ECLI:NL:RBZWB:2025:8764

ECLI:NL:RBZWB:2025:8764, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, C/02/422628 / HA ZA 24-268 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/422628 / HA ZA 24-268 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Overheidsaansprakelijkheid. De gestelde schade staat niet in causaal verband met de onrechtmatige onjuiste mededeling van de gemeente. Er is niet conform de oorspronkelijke vergunning gebouwd en de wijzigingen zijn niet vergunningvrij. Ook in de hypothetische situatie zonder onjuiste mededeling van de gemeente had een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend moeten worden.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/422628 / HA ZA 24-268

Vonnis van 10 december 2025

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

te [plaats] ,2. [eiser 2],

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen in mannelijk enkelvoud: [eisers] ,

advocaat: mr. L. Prinsen,

tegen

GEMEENTE OOSTERHOUT,

te Oosterhout,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: mr. L.W. Feenstra.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 augustus 2025;- de akte na tussenvonnis van [eisers]

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank [eisers] in de gelegenheid gesteld een akte te nemen over hetgeen de gemeente in haar antwoordconclusie in randnummer 2.1 tot en met 2.13 heeft geschreven en over het rentepercentage zoals dat blijkt uit productie 16. [eisers] heeft deze akte genomen.

In het tussenvonnis van 19 februari 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de gemeente in 2022 onrechtmatig heeft gehandeld door onjuist aan [eisers] mede te delen dat de vergunning uit 2012 was ingetrokken. De rechtbank achtte het verder aannemelijk dat [eisers] schade heeft geleden door de onjuiste mededeling van de gemeente in 2022.

De gemeente heeft de rechtbank gevraagd om terug te komen op het oordeel dat het aannemelijk is dat [eisers] schade heeft geleden. Bij een controle in januari 2025 is gebleken dat [eisers] de verbouwing niet – zoals door [eisers] is gesteld – in overeenstemming met de omgevingsvergunning van 2012 heeft uitgevoerd. Deze wijzigingen zijn niet ‘vergunningvrij’ waardoor [eisers] een aanvullende omgevingsvergunning had moeten aanvragen.

Volgens de gemeente is onder meer in de linker zijgevel in de keuken een glazen wandconstructie aangebracht. In het bouwplan van 2012 was sprake van een dicht gedeelte dat bestond uit metselwerk. In de feitelijke situatie is er een kolom met stalen liggers in de hoek van de keuken gerealiseerd. Die kolom zorgt voor een andere belasting op de fundering dan het geval is bij een dichte wand van metselwerk. In de feitelijke situatie is hierdoor een puntlast ontstaan. De wijziging van de draagconstructie komt ook duidelijk naar voren in de resultaten van de constructieberekeningen, die verschillen van die van 2012. Deze wijziging is niet vergunningvrij, omdat de draagconstructie hierdoor is gewijzigd. De gemeente verwijst naar artikel 3, lid 8, sub a, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, waaraan niet is voldaan.

Volgens [eisers] is geen sprake van een wijziging van de draagconstructie. De gemeente gaat eraan voorbij dat in het bouwplan van 2012 in deze gevel al twee glazen ramen waren voorzien. Dat hier al een gevelopening was voorzien, betekent dat de draagconstructie niet verandert. Ook de toevoeging van een extra kolom met stalen liggers verandert de draagconstructie niet.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wijziging van de draagconstructie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verstaat onder de verandering van de draagconstructie als bedoeld in artikel 3, lid 8, onder a, van bijlage II van het Bor een verandering van een constructie van een bouwwerk welke constructie het bouwwerk mede draagt. [eisers] heeft niet betwist dat de gevel een dragende constructie van het bouwwerk is. Weliswaar waren de gevelopeningen al in 2012 voorzien, maar dat neemt niet weg dat het grootste deel van de gevel bestond uit metselwerk. Nu is dat glas. Dat is een verandering van de draagconstructie, hetgeen ook al blijkt uit de toegevoegde kolom met stalen liggers die blijkbaar nodig is om de belasting van deze nieuwe constructie op te vangen. De rechtbank ziet deze kolom dan ook niet als toegevoegd extra element, maar als een noodzakelijk element dat deel uitmaakt van de nieuwe draagconstructie. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 3, lid 8, onder a, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht gestelde voorwaarde. [eisers] had voor deze wijziging dus een (aanvullende) omgevingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Het gevolg van het voorgaande is dat de door [eisers] gestelde schade niet in causaal verband staat met de onrechtmatige gedraging van de gemeente. Ook in de hypothetische situatie zonder onjuiste mededeling van de gemeente had [eisers] namelijk een aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten indienen. De kosten die [eisers] hiervoor heeft gemaakt, alsmede de kosten van vertraging in de (financiering van de) bouw door het besluitvormingsproces, had [eisers] dus ook zonder onrechtmatige mededeling van de gemeente moeten maken. De rechtbank komt dan ook terug op haar oordeel dat het aannemelijk is dat [eisers] door de onjuiste mededeling van de gemeente in 2022 schade heeft geleden. Vanwege het ontbreken van het causaal verband als zojuist genoemd moeten de (gewijzigde) vorderingen van [eisers] worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij moet [eisers] worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 668,00

- salaris advocaat € 6.035,00 ( 2 pt x tarief VI en 0,5 pt x tarief IV)

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging als vermeld in de beslissing)

Totaal € 6.881,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 6.881,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eisers] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt [eisers] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?