ECLI:NL:RBZWB:2025:8765

ECLI:NL:RBZWB:2025:8765, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, 02-204843-23

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 02-204843-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Onderzoek Kleinpolderplein. Mensenhandel in 2022 en 2023. Veroordeling voor seksuele uitbuiting van drie meisjes, waaronder twee minderjarigen. Geen medeplegen. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Contactverbod in de vorm van een artikel 38v maatregel. Vorderingen benadeelde partijen deels toegewezen, waaronder vermogensschade misgelopen inkomsten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-204843-23

vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1998

wonende te [woonplaats]

raadsman mr. R.H.P. Feiner, advocaat te Rotterdam

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3, 7 en 8 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] seksueel heeft uitgebuit (mensenhandel).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] seksueel heeft uitgebuit, zoals is ten laste gelegd onder de feiten 1, 2 en 3.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. De handelingen van verdachte – het regelen van klanten en seksafspraken voor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] – zijn gericht op het faciliteren van de door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gevraagde diensten en zijn dus handelingen die zien op medeplichtigheid aan mensenhandel in plaats van het plegen ervan.

Subsidiair wordt ten aanzien van [slachtoffer 1] (feit 1) en [slachtoffer 2] (feit 2) aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om hen (seksueel) uit te buiten. Ook kan niet worden bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] . Verdachte moet daarom van deze onderdelen partieel worden vrijgesproken.

Ten aanzien van [slachtoffer 3] (feit 3) wordt subsidiair aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat er geen sprake is van seksuele uitbuiting. Verdachte heeft [slachtoffer 3] namelijk niet gedwongen om in de prostitutie te gaan werken.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemene inleiding

Op 4 augustus 2023 heeft de heer [naam] een melding gemaakt bij de politie dat hij was opgelicht, omdat hij had betaald voor een seksafspraak, maar de afspraak niet was doorgegaan. Door de politie is onderzoek gedaan naar de persoon waarmee de seksafspraak was gemaakt. Dit bleek de minderjarige [slachtoffer 1] te zijn. Op 11 augustus 2023 heeft er met [slachtoffer 1] een intake mensenhandel plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij seksueel is uitgebuit. Hierna is het strafrechtelijk onderzoek ‘Kleinpolderplein’ opgestart. Onder meer de telefoon en de bankrekeningen van [slachtoffer 1] zijn onderzocht. In haar latere verklaringen heeft [slachtoffer 1] verklaard over andere meisjes, waaronder [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , die ook als sekswerker werkzaam waren.

Door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van mensenhandel, waarbij verdachte en [medeverdachte] worden aangewezen als de vermeende uitbuiters. [slachtoffer 3] heeft gepoogd aangifte te doen, maar zij was daar volgens de politie op dat moment te kwetsbaar voor. Wel zitten in het dossier meerdere verklaringen van [slachtoffer 3] waarin ook zij verdachte en [medeverdachte] aanwijst als haar vermeende uitbuiters.

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben alle drie meerdere seksafspraken gehad met klanten tegen betaling. Zij verklaren alle drie dat zij daartoe door verdachte en [medeverdachte] zijn gedwongen. Ook verklaren zij dat zij drugs gebruikten in de periode dat zij seksafspraken hadden met klanten. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren in die periode nog minderjarig.

Verdachte heeft erkend dat hij seksafspraken en klanten regelde voor het sekswerk van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Hij had daarvoor een werktelefoon waarmee hij de seksadvertenties beheerde en contact had met klanten. Verdachte ontving van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] doorgaans per klant een commissie.

Wettelijk kader mensenhandel

Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), waarbij de subonderdelen 2, 5 en 8 specifiek zien op (seksuele) uitbuiting van minderjarigen.

Sub 1

Sub 1 ziet op het – met een dwangmiddel – werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander. Onder dwangmiddelen wordt onder andere verstaan dwang, (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie. De inzet van zo’n dwangmiddel moet ertoe leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie belandt of dat iemand ervan wordt weerhouden zich aan een uitbuitingssituatie te onttrekken.

De handelingen omschreven in sub 1 zijn slechts strafbaar als deze zijn begaan met het oogmerk van uitbuiting. Met andere woorden: de gedragingen moeten zijn gericht op de uitbuiting van die persoon. Uitbuiting veronderstelt een bepaalde mate van onvrijwilligheid, die ziet op de onmogelijkheid van het slachtoffer om zich aan een bepaalde situatie te onttrekken. Anders gezegd: het slachtoffer wordt in een situatie gebracht of gehouden waarin hij of zij redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan zich te laten uitbuiten.

Sub 2

Sub 2 is gelijk aan sub 1, maar ziet op die gevallen waarin het slachtoffer minderjarig is. Voor strafbaarheid ten aanzien van minderjarige slachtoffers zijn de in sub 1 genoemde dwangmiddelen niet vereist.

Sub 2 strekt tot bescherming van minderjarigen. Bij minderjarigen wordt ervan uitgegaan dat zij gelet op hun leeftijd niet beschikken over het vermogen om de gevolgen van hun handelingen te overzien en zelfstandig beslissingen te nemen. De leeftijd van het slachtoffer is geobjectiveerd: opzet of schuld daarop is niet vereist.

Ook voor sub 2 geldt dat de handelingen slechts strafbaar zijn als deze zijn begaan met het oogmerk van uitbuiting.

Sub 3

Sub 3 ziet specifiek op seksuele handelingen met een landgrensoverschrijdend aspect. Hierbij is (on)vrijwilligheid niet relevant. Ook voor dit onderdeel zijn dwangmiddelen niet vereist.

Sub 4

Sub 4 bestaat uit 2 delen. Het gaat in de eerste plaats om de situatie waarbij een ander met een dwangmiddel (dezelfde als genoemd in sub 1) wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten. Ook staat beschreven de situatie waarbij enige handeling wordt ondernomen waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander die zich reeds in een uitbuitingssituatie bevindt zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten. Gedoeld wordt in dit laatste geval op degenen die gebruik maken van de uitbuitingssituatie van een ander. Deze uitbuitingssituatie hoeven zij overigens niet zelf gecreëerd te hebben.

