RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer / rekestnummer: C/02/438794 / HA RK 25-192
Beschikking van 15 december 2025
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
verschenen in persoon,
tegen
STICHTING PENSIOENFONDS NOTARIAAT,
te Groningen,
verwerende partij,
hierna te noemen: het pensioenfonds,
advocaat: mr. R.F. van der Ham.
1. De zaak in het kort
[verzoeker] is deelnemer bij het pensioenfonds. Omdat aan het Uniform Pensioen Overzicht (hierna: UPO) geen rechten kunnen worden ontleend, wil hij inzage in en toelichting bij zijn pensioenopbouw plus een bevestiging dat de gegevens juist zijn. Dit wil hij vooral vanwege de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. [verzoeker] heeft het pensioenfonds verzocht deze gegevens te verstrekken, maar het pensioenfonds heeft dat niet gedaan. Met een beroep op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) verzoekt hij de rechtbank daarom het pensioenfonds te verplichten deze gegevens alsnog aan hem te verstrekken. Het pensioenfonds voert verweer.
De rechtbank wijst het verzoek af. De gegevens die [verzoeker] wil, kunnen niet worden opgevraagd met een beroep op de AVG. Deze beslissing wordt hierna onder ‘Het oordeel van de rechtbank’ verder toegelicht. Eerst worden het verloop van de procedure en het verzoek en het verweer daartegen geschetst. Onder het laatste kopje is de beslissing van de rechtbank te lezen.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen genummerd 1 tot en met 3, binnengekomen op
5 augustus 2025,
- het verweerschrift, met 1 bijlage,
- de mondelinge behandeling van 3 november 2025,
- de pleitnota van [verzoeker] , met bijlagen genummerd 1a tot en met 4.
De beschikking is bepaald op vandaag.
3. Het verzoek en het verweer
Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank om te beslissen:
a. dat het pensioenfonds hem binnen 14 dagen na deze uitspraak moet verstrekken:
- een volledig overzicht van de persoonsgegevens waarop zijn pensioenberekening is
gebaseerd;
- een begrijpelijke toelichting op de wijze waarop deze gegevens leiden tot het in het
UPO getoonde pensioen;
- een bevestiging van de juistheid van deze gegevens.
b. dat het pensioenfonds bij niet-nakoming een dwangsom is verschuldigd van € 250,-per dag, met een maximum van € 10.000,-;
c. dat het pensioenfonds in de proceskosten wordt veroordeeld.
[verzoeker] baseert zijn verzoek op artikel 15 AVG. Hij legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij deelnemer is bij het pensioenfonds. Hij ontvangt pensioen. [verzoeker] wil kunnen controleren op basis van welke gegevens (de hoogte van) zijn pensioen is vastgesteld, inclusief toelichting en een bevestiging van de juistheid van de gegevens, voor het verleden en voor de toekomst. [verzoeker] heeft deze gegevens vooral nodig in verband met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het gaat om onder andere de volgende gegevens: het pensioengevend salaris, deeltijdpercentages, dienstjaren en waardeoverdrachten. Het pensioenfonds wil deze gegevens niet vrijwillig verstrekken. Het is [verzoeker] te doen om transparantie en zekerheid dat zijn pensioen correct is berekend. Die zekerheid heeft hij niet op grond van het UPO, omdat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend.
Het verweer
Stichting Pensioenfonds Notariaat verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe – kort en zakelijk weergegeven – het volgende aan.
De huidige pensioenregeling wordt per 1 januari 2027 omgezet in de nieuwe premieregeling. Het pensioenfonds is gehouden om een zo nauwkeurig mogelijke prognose aan haar deelnemers af te geven. Daarom wordt deze prognose zo kort mogelijk voorafgaand aan de omzetting aan de deelnemers verstrekt. Het pensioenfonds kan dan ook nog geen inzicht geven in het toekomstige pensioen van [verzoeker] .
Het pensioenfonds is verder van mening dat de AVG geen grondslag biedt voor toewijzing van het verzoek. Zij voert aan dat [verzoeker] al met pensioen is gegaan voordat de AVG toepasselijk was. Hij kan zich daarom niet op de AVG beroepen. Voor zover het verzoek wel op grond van de AVG kan worden gedaan, geldt dat de verzochte gegevens geen persoonsgegevens zijn zoals bedoeld in de AVG. De AVG heeft bovendien niet tot doel het transparant maken of controleren of pensioenfondsen de pensioenrechten op correcte wijze administreren of welke prognoses te maken zijn.
