2. De feiten
Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 13 oktober 2014 tot 10 augustus 2016;
- uit hun huwelijk is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015 (hierna: [minderjarige] );
- partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag;
- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw;
- de vrouw heeft uit een latere relatie één zoon, de man heeft uit een latere relatie twee zonen.
Partijen zijn in het kader van hun echtscheiding een ouderschapsplan overeengekomen (24 april 2016). Hierin hebben zij afgesproken dat de man [minderjarige] kan zien wanneer hij dat wil in overleg tussen partijen. De regeling is nadien gewijzigd en partijen hebben afgesproken dat de man [minderjarige] in eerste instantie ieder weekend van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur en tijdens de helft van de schoolvakanties zag. Eind 2024 is dit gewijzigd in één weekend per veertien dagen.
Partijen zijn in het ouderschapsplan van 24 april 2016 verder overeengekomen dat er geen kinderbijdrage werd vastgesteld omdat zij beiden een bijstandsuitkering ontvingen en er huwelijkse schulden waren die de draagkracht van partijen beperkten. Bij beschikking van 3 april 2018 is deze bepaling in het ouderschapsplan gewijzigd en een door de man aan de vrouw te bepalen bijdrage ten behoeve van [minderjarige] vastgesteld. Bij beschikking van 16 december 2019 is deze bijdrage met ingang van 3 april 2018 op nihil gesteld.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt:
- de door de man te betalen bijdrage ten behoeve van [minderjarige] met ingang van 1 juni 2025 nader vast te stellen op € 413,= per maand;
- met compensatie van proceskosten.
De man verzoekt een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) te bepalen.
4. De beoordeling
Wijkrechtspraak
In het kader van het “ [project] ” heeft een Multidisciplinair Overleg (MDO) plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Uit het verslag van het MDO volgt dat bij dit gesprek aanwezig waren de advocaten van partijen, drie medewerkers van de [hulpverlening] , medewerkers van de Raad, de Gezinsmanager, Pro6, alsjeuitelkaargaat, de gemeente Tilburg en het Advies- en Triage Punt ZVHMB. [hulpverlening] heeft tevens gesprekken gevoerd met beide ouders en met [minderjarige] . Hieruit volgt dat beide ouders de omgang tussen de man en [minderjarige] heel anders beleven. Volgens de vrouw is er veel bemoeienis van de partner van de man als [minderjarige] bij de man is. Volgens de man wordt [minderjarige] door de vrouw te veel meegenomen in volwassenproblemen en gebruikt de vrouw [minderjarige] om in contact te komen met de man. Inmiddels heeft er al enkele maanden geen contact meer plaatsgevonden tussen de man en [minderjarige] . [hulpverlening] heeft zorgen over [minderjarige] , want onduidelijk is hoe hij zich echt voelt en wat hij vindt. Vermoed wordt dat hij in een loyaliteitsconflict zit. Vanuit de [hulpverlening] wordt aangegeven dat het goed zou zijn als partijen psycho-educatie ontvangen en een KIES-training voor [minderjarige] wordt ingezet. De [hulpverlening] vraagt zich echter af of partijen open staan voor hulpverlening. Verder is tijdens het MDO een zorgregeling opgesteld, met enkele gedragsregels.
De zorgregeling
Op de zitting is de (opbouwende) zorgregeling zoals aan de orde gekomen tijdens het MDO tot uitgangspunt genomen en zijn de volgende afspraken gemaakt over de reguliere zorgregeling, de verdeling van de vakanties en feestdagen en de gedragsregels rondom de zorgregeling.