De gedragingen in sub 4 volgen veelal op de gedragingen in sub 1 en 2, maar ze kunnen elkaar ook overlappen. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van sub 4 is opgenomen, dit daarvan wel een impliciet bestanddeel vormt.

Bij sub 4 moet in het eerste geval sprake zijn van het oogmerk op de handeling die iemand ertoe beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten.

Wanneer sprake is van iemand die zich al in een uitbuitingssituatie bevindt, moet de ander die de handeling onderneemt zoals al weergegeven weten of redelijkerwijze vermoeden dat diegene zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten.

Sub 5

Sub 5 ziet op het ertoe brengen dat een minderjarige zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Ook valt hieronder het ondernemen van handelingen waarvan een verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een minderjarige daardoor daartoe overgaat. Het gaat daarbij in de kern om het beïnvloeden en beperken van de keuzemogelijkheden van de minderjarigen. Het kan ook alleen faciliterende handelingen betreffen. Het gebruik van een dwangmiddel is niet vereist. Het is niet relevant of het initiatief kwam van de minderjarige of van de verdachte. Ook is niet van belang of de minderjarige eerder in de prostitutie werkzaam is geweest.

Sub 6

Volgens sub 6 is diegene strafbaar die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat het opzet gericht moet zijn op zowel het voordeel trekken als op de uitbuiting van een ander. De profijttrekker kan, maar hoeft niet, een ander zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd. Een dwangmiddel is hier niet vereist.

Sub 8

Sub 8 ziet op het opzettelijk trekken van voordeel uit de seksuele handelingen van een minderjarige met een derde tegen betaling. Dwang of uitbuiting is voor strafbaarheid niet vereist.

Sub 9

Volgens sub 9 is diegene strafbaar die een ander met de onder sub 1 genoemde dwangmiddelen dwingt of beweegt hem of haar te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen met een derde. Ook wat betreft dit onderdeel heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van sub 9 is opgenomen, dit daarvan wel een impliciet bestanddeel vormt.

Overwegingen per feit

De rechtbank zal de drie tenlastegelegde feiten hierna afzonderlijk behandelen. Zij neemt daarbij de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als uitgangspunt voor zover deze worden ondersteund door de verklaring van verdachte zelf of een ander bewijsmiddel.

Feit 1: [slachtoffer 1]

Aan verdachte is onder feit 1 ten laste gelegde dat hij in de periode van 11 mei 2021 tot en met [datum 1] 2023 samen met een ander [slachtoffer 1] seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 2, sub 3, sub 5 en sub 8 Sr.

Betrokkenheid verdachte

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende gedragingen van verdachte vast:

verdachte heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen tegen een bepaald percentage;

verdachte heeft seksadvertenties gemaakt voor het sekswerk van [slachtoffer 1] ;

verdachte heeft voor [slachtoffer 1] seksafspraken gemaakt met klanten;

verdachte heeft een werktelefoon in bezit gehad waarmee hij de seksadvertenties beheerde en contact had met klanten voor het maken van een seksafspraak;

verdachte heeft [slachtoffer 1] instructies gegeven/ aangestuurd in verband met haar sekswerkzaamheden;

verdachte heeft [slachtoffer 1] in zijn woning laten verblijven;

verdachte heeft hotelkamers geboekt voor [slachtoffer 1] in verband met haar sekswerk;

verdachte heeft voor [slachtoffer 1] vervoer (taxi’s) geregeld van en naar de seksafspraken;

verdachte kreeg van [slachtoffer 1] een bepaald percentage van wat zij verdiende met het sekswerk;

verdachte heeft om dit percentage te ontvangen naar [slachtoffer 1] betaalverzoeken gestuurd;

verdachte heeft ook betaalverzoeken naar [slachtoffer 1] gestuurd voor kosten voor de advertenties, taxivervoer en hotelkamers.

Medeplegen

Gelet op de gedragingen die de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, constateert de rechtbank dat verdachte al deze gedragingen alleen heeft gepleegd. Er is dus geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. Het feit dat [medeverdachte] zich in dezelfde periode ook schuldig heeft gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] maakt dit niet anders. [medeverdachte] worden andere gedragingen verweten. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het medeplegen.

Sub 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geworven, vervoerd en gehuisvest. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen. Hierdoor heeft [slachtoffer 1] meerdere seksafspraken gehad met klanten die door verdachte werden geregeld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [slachtoffer 1] daarmee geworven om sekswerk voor hem te verrichten. Gelet op het feit dat verdachte voor [slachtoffer 1] vervoer (taxi’s) heeft geregeld, heeft hij haar ook vervoerd. Tot slot is sprake van huisvesten, omdat verdachte [slachtoffer 1] in zijn woning heeft laten verblijven.

Al deze handelingen – werven, vervoeren en huisvesten – heeft verdachte verricht ten behoeve van het sekswerk door [slachtoffer 1] , die op dat moment minderjarig was. Verdachte ontving daar ook, zoals hij zelf heeft verklaard, commissie voor. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet daarop sprake geweest van het oogmerk van uitbuiting.

Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van de overige ten laste gelegde handelingen, zijnde overbrengen en opnemen. Het dossier bevat hiervoor immers geen bewijs.

Sub 5 en 8

Verdachte heeft met zijn werktelefoon seksadvertenties beheerd waarin de diensten van [slachtoffer 1] werden aangeboden als sekswerker. Ook heeft hij klanten en seksafspraken voor haar geregeld, heeft hij hotelkamers geboekt en vervoer van en naar seksafspraken voor haar geregeld. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] ertoe heeft gebracht dat zij zich beschikbaar heeft gesteld tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Verdachte heeft ook opzettelijk voordeel getrokken uit het sekswerk van [slachtoffer 1] , doordat hij voor dit “regelen”, zoals verdachte het zelf noemt, commissie ontving. De rechtbank acht de subonderdelen 5 en 8 dan ook wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 4.4. weergegeven.

