ECLI:NL:RBZWB:2025:8858

ECLI:NL:RBZWB:2025:8858, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-09-2025, C/02/439035 / FA RK 25-4324

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-09-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/02/439035 / FA RK 25-4324
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beschikking betreffende vervangende toestemming. De vrouw verzoekt vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige deel te laten nemen aan de training. De man is het niet eens met het verzoek en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/439035 / FA RK 25-4324

uitwerking verkorte beschikking d.d. 26 september 2025 betreffende vervangende toestemming

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. A.J.C. Nuijten te Bergen op Zoom,

tegen

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,

advocaat: mr. M.A. Breewel-Witteveen te Goes,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020, hierna te noemen: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

het op 21 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift ter verkrijging vervangende toestemming training ex artikel 1:253a BW, met bijlagen;

het op 22 september 2025 ontvangen verweerschrift met bijlage;

het op 24 september 2025 ontvangen F9-formulier van mr. Breewel-Witteveen met bijlage;

de verkorte beschikking van deze rechtbank van 26 september 2025.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 september 2025. Bij die behandeling zijn verschenen de moeder met haar advocaat, alsmede de advocaat van de vader. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig van de Raad.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, met bericht van afmelding niet verschenen.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 26 september 2025 een verkorte beschikking gegeven. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

Partijen zijn op [datum] 2017 met elkaar gehuwd. Partijen zijn echter feitelijk uit elkaar. Er is een echtscheidingsprocedure aanhangig bij deze rechtbank.

Tijdens het huwelijk van partijen is [minderjarige] geboren.

[minderjarige] verblijft bij de vrouw.

Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 28 mei 2025 heeft deze rechtbank – voor zover voor deze procedure van belang – een voorlopige zorgregeling tussen de man en [minderjarige] vastgesteld, waarbij er wekelijks (onder begeleiding) omgang plaatsvindt. De ene week zal omgang plaatsvinden onder begeleiding van de zus van de vrouw en de andere week onder begeleiding van de stiefvader van de man. Het eerste omgangsmoment zal plaatsvinden op zaterdag 17 mei 2025 onder begeleiding van de stiefvader. Aangezien partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de duur van de voornoemde begeleide wekelijkse omgangsmomenten, heeft de rechtbank bepaald dat deze omgangsmomenten de eerste twee weken vier uur per keer duren en de daaropvolgende twee weken zes uur per omgangsmoment. Vervolgens - als deze omgangsmomenten naar tevredenheid verlopen -

dient te worden toegewerkt naar de door de man verzochte (onbegeleide) weekendregeling.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw vervangende toestemming te verlenen om het minderjarige kind van partijen, [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 te [geboorteplaats] , deel te laten nemen aan de [training] , welke training zal worden gegeven door mevrouw [naam] , dan wel een

andere medewerker van de gemeente Steenbergen.

De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om het verzoek te beoordelen, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Wettelijk kader

Uit artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouders aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.

De rechtbank moet ten aanzien van het verzoek eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW). Echter, tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen niet nader tot elkaar kunnen komen.