Reguliere zorgregeling
- [minderjarige] verblijft bij de man eenmaal in de veertien dagen in het weekend;
- de eerste twee weekenden (1 november en 15 november 2025) is het contactmoment op zaterdag van 14:00 uur tot 18:00 uur;
- de twee weekenden daarna (28/29 november en 12/13 december 2025) duurt het contactmoment van vrijdag 18:00 uur tot zaterdag 18:00 uur. Met uitzondering van het weekend van 12/13 december; op die zaterdag zal [minderjarige] om 12:00 uur teruggaan naar de vrouw in verband met de viering van haar verjaardag;
- daarna (dus vanaf 26 december 2025) duurt het contactmoment van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur;
- de man haalt [minderjarige] , zoals gebruikelijk, op aan het einde van de straat;
- tijdens de opbouwfase van deze zorgregeling, dus tot en met 13 december 2025, zal er tijdens de weekenden dat [minderjarige] bij de man verblijft geen contact plaatsvinden tussen de vrouw en [minderjarige] . Vanaf 26 december 2025 heeft te gelden dat [minderjarige] en de vrouw tijdens het weekend dat [minderjarige] bij de man is eenmaal telefonisch contact hebben, als daar behoefte aan is, namelijk op zaterdag om 17:00 uur;
- verder zullen de locatievoorzieningen op de telefoon van [minderjarige] worden uitgezet als hij bij de man verblijft, dit geldt zowel voor de reguliere zorgregeling als de onderstaande verdeling van de vakanties en feestdagen.
Verdeling van de vakanties en feestdagen
- de vakanties worden bij helfte gedeeld tussen partijen, in die zin dat [minderjarige] in de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij elke ouder verblijft, in de vakanties van twee weken een week bij ieder van partijen verblijft en in de vakanties van één week de helft van de week bij iedere ouder verblijft;
- de eerste week of eerste helft van de vakanties van één of twee weken verblijft [minderjarige] bij de ouder bij wie hij volgens de zorgregeling ook zou verblijven. Het wisselmoment vindt plaats op woensdag om 12:00 uur bij de vakanties van één week;
- in het geval de vrouw in de meivakantie op vakantie wenst te gaan, geldt voor die vakantie een uitzondering op het voorgaande. Zij zal de man uiterlijk eind januari informeren of zij op vakantie zal gaan in de meivakantie en voor welke periode dat is en welke dagen [minderjarige] dan nog bij de man kan verblijven;
- voor het Suikerfeest en het Offerfeest heeft te gelden dat [minderjarige] in de even jaren tijdens het Suikerfeest bij de man en tijdens het Offerfeest bij de vrouw zal verblijven, in de oneven jaren is dat andersom;
- tijdens de overige feestdagen loopt de reguliere zorgregeling door.
De rechtbank acht deze regeling op dit moment in het belang van [minderjarige] en zal de huidige afspraken over de zorgregeling wijzigen overeenkomstig de op zitting gemaakte afspraken, met dien verstande dat de afgesproken regeling als voorlopige regeling zal worden vastgelegd. Op de zitting zijn namelijk door zowel de Toegang Tilburg en de Raad zorgen geuit over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] gelet op de spanningen en strijd tussen zijn ouders. Deze zorgen worden door partijen erkend en ook de rechtbank heeft die zorgen over [minderjarige] . Gelet daarop hebben ouders aangegeven het belangrijk te vinden dat [minderjarige] zal worden aangemeld voor een KIES-training (Kinderen In Een Scheiding). De Toegang Tilburg heeft [minderjarige] na de zitting hiervoor aangemeld. Ook zal, zoals hieronder uiteengezet, een bijzondere curator worden benoemd voor [minderjarige] . Het is van belang dat [minderjarige] eerst deel zal nemen aan de KIES-training en door een bijzondere curator wordt onderzocht wat [minderjarige] nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen als kind van twee gescheiden ouders die (nog) niet met elkaar (kunnen) communiceren. Pas daarna zal worden bezien of de afgesproken zorgregeling ook definitief kan worden vastgelegd of dat deze moet worden aangepast. De definitieve beslissing op het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling zal worden aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.