Sub 3

De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij. Zij kan op grond van het dossier namelijk niet vaststellen dat [slachtoffer 1] landgrensoverschrijdende prostitutiewerkzaamheden heeft verricht, waarbij verdachte betrokken zou zijn geweest. Gelet hierop spreekt de rechtbank verdachte ook partieel vrij van de pleegplaats ‘Antwerpen’.

Pleegperiode

Over de pleegperiode overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat verdachte en [slachtoffer 1] op 4 februari 2022 met elkaar hebben afgesproken in [hotel 1] in [plaats 1] . De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in ieder geval kort na dit moment tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen. Zij neemt deze datum dan ook als begindatum van de periode. Omdat [slachtoffer 1] op [geboortedag 2] 2023 achttien jaar is geworden – en dus vanaf dat moment meerderjarig is – neemt de rechtbank [datum 1] 2023 als einddatum van de periode.

Pleegplaats

De rechtbank acht de pleegplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en [woonplaats] wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] klanten heeft ontvangen in het huis van haar broer en het huis van haar oma, beide adressen in [plaats 1] . Verdachte woonde in de pleegperiode in [plaats 2] en regelde ook vanuit zijn woning klanten voor [slachtoffer 1] . Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat zij sekswerk heeft verricht vanuit [hotel 2] in [woonplaats] , waar verdachte ook was.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] in de periode van 4 februari 2022 tot en met [datum 1] 2023 seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 2, sub 5 en sub 8 Sr, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.

Feit 2: [slachtoffer 2]

Aan verdachte is onder feit 2 ten laste gelegde dat hij in de periode van 16 oktober 2022 tot en met [datum 2] 2023 samen met een ander [slachtoffer 2] seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 2, sub 5 en sub 8 Sr.

Betrokkenheid verdachte

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast:

verdachte heeft tegen [slachtoffer 2] gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen tegen een bepaald percentage;

verdachte heeft seksadvertenties gemaakt voor het sekswerk van [slachtoffer 2] ;

verdachte heeft voor [slachtoffer 2] seksafspraken gemaakt met klanten;

verdachte heeft een werktelefoon in bezit gehad waarmee hij de seksadvertenties beheerde en contact had met klanten voor het maken van een seksafspraak;

verdachte heeft [slachtoffer 2] instructies gegeven/ aangestuurd in verband met haar sekswerkzaamheden;

verdachte heeft hotelkamers geboekt voor [slachtoffer 2] in verband met haar sekswerk;

verdachte heeft voor [slachtoffer 2] vervoer (taxi’s) geregeld van en naar de seksafspraken;

verdachte kreeg van [slachtoffer 2] een bepaald percentage van wat zij verdiende met het sekswerk.

Medeplegen

Gelet op de gedragingen die de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, constateert de rechtbank dat verdachte al deze gedragingen alleen heeft gepleegd. Er is dus geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. Het feit dat [medeverdachte] zich in dezelfde periode ook schuldig heeft gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] maakt dit niet anders. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het medeplegen.

Sub 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft geworven en vervoerd. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 2] gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen. Hierdoor is [slachtoffer 2] begonnen met het sekswerk en heeft zij meerdere seksafspraken gehad met klanten die door verdachte werden geregeld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee [slachtoffer 2] geworven om sekswerk voor hem te verrichten. Gelet op het feit dat verdachte voor [slachtoffer 2] vervoer (taxi’s) heeft geregeld, heeft hij haar ook vervoerd.

Beide handelingen – werven en vervoeren – heeft verdachte verricht ten behoeve van het sekswerk door [slachtoffer 2] , die op dat moment minderjarig was. Verdachte ontving daar ook, zoals hij zelf heeft verklaard, commissie voor. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet daarop sprake geweest van het oogmerk van uitbuiting.

Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van de overige ten laste gelegde handelingen, zijnde overbrengen, huisvesten en opnemen. Het dossier bevat hiervoor immers geen bewijs.

Sub 5 en 8

Verdachte heeft met zijn werktelefoon seksadvertenties beheerd waarin de diensten van [slachtoffer 2] werden aangeboden als sekswerker. Ook heeft hij klanten en seksafspraken voor haar geregeld, heeft hij hotelkamers geboekt en vervoer van en naar seksafspraken voor haar geregeld. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] ertoe heeft gebracht dat zij zich beschikbaar heeft gesteld tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Verdachte heeft ook opzettelijk voordeel getrokken uit het sekswerk van [slachtoffer 2] , doordat hij voor dit “regelen”, zoals verdachte het zelf noemt, commissie ontving. De rechtbank acht de subonderdelen 5 en 8 dan ook wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 4.4. weergegeven.

Pleegperiode

[slachtoffer 2] heeft specifiek verklaard dat zij in de week van 16 oktober 2022 is begonnen met het sekswerk. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit deel van de verklaring van [slachtoffer 2] te twijfelen, zodat zij voor de begindatum van de pleegperiode uitgaat van 16 oktober 2022. Omdat [slachtoffer 2] op [geboortedag 3] 2023 achttien jaar is geworden – en dus vanaf dat moment meerderjarig is – neemt de rechtbank [datum 2] 2023 als einddatum van de periode.

Pleegplaats

De rechtbank acht de pleegplaatsen [woonplaats] en [plaats 2] wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 2] klanten heeft ontvangen in de woning van verdachte in [plaats 2] en dat zij ook klanten in [woonplaats] heeft gehad. Ook regelde verdachte klanten voor [slachtoffer 2] vanuit zijn woning in [plaats 2] . Zowel [slachtoffer 2] als verdachte hebben verklaard dat [slachtoffer 2] ook sekswerk heeft verricht in [plaats 3] . De rechtbank acht daarom ook ‘elders in Nederland’ wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] in de periode van 16 oktober 2022 tot en met [datum 2] 2023 seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 2, sub 5 en sub 8 Sr, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.

