RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/439248 / FA RK 25-4419
Datum uitspraak: 8 september 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accomodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. Ph. van Kampen te Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 29 augustus 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 29 augustus 2025.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [de arts] , specialist ouderengeneeskundige (hierna: de arts);
mw. [naam 1] , de behandelaar van betrokkene.
Daarnaast waren aanwezig, maar zijn niet gehoord:
mw. [naam 2] , verpleegkundige;
twee stagiaires.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van 10 juni 2025 heeft deze rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend met ingang van 10 juni 2025 tot en met 10 december 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accomodatie] .
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt dat het goed gaat met hem. Hij vindt het verblijf binnen de huidige accommodatie prima, aangezien de medewerkers goed voor hem zorgen en vriendelijk zijn. Betrokkene wil wel graag naar huis. Hij vindt daarnaast dat hij niet te veel alcohol heeft gedronken. Een rechtelijke machtiging is ook niet nodig, aangezien betrokkene goed voor zichzelf kan zorgen.
De advocaat stelt namens betrokkene dat er geen verweer zal worden gevoerd tegen het verzoek. Betrokkene laat consistent verbaal verzet zien tegen een opname, aangezien hij graag naar huis wil. Een opname van betrokkene in een wzd-accommodatie is meer passend dan een opname in een psychiatrische instelling.
De arts licht toe dat een terugkeer naar huis geen goede optie is. Betrokkene is niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. In de thuissituatie is er sprake van verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Tevens zal betrokkene terugvallen in alcoholgebruik. Betrokkene heeft ook geen ziektebesef en -inzicht. Een opname in een wzd-accommodatie is het meest passend voor hem en het veiligst.
De behandelaar geeft aan dat betrokkene in een ver gevorderd stadium is van het syndroom van Korsakov. Gedurende de dag moeten alle taken van hem worden overgenomen. De noodzakelijke zorg kan niet in de thuissituatie worden ingezet. Betrokkene vindt het prima op de afdeling en laat de ADL-zorg toe, maar hij blijft aangeven dat hij naar huis wil. In de thuissituatie liet betrokkene de ADL-zorg niet toe. Er is inmiddels een plekje voor betrokkene beschikbaar bij [instelling] in [plaats 1] . Hij zal bewust niet worden overgeplaatst naar een Korsakov-afdeling, aangezien deze specialistische zorg geen meerwaarde heeft. Betrokkene komt op een observatieafdeling, zodat er kan worden bezien welke woonvorm het meest passend voor hem is. De dochter van betrokkene staat ook achter het verzoek.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, te weten het syndroom van Korsakov. Bij betrokkene is sprake van een uitgebreide cognitieve stoornis, meest waarschijnlijk als gevolg van fors alcoholgebruik. Betrokkene kampt met een desoriëntatie in tijd en tekorten op het gebied van alertheid, executief functioneren, woordvloeiendheid en het geheugen.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er in de thuissituatie van betrokkene sprake was van zelfverwaarlozing en vervuiling van de woning. Betrokkene is ook volledig afhankelijk van de zorg in de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Daarnaast is betrokkene fors afgevallen als gevolg van ondervoeding en alcoholmisbruik. Verder is gebleken dat betrokkene gevaarlijke situaties creëerde, zoals het laten staan van pannen op het vuur of het in slaap vallen met een brandende sigaret. Ook is er sprake van verbale agressie richting de hulpverlening en is de zus van betrokkene (voorheen de mantelzorger) overbelast geraakt. Tot slot kan het gedrag van betrokkene agressie van een ander teweegbrengen.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is volledig afhankelijk van de zorg. Hij behoeft 24-uurs zorg, begeleiding en toezicht in de nabijheid, hetgeen niet in de thuissituatie geboden kan worden. Een wzd-accommodatie kan wel aan deze zorgbehoefte voldoen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene consistent aangeeft naar huis te willen en niet langer opgenomen te willen zijn. Daarnaast is er geen sprake van ziektebesef en -inzicht en probleembesef. In de thuissituatie weigerde betrokkene tevens de noodzakelijke ADL-zorg. Gelet op het voorgaande kan niet worden gesproken van vrijwilligheid.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene behoeft 24-uurs zorg, toezicht en begeleiding, hetgeen niet in de thuissituatie kan worden ingezet. Daarnaast is de thuiszorg van betrokkene stopgezet, gelet op de vervuiling, agressie van betrokkene en het brandgevaar. Ook is mantelzorg geen mogelijkheid, gelet op de overbelasting. Tot slot is uit het diagnostisch onderzoek gebleken dat een wzd-accommodatie het meest passend is voor betrokkene.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2025 door mr. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.