en hygiënische handen had. Volgens verdachte heeft er geen vaginale penetratie plaatsgevonden, omdat hiervoor geen ruimte was voorin in het werkbusje. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat er in ieder geval sprake is geweest van pijpen en vingeren. De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van vaginale penetratie, zoals is ten laste gelegd onder het vierde gedachtestreepje.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 17 augustus 2021 tot en met 7 april 2023 vijf keer tegen betaling een seksafspraak heeft gehad met [aangeefster] , toen zij zestien en zeventien jaar oud was, waarbij de seksuele handelingen zoals hierna genoemd onder 4.4 zijn verricht.

Feit 2

Verdachte heeft op 29 maart 2021 een Tikkie van € 160,- betaald vanaf zijn bankrekening naar de bankrekening van [aangeefster] . Bij deze Tikkie is als omschrijving ‘maand feb maart 2021’ vermeld. [aangeefster] was ten tijde van deze betaling vijftien jaar oud.

Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij in de periode van deze Tikkie betaling ook voor seksueel getinte foto’s en video’s heeft betaald. Volgens verdachte ziet deze betaling gelet op de hoogte daarvan mogelijk op het verkrijgen van dergelijke foto’s en video’s.

[aangeefster] heeft verklaard dat zij zich niet veel meer herinnert van de periode dat zij vijftien jaar oud was. Zij weet daarom ook niet meer of deze betaling ziet op een seksafspraak met verdachte.

Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, kan niet worden vastgesteld dat de betaling van verdachte van 29 maart 2021 ziet op een seksafspraak met [aangeefster] . De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 17 augustus 2021 tot en met 7 april 2023 te [woonplaats], meermalen, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2005, die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen

betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien

jaren had bereikt, door het telkens

* betasten en/of strelen van het lichaam van die [aangeefster] en/of

* het vingeren van die [aangeefster] en/of

* het zich door die [aangeefster] laten pijpen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

Het standpunt van de verdediging

Bij een bewezenverklaring verzoekt de verdediging om bij de strafoplegging in strafverminderende zin rekening te houden met de volgende persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft spijt betuigd en hij is een harde werker. Gelet hierop is het verzoek om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot één dag en het overige als een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Verdachte staat daarnaast open voor het verrichten van een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het hebben van seksueel contact tegen betaling met de destijds zestien- en zeventienjarige [aangeefster] , waarbij ook sprake was van seksueel binnendringen (pijpen). Verdachte was zelf vierenveertig jaar oud. Er was dan ook een aanzienlijk leeftijdsverschil. In totaal zijn er vijf seksafspraken met [aangeefster] geweest.

Verdachte heeft via internet een afspraak gemaakt met [aangeefster] , waarbij in de advertentie werd vermeld dat zij meerderjarig was. Verdachte is dus niet bewust en doelgericht op zoek gegaan naar een minderjarige sekswerker, maar hij heeft wel nagelaten zich te vergewissen van de daadwerkelijke leeftijd van [aangeefster] . Dit terwijl hij zich niet begaf binnen de vergunde seksindustrie. Hierdoor heeft verdachte het risico genomen dat hij seks zou hebben met een minderjarig meisje en dat hij aldus strafbaar zou handelen. Het was aan verdachte om dit risico te ondervangen en om te voorkomen dat dit heeft kunnen gebeuren. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij dit heeft nagelaten, omdat hij met zijn handelen heeft bijgedragen aan de seksuele uitbuiting van een minderjarig meisje en daarmee aan het in stand houden van jeugdprostitutie.

Bovendien heeft verdachte met zijn handelen inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van [aangeefster] . Door de wetgever wordt in artikel 248b Sr de geestelijke en lichamelijke integriteit van minderjarigen van zestien en zeventien jaar uitdrukkelijk beschermd. Zij moeten kunnen opgroeien in een veilige omgeving en zich veilig kunnen ontwikkelen, ook (juist) op seksueel gebied. Het is mede aan verdachte te wijten dat haar deze mogelijkheid is ontnomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten, al dan niet op latere leeftijd, schade kunnen toebrengen aan onder meer de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat het feit ook op [aangeefster] impact heeft gehad, volgt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring en de toelichting bij de vordering tot schadevergoeding.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat er dus geen sprake is van recidive.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het taakstrafverbod, zoals opgenomen in artikel 22b Sr. Dit houdt in dat aan verdachte niet enkel een taakstraf kan worden opgelegd. Wel kan aan verdachte een taakstraf worden opgelegd in combinatie met een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Daarnaast heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Hieruit volgt dat er bij de oriëntatiepunten voor artikel 248b Sr een onderscheid wordt gemaakt tussen twee categorieën. De eerste categorie ziet op het eenmalig hebben van seks met een minderjarige (zestien of zeventien jaar) tegen betaling waarbij wordt uitgegaan van een (korte) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur. Wanneer het daarbij aannemelijk is dat er voor verdachte aanwijzingen waren dat sprake is van uitbuiting of minderjarigheid, wordt onder categorie twee uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. De rechtbank benadrukt dat bij het bepalen van de straf beoordeeld moet worden welk verwijt verdachte individueel kan worden gemaakt. Uit het onderhavige strafdossier kan niet worden afgeleid dat er voor verdachte aanwijzingen waren dat [aangeefster] werd uitgebuit. Ook is, zoals eerder overwogen, niet gebleken dat verdachte doelbewust op zoek gegaan is naar een minderjarig meisje. Bij de strafoplegging neemt de rechtbank dan ook de eerstgenoemde categorie als uitgangspunt.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat sprake is geweest van meerdere, namelijk vijf, seksafspraken. In strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte achteraf zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door openheid van zaken te geven. Verdachte heeft spijt betuigd en lijkt inzicht te hebben in de gevolgen van zijn handelen voor [aangeefster] . De rechtbank houdt daarnaast rekening met de omstandigheid dat, hoewel er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, het oudere feiten betreffen uit 2021 tot en met 2023.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 230 uur en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag passend en geboden. De rechtbank is gelet op voornoemde proceshouding van verdachte van oordeel dat een voorwaardelijke strafdeel niet aan de orde is.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 750,- aan immateriële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De benadeelde heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen heeft ondervonden van onder andere het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat een vergoeding van de immateriële schade op zijn plaats is. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding door verdachte van een bedrag van € 750,- billijk. Deze schade ziet op het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de einddatum van de bewezenverklaarde periode, te weten 7 april 2023.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 248b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het

verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de

leeftijd van zestien jaren, maar nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 dag;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 230 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 115 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 750,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2023 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 750,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2023 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 15 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten en mr. S.B.H. van Overveld, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T.M. Brouwer
  • mr. J. Bergen
  • mr. R. Combee

Griffier

  • mr. A.C.L.J. Luijten en mr. S.B.H. van Overveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?