RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441191 / FA RK 25-5464
Datum uitspraak: 5 november 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , [land] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting GGZ [locatie] ,
advocaat: mr. A.W.M. van de Wouw te Galder.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 24 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 24 oktober 2025.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[psychiater] , psychiater;
[arts] , arts.
Tevens was als toehoorder aanwezig, maar is niet gehoord:
- een co-assistent.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene vertelt dat het slecht met haar gaat. Er is niks meer fijn aan het leven. Daarnaast geeft ze aan dat ze graag opgenomen wil blijven, aangezien ze nergens anders heen kan. Betrokkene wil tot slot geen ECT-behandeling, nu dit haar niet zal helpen.
De advocaat verklaart namens betrokkene dat betrokkene vrijwillig opgenomen wil blijven, maar geen ECT-behandeling wenst. Verder geeft de advocaat aan dat het wenselijk is als er voor betrokkene een mentor wordt aangevraagd. Namens betrokkene stelt de advocaat zich op het primaire standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen, aangezien betrokkene vrijwillig opgenomen wil blijven. Mocht de rechtbank het verzoek wel toewijzen, dan is de advocaat van mening dat de volledige zes maanden noodzakelijk zijn met de zorgvormen die zien op het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid, een opname en het aanbrengen van beperkingen het eigen leven in te richten, voor zover het ziet op het accepteren van de zelfzorg en ambulante zorg. De advocaat is voorts van mening dat een gedwongen ECT-behandeling een verregaande inbreuk is op de autonomie van betrokkene. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot deze zorgvorm.
De arts licht toe dat betrokkene al een aantal maanden aangeeft dat ze wordt gestraft, omdat ze bezeten is geweest. Betrokkene geeft aan dood te willen en geen zorg te verdienen. Op de afdeling wordt gezien dat betrokkene veel moeite heeft om voor zichzelf te zorgen, zoals eten, douchen en op tijd naar het toilet gaan. Betrokkene staat niet open voor medicatie en behandeling. Dit is echter wel noodzakelijk, gelet op de psychotische depressie van betrokkene. Er is geprobeerd om het toestandsbeeld te verbeteren door middel van medicatie, maar dit heeft onvoldoende effect gehad. De volgende stap is een ECT-behandeling. Ook zou de medicatie nog kunnen worden veranderd. Betrokkene heeft, vrijwillig, vier ECT-sessies gehad bij het [ziekenhuis] , maar heeft de behandeling halverwege afgebroken. Vier sessies zijn onvoldoende om een positief effect waar te kunnen nemen. De arts hoopt dat meer sessies wel werken. Het is de bedoeling dat betrokkene daarvoor tijdelijk wordt overplaatst naar Rotterdam of Tilburg. De arts is van mening dat de gedachtegang van betrokkene geheel samenhangt met de bij haar vastgestelde psychische stoornis. Zo blijkt uit een gesprek met de dochter van betrokkene dat het beeld voorheen heel anders was. Betrokkene was toen een lieve, zorgzame moeder. Ze is sinds april 2025 opgenomen op verschillende afdelingen en de weerstand neemt toe. De afgelopen periode is er veel zorg ingezet tegen de wil van betrokkene, waaronder de noodzakelijke zelfzorg. Zonder deze zorg kan betrokkene komen te overlijden. Een gedwongen kader is nodig voor de basiszorg en het verhelpen van de stoornis. Verder licht de arts toe dat er een maand geleden nog een toename zichtbaar was met betrekking tot de suïcidaliteit van betrokkene. De zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ is nodig voor het accepteren van zelfzorg en ambulante zorg. Betrokkene is aangemeld bij het regioteam, mocht de ECT-behandeling een goed effect hebben.
De psychiater verklaart dat de wens van betrokkene om haar leven te beëindigen sterk samen lijkt te vallen met haar toestandsbeeld. Er is geen sprake van een wilsbekwame doodswens.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten depressieve-stemmingsstoornissen en schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Er is bij betrokkene sprake van een ernstige depressie met psychotische kenmerken.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene een doodswens heeft. Zo heeft betrokkene recent aangegeven weg te willen zodat ze voor een auto kan springen. Ook heeft ze op straat gelegen om zich te laten overrijden. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat de zelfzorg van betrokkene zeer slecht is. Betrokkene wast zichzelf niet, eet niet uit zichzelf, verwaarloost haar woning en verzorgt haar wonden niet. Tevens weigert betrokkene gepaste zorg voor een gebroken kuitbeen en is ze op eigen initiatief gestopt met de inname van haar medicatie, waaronder medicatie voor diabetes en antistolling. Voorts is gebleken dat de familie van betrokkene overbelast is. Ook bestaat er een risico op (verdere) psychische schade voor betrokkene in verband met een langdurige psychotische en depressieve stoornis. Tot slot is er een risico op agressie van anderen, aangezien betrokkene zonder toestemming de kamers van anderen inloopt en rookwaar steelt.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid te stabiliseren en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft. Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan vrijwillig opgenomen te willen blijven, maar weigert alle noodzakelijke (zelf)zorg. Ook staat ze niet open voor een ECT-behandeling en medicatie. Tot slot heeft betrokkene in het recente verleden haar medicatie-inname gestaakt en een ECT-behandeling vroegtijdig afgebroken. Er kan derhalve niet worden gesproken van vrijwilligheid. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening – waaronder het verrichten van een ECT-behandeling;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten - waaronder het accepteren van hulp bij zelfzorg en ambulante zorg;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , [land] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 door mr. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 19 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.