RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441550 / FA RK 25-5672
Datum uitspraak: 17 november 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1984 in [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. J. van Rooijen te Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 4 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 4 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mw. [casemanager] , casemanager FACT-team Dongen (telefonisch).
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene vertelt dat ze het verzoek niet begrijpt. Ze is in oktober bezocht door twee vrouwen die haar vertelden dat er niks lichamelijks of geestelijks met betrokkene aan de hand is. Ze kan zich daarom niet vinden in de diagnose schizofrenie. Betrokkene vindt de psychiatrische zorg dan ook niet nodig. Ze woont al ruim tien jaar in deze woning en dat gaat goed. Daarnaast licht betrokkene toe dat ze wacht op een uitkering en dat een vriendin haar hierbij helpt. Betrokkene heeft wel eens in haar hoofd contact met haar. Verder heeft betrokkene werk gevonden in een horecazaak. Daar kan ze beginnen zodra de zaak opent, maar wil er verder niet al teveel over vertellen. Betrokkene wil zo snel mogelijk haar leven weer oppakken. Verder geeft ze aan dat ze ervoor open staat om in gesprek te gaan met het FACT-team. Ze komt ook alle afspraken na, aangezien ze thuis is gebleven voor deze zitting, ondanks dat ze is gebeld dat de zitting niet door zou gaan.
De advocaat stelt zich namens betrokkene op het primaire standpunt dat er geen sprake is van een psychische stoornis, aangezien betrokkene geen schizofrenie heeft. Er is daarom ook geen causaal verband tussen een psychische stoornis en ernstig nadeel. Om deze redenen moet het verzoek worden afgewezen. Daarnaast stelt de advocaat zich op het subsidiaire standpunt dat betrokkene aangeeft vrijwillig in gesprek te willen gaan met het FACT-team om met hen afspraken te maken over bijvoorbeeld medicatie. Ze is ook thuis gebleven voor deze zitting, ondanks dat ze is gebeld dat de zitting niet door zou gaan. Betrokkene staat open voor contact. Dit maakt dat het verzoek moet worden afgewezen. Meer subsidiair stelt de advocaat dat de verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het beperken van de bewegingsvrijheid en een opname, niet voorzienbaar zijn en daarom moeten worden afgewezen.
De casemanager licht toe dat het FACT-team meermaals heeft geprobeerd om in contact te komen met betrokkene door haar woning te bezoeken, maar dat dit niet is gelukt. Vanuit bemoeizorg heeft het FACT-team bericht gehad dat betrokkene vermoedelijk psychotisch gedrag vertoont. Ook is er sprake van een verwaarloosde woning en maatschappelijke teloorgang. In oktober is betrokkene bezocht door een collega en de onafhankelijk psychiater. Bij betrokkene is sprake van een psychotisch beeld met hallucinaties, paranoïde gedrag en desorganisatie. Betrokkene gaf toen aan dat ze aan het wachten is op een uitkering en dat een stem in haar hoofd dit voor haar aan het regelen is. De casemanager weet niet of betrokkene werk heeft gevonden, omdat er tot op heden geen contact met haar mogelijk is geweest. Betrokkene heeft geen ziektebesef. Een zorgmachtiging is noodzakelijk om te voorkomen dat het ernstig nadeel toeneemt. De casemanager verklaart verder dat het de bedoeling is om betrokkene te diagnosticeren en de medicatie ambulant op te starten in overleg met betrokkene. Als het niet lukt om met betrokkene afspraken te maken, is een opname en de beperking van de bewegingsvrijheid noodzakelijk. Het is op dit moment niet voorzienbaar dat deze zorgvormen nodig zullen zijn.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de verzochte duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, hetgeen gekenmerkt wordt door paranoïde wanen, akoestische hallucinaties en desorganisatie. Deze diagnose is door de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring gesteld en is door de casemanager tijdens de mondelinge behandeling bevestigd. Betrokkene erkent dat er bij haar sprake is van een psychische kwetsbaarheid. De rechtbank ziet geen redenen om aan de door de onafhankelijk psychiater gestelde diagnose te twijfelen.
Het is de rechtbank daarnaast gebleken dat de voornoemde stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat de woning van betrokkene fors verwaarloosd is. De zelfzorg van betrokkene is ook zeer matig. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat betrokkene (nog) geen werk en inkomen heeft. Betrokkene geeft aan op een uitkering te wachten, maar onderneemt zelf geen actie, omdat een stem in haar hoofd het zal oplossen. Ze leeft van het verzamelen van blikjes op straat. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan werk te hebben gevonden, maar kan dit niet verder toelichten. Verder is gebleken dat betrokkene schulden heeft, haar rekeningen niet meer kan betalen en hierover het overzicht kwijt is. Ook heeft betrokkene geen sociale contacten. Tot slot was betrokkene niet in staat om voor haar hond te zorgen, nu de hond door de dierenpolitie van haar is afgenomen en is geëuthanaseerd.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene van mening is dat ze geen psychische stoornis heeft en daarom ook geen zorg nodig heeft. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat bemoeizorg betrokken is geweest, zonder resultaat. Hulp in de vorm van een oriënterend lab en een MRI-cerebrum heeft ze afgeslagen. Verder is gebleken dat het FACT-team meerdere pogingen heeft gedaan om in contact te komen met betrokkene, wat niet is gelukt. Tijdens de zitting geeft betrokkene weliswaar aan open te staan voor het maken van afspraken over medicatie en zorg, maar deze vrijwilligheid is zeer pril en nog onvoldoende bestendig. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank zal de overige verzochte vormen van verplichte zorg, te weten ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’, afwijzen, nu de noodzakelijkheid en voorzienbaarheid daarvan onvoldoende is gemotiveerd.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1984 in [plaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 1 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.