ECLI:NL:RBZWB:2025:8910

ECLI:NL:RBZWB:2025:8910, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-12-2025, C/02/441510 / JE RK 25-1968

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/02/441510 / JE RK 25-1968
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging OTS en MUHP 1 jaar en 6 maanden, deels aanhouden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/441510 / JE RK 25-1968

Datum uitspraak: 3 december 2025

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, gevestigd te Eindhoven ,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats] , [land 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2011 te [geboorteplaats] , [land 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] .

mr. D.J.A. BURLET, in haar hoedanigheid als de bijzondere curator over voornoemde

minderjarigen,

hierna te noemen: de bijzondere curator,

kantoorhoudende te Oostburg.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [land 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI van 3 november 2025 met bijlagen, ontvangen op 4 november 2025;

- de oproeping van de griffier van deze rechtbank van de moeder in de Staatscourant van 26 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door een tolk in de Syrisch-Arabische taal;

- de bijzondere curator;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover apart van elkaar een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de Syrische nationaliteit.

Bij beschikking van de kinderrechter van 16 december 2022 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 16 december 2022 en tot 16 december 2023. Tevens is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsvervangende omgeving, dan wel een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 16 december 2022 en tot 16 april 2023.

Bij beschikking van 14 april 2023 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder

verlengd met ingang van 16 april 2023 en tot 16 december 2023.

Bij beschikking van 15 december 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 16 december 2023 en tot 16 december 2024. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een

jeugdhulpaanbieder verleend, te weten de [woongroep] te [plaats 1] , met ingang

van 16 december 2023 en tot 16 februari 2024, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Daarnaast is een bijzondere curator benoemd.

Bij beschikking van 15 februari 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 16 februari 2024 en tot 16 april 2024, onder aanhouding van het restant van het verzoek.

Bij beschikking van 5 april 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten de [woongroep] te [plaats 1] , verlengd met ingang van 16 april 2024 en tot 16 december 2024.

Bij beschikking van 25 juni 2024 heeft de kinderrechter het verzoek tot verlening

van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgewezen. Het

reguliere verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder is aangehouden tot de mondelinge behandeling van 3 juli 2024.

Bij beschikking van 3 juli 2024, hersteld bij beschikking van 13 juni 2025, heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van jeugdhulpaanbieder, te weten [accommodatie 2] in [plaats 2] verleend, met ingang van 3 juli 2024 en tot 16 december 2024. Tevens is de bijzondere curator onder dankzegging uit haar functie als bijzondere curator van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontslagen.

Bij beschikking van 12 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 16 december 2024 en tot 16 februari 2025. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 16 februari 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. Voorts is mr. D.J.A. Burlet benoemd als bijzondere curator.

Bij beschikking van 22 januari 2025, eveneens hersteld bij beschikking van 13 juni 2025, is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 16 februari 2025 en tot 16 december 2025. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 16 februari 2025 en tot 16 mei 2025, onder aanhouding van het resterende deel.

Bij beschikking van 29 januari 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige 2] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 januari 2025 en tot 12 februari 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

Bij beschikking van 5 februari 2025 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging om [minderjarige 2] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp afgewezen. Tevens heeft de kinderechter een machtiging verleend om [minderjarige 2] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 februari 2025 en tot 5 mei 2025. Het resterende deel van het verzoek is afgewezen.

Bij beschikking van 15 april 2025, eveneens hersteld bij beschikking van 13 juni 2025, is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 16 mei en tot 16 december 2025.

[minderjarige 2] woont sinds 5 mei 2025 volledig bij de vader.

[minderjarige 1] verblijft sinds april 2025 bij [accommodatie 1] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden dienen te worden toegewezen en de overige zes maanden dienen te worden aangehouden.

Ook verzoekt de GI de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige 2] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat de betrokkenheid van de GI wat hem betreft niet hoeft te worden voortgezet. Hij vindt de jeugdbeschermer niet fijn, omdat zij hem niet helpt en omdat zij ervoor heeft gezorgd dat hij in [plaats 3] moest verblijven. Inmiddels verblijft [minderjarige 2] alweer enige tijd bij de vader thuis en dat gaat goed, al mist hij zijn [zus] , die zelfstandig woont, wel. Hij wil daarom graag een paar dagen per week bij zijn zus gaan wonen. Dit heeft hij al met zijn [begeleider 1] besproken. De betrokkenheid van [begeleider 1] vindt [minderjarige 2] erg fijn. Verder heeft [minderjarige 2] aangegeven dat hij zijn moeder erg mist. Hij belt haar elke dag meerdere keren. Op school gaat het wat minder goed met [minderjarige 2] . Hij wordt daar gepest en geslagen en heeft daar veel last van. Tot slot houdt [minderjarige 2] zich graag bezig met het repareren van telefoons.

[minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het goed met haar gaat bij [accommodatie 1] . Zij wil daar graag blijven, maar [accommodatie 1] gaat helaas sluiten. Daarom wil [minderjarige 1] het liefst voor haar achttiende verjaardag naar een andere plek, waar zij dan wel nog een aantal jaar kan blijven. Volgens [minderjarige 1] wordt hier al naar gezocht. [minderjarige 1] heeft ook verteld dat zij het liefst een andere jeugdbeschermer wil, omdat zij niet kan vergeten dat de huidige jeugdbeschermer ervoor heeft gezorgd dat haar broertje in [plaats 3] moest verblijven. Verder heeft [minderjarige 1] aangegeven dat zij haar moeder erg mist en dat zij al een tijdje geen contact meer heeft gehad met haar vader na wat pittige discussies. [minderjarige 1] vindt het niet zo erg dat zij nu geen contact heeft met haar vader. Tot slot heeft [minderjarige 1] benoemd dat het goed gaat op school. Zij is heel goed in koken en heeft wat moeite met rekenen.

De GI handhaaft de verzoeken.

Ten aanzien van [minderjarige 2] benoemt de GI dat het heel goed met hem gaat. [minderjarige 2] heeft sinds hij in [plaats 3] heeft verbleven, enorme stappen gezet. Toen [minderjarige 2] weer bij de vader thuis ging wonen, kwamen zijn oude gedragspatronen, waaronder manipulatief gedrag, wat meer naar boven, maar sinds de betrokkenheid van [begeleider 1] gaat dit een stuk beter. Er zijn nu geen zorgen meer over [minderjarige 2] bij de vader thuis. [minderjarige 2] lijkt daar goed in zijn vel te zitten en weer kind te kunnen zijn. Ook zijn uit het persoonlijkheidsonderzoek van [minderjarige 2] geen trauma’s naar voren gekomen. De GI is blij met al deze positieve ontwikkelingen en is vooral erg trots op [minderjarige 2] en de vader. Er zijn nog wel wat zorgen over [minderjarige 2] op school, met name of hij daar op zijn plek zit. De GI is hiermee bezig. De komende zes maanden wil de GI gebruiken om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te borgen, zodat de vader het daarna zelfstandig kan oppakken of de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader kan worden ingezet.

Ten aanzien van [minderjarige 1] benoemt de GI dat het ook met haar heel goed gaat. [minderjarige 1] doet het goed op school en heeft fijne vriendinnen. De relatie met de jeugdbeschermer bestaat veelal uit aantrekken en afstoten doordat de jeugdbeschermer bepaalde gedragspatronen bij [minderjarige 1] doorziet en dan te dichtbij komt, maar [minderjarige 1] weet de jeugdbeschermer altijd goed te vinden als zij haar nodig heeft. Verder is [minderjarige 1] een hechtingsrelatie aan het opbouwen met haar begeleidster van [accommodatie 1] . Over haar verblijf bij [accommodatie 1] is [minderjarige 1] wisselend. Dat komt volgens de GI vooral doordat de moeder steeds tegen [minderjarige 1] zegt dat zij weer bij haar oude [begeleider 2] (waarmee het contact op initiatief van de GI is verbroken) moet gaan wonen. De GI vindt deze beïnvloeding vanuit de moeder niet goed voor [minderjarige 1] , maar kan hier gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] niet meer zoveel tegen doen. Er is veel begeleiding voor [minderjarige 1] en zij is nu oud genoeg om zelf bepaalde keuzes te maken. De GI vindt het in ieder geval in het belang van [minderjarige 1] dat zij de komende tijd bij [accommodatie 1] blijft wonen. Verder is de GI voornemens om een diagnostisch onderzoek bij [minderjarige 1] te verrichten, zodat [minderjarige 1] indien nodig en als zij daar klaar voor is, therapie kan volgen. [minderjarige 1] staat open voor dit onderzoek. Over het gebrek aan contact tussen [minderjarige 1] en de vader benoemt de GI dat [minderjarige 1] heel stellig heeft aangegeven dat zij geen contact met de vader wil en dat zij geen band met de vader heeft. De GI wil dit respecteren en niet inzetten op gedwongen contactherstel, maar het contact op zijn beloop laten. Het contact tussen de minderjarigen onderling en met hun zus gaat volgens de GI erg goed; hier zijn geen zorgen meer over. Voor de komende tijd dient de betrokkenheid van de GI bij [minderjarige 1] te worden voortgezet, zodat [minderjarige 1] nog kan worden ondersteund door iemand die haar goed kent.