De standpunten

Door en namens de vrouw is in de overgelegde stukken en ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, samengevat, aangevoerd dat er sinds 11 april 2025 geen contact meer is tussen de man en [minderjarige] . De man weigert zijn adres aan de vrouw door te geven, hetgeen maakt dat de vrouw [minderjarige] niet naar de man kan brengen. Daarnaast is het Uniform Hulpaanbod-traject niet van start gegaan, aangezien de man weigert in gesprek te gaan met de medewerkers van de gemeente. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt, zoals het zijn van een oor- en ooggetuige van de jarenlange spanningen en conflicten tussen de ouders en het abrupte contactverlies met de man. Het gaat op dit moment dan ook niet goed met [minderjarige] . Ze heeft last van nachtmerries en extreme verlatingsangst en slaapt niet in haar eigen bed. Ook is er bij haar sprake van een wantrouwen naar volwassenen en lijkt ze in een loyaliteitsconflict te zitten. [minderjarige] doet het, op cognitief gebied, goed op school, maar haar leraar heeft in het schoolrapport opgemerkt dat [minderjarige] haar verdriet wegstopt. Ze sluit zich af. De medewerkers van het Uniform Hulpaanbod-traject hebben aangegeven dat de [training] voor [minderjarige] een goede stap kan zijn om de gebeurtenissen uit het verleden een plek te geven. Deze training zal op een laagdrempelige en kinderlijke wijze plaatsvinden. [minderjarige] zou aanstaande maandag kunnen instromen. De moeder en de hulpverlener van de gemeente die de training geeft, hebben diverse malen via de e-mail en telefonisch geprobeerd om de man te bereiken voor het verkrijgen van zijn toestemming, zonder enig resultaat. Zonder de toestemming van de man kan [minderjarige] niet deelnemen aan de training. Dit is niet in haar belang. Ook is het niet gelukt om via de advocaat van de man de benodigde toestemming te verkrijgen. Aangezien de man niet bereikbaar is voor de vrouw en de hulpverlening, is het niet de verwachting dat de man toestemming zal geven. Tot slot is de verwachting dat [minderjarige] in de toekomst meer hulpverlening nodig zal hebben en dat de handtekening van de man dus vaker noodzakelijk zal zijn. De vrouw loopt dan steeds tegen hetzelfde probleem aan, hetgeen maakt dat zij dit onder de aandacht van de Raad brengt.

Namens de man is in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, aangevoerd dat het onjuist is dat hij abrupt het contact met [minderjarige] heeft verbroken. De vrouw heeft juist het contact tussen [minderjarige] en de man verbroken. De man erkent dat er al zes maanden geen contact met [minderjarige] heeft plaatsgevonden. Ook erkent de man dat hij geen contact heeft met de vrouw. De man is daarnaast nooit agressief geweest naar de vrouw en heeft altijd geprobeerd de rust te behouden en de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. De man ontvangt voorts, op vrijwillige basis, hulpverlening vanuit de GGZ, hetwelk dusdanig veel van hem vraagt dat hem is geadviseerd alle triggers te vermijden, teneinde zijn herstel niet in de weg te staan. Dit maakt dat het Uniform Hulpaanbod-traject van partijen niet is gestart. De man mist [minderjarige] , maar het lukt hem momenteel niet om de ruimte te vinden voor het hebben van contact met haar. Verder is de man nooit geïnformeerd en benaderd door de in te schakelen hulpverlening voor [minderjarige] om de man te informeren over hetgeen bij [minderjarige] speelt. De man vraagt zich dan ook af of er een medische of psychologische diagnose bij haar is gesteld. Het is onverantwoord om een interventie te starten die belastend of schadelijk is voor [minderjarige] en die enkel is gebaseerd op hetgeen door de vrouw is gesteld. De vrouw is zelf in behandeling wegens een post-traumatische stressstoornis en de man heeft het gevoel dat de vrouw haar situatie op [minderjarige] projecteert. Er zijn ook met betrekking tot de schoolgang van [minderjarige] geen signalen die wijzen op emotionele of gedragsproblematiek. Gelet hierop verzoekt de man het verzoek van de vrouw af te wijzen.

Door de Raad is tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, aangevoerd dat de Raad adviseert om het verzoek van de vrouw toe te wijzen. De [training] training is een door het NJI erkende jeugdhulpinterventie en is effectief gebleken. Het is laagdrempelig en gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen en de vaardigheden om met moeilijke situaties om te gaan. [minderjarige] heeft veel meegemaakt en heeft al een half jaar abrupt geen contact meer met de man. De training zal [minderjarige] niet schaden, maar haar juist wat opleveren. De Raad licht voorts toe dat het van belang is dat de Raad een onderzoek gaat doen naar de zorgregeling, gelet op de negatieve terugmelding van het Uniform Hulpaanbod. Dit onderzoek zal worden uitgebreid naar een kinderbeschermingsmaatregelonderzoek. De Raad ziet geen reden om ter zitting een spoedmaatregel te verzoeken, aangezien [minderjarige] in een veilige omgeving verblijft. De grootste zorg is dat de man op dit moment geen uitvoering lijkt te geven aan zijn gezag, hetgeen maakt dat [minderjarige] de noodzakelijke hulpverlening niet op tijd krijgt. Tot slot dient de moeder psycho-educatie te krijgen, zodat zij leert om te gaan met deze situatie, en kan worden onderzocht wat er wel haalbaar is in het contact tussen [minderjarige] en de man.

