ECLI:NL:RBZWB:2025:8887

ECLI:NL:RBZWB:2025:8887, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, C/02/441489 / JE RK 25-1959

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/02/441489 / JE RK 25-1959
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wijziging contactregeling - 1:265g BW - geen contactregeling meer tussen vader en minderjarige - uitblijven van contact is het gevolg van jarenlange strijd tussen de ouders, een loyaliteitsconflict en een gebrek aan aansluiting tussen de vader en de minderjarige - contactherstel is voor de minderjarige een gepasseerd station - regie over contact in de toekomst wordt bij minderjarige zelf neergelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441489 / JE RK 25-1959

Datum uitspraak: 11 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de contactregeling

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

gevestigd te 's-Hertogenbosch ,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda ,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 31 oktober 2025;

het gewijzigde ouderschapsplan van 24 augustus 2021;

de e-mailberichten van de moeder van 28 november 2025 en 1 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 december 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de vader;

- de moeder;

twee vertegenwoordigsters van de GI;

een vertegenwoordiger van de Raad.

[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’ op 1 december 2025. Daaraan voorafgaand heeft de moeder laten weten dat [minderjarige] , in verband met het werk van de moeder, niet naar het kindgesprek kon komen. De kinderrechter heeft [minderjarige] de mogelijkheid gegeven om digitaal aan het kindgesprek deel te nemen of om zijn mening via een e-mailbericht kenbaar te maken. Van deze mogelijkheden heeft [minderjarige] geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de moeder en de stiefvader.

Bij beschikking van 29 april 2024 van de rechtbank Oost-Brabant heeft de kinderrechter [minderjarige] en zijn broer ( [de broer] ) onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 29 april 2024 tot en met 29 april 2025. Vervolgens is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 29 april 2026.

Voor zover hier van belang, is bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 27 november 2019 in het huwelijk van de ouders de echtscheiding uitgesproken. Tevens is bepaald het tussen de ouders overeengekomen ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. Vervolgens hebben de ouders gezamenlijk, op 24 augustus 2021, het ouderschapsplan zoals bedoeld in voormelde echtscheidingsbeschikking ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gewijzigd, in die zin dat daarin is opgenomen: “Beide kinderen zullen de weekenden samen zijn, de ene week bij de vader, de andere week bij de moeder.”

3. Het verzoek

De GI verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals door de ouders overeengekomen in het gewijzigde ouderschapsplan van 24 augustus 2021, te wijzigen in die zin dat er dat er op dit moment geen contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en vader (en tussen [minderjarige] en [de broer] ).

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoekt voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] en [de broer] bevinden zich in een loyaliteitsconflict. [minderjarige] is loyaal aan de moeder en wil geen contact met [de broer] , terwijl [de broer] loyaal is aan de vader en geen contact wil met de moeder en [minderjarige] . Hoewel [minderjarige] langere tijd open stond voor het herstel van contact met de vader, is dit niet gelukt. Vanaf juni 2022 wordt er al geen invulling meer gegeven aan de gewijzigde zorgregeling. [minderjarige] is sinds november 2023 niet meer bij de vader geweest. [minderjarige] was toen erg boos op de vader, omdat hij negatief bleef praten over de moeder. De vader en [minderjarige] hebben in november en december 2024 enkele keren belcontact gehad, maar ook dat contact is gestagneerd. De vader vond dat het contact vanuit [minderjarige] moest komen en [minderjarige] vond dat het contact vanuit de vader moest komen. Ook dacht de vader dat de moeder aanwezig was tijdens de belmomenten met [minderjarige] .

Er is bij [minderjarige] verschillende hulpverlening betrokken geweest, waaronder Amare Zorgcoaching, Sissy Herman Coaching, De GezinsManager en PMT bij Expertise in Ervaren. Ook heeft de GI pogingen ondernomen om tot contactherstel met de vader te komen, zoals met de inzet van Gezin van de Toekomst. Dit heeft geen verandering gebracht.