Bijzondere curator
De rechtbank stelt voorop dat in aangelegenheden die onder andere gaan over de verzorging en opvoeding van een kind, de rechtbank een bijzondere curator kan benoemen wanneer dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht (artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek).
Uit de overgelegde stukken en hetgeen op de zitting is besproken blijkt het volgende. Kort na de geboorte van [minderjarige] is de relatie tussen partijen beëindigd. Tot op heden zijn er veel spanningen tussen hen. Deze spanningen zijn zo groot dat enige vorm van communicatie tussen partijen niet mogelijk is. Duidelijk is geworden dat voor partijen de enige optie op dit moment parallel ouderschap is. Hoewel dit in de situatie van partijen de beste optie lijkt, betekent dit een extra last voor [minderjarige] . Hij moet zich daardoor namelijk staande houden in een situatie waarbij zijn ouders niet met elkaar (kunnen) communiceren en belangrijke zaken over hem niet door zijn ouders (kunnen) worden besproken met elkaar. Daarnaast wensen partijen niet met elkaar in één ruimte te zijn. Dit betekent onder andere dat bij belangrijke gebeurtenissen in zijn leven, zoals afzwemmen of een voorstelling op school, de man er niet bij zal zijn omdat hij het niet ziet zitten in een ruimte met de vrouw te komen en de vrouw heeft aangegeven in ieder geval altijd bij die gebeurtenissen aanwezig te zullen zijn. Partijen zouden dit graag anders zien, maar zien nog geen mogelijkheden om daar ieder voor zich vanuit hun eigen positie een verandering in tot stand te brengen. Om hen moverende redenen willen zij geen hulpverlening aanvaarden op dit moment. Hoewel partijen op de zitting afspraken hebben gemaakt over een zorgregeling, heeft de rechtbank op de zitting aangegeven het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk te vinden dat er een bijzondere curator wordt benoemd voor hem. Partijen hebben op de zitting aangegeven hiermee in te stemmen. Ook de Toegang Tilburg en de Raad hebben aangegeven dit te ondersteunen.
Mr. J. Nederlof is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
De bijzondere curator krijg als opdracht om [minderjarige] te ondersteunen in de zorgregeling met zijn vader en in de manier waarop hij moet omgaan met de wijze waarop zowel zijn moeder als vader het ouderschap vormgeven. Hierbij kan de bijzondere curator ook een ondersteunende rol hebben in het KIES-traject waarvoor [minderjarige] is aangemeld. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator twee maanden na afronding van het KIES-traject een verslag in te dienen bij de rechtbank over zijn bevindingen en daarbij aan te geven waar [minderjarige] tegenaan loopt, of zijn belang gediend is bij de afgesproken geldende zorgregeling, wat hij nodig heeft aan eventuele hulpverlening en wat hij nodig heeft van zijn ouders zodat hij een goed contact kan hebben met beide ouders en niet klem komt te zitten tussen hen.
De rechtbank geeft de bijzondere curator de ruimte om zowel met [minderjarige] , als met ouders, en de betrokken hulpverleners vanuit het KIES-traject, in gesprek te gaan om zijn belangen te kunnen behartigen.
Kinderalimentatie
Ter zitting hebben partijen afspraken gemaakt over de door de man te betalen kinderbijdrage ten behoeve van [minderjarige] . Hierbij hebben zij de namens de man overgelegde alimentatieberekening gevolgd (bijlage bij de brief van 12 november 2025). Hieruit volgt een door de man te betalen bijdrage ter hoogte van € 169,= per maand. De man zal deze bijdrage gaan betalen met ingang van 1 november 2025.
Verder hebben partijen afgesproken dat de man voor de periode van juli tot en met oktober 2025 de bijdrage zal voldoen die hij tot juli 2025 aan de vrouw voldeed, namelijk € 90,= per maand. In totaal dient de man dus nog € 360,= te voldoen over die maanden. Hij zal dit bedrag in termijnen aan de vrouw betalen, namelijk de komende zes maanden lang € 60,= per maand.