Feit 3: [slachtoffer 3]

Aan verdachte is onder feit 3 ten laste gelegde dat hij in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 december 2022 samen met een ander [slachtoffer 3] seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 1, sub 2, sub 4, sub 5, sub 6, sub 8 en sub 9 Sr.

Betrokkenheid verdachte

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast:

verdachte heeft tegen [slachtoffer 3] gezegd dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen tegen een bepaald percentage;

verdachte heeft seksadvertenties gemaakt voor het sekswerk van [slachtoffer 3] ;

verdachte heeft voor [slachtoffer 3] seksafspraken gemaakt met klanten;

verdachte heeft een werktelefoon in bezit gehad waarmee hij de seksadvertenties beheerde en contact had met klanten voor het maken van een seksafspraak;

verdachte heeft [slachtoffer 3] gemanipuleerd en onder druk gezet om seks te hebben met klanten;

verdachte heeft [slachtoffer 3] instructies gegeven/ aangestuurd in verband met haar sekswerkzaamheden;

verdachte kreeg van [slachtoffer 3] een bepaald percentage van wat zij verdiende met het sekswerk.

Medeplegen

Gelet op de gedragingen die de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, constateert de rechtbank dat verdachte al deze gedragingen alleen heeft gepleegd. Er is dus geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. Het feit dat [medeverdachte] zich in dezelfde periode ook schuldig heeft gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer 3] maakt dit niet anders. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het medeplegen.

Pleegperiode

Om doelmatigheidsredenen bespreekt de rechtbank eerst de pleegperiode.

De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat verdachte [slachtoffer 1] seksueel heeft uitgebuit vanaf 4 februari 2022. De rechtbank stelt vast dat de situatie rondom [slachtoffer 3] daarna heeft plaatsgevonden. Om die reden gaat de rechtbank voor de begindatum van de pleegperiode uit van 4 februari 2022. Als einddatum van de pleegperiode sluit de rechtbank aan bij de ten laste gelegde periode, omdat een meer specifieke datum door de rechtbank niet kon worden vastgesteld en de momenten van de verweten gedragingen in de periode van 4 februari 2022 tot en met 31 december 2022 waren.

Vrijspraak sub 2, sub 5 en sub 8

Gelet op de bewezenverklaarde periode spreekt de rechtbank verdachte vrij van de subonderdelen 2, 5 en 8. Deze subonderdelen zien immers specifiek op minderjarigen, terwijl [slachtoffer 3] vanaf de begindatum van de bewezenverklaarde periode (4 februari 2022) achttien jaar en dus meerderjarig was.

Sub 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft geworven door tegen haar te zeggen dat hij seksafspraken en klanten voor haar kon regelen. Hierdoor is [slachtoffer 3] begonnen met het sekswerk en heeft zij meerdere seksafspraken gehad met klanten die door verdachte werden geregeld.

De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer 3] kan worden aangemerkt als een kwetsbaar persoon. Op het moment dat zij verdachte leerde kennen, was zij van haar ouderlijk huis weggelopen. Ook was zij toen net meerderjarig, namelijk achttien jaar oud. Bovendien was zij in de bewezenverklaarde periode verslaafd aan drugs en is zij verstandelijk beperkt. Verdachte daarentegen was op dat moment vierentwintig jaar oud waardoor sprake was van een leeftijdsverschil van zes jaar. Het is een gegeven dat in die levensfase bij een leeftijdsverschil van zes jaar sprake kan zijn van een aanzienlijk verschil in ontwikkeling. Dat was hier ook het geval. Verdachte volgde een Hbo-opleiding, had volgens eigen zeggen voldoende inkomen en beschikte over een eigen woning. Vanwege die omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie.

Verdachte heeft [slachtoffer 3] geworven om sekswerk voor hem te verrichten. Verdachte ontving daar ook, zoals hij zelf heeft verklaard, commissie voor. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet daarop sprake geweest van het oogmerk van uitbuiting.

Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van de overige ten laste gelegde gedragingen, zijnde vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen. Het dossier bevat hiervoor immers geen bewijs.

Sub 4

Verdachte heeft met zijn werktelefoon seksadvertenties beheerd waarin de diensten van [slachtoffer 3] werden aangeboden als sekswerker. Ook heeft hij klanten en seksafspraken voor haar geregeld. Zoals hiervoor bij sub 1 is overwogen heeft verdachte misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en de kwetsbare positie van [slachtoffer 3] . Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard.

Sub 6 en 9

De rechtbank acht ook deze onderdelen wettig en overtuigend bewezen. Verdachte ontving voor het “regelen van klanten”, zoals hij het zelf noemt, commissie. Hij heeft aldus opzettelijk voordeel getrokken uit het sekswerk van [slachtoffer 3] . Ook heeft hij, doordat hij misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en de kwetsbare positie van [slachtoffer 3] , haar gedwongen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar sekswerk.

Pleegplaats

De rechtbank acht de pleegplaatsen [plaats 1] , [woonplaats] en [plaats 2] wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 3] klanten heeft ontvangen bij haar thuis in [plaats 1] . Verdachte regelde klanten voor [slachtoffer 3] vanuit zijn woning in [plaats 2] . Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat zij in ieder geval één klant heeft gehad in [woonplaats] .