Voor zover het verzoek ziet op salarisgegevens die het pensioenfonds gebruikt, merkt het pensioenfonds op dat er sinds het ingaan van de AVG geen salarisgegevens zijn verwerkt, omdat [verzoeker] toen al met pensioen was. [verzoeker] werd overigens tijdens de opbouw van het pensioen op de hoogte gehouden van de gebruikte persoons- en salarisgegevens in het UPO, zodat daar nu geen belang bij bestaat. Hij kan de berekening bovendien makkelijk zelf maken.
Tot slot voert het pensioenfonds aan dat [verzoeker] aan de berekeningen geen rechten kan ontlenen. Hij heeft daarom geen belang bij zijn verzoek of het kwalificeert als misbruik van inzagerecht.
4. Het oordeel van de rechtbank
Het wettelijk kader
Op grond van de AVG kunnen persoonsgegevens worden opgevraagd. In artikel 15 lid 1 AVG staat dat een betrokkene onder meer recht heeft op inzage in van hem betreffende persoonsgegevens. Artikel 15 lid 3 AVG bepaalt dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene een kopie verstrekt van de persoonsgegevens die worden verwerkt met inachtneming van artikel 15 lid 4 AVG. In artikel 15 lid 4 AVG is opgenomen dat het recht om een kopie te verkrijgen geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen doet.
Wat persoonsgegevens zijn, staat in artikel 4 lid 1 AVG beschreven. Volgens dat artikel zijn persoonsgegevens: “alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon ("de betrokkene"); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon”.
De uitleg van het begrip ‘persoonsgegevens’ is dus bepalend voor de reikwijdte van het inzagerecht. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft overwogen dat het begrip persoonsgegevens zich potentieel uitstrekt tot elk soort informatie, zowel objectieve als subjectieve informatie die de betrokkene betreft. Van dat laatste is sprake als de informatie vanwege haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een natuurlijk persoon. Dit betekent dat als de gegevens medebepalend zijn voor de wijze waarop de betrokken persoon in het maatschappelijk verkeer wordt beoordeeld of behandeld, die gegevens als persoonsgegevens worden aangemerkt. Niet alleen gegevens op basis waarvan een natuurlijk persoon geïdentificeerd kan worden, maar ook feitelijke of waarderende gegevens over eigenschappen, opvattingen of gedragingen van een persoon zijn dus persoonsgegevens. Voor zover dergelijke gegevens geautomatiseerd worden verwerkt of voorkomen in bestanden is het inzagerecht daarop van toepassing.
Het verzoek ziet niet op ‘persoonsgegevens’
Om te beoordelen of het verzoek van [verzoeker] toewijsbaar is, moet de rechtbank het hiervoor beschreven wettelijk kader in deze zaak toepassen. Dat betekent dat de rechtbank de vraag moet beantwoorden of de gegevens waar [verzoeker] om vraagt persoonsgegevens zijn zoals bedoeld in de AVG.
[verzoeker] heeft tijdens de zitting benadrukt dat het hem te doen is om de totale berekeningen met wat eraan ten grondslag ligt. Berekeningen voldoen niet aan de omschrijving van het begrip ‘persoonsgegevens’. Het zijn geen gegevens die zijn te herleiden tot een persoon ( [verzoeker] ). Dat betekent dat, voor zover de AVG al van toepassing zou zijn omdat [verzoeker] al voor het ingaan van de AVG met pensioen is gegaan, de berekeningen niet op grond van de AVG kunnen worden opgevraagd.
Voor zover het verzoek ziet op de stukken waarop de berekeningen zijn gebaseerd, kunnen deze evenmin op grond van de AVG worden opgevraagd. Los van de vraag of die stukken persoonsgegevens zijn die te herleiden zijn tot [verzoeker] , geldt dat deze gegevens in te zien zijn via het UPO. Die gegevens kan hij al inzien en controleren, zodat hij in zoverre geen belang heeft bij dit deel van zijn verzoek.
Een toelichting op de gegevens en de bevestiging van de juistheid van de gegevens zijn evenmin persoonsgegevens die op grond van de AVG kunnen worden opgevraagd.
De conclusie is dan ook dat de rechtbank het verzoek van [verzoeker] afwijst. Er is geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
De rechtbank kan zich overigens voorstellen dat [verzoeker] behoefte heeft aan zekerheid over zijn pensioen, voor het verleden en de toekomst, ook met het oog op het nieuwe pensioenstelsel. Die zekerheid kan hij niet via dit verzoek krijgen, ook niet als het verzoek wel toewijsbaar zou zijn. De rechten op een bepaald pensioen kunnen niet ontleend worden aan de berekeningen of aan de stukken waarop de berekeningen zijn gebaseerd. Die rechten vloeien voort uit het pensioenreglement. Als [verzoeker] dus al zou krijgen waar hij om vraagt, geven die gegevens niet de zekerheid waar het hem om te doen is.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.