ECLI:NL:RBZWB:2025:8911

ECLI:NL:RBZWB:2025:8911, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2025, C/02/441263 / JE RK 25-1923

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/02/441263 / JE RK 25-1923
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging OTS en MUHP

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/441263 / JE RK 25-1923

Datum uitspraak: 5 december 2025

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, gevestigd te Eindhoven ,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] , [land] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,

advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg ,

[de pleegouders] ,

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende te [woonplaats] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg ,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI van 27 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op 5 december 2025 met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal;

- de vader, bijgestaan door zijn waarnemend advocaat, mr. M. Kalle, en een tolk in de Poolse taal;

- de pleegmoeder;

- twee vertegenwoordigsters van de GI;

- een vertegenwoordigster van de Raad.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .

Bij beschikking van 9 december 2022 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 9 december 2022 en tot 9 december 2023. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 9 december 2022 en tot 23 december 2022, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

Bij beschikking van 21 december 2022 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 21 december 2022 en tot 9 juni 2023.

Bij beschikking van 3 juni 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 9 juni 2023 en tot 9 december 2023.

Bij beschikking van 8 december 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd met ingang van 9 december 2023 en tot 9 december 2024. Tevens is bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing in een (netwerk)pleeggezin verlengd met ingang van 9 december 2023 en tot 9 december 2024.

Bij beschikking van 25 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd met ingang van 9 december 2024 en tot 9 december 2025. Tevens is bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verlengd met ingang van 9 december 2024 en tot 9 december 2025.

Op basis van voornoemde machtiging verblijft en [minderjarige 1] in een pleeggezin.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het goed met haar gaat. [minderjarige 1] vindt het fijn in het pleeggezin. Er wordt goed voor haar gezorgd en alles wordt goed geregeld. Wel mist [minderjarige 1] haar vader en moeder erg. Zij heeft haar vader al een lange tijd niet meer gezien. Met haar [broer] appt [minderjarige 1] als zij hem mist.

De GI handhaaft het verzoek.. De plaatsing van [minderjarige 1] in het pleeggezin dient in haar belang te worden voortgezet, omdat de ouders niet altijd een stabiele factor voor [minderjarige 1] kunnen zijn en niet altijd eerlijkheid en transparant zijn. Inmiddels is het perspectief van [minderjarige 1] in het pleeggezin bepaald. De GI vindt het positief dat de moeder [minderjarige 1] emotionele toestemming kan geven om bij de pleegouders te wonen. De komende periode zal de GI over de omgang met de beide ouders beslissen.

De moeder stemt in met het verzoek, hoewel zij [minderjarige 1] het liefst thuis zou willen hebben, ziet zij ook in dat de plaatsing in het pleeggezin goed is voor [minderjarige 1] . Verder wil de moeder graag dat er goed wordt gekeken naar een uitgebreide contactregeling.

De vader stemt niet in met het verzoek. Hij vindt de ondertoezichtstelling niet nodig en wil graag dat [minderjarige 1] weer bij de moeder thuis gaat wonen. De moeder is volgens de vader goed in staat om de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] (weer) op zich te nemen. Verder wil de vader graag dat er een uitgebreide contactregeling met [minderjarige 1] wordt bepaald voor als hij uit de gevangenis komt.

De pleegmoeder stemt in met het verzoek. [minderjarige 1] mag in het pleeggezin blijven wonen. [minderjarige 1] ontwikkelt zich hier goed en vindt het hier fijn. De pleegouders zien ook heel duidelijk dat [minderjarige 1] haar ouders erg mist en dat zij oplaadt van de bezoeken. Als [minderjarige 1] ouder wordt, kan zij wellicht enkele keren per week bij haar moeder langsgaan. [minderjarige 1] heeft hierin wel begrenzing nodig.

De Raad adviseert om het verzoek toe te wijzen. Er is sprake van een patroon bij de ouders als het gaat om een gebrek aan transparantie en eerlijkheid. Inmiddels is het perspectief van [minderjarige 1] in het pleeggezin vastgesteld. In de komende periode dient de GI te bekijken wat er mogelijk is in de omgang tussen [minderjarige 1] en moeder en uiteindelijk ook tussen [minderjarige 1] en de vader. Daarbij zal de GI moeten bezien of er een verzoek tot onderzoek bij de Raad moet worden ingediend of dat er kan worden toegewerkt naar het vrijwillig kader.

5. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De kinderrechter constateert dat de vader, de moeder en [minderjarige 1] de Poolse nationaliteit hebben. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter (ambtshalve) dient te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijk recht te bepalen.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn of haar gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg verlengen voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van 9 december 2025 en tot 9 december 2026. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige 1] heeft al veel meegemaakt in haar jonge leven. Daardoor is zij in het verleden onvoldoende toegekomen aan haar eigen ontwikkeling. Ondanks dat [minderjarige 1] hierin de afgelopen periode goede stappen zet en zich positief ontwikkelt, zijn er nog steeds zorgen, met name over de emotionele ontwikkeling van [minderjarige 1] . Zo lukt het [minderjarige 1] nog niet altijd om open en eerlijk te zijn. Samen met de pleegouders wordt hier hard aan gewerkt. Verder zijn er nog steeds zorgen over het contact tussen [minderjarige 1] en haar beide ouders, omdat dit niet altijd op een voor [minderjarige 1] onbelaste wijze plaatsvindt. De ouders handelen niet altijd in het belang van [minderjarige 1] . Zo wordt tijdens de contactmomenten gezien dat de ouders [minderjarige 1] nog steeds belasten met volwassenzaken en dat zij haar dingen beloven die zij niet waar kunnen maken. Ook heeft de moeder moeite om haar aandacht tijdens de contactmomenten over de drie minderjarigen te verdelen. Tussen de vader en [minderjarige 1] heeft er al een lange tijd geen (fysiek) contact meer plaatsgevonden, omdat de vader in detentie verblijft. Er zijn dan ook nog steeds zorgen over de emotionele en fysieke beschikbaarheid van de ouders voor [minderjarige 1] en over de mate waarin de ouders kunnen voorzien in de specifieke opvoedbehoeften die [minderjarige 1] heeft vanwege de belaste situatie waarin zij zich bevindt en vanwege haar complexe gezinsverleden.

Gezien de hiervoor beschreven zorgen komt de kinderrechter tot de conclusie dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. De kinderrechter is van oordeel dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat zijn om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] weg te nemen en de hulpverlening te accepteren. Daarbij neemt de kinderrechter in overweging dat beide ouders de veiligheidsafspraken de afgelopen tijd niet altijd zijn nagekomen. Zij hebben tegen de afspraken in meermaals contact met elkaar gehad, hetgeen onder meer heeft geleid tot een fysieke escalatie, waarbij de veiligheid van de op dat moment aanwezige [minderjarige 2] in het geding was. Ook is het patroon van beide ouders waarbij er sprake is van een gebrek aan eerlijkheid en transparantie richting de GI en de hulpverlening nog onvoldoende doorbroken. Dit maakt het noodzakelijk dat de betrokkenheid van de GI de komende tijd wordt voortgezet, zodat de GI strakke regie kan blijven voeren, de benodigde hulpverlening en ondersteuning blijft inzetten en de belangen van [minderjarige 1] voorop blijft stellen.

De hiervoor beschreven situatie maakt ook dat [minderjarige 1] niet terug thuis kan worden geplaatst. Vanwege de vele zorgen is de kinderrechter van oordeel dat de beide ouders op dit moment nog onvoldoende in staat zijn om een veilige, voorspelbare en stabiele opvoedsituatie te creëren voor [minderjarige 1] . Daarbij neemt de kinderrechter in overweging dat [minderjarige 1] in het pleeggezin heel goed op haar plek zit. Zij ontwikkelt zich daar als gezegd positief, voelt zich daar op haar gemak en heeft een fijne band met beide pleegouders. Dit doet niet af aan de omstandigheid dat [minderjarige 1] haar ouders erg mist, net zoals dat andersom ook het geval is. De veiligheid en stabiliteit van [minderjarige 1] is echter het meest gewaarborgd als zij in het pleeggezin blijft wonen. Daarom dient de plaatsing van [minderjarige 1] in het pleeggezin in het belang van [minderjarige 1] te worden voortgezet en zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] verlengen voor de verzochte duur.

De kinderrechter vindt het tot slot gelet op de wensen van [minderjarige 1] en de beide ouders belangrijk dat er de komende tijd (verder) wordt gewerkt aan uitbreiding van de contacten tussen [minderjarige 1] en de ouders, maar ook tussen de minderjarigen onderling. Zeker nu het perspectief van [minderjarige 1] in het pleeggezin lijkt te zijn bepaald, is het heel belangrijk dat deze contacten behouden blijven en worden gewaarborgd.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voor de duur van een jaar, met ingang van 9 december 2025 en tot 9 december 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar, met ingang van 9 december 2025 en tot 9 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. de Haas als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. de Haas als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?