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] in de periode van 4 februari 2022 tot en met 31 december 2022 seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 1, sub 4, sub 6 en 9 Sr, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1 op een of meer tijdstippen in de periode van 4 februari 2022 tot en met [datum 1] 2023 te [plaats 1] en [plaats 2] en [woonplaats] meermalen

A)een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 2005)

heeft geworven, vervoerd en gehuisvest met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 2°)

en/of

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

en/of

B)telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 2005) met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 8°)

immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 1] verteld dat hij seks afspraken en klanten voor haar kon regelen tegen een bepaald percentage en/of- die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte, laten verblijven en/of- afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 1] en/of- advertentietekst(en) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst op daartoe bestemde websites in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of- een werktelefoon in beheer gehad ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of- die [slachtoffer 1] instructies gegeven in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en die [slachtoffer 1] aangestuurd in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en/of de inkomsten daaruit en/of- hotelkamers geboekt voor die [slachtoffer 1] in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en/of- vervoer voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] geregeld en/of - betaalverzoeken gestuurd naar die [slachtoffer 1] in verband met door hem, verdachte, gemaakte kosten voor geplaatste advertenties en/of taxivervoer en/of hotelkamers en/of die[slachtoffer 1] (cash) laten betalen voor door hem, verdachte, gemaakte kosten voor geplaatste advertenties en/of taxivervoer en/of hotelkamers en/of- een gedeelte van de door [slachtoffer 1] verdiende gelden ontvangen en/of- aldus die [slachtoffer 1] telkens in de gelegenheid gesteld tot het verrichten van seks tegen betaling / prostitutiewerkzaamheden en daartoe afspraken gemaakt;

Feit 2

op een of meer tijdstippen in de periode van 16 oktober 2022 tot en met [datum 2] 2023 te [woonplaats] en [plaats 2] en elders in Nederland, meermalen

A)een ander, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 3] 2005)

heeft geworven en vervoerd met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 2°)

en/of

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

en/of

B)telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 3] 2005) met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 8°)

immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 2] aangegeven dat hij seks afspraken en klanten voor haar kon regelen tegen een bepaald percentage en/of - afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 2] en/of- advertentietekst(en) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst op daartoe bestemde websites in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en/of- een werktelefoon in beheer gehad ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en/of- die [slachtoffer 2] instructies gegeven in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en die [slachtoffer 2] aangestuurd in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en/of de inkomsten daaruit en/of- hotelkamers geboekt voor die [slachtoffer 2] in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en/of- vervoer voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] geregeld en/of- een gedeelte van de door [slachtoffer 2] verdiende gelden ontvangen en/of- aldus die [slachtoffer 2] telkens in de gelegenheid gesteld tot het verrichten van seks tegen betaling / prostitutiewerkzaamheden en daartoe afspraken gemaakt;

Feit 3

op één of meer tijdstippen in de periode van 4 februari 2022 tot en met 31 december 2022 te [plaats 1] en [woonplaats] en [plaats 2]

A)een ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003)(telkens)

door dwang, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 1°)

en/of

heeft gedwongen met een van de onder sub 1 genoemde middelen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele (sub 4°)

en/of

B)* telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003)(sub 6°)

en/of

C)een ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003) telkens heeft gedwongen met een van de onder 1° genoemde middelen, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar ( [slachtoffer 3] ) seksuele handelingen met een derde (sub 9°)

immers heeft hij verdachte - die [slachtoffer 3] aangegeven dat hij seks afspraken en klanten voor haar konregelen tegen een bepaald percentage en/of- die [slachtoffer 3] gemanipuleerd en onder (emotionele) druk gezet om seks te hebben met klanten en door te gaan met de prostitutiewerkzaamheden en/of- afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 3] en/of- advertentietekst(en) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst op daartoe bestemde websites in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] en/of- een werktelefoon in beheer gehad ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] en/of- die [slachtoffer 3] instructies gegeven in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en/of die [slachtoffer 3] aangestuurd in verband met haar prostitutiewerkzaamheden en de inkomsten daaruit en/of- een gedeelte van de door [slachtoffer 3] verdiende gelden ontvangen en/of- aldus die [slachtoffer 3] ertoe aangezet en/of overgehaald om tegen betaling seks te hebben / prostitutiewerkzaamheden te verrichten en telkens in de gelegenheid gesteld tot het verrichten van seks tegen betaling / prostitutiewerkzaamheden en daartoe afspraken gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 54 maanden met aftrek van het voorarrest. Daarnaast wordt gevorderd aan verdachte op te leggen een contactverbod in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen en heeft een woning en werk. Het risico op recidive wordt door de reclassering als laag ingeschat. Gelet hierop wordt verzocht om aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Er is geen bezwaar tegen het opleggen van een contactverbod.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de seksuele uitbuiting van de minderjarige [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en van de net meerderjarige [slachtoffer 3] . Verdachte was destijds zelf vierentwintig en vijfentwintig jaar oud. Uit het dossier is gebleken dat verdachte veelal op eenzelfde manier te werk is gegaan. Verdachte kwam in contact met in elk geval twee van de meisjes via [medeverdachte] . Hij vertelde tegen hen alle drie dat hij seksafspraken met klanten kon regelen tegen een bepaald percentage. Nadat zij hierop in waren gegaan heeft hij seksadvertenties gemaakt en online geplaatst. Ook heeft hij voor hen via een werktelefoon afspraken met klanten gemaakt. Daarnaast boekte hij voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hotelkamers waar seksafspraken plaatsvonden en regelde hij soms het vervoer naar de klanten toe. Vervolgens ontving verdachte een deel van het door de meisjes verdiende geld.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zich door zo te handelen schuldig heeft gemaakt aan de seksuele uitbuiting van de drie slachtoffers. Verdachte wist bovendien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] minderjarig waren, maar hij heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en op geen enkele wijze rekening gehouden met de belangen van deze meisjes. Dat hij geen rekening hield met hun belangen, blijkt ook uit de omstandigheid dat het bij alle drie de meisjes ging om een langere periode van uitbuiting, waarbij sprake was van een hoge frequentie aan klanten. Zo heeft [slachtoffer 1] in een periode van ongeveer anderhalf jaar honderden klanten gehad. Wat het extra kwalijk maakt, is dat het hier ging om drie zeer kwetsbare meisjes, die te kampen hadden met een drugsverslaving, persoonlijke problematiek en/of een problematische thuissituatie. Bovendien is aan het handelen van verdachte slechts een einde gekomen door het ingrijpen van de politie.