Ten aanzien van beide minderjarigen benoemt de GI dat zij geen behoefte meer lijken te hebben aan een verdere betrokkenheid van de bijzonder curator. Tot slot benoemt de GI dat het verblijf van [minderjarige 2] in [plaats 3] altijd een pijnpunt zal blijven in de relatie tussen de minderjarigen en de huidige jeugdbeschermer. Zij probeert hier zoveel mogelijk rekening mee te houden en op te anticiperen.

De vader heeft geen bezwaar tegen het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] . Het gaat erg goed met [minderjarige 2] en de vader is blij dat [minderjarige 2] weer thuis is. De vader maakt zich wel zorgen over [minderjarige 2] op school. Hij lijkt hier niet op zijn plek te zitten. [minderjarige 2] wordt daar namelijk gepest en uitgescholden, en soms lastig gevallen vanwege zijn geloof. Hier moet verder naar gekeken worden.

De vader heeft evenmin bezwaar tegen het verlengen van de maatregelen van [minderjarige 1] . Het lijkt de vader wel beter voor [minderjarige 1] dat zij bij haar [zus] gaat wonen, omdat [minderjarige 1] dit volgens de vader graag wil. De vader zet [minderjarige 1] hierin niet onder druk, maar geeft haar vrijheid. Dat geldt ook ten aanzien van het gebrek aan contact tussen [minderjarige 1] en de vader. De vader denkt dat dit contact vanzelf zal verbeteren naarmate [minderjarige 1] ouder wordt.

De bijzondere curator benoemt dat het goed gaat met beide minderjarigen. Zij heeft de minderjarigen de afgelopen tijd weinig gesproken, maar is door de GI goed over hen op de hoogte gehouden. De samenwerking met de GI verloopt ook erg goed en de bijzondere curator is heel positief over de werkwijze van de GI. Als gevolg daarvan ontwikkelen de minderjarigen zich de laatste tijd zo goed. Daarbij benoemt de bijzondere curator dat [minderjarige 1] weinig behoefte meer heeft aan haar ondersteuning en dat [minderjarige 2] daar helemaal geen behoefte meer aan heeft. Haar betrokkenheid kan dan ook worden beëindigd. Dit zal de minderjarigen bovendien de bevestiging geven dat zij op de goede weg zijn. Mocht de betrokkenheid van de bijzondere curator op een later moment toch weer nodig zijn, dan weet de GI de bijzondere curator te vinden en kan het weer worden opgepakt. Tot slot benoemt de bijzondere curator dat de GI veel aandacht heeft voor de familiecontacten en dat uit eerdere onderzoeken al is gebleken dat het verblijf van [minderjarige 1] bij haar zus niet de beste optie is voor [minderjarige 1] . De bijzondere curator benadrukt dat [minderjarige 1] niet onder druk moet worden gezet door de vader, de moeder of andere familie om ergens te gaan wonen, maar dat zij zelf haar keuze moet kunnen gaan maken.

5. De beoordeling

Ten aanzien van [minderjarige 2]

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] is voldaan. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI (deels) toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden, met ingang van 16 december 2025 en tot 16 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken en het gesprek tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 2] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige 2] heeft veel meegemaakt in zijn leven en dit heeft veel invloed gehad op de wijze waarop hij zich heeft ontwikkeld. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige 2] de afgelopen periode heel positieve stappen heeft gezet. Hij verblijft al enige tijd bij de vader thuis en dat gaat goed. Hier zijn volgens de GI geen zorgen meer over. De relatie met de vader is ook verbeterd, al blijft deze door alles wat er in het verleden is gebeurd nog wel wat kwetsbaar. Verder heeft [minderjarige 2] heel fijn contact en een goede band met zijn [begeleider 1] van [hulpverlening] . Er zijn tegelijkertijd nog wel wat zorgen over [minderjarige 2] op school. Hij lijkt hier niet goed op zijn plek te zitten en hij geeft zelf ook aan dat hij op school wordt gepest en geslagen. De GI houdt dit goed in de gaten en is hiermee bezig. Verder is er met momenten nog sprake van manipulatief gedrag bij [minderjarige 2] , waarbij hij geregeld betrokken raakt bij opstootjes of vechtpartijen.

Vanwege het voorgaande is de kinderrechter met de GI van oordeel dat de situatie van [minderjarige 2] op dit moment nog te pril en kwetsbaar is om de hulpverlening in het vrijwillig kader voort te zetten. De komende tijd dient er nog zicht te blijven op de ontwikkeling van [minderjarige 2] , moeten de thuissituatie en de relatie tussen [minderjarige 2] en de vader verder worden verbeterd, moet de betrokkenheid van de [begeleider 1] worden voortgezet en moeten er goede verdere afspraken worden gemaakt. Daarom dient de betrokkenheid van de GI in ieder geval nog voor een half jaar te worden voortgezet. De komende tijd dient de GI zich ook te gaan focussen op het opstellen van een borgingsplan en het toewerken naar een afronding van de ondertoezichtstelling. Het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] zal in afwachting van de ontwikkelingen van de komende tijd worden aangehouden tot 12 mei 2026 PRO FORMA. Uiterlijk op deze datum dient de GI een briefrapport aan de kinderrechter en de belanghebbenden te overleggen waarin de ontwikkelingen van de afgelopen tijd worden beschreven en waarbij de GI aangeeft of zij het restantverzoek ten aanzien van [minderjarige 2] nog handhaaft.

