Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-323608-22
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
raadsvrouw mr. W. van Nunen, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 en 19 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. R. in ‘t Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
De zaken tegen [medeverdachte 1] (parketnummer 02-323570-22), [medeverdachte 2] (parketnummer 02-323593-22), [medeverdachte 3] (parketnummer 02-284526-23) en [medeverdachte 4] (parketnummer 02-284536-23) zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1: op 10 december 2022 in Giessen openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] en een goed, te weten de auto van [slachtoffer] ;
feit 2: op 10 december 2022 in Giessen een ploertendoder voorhanden heeft gehad.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 1. Verdachte heeft geen geweld jegens aangever gebruikt, maar was enkel aanwezig en heeft staan filmen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde voorhanden hebben van de ploertendoder heeft begaan.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat wordt voldaan aan één van de in de tenlastelegging genoemde gedachtestreepjes. Nergens blijkt uit dat verdachte aangever zou hebben geslagen (gedachtestreepje 1) of de bewuste avond zou hebben geschoten (gedachtestreepje 2).
Het oordeel van de rechtbank
Feit 1:
Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is niet noodzakelijk dat verdachte zelf een van de in de tenlastelegging feitelijk omschreven geweldshandelingen heeft verricht. Met de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Daarom zal verdachte - zonder nadere motivering - van dit feit worden vrijgesproken.
Feit 2:
Aangezien verdachte ten aanzien van feit 2 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 18 november 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2022, pagina’s 233 t/m 266 van zaaksdossier ZB3R022096/2022327625 Sunderland;
- het proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2023, pagina’s 284 t/m 286 van zaaksdossier ZB3R022096/2022327625 Sunderland.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
2
op 10 december 2022 te Giessen een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert ten aanzien van feit 2 aan verdachte op te leggen een geldboete van € 200,00, te vervangen door vier dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit ten aanzien van feit 2 toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich op 10 december 2022 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een ploertendoder door die te vervoeren voor een ander. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens brengt onaanvaardbare risico’s met zich en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de samenleving, temeer doordat dergelijke wapens niet zelden worden gebruikt bij het plegen van andere strafbare feiten. Deze ploertendoder was kort daarvoor gebruikt bij een openlijke geweldpleging waarvan verdachte is vrijgesproken.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
6 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Het uitgangspunt in de rechterlijke oriëntatiepunten voor het voorhanden hebben van een ploertendoder is een geldboete van € 200,00. Maar gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, op wat verdachte concreet heeft gedaan en omdat hij vier dagen in voorarrest heeft gezeten, acht de rechtbank het opleggen van een straf of maatregel voor dit feit niet meer passend. Zij zal toepassing geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
7. Het beslag
De onttrekking aan het verkeer
Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen ploertendoder is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het strafbare feit is met betrekking tot de ploertendoder begaan en het betreft een voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang. De rechtbank zal de ploertendoder daarom onttrekken aan het verkeer.
8. De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.394,89(vul bedrag in terzake van materiële schade) aan materiële schade en een vergoeding van € 3.000,00(vul de te bewaren goederen in) aan immateriële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft, gelet op de gevorderde vrijspraak voor feit 1, verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft, gelet op het verzoek verdachte vrij te spreken, verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9a, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en
munitie;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op (vul bedragin/maak keuze)(maak een keuze)nihil;
Beslag
- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:
- 1 STK Slagwapen (omschrijving: G2535316, ploertendoder).
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. R. Combee en mr. R.J.H. de Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 december 2025.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 10 december 2022 te Giessen openlijk, te weten aan de Distributiestraat te Giessen, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten
[slachtoffer] en/of een goed van die [slachtoffer] , te weten een of meerdere autoruit(en) door
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met zijn vuist(en) en/of een wapenstok/ploertendoder, op zijn linkerarm en/of schouder en/of hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of
- met een wapenstok/ploertendoder, althans met enig voorwerp, op een of meerdere ruit(en) van de personenauto van die [slachtoffer] , te slaan en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een (doorgeladen) vuurwapen, gericht op die [slachtoffer] en/of in de richting van die [slachtoffer] en/of in de lucht, te schieten;
(art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 10 december 2022 te Giessen, een wapen(s), van categorie I, onder 1° of 3°, te weten een wapenstok c.q. ploertendoder, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.
(art 13 lid 1 Wet wapens en munitie)