Door zijn handelen heeft verdachte meerdere slachtoffers gemaakt en heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de meisjes. Niet voor niets heeft de wetgever in artikel 273f Sr slachtoffers maximaal willen beschermen tegen de handelingen waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt. De ervaring leert dat slachtoffers van dit soort feiten nog gedurende lange tijd psychische schade hiervan ondervinden. Dit geldt ook voor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dit hebben toegelicht bij hun vorderingen tot schadevergoeding. De impact van deze gebeurtenissen op hen is enorm geweest en zij hebben nog steeds last van hetgeen hen in 2022 en 2023 is overkomen.

Verdachte heeft tot de dag van vandaag geen blijk gegeven inzicht te hebben in de ernst en het verwerpelijke van de gehele situatie en zijn rol daarin. Verdachte blijft er namelijk bij dat de handelingen die hij heeft verricht ‘vriendendiensten’ zijn. De rechtbank is van oordeel dat zijn handelingen onder geen beding als vriendendiensten aangemerkt kunnen worden. Verdachte bagatelliseert zijn eigen handelen. Bovendien heeft de reclassering gerapporteerd dat de manier waarop hij over de slachtoffers spreekt opvallend grof is. De door verdachte op zitting geuite spijtbetuiging komt de rechtbank mede daarom niet oprecht voor.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, zodat geen sprake is van recidive.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van 11 september 2025. Hieruit volgt dat er op dit moment sprake lijkt te zijn van stabiliteit op de leefgebieden huisvesting, dagbesteding, financiën (ondanks een grote studieschuld) en middelengebruik.. De reclassering heeft zorgen over, en ziet een mogelijke risicofactor in, het sociaal netwerk van verdachte, nu verdachte aangeeft dat hij de werkzaamheden heeft uitgevoerd voor zijn toenmalige vriendinnen. Daarnaast hebben meerdere vrienden het contact met verdachte verbroken nadat zij in de krant hadden gelezen over de verdenking. Ook heeft de reclassering zorgen op de gebieden psychosociaal functioneren en verdachtes houding. Er lijkt sprake te zijn van een beperkt probleembesef en schuldbewustzijn. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat. Gelet hierop, in combinatie met de houding van verdachte, ziet de reclassering geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Bij een veroordeling wordt daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Wel wordt geadviseerd om een contactverbod in de zin van artikel 38v Sr met de slachtoffers in deze zaak op te leggen. De reclassering adviseert daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

De straf

De rechtbank neemt bij het bepalen van de hoogte van de straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt. Volgens deze oriëntatiepunten wordt voor mensenhandel in de vorm waarvan in de deze zaak sprake is bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden per slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank valt het bewezenverklaarde feit ten aanzien van de meerderjarige [slachtoffer 3] in categorie I van deze oriëntatiepunten, nu er geen sprake is van geweld tegen haar. Deze categorie heeft als uitgangspunt een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, dan wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

De rechtbank is van oordeel dat de enige passende reactie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is. Wel ziet zij een aantal omstandigheden die aanleiding vormen om de duur ervan ten opzichte van de oriëntatiepunten te matigen. In de eerste plaats is er door verdachte – gelukkig – geen geweld gebruikt tegen de slachtoffers en dit moet volgens de oriëntatiepunten tot uitdrukking komen in de op te leggen straf. Daarnaast houdt de rechtbank er bij de strafoplegging rekening mee dat verdachte weliswaar klanten regelde voor de slachtoffers, maar dat zij ook buiten verdachte om voor zichzelf klanten voor seksafspraken regelden. Wat betreft [slachtoffer 1] volgt nog uit de bankafschriften dat zij al sekswerkzaamheden tegen betaling verrichtte voordat zij verdachte leerde kennen. Hoewel er formeel geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, en zonder af te doen aan de ernst van de feiten, houdt de rechtbank er wel in strafmatigende zin rekening mee dat de feiten in 2022 en 2023 hebben plaatsgevonden. Verdachte is first offender en is niet eerder in aanraking gekomen met politie en justitie. Dit geldt ook voor de periode na de voorlopige hechtenis.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Vanwege de aard van het delict ziet de rechtbank aanleiding om daarnaast op grond van 38v Sr een contactverbod op te leggen. Deze maatregel behelst dat verdachte zich dient te onthouden van direct en indirect contact, in welke vorm dan ook, met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Het contactverbod zal worden opgelegd voor de duur van twee jaar en bij overtreding van dit contactverbod zal de rechtbank een vervangende hechtenis van veertien dagen bepalen, met een maximum van zes maanden. De rechtbank zal niet de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel bevelen omdat niet aan de criteria daarvoor ex artikel 38v lid 4 Sr wordt voldaan.

Op de zitting is door de officier van justitie gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 96.400,-, bestaande uit € 86.400,- aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade voor feit 1.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Materiële schade

De benadeelde partij vordert € 86.400,- aan vermogensschade. Volgens de benadeelde partij is dit het bedrag aan inkomsten dat zij is misgelopen omdat verdachte een deel van de opbrengsten uit het sekswerk heeft verkregen. De benadeelde partij heeft voor de berekening hiervan aangesloten bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank acht de door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 17.199,-. Zij heeft hiervoor aangesloten bij wat is overwogen in de ontnemingszaak. In dat vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] in totaal € 17.199,- bedraagt. De rechtbank gaat er in haar oordeel vanuit dat dit het bedrag is dat [slachtoffer 1] is misgelopen omdat verdachte dit deel van de opbrengsten uit het sekswerk heeft ontvangen. Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

De benadeelde vordert een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade. Hiertoe is aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard, ernst en duur van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige psychische gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Immers heeft verdachte met het bewezenverklaarde een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige [slachtoffer 1] . Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op alle omstandigheden, waaronder de inbreuk door andere verdachten, en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding van een bedrag van € 2.500,- billijk.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Conclusie

De rechtbank zal in totaal een bedrag van € 19.699,- toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 18.560,- bestaande uit € 10.560,- aan materiële schade en € 8.000,- aan immateriële schade voor feit 2.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Materiële schade