Inmiddels geeft [minderjarige] aan niet meer mee te willen werken aan het contactherstel met de vader. Het is belangrijk dat er geluisterd wordt naar [minderjarige] . Voorkomen moet worden dat hij opnieuw met een teleurstelling te maken krijgt in het contact met de vader en [de broer] . De GI maakt zich zorgen dat wanneer [minderjarige] de opdracht blijft krijgen om in contact te komen met de vader en [de broer] , hij zich onvoldoende gehoord voelt en dat hij daarmee mogelijk (nog meer) beschadigd raakt in zijn basisvertrouwen in de mensen om hem heen. [minderjarige] heeft deze beslissing via een brief vernomen. Hiervoor is gekozen zodat hij dit opnieuw kan lezen en eventueel kan gebruiken bij het verwerken van het besluit.

De GI concludeert dat het in het belang van [minderjarige] is dat de huidige zorgregeling, zoals in het gewijzigde ouderschapsplan van 24 augustus 2021 is vastgesteld, niet langer wordt uitgevoerd. De GI verzoekt daarom om de zorgregeling te wijzigen in die zin dat er wordt vastgelegd dat er op dit moment geen contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en vader (en tussen [minderjarige] en [de broer] ). Wanneer [minderjarige] in de toekomst contact wil hebben met de vader, moet dit vanuit hemzelf komen.

Desgevraagd zal de GI binnen de huidige ondertoezichtstelling aandacht besteden aan het traject solo parallel ouderschap, gericht op het uitvoering kunnen geven aan gezag, zonder dat er sprake is van contact. Daarnaast kunnen er afspraken worden gemaakt voor het geval [minderjarige] in de toekomst zelf contact wenst met de vader. Helder moet dan zijn hoe dat contact op dat moment weer kan worden vormgegeven.

5. Het standpunt van belanghebbenden en het advies van de Raad

Op de vraag van de kinderrechter hoe de vader het verzoek ziet, antwoordt hij: “Het is een grote flop. Er wordt niet geluisterd naar mijn kant. De instanties lopen tegen elkaar op. Van mij mag alles vandaag nog stoppen. Ik hou van dat manneke. Hij is mijn alles geweest. Ik doe alles voor hem als het moet, maar er zijn grenzen. Hij is en blijft welkom en ik zal altijd van hem blijven houden’’.

De moeder brengt, samengevat, naar voren dat zij zich kan vinden in het verzoek. [minderjarige] heeft zelf de keuze gemaakt om geen contact meer met de vader te willen. Hij wil niets meer met hem te maken hebben. [minderjarige] heeft geprobeerd om contact te krijgen met zijn vader, maar dit is niet gelukt. Vanuit de vader komt verder niets. Hij heeft nooit uit zichzelf gebeld of een bericht gestuurd, terwijl [minderjarige] graag had gewild dat de vader eens contact met hem zou zoeken. Dat [minderjarige] niet is uitgenodigd voor de bruiloft van de vader, en de vader over zijn bruiloft heeft gelogen, deed [minderjarige] veel verdriet. Dit was voor hem de laatste druppel.

De Raad adviseert de kinderrechter, samengevat, als volgt. De Raad ziet een verdrietige situatie van een gezinssysteem dat verscheurd is geraakt. [minderjarige] en [de broer] wijzen ieder het contact met de andere ouder af. Dat er ook een strijd is tussen hen als broers is triest. Hoewel er bij het gezinssysteem al jaren hulpverlening is betrokken, heeft dit geen effect gehad. Er is ook binnen de ondertoezichtstelling tevergeefs getracht om beweging in het systeem te krijgen. Contactherstel is er niet gekomen en het loyaliteitsconflict is in stand gebleven. Op dit moment wordt gezien dat het beter met [minderjarige] gaat. Dit heeft te maken met de rust die hij nu krijgt. De Raad acht het beter voor [minderjarige] om geen contact meer te hoeven hebben met de vader. De Raad adviseert de kinderrechter dan ook om het verzoek toe te wijzen, echter wel op een manier waaruit [minderjarige] kan afleiden dat er wel nog ruimte voor contact is (en mag zijn). Het moet voor hem duidelijk zijn dat hij ten alle tijden contact met de vader mag hebben als hij dat zelf wil.

6. De beoordeling

Wat zegt de wet?

Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Op grond van artikel 1:265g lid 2 BW kan de kinderrechter op verzoek van onder meer een gecertificeerde instelling en een met het gezag belaste ouder de in het eerste lid genoemde beslissing wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter dient eerst te beoordelen of sprake is van een wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in artikel 1:265g lid 2 BW. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de tussen de ouders afgesproken zorgregeling van 24 augustus 2021 al langere tijd niet meer wordt uitgevoerd. Sterker nog, tussen [minderjarige] en de vader is er sinds 2023 geen fysiek contact meer geweest. Belcontact is geprobeerd, maar sinds eind 2024 gestagneerd. Het voorgaande brengt een wijziging van omstandigheden met zich mee, wat maakt dat de GI in het verzoek kan worden ontvangen en de verzoeken inhoudelijk kunnen worden beoordeeld.