De inhoudelijke beoordeling

Partijen hebben het gezamenlijk gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat de vrouw de toestemming van de man nodig heeft om de minderjarige te kunnen laten starten met de door de vrouw noodzakelijk geachte [training] .

Waarom geeft de man geen toestemming?

Vast staat dat de man, ondanks herhaaldelijke pogingen van de vrouw en de hulpverlener, niet bereikbaar is en de benodigde toestemming niet heeft verleend. Namens de man is aangevoerd dat hij, wegens zijn psychische toestand, alle triggers, zoals een contact met de vrouw, dient te vermijden. De advocaat van de man heeft ook toegelicht dat de man zich verzet tegen de inzet van de [training] , aangezien hij vermoedt dat de vrouw haar eigen (trauma)problematiek op [minderjarige] projecteert en dat deze interventie [minderjarige] juist zal schaden.

Noodzaak training voor [minderjarige]

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] in haar jonge leven al veel heeft meegemaakt. Zo is [minderjarige] oor- en ooggetuige geweest van de jarenlange conflicten tussen de ouders. Ook heeft ze al een half jaar abrupt geen contact meer met de man, hetgeen de man ook erkent en waarvoor de man momenteel ook geen ruimte heeft. De vrouw geeft verder aan dat het momenteel niet goed gaat met [minderjarige] . [minderjarige] heeft last van nachtmerries, verlatingsangst, een wantrouwen van volwassenen en loyaliteitsproblematiek. De vrouw heeft ook een schoolrapport van [minderjarige] overlegd, waaruit blijkt dat [minderjarige] op cognitief gebied goed presteert. Echter, in het rapport merkt de leraar ook op dat [minderjarige] de ruimte mag hebben voor haar verdriet. De vrouw licht hierbij toe dat [minderjarige] de neiging heeft om haar verdriet weg te stoppen.

Wat vinden de gemeente en de Raad?

De medewerkers van de gemeente hebben tijdens het gesprek met de vrouw in het kader van het Uniform Hulpaanbod de [training] voor [minderjarige] geadviseerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Raad toegelicht dat de [training] een door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) erkende, laagdrempelige en effectieve jeugdhulpinterventie betreft, gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen en de eigen vaardigheden om te leren omgaan met moeilijke situaties. De Raad heeft geadviseerd om het verzoek van de vrouw toe te wijzen, nu de training helpend zal zijn voor [minderjarige] .

Conclusie

De rechtbank acht het van groot belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk kan starten met de [training] training, omdat die training naar het oordeel van de rechtbank nuttig en noodzakelijk is voor [minderjarige] . De rechtbank ziet geen enkele concrete reden – gelet op de toelichting van de vrouw – die het aannemelijk maakt dat de training [minderjarige] zou schaden. Het is in haar belang dat [minderjarige] ondersteuning krijgt in het scheidingsproces van haar ouders van een onafhankelijke derde partij. Door het ontbreken van de toestemming van de man kon [minderjarige] nog niet starten met de training. De rechtbank zal daarom vervangende toestemming verlenen aan de vrouw, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, voor de [training] .

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

De rechtbank ziet, gelet op de relatie tussen partijen, geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank:

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man

– toestemming om de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag]

2020, deel te laten nemen aan de [training] , welke training zal worden

gegeven door mevrouw [naam] , dan wel een andere medewerker van de gemeente

Steenbergen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter tevens kinderrechter, in

tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26

september 2025, verkort schriftelijk uitgewerkt op 26 september 2025 en nader schriftelijk uitgewerkt op 31 oktober 2025.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Voorn

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?