De benadeelde partij vordert € 10.560,- aan vermogensschade. Volgens de benadeelde partij is dit het bedrag aan inkomsten dat zij is misgelopen omdat verdachte een deel van de opbrengsten uit het sekswerk heeft verkregen. De benadeelde partij heeft voor de berekening hiervan aangesloten bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank acht de door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 8.448,- Zij heeft hiervoor aangesloten bij wat is overwogen in de ontnemingszaak. In dat vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte ten aanzien van [slachtoffer 2] in totaal € 8.448,- bedraagt. De rechtbank gaat er in haar oordeel vanuit dat dit het bedrag is dat [slachtoffer 2] is misgelopen omdat verdachte dit deel van de opbrengsten uit het sekswerk heeft ontvangen. Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

De benadeelde vordert een bedrag van € 8.000,- aan immateriële schade. Hiertoe is aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard, ernst en duur van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige psychische gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Immers heeft verdachte met het bewezenverklaarde een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige [slachtoffer 2] . Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op alle omstandigheden, waaronder de inbreuk door andere verdachten, en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding van een bedrag van € 1.250,- billijk.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Conclusie

De rechtbank zal in totaal een bedrag van € 9.698,- toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal over de toegewezen schadebedragen de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de einddatum van de bewezenverklaarde periode. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van de toegekende schadebedragen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen telefoon is vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat de telefoon aan verdachte toebehoort en dat het bewezenverklaarde feit is begaan met behulp van de telefoon.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 57, 273f van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

feit 2: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

feit 3: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 1º, 4º, 6º en 9º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, een persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2005;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum duur van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2005;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum duur van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2003;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum duur van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 19.699,- waarvan € 17.199,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf [datum 1] 2023 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , € 19.699,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf [datum 1] 2023 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 133 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 9.698,-waarvan 8.448,- aan materiële schade en € 1.250,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf [datum 2] 2023 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , € 9.698,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf [datum 2] 2023 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 83 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp: 1 STK telefoon (omschrijving:

PL2000-ZBRCC23006_788672, iPhone SE, Apple).

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2025.

Bijlage I

De tenlastelegging

Feit 1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 mei 2021 tot en met [datum 1] 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of te Antwerpen en/of elders in Belgie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal

A)een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 2005)

heeft/hebhen geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] . terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 2°)

en/of

heeft/hebben aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor eenderde tegen betaling (sub 3°)

en/of

ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 1] enige handelingfen) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die (seksuele) handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

EN/OF

B.(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 2005) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niethad bereikt (sub 8°)

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer 1] verteld dat hij/zij seks afspraken en/of klanten voor haar kon(den) regelen tegen een bepaald percentage en/of- die [slachtoffer 1] gedwongen en/of onder druk gezet om seks met hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te hebben en/of meermalen, althans eenmaal seks met die [slachtoffer 1] gehad en/of die [slachtoffer 1] gezegd dat hij/zij contact zou(den) opnemen met haar familie en/of haar zou(den) "exposen" en/of weg zou(den) gaan als zij geen seks met hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wilde hebben en/of- (een) (valse) snapchat account(s) aangemaakt en/of- die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) laten verblijven en/of- die [slachtoffer 1] gemanipuleerd en/of onder (emotionele) druk gezet en/of aangezet/aangespoord om seks te hebben met klanten en/of door te gaan met de proslitutiewerkzaamheden en/of die [slachtoffer 1] (agressief) benaderd en/of geprobeerd vast te pakken toen zij een klant niet wilde doen/ontvangen en/of- afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 1] en/of- (een) advertentie(s)(tekst(en)) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst (op daartoe bestemde websites) in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of foto's van die [slachtoffer 1] naar (potentiële) klanten gestuurd en/of- een werktelefoon in beheer gehad voor/ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of- die [slachtoffer 1] instructies en/of tips gegeven in verband met haar/de prostitutiewerkzaamheden en/of die [slachtoffer 1] aangestuurd en/of opdrachten gegeven in verband met haar/de prostitutiewerkzaamhedenen/of de inkomsten daaruit en/of- (een) hotelkamer(s) geboekt voor die [slachtoffer 1] in verband met haar/de prostitutiewerkzaamheden en/of- vervoer/taxi’s voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] geregeld en/of die [slachtoffer 1] met de fiets naar seks afspraken vervoerd en/of- zorg gedragen voor controle en/of begeleiding en/of beveiliging/bescherming en/of toezicht op (de prostitutiewerkzaamheden van) die [slachtoffer 1] en/of- betaalverzoeken gestuurd naar die [slachtoffer 1] in verband met (door hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n)) gemaakte kosten voor geplaatste advertenties en/of taxivervoer en/of hotelkamers en/of die[slachtoffer 1] (cash) laten betalen voor (door hem, verdachte en/of zijn medeverdachtc(n)) gemaakte kosten voor geplaatste advertenties en/of taxivervoer en/of hotelkamers en/of- het percentage dat [slachtoffer 1] (van haar verdiende geld uit prostitutiewerkzaamheden) moest afstaan en/of af stond (aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n)) meermalen verhoogd en/of- de door die [slachtoffer 1] met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geleden ingenomen en/of beheerd en/of afgepakt, althans een (aanzienlijk/substantieel) gedeelte van de door [slachtoffer 1] verdiende gelden afgepakt en/of ingehouden en/of ontvangen en/of- (aldus) die [slachtoffer 1] (telkens) ertoe aangezet en/of overgehaald om (tegen betaling) seks te hebben /prostitutiewerkzaamheden te verrichten en/of (telkens) in de gelegenheid gesteld/gebracht tot het verrichten van seks (tegen betaling) /prostitutiewerkzaamheden en/of daartoe (een) afspraak/afspraken gemaakt:( art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1Wetboek van Strafrecht )

Feit 2 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 oktober 2022 tot en met [datum 2] 2023 te [woonplaats] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal

A)een ander, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 3] 2005)

heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 2°)

en/of

ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 2] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die (seksuele) handelingen, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