Deze bijdrage zal de man voldoen op de bankrekening van de vrouw, in plaats van de bankrekening van [minderjarige] zoals voorheen gebruikelijk was.
De rechtbank komen de gemaakte afspraken niet ongegrond voor en zal het verzoek van de vrouw toewijzen overeenkomstig het voorgaande. Het meer of anders verzochte wat betreft de kinderalimentatie zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijzigt het ouderschapsplan van 24 april 2016 en de nadien gemaakte afspraken van partijen in afwijking van dat ouderschapsplan als volgt:
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:
- eenmaal in de veertien dagen in het weekend;
- de eerste twee weekenden (1 november en 15 november 2025) is het contactmoment op zaterdag van 14:00 uur tot 18:00 uur;
- de twee weekenden daarna (28/29 november en 12/13 december 2025) duurt het contactmoment van vrijdag 18:00 uur tot zaterdag 18:00 uur, met uitzondering van het weekend van 12/13 december, op die zaterdag zal [minderjarige] om 12:00 uur teruggaan naar de vrouw in verband met de viering van haar verjaardag;
- daarna (dus vanaf 26 december 2025) duurt het contactmoment van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur;
- de man haalt [minderjarige] , zoals gebruikelijk, op aan het einde van de straat;
- één en ander met in achtneming van hetgeen is opgenomen in rechtsoverweging 4.2;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen genoemde minderjarige [minderjarige] en partijen:
- de vakanties worden bij helfte gedeeld tussen partijen, in die zin dat [minderjarige] in de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij elke ouder verblijft, in de vakanties van twee weken een week bij ieder van partijen verblijft en in de vakanties van één week de helft van de week bij iedere ouder verblijft;
- de eerste week of eerste helft van de vakanties van één of twee weken verblijft [minderjarige] bij de ouder bij wie hij volgens de zorgregeling ook zou verblijven. Het wisselmoment vindt plaats op woensdag om 12:00 uur bij de vakanties van één week;
- in het geval de vrouw in de meivakantie op vakantie wenst te gaan, geldt voor die vakantie een uitzondering op het voorgaande. Zij zal de man uiterlijk eind januari informeren of zij op vakantie zal gaan in de meivakantie en voor welke periode dat is en welke dagen [minderjarige] dan nog bij de man kan verblijven;
- voor het Suikerfeest en het Offerfeest heeft te gelden dat [minderjarige] in de even jaren tijdens het Suikerfeest bij de man en tijdens het Offerfeest bij de vrouw zal verblijven, in de oneven jaren is dat andersom;
- tijdens de overige feestdagen loopt de reguliere zorgregeling door;
benoemt – met inachtneming van hetgeen is overwogen in rechtsoverwegingen 4.5 tot en met 4.8 – over genoemde minderjarige [minderjarige] tot bijzondere curator: mr. J. Nederlof;
verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk twee maanden na afronding van het voor genoemde minderjarige [minderjarige] in te zetten KIES-traject de rechtbank schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen;
wijzigt voormelde beschikking van 16 december 2019 als volgt:
bepaalt dat de daarin op nihil gestelde kinderbijdrage ten behoeve van genoemde minderjarige nader wordt vastgesteld in die zin dat:
- de man over de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 oktober 2025 aan de vrouw moet voldoen een bedrag van € 360,= (driehonderdzestig euro) in totaal, waarbij hij dit bedrag in zes maandelijkse termijnen van € 60,= (zestig euro) per maand zal voldoen met ingang vanaf 1 november 2025;
- de man met ingang van 1 november 2025 aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 169,= (honderdnegenenzestig euro) per maand;
wijst het meer of anders verzochte wat betreft de wijziging van de kinderbijdrage af;
houdt de beslissing op het verzoek tot wijziging van de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de compensatie van de proceskosten aan tot 16 juni 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, en, in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.