Ten aanzien van [minderjarige 1]

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] verlengen voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van 16 december 2025 en tot 16 december 2026. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken en het gesprek tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Na een wat moeizame start zit [minderjarige 1] inmiddels goed op haar plek in [accommodatie 1] en zet zij daar hele goede stappen. [minderjarige 1] doet het goed op school, heeft haar Nederlands flink verbeterd en heeft meestal fijn contact met de jeugdbeschermer. Soms is hierin nog een kleine terugval te zien, mogelijk doordat de jeugdbeschermer dan te dichtbij komt en bepaalde gedragspatronen bij [minderjarige 1] doorziet. Er blijft ook nog sprake van hechtings- en persoonlijkheidsproblematiek bij [minderjarige 1] en [minderjarige 1] blijft kwetsbaar voor een terugval in oude patronen van manipulatief gedrag, wat zich kan uiten in hevige emotionele escalaties en snelle stemmingswisselingen. Mede daarom zal er op korte termijn een diagnostisch onderzoek bij [minderjarige 1] worden ingezet, zodat [minderjarige 1] , indien nodig en als zij daar aan toe is, extra hulpverlening of therapie kan volgen.

Gelet hierop en nu [minderjarige 1] op dit moment vrijwel geen contact heeft met haar vader en hun band onder druk is komen te staan, vindt de kinderrechter het van belang dat de betrokkenheid van de GI bij [minderjarige 1] de komende tijd wordt voortgezet. Zo kan er zicht worden gehouden op de ontwikkeling van [minderjarige 1] richting zelfstandigheid, kan de vader verder worden ondersteund en begeleid in zijn omgang met [minderjarige 1] en kunnen het onderzoek en mogelijk aanvullende hulpverlening worden ingezet. Daarbij overweegt de kinderrechter dat het contact tussen [minderjarige 1] en de moeder niet altijd positief uitpakt voor [minderjarige 1] , omdat de moeder [minderjarige 1] onder druk kan zetten en haar emotioneel kan belasten. Ook daar dient de GI [minderjarige 1] de komende tijd waar mogelijk nog in te blijven ondersteunen.

Vanwege al het voorgaande is een terug-thuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader niet aan de orde. Daarbij komt dat [minderjarige 1] , zoals hiervoor reeds is overwogen, bij [accommodatie 1] goed op haar plek zit. [minderjarige 1] voelt zich hier steeds meer op haar gemak, kan aan zichzelf werken en ervaart rust. Ook heeft [minderjarige 1] een goede band met haar begeleidster van [accommodatie 1] opgebouwd. Bij [accommodatie 1] wordt [minderjarige 1] een stabiele en veilige opvoedomgeving geboden. De kinderrechter begrijpt van de GI dat [minderjarige 1] hier de komende tijd nog kan blijven wonen. Dit acht de kinderrechter met de GI in het belang van [minderjarige 1] . Daarom vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] wordt verlengd.

Beëindiging betrokkenheid bijzondere curator

Vanwege de positieve ontwikkelingen bij beide minderjarigen en hun veranderde behoeften is de kinderrechter met de bijzondere curator en de GI van oordeel dat de betrokkenheid van de bijzondere curator bij de huidige stand van zaken niet langer nodig is. Daarom zal de kinderrechter de bijzondere curator onder dankzegging voor haar diensten ontslaan uit haar functie.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

Ten aanzien van [minderjarige 2]

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] voor de duur van zes maanden, met ingang van 16 december 2025 en tot 16 juni 2026;

houdt de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] voor het overige aan tot 12 mei 2026 PRO FORMA, met het verzoek aan de GI om uiterlijk op deze datum te rapporteren over de ontwikkelingen en het gewenste verdere procesverloop;

behoudt zich iedere nadere beslissing voor;

Ten aanzien van [minderjarige 1]

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voor de duur van een jaar, met ingang van 16 december 2025 en tot 16 december 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar, met ingang van 16 december 2025 en tot 16 december 2026;

Ten aanzien van de beide minderjarigen

ontslaat de bijzondere curator onder dankzegging uit haar functie als bijzondere curator over voornoemde minderjarigen voor wat betreft deze procedure;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025 door mr. van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. de Haas als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. de Haas als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?