EN/OF

B.(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 3] 2005) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet hadbereikt (sub 8°)

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer 2] verteld/aangegeven dat hij/zij seks afspraken en/of klanten voor haar kon(den) regelen tegen een bepaald percentage en/of- die [slachtoffer 2] gedwongen en/of onder druk gezet en/of gemanipuleerd om seks met hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te hebben en/of meermalen, althans eenmaal seks met die [slachtoffer 2] gehad en/of- die [slachtoffer 2] gemanipuleerd en/of onder (emotionele) druk gezet en/ol'aangezel/aangespoord om seks te hebben met klanten en/of door te gaan met de prostitutiewerkzaamheden en/of- afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 2] en/ol- die [slachtoffer 2] gemanipuleerd en/of ertoe overgehaald en/of zover gekregen om seks zonder condoom te hebben met klanten en/of- die [slachtoffer 2] van lachgastanks voorzien en/of- (een) advertentie(s)(tekst(en)) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst (op daartoe bestemde websites) in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en/of- een werktelefoon in beheer gehad voor/ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en/of- die [slachtoffer 2] instructies en/of tips gegeven in verhand met haar/de prostitutiewerkzaamheden en/of die [slachtoffer 2] aangestuurd en/of opdrachten gegeven in verband met haar/de prostitutiewerkzaamhedenen/of de inkomsten daaruit en/of- (een) hotelkamer(s) geboekt voor die [slachtoffer 2] in verband met haar/de prostitutiewerkzaamheden en/of- vervoer/taxi’s voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] geregeld en/of- zorg gedragen voor controle en/of begeleiding en/of beveiliging/hescherming en/of toezicht op (de prostitutiewerkzaamheden van) die [slachtoffer 2] en/of- de door die [slachtoffer 2] met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geleden ingenomen en/of beheerd en/of afgepakt, althans een (aanzienlijk/substantieel) gedeelte van de door [slachtoffer 2] verdiende gelden afgepakt en/of ingebonden en/of ontvangen en/of- (aldus) die [slachtoffer 2] (telkens) ertoe aangezet en/of overgehaald om (tegen betaling) seks te (blijven) hebben /prostitutiewerkzaamheden te verrichten en/of (telkens) in de gelegenheid gesteld/gebracht tot hetverrichten van seks (tegen betaling) /prostitutiewerkzaamheden en/of daartoe (een) afspraak/afspraken gemaakt;( art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 5C Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1Wetboek van Strafrecht)

Feit 3 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 31 december 2022 te [plaats 1] en/of [woonplaats] en/of [plaats 2] en/of in een of meer andere plaats(en) in Nederland, tezamenen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)een ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003)(telkens)

door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandighedenvoortvloeiend overwicht door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 1°)

en/of

heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niethad bereikt (sub 2°)

en/of

heeft/hebben gedwongen met een van de onder sub 1 genoemde middelen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachte's mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°)

en/of

ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 3] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die (seksuele) handelingen, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

EN/OF

B.* (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003)(sub 6°) en/of* (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedag 4] 2003) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttienjaren nog niet had bereikt (sub 8°)

EN/OF

C)een ander, te weten [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 4] 2003) (telkens) heeft/hebben gedwongen met een van de onder 1° genoemde middelen dan wel bewogen hem, verdachte en/of zijn mededader(s) tebevoordelen uit de opbrengst van haar ( [slachtoffer 3] ) seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°)

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)- die [slachtoffer 3] verteld/gezegd dat prostitutiewerkzaamheden (goed) (zouden kunnen) helpen om een (ondergane) verkrachting te verwerken en/of over een verkrachting heen te komen en/of- die [slachtoffer 3] (met de trein) meegenomen naar [woonplaats] en/of- die [slachtoffer 3] geintroduceerd in de prostitutiewereld en/of- die [slachtoffer 3] vertcld/aangegeven dat hij/zij seks afspraken en/of klanten voor haar kon(den) regelen tegen een bepaald percentage en/of- die [slachtoffer 3] gemanipuleerd en/of onder (emotionele) druk gezet en/of aangezet/aangespoord om seks te hebben met klanten en/of door te gaan met de prostitutiewerkzaamheden en/of- afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 3] en/of- (een) advertentie(s)(tekst(en)) opgesteld en/of gemaakt en/of geplaatst (op daartoe bestemde websites) in verband met de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] en/of- een werktelefoon in beheer gehad voor/ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] en/of- die [slachtoffer 3] instructies en/of tips gegeven in verband met haar/de prostitutiewerkzaamheden en/of die [slachtoffer 3] aangestuurd en/of opdrachten gegeven in verband met haar/deprostitutiewerkzaamheden en/of de inkomsten daaruit en/of- vervoer/taxi’s voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 3] geregeld en/of die [slachtoffer 3] naar afspraken vervoerd en/of laten vervoeren en/of in de auto en/of taxi op die [slachtoffer 3] gewacht (als die [slachtoffer 3] bij een of meer klant(en) was) en/of- zorg gedragen voor controle en/of begeleiding en/of beveiliging/bescherming en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van) die [slachtoffer 3] en/of- de door die [slachtoffer 3] met de prostitutiewerkzaamheden verdiende gelden ingenomen en/of beheerd en/of afgepakt, althans een (aanzienlijk/substantieel) gedeelte van de door [slachtoffer 3] verdiende gelden afgepakt en/of ingehouden en/of ontvangen en/of- (aldus) die [slachtoffer 3] (telkens) ertoe aangezet en/of overgehaald om (tegen betaling) seks te (blijven) hebben /prostitutiewerkzaamheden te (blijven)verrichten en/of (telkens) in de gelegenheid gesteld/gebrachttot het verrichten van seks (tegen betaling) /prostitutiewerkzaamheden en/of daartoe (een) afspraak/afspraken gemaakt;(art273flid 1 ahf/sub 1°, art 273f lid 1 ahf/sub 7? Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht,art 2731 lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht, art 2731' lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?