Net als de Raad en de GI constateert de kinderrechter dat het uitblijven van contact tussen de vader en [minderjarige] (en [minderjarige] en [de broer] ) het gevolg is van een jarenlange strijd tussen de ouders, onderling wantrouwen, een loyaliteitsconflict bij beide kinderen en een gebrek aan aansluiting tussen de vader en [minderjarige] . Hoewel veel hulpverlening bij het gezinssysteem betrokken is (geweest), is het de kinderrechter duidelijk geworden dat contactherstel tussen de vader en [minderjarige] inmiddels – hoe spijtig ook – een gepasseerd station is. [minderjarige] heeft voor een langere tijd wel open gestaan om in contact te komen met zijn vader en [de broer] , maar dit is tot op heden niet gelukt. [minderjarige] heeft inmiddels aangegeven geen contact meer met de vader te willen, omdat hij hem steeds opnieuw teleurstelt. [minderjarige] heeft de GI te kennen gegeven niet meer te willen meewerken aan contactherstel. Het besluit van de GI om tot onderhavig verzoek te komen, werd door [minderjarige] positief ontvangen.

Met de Raad en de GI ziet de kinderrechter reden om de zorgregeling te wijzigen. [minderjarige] is er bij gebaat dat er geen verplichting meer is tot het hebben van contact met zijn vader en dat er door de GI en de hulpverlening niet meer wordt ingezet op contactherstel. De kinderrechter ziet en hoort dat [minderjarige] een nieuwe teleurstelling in het contact met zijn vader niet meer kan verdragen. Een toewijzing van het verzoek ligt dan ook voor de hand. De kinderrechter hoopt dat [minderjarige] zich hiermee gehoord voelt én hij kan toekomen aan de verwerking van hetgeen hij heeft meegemaakt.

Al het voorgaande leidt ertoe dat de kinderrechter het verzoek van de GI zal toewijzen in die zin dat er geen contactregeling meer zal zijn tussen de vader en [minderjarige] . De kinderrechter ziet reden, en daarmee volgt zij de Raad, om haar beslissing zo te formuleren dat voor [minderjarige] duidelijk moet zijn dat – wanneer hij dat wenst en hij daar behoefte aan heeft – er wel contact met de vader kan zijn. Dit ligt voor de toekomst bij [minderjarige] zelf. De kinderrechter zal dan ook bepalen dat [minderjarige] naar eigen inzicht en eigen behoefte, op het moment hij dat wenst, het contact met de vader zelf kan vormgeven. Desgewenst kan hij dit doen met begeleiding van hulpverlening. Dit betekent dat de regie over de vraag of, en zo ja, hoe er contact is, wordt bij [minderjarige] neergelegd. De kinderrechter hoopt dat met voormelde regeling er meer rust bij [minderjarige] zal ontstaan en hij mogelijk in de toekomst de vrijheid gaat ervaren om na te denken over wat hij wil in het contact met de vader en [de broer] . Over het contact van [minderjarige] met [de broer] kan de kinderrechter verder niets beslissen.

De kinderrechter wijst de ouders er nog op dat zij, ook met deze beslissing, nog altijd samen met het gezag over [minderjarige] zijn belast. Dit betekent dat het de (wettelijke) plicht van de moeder is en blijft dat zij de vader, ondanks het gebrek aan contact tussen de vader en [minderjarige] , zal blijven informeren over [minderjarige] , dat gezagsbeslissingen gezamenlijk moeten worden genomen en dat de vader het recht heeft om (bijvoorbeeld bij artsen, de school of bij een sportvereniging) bekend te staan als tweede - gezagdragende - ouder. Het is aan de GI om de ouders hierin te begeleiden en om samen met hen hierover afspraken te maken voor de toekomst.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt het tussen de ouders gesloten ouderschapsplan van 24 augustus 2021 voor zover het de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken betreft en bepaalt dat:

er geen contactregeling meer is tussen de vader en de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] en de regie over eventueel contact bij [minderjarige] wordt neergelegd;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?