RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441244 / FA RK 25-5493
Datum uitspraak: 17 november 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven te Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van 27 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 27 oktober 2025;
het proces-verbaal van aanhouding van deze rechtbank van 7 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene;
[psychiater] , psychiater.
De officier van justitie is, zoals al aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.
De mondelinge behandeling van het verzoek stond aanvankelijk gepland op
7 november 2025. Betrokkene is toen niet verschenen. Om betrokkene in staat te stellen alsnog haar mening over het verzoek kenbaar te maken, heeft de rechtbank de verdere behandeling van het verzoek aangehouden tot de zitting van vandaag. Betrokkene is op de hoogte gesteld van de datum en het tijdstip van de nieuwe zitting met een oproepbrief die de rechtbank op 7 november 2025 in haar brievenbus heeft achtergelaten. Betrokkene is echter wederom niet verschenen. De rechtbank heeft meerdere keren aangebeld en geklopt bij de woning van betrokkene, maar zij deed niet open. De advocaat heeft toegelicht dat het hem, ondanks meerdere pogingen, ook niet is gelukt om in contact te komen met betrokkene. Verder geeft de psychiater aan dat het hem ook niet is gelukt om betrokkene te spreken. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat betrokkene afziet van haar recht te worden gehoord, nu zij op de hoogte was of had moeten zijn van de nieuwe zitting van vandaag. De rechtbank zet daarom de zitting buiten de aanwezigheid van betrokkene voort.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij hoopt dat betrokkene snel kan worden behandeld. In het verleden is betrokkene succesvol behandeld, waardoor de zorg was overgedragen aan bemoeizorg via de huisarts. Betrokkene is echter gestopt met de inname van haar medicatie, wat heeft gezorgd voor een terugval. De psychiater kan het toestandsbeeld van betrokkene niet goed inschatten, waardoor het moeilijk is om aan te geven of het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen noodzakelijk zijn. In eerste instantie gaat het vooral om het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles, maar de voornoemde zorgvormen moeten wel in de machtiging worden opgenomen. Verder licht de psychiater toe dat de zorgvormen beperken van de bewegingsvrijheid en opname niet zijn verzocht, maar wel noodzakelijk zijn. Tot slot verklaart de psychiater dat het lastig is om in te schatten voor welke periode de zorgvormen nodig zijn. De verzochte duur van zes maanden is reëel, aangezien het doel is om betrokkene eerst ambulant te behandelen. Mocht dat niet lukken, dan moet een opname worden gevraagd via een wijziging van de zorgmachtiging.
De advocaat licht toe dat het hem niet is gelukt om in contact te komen met betrokkene. De psychiater geeft aan dat de zorgvormen beperken van de bewegingsvrijheid en opname noodzakelijk zijn, maar een aanvulling van het verzoek heeft betrokkene niet kunnen voorzien. Het is namelijk niet duidelijk of betrokkene ook bewust heeft afgezien van haar recht te worden gehoord over deze zorgvormen. Deze zorgvormen kunnen dan ook niet worden toegewezen. Tot slot geeft de advocaat aan dat hij de noodzakelijke duur van elke verplichte zorgvorm in het zorgplan onduidelijk vindt omschreven.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de verzochte duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de zitting van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Er is bij betrokkene sprake van een psychotisch toestandsbeeld, hetgeen gekenmerkt wordt door auditieve hallucinaties, achterdocht en paranoïde wanen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene fors achterdochtig en geagiteerd is. Zo scheldt betrokkene haar buurvrouw uit en maakt ze grove opmerkingen over de overleden buurman. Inmiddels richt de achterdocht en agitatie zich ook naar de rest van de buurt.
Betrokkene is intimiderend naar nieuwkomers en de buurtkinderen zijn bang voor haar. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat betrokkene in toenemende mate overlast veroorzaakt door te schreeuwen, wat zorgt voor veel politiemeldingen en meldingen bij de woningbouw. Ze loopt hierdoor het risico om haar woning te verliezen. Verder kan het dreigende, agressieve en intimiderende gedrag van betrokkene agressie van anderen oproepen. Tot slot leeft betrokkene in een sociaal isolement.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de zitting volgt dat betrokkene zorgmijdend is. Er is sprake van een wantrouwen naar hulpverleners en ze wil geen bemoeienis van de GGZ. Er is ook geen sprake van ziektebesef en -inzicht. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat betrokkene op eigen initiatief is gestopt met de inname van haar medicatie, hetgeen heeft gezorgd voor een terugval. Er kan dan ook niet worden gesproken van vrijwilligheid. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Voor zover de psychiater tijdens de zitting het verzoek heeft gedaan om ook de niet-verzochte vormen van verplichte zorg, te weten ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opname’, toe te wijzen, overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene is niet tijdens de zitting verschenen en er is geen contact met haar geweest, wat maakt dat zij niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord over deze aanvullende vormen van verplichte zorg die niet in het verzoekschrift zijn opgenomen. De rechtbank kan ook niet vaststellen of betrokkene bewust heeft afgezien van haar recht te worden gehoord over deze zorgvormen. Gelet op het voorgaande zullen deze zorgvormen niet worden toegewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 1 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.