ECLI:NL:RBZWB:2025:8994

ECLI:NL:RBZWB:2025:8994, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, BRE 24/5465

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer BRE 24/5465
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verzuimboete, avas

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. Y.E.J. Geradts),

en

de inspecteur van de Belastingdienst.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 28 mei 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in de vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 152.550.

Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 1.846 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en belanghebbende een verzuimboete van € 5.514 opgelegd (de boetebeschikking).

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, mr. Y.E.J. Geradts en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de verzuimboete terecht en naar het juiste bedrag aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Tussen partijen is ook de hoogte van de belastingrente in geschil.

Naar het oordeel van de rechtbank is de verzuimboete terecht aan belanghebbende opgelegd. Wel dient de verzuimboete te worden verminderd als gevolg van “undue delay”. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Als gevolg van een procesafspraak tussen partijen laat de rechtbank een oordeel over de hoogte van de belastingrente achterwege.

Feiten

3. Belanghebbende is een besloten vennootschap. De activiteiten van belanghebbende bestaan uit het verrichten van werkzaamheden op het gebied van plastische chirurgie.

Belanghebbende heeft voor de jaren 2016 tot en met 2019 de aangiften vennootschapsbelasting (VPB) niet binnen de daartoe gestelde termijnen ingediend. De inspecteur heeft belanghebbende over deze jaren een verzuimboete opgelegd op grond van artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Voor het indienen van de aangifte VPB voor het jaar 2020 heeft belanghebbende gebruik gemaakt van de zogenaamde Becon-regeling en van de inspecteur uitstel gekregen tot 1 mei 2022. Belanghebbende heeft, ook na daartoe te zijn herinnerd en aangemaand, geen aangifte VPB 2020 binnen de daarin gestelde termijnen ingediend.

De inspecteur heeft ambtshalve aan belanghebbende een aanslag VPB 2020 opgelegd, naar een belastbaar bedrag van € 152.550. Tevens heeft de inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete van € 5.514 opgelegd op grond van artikel 67a AWR en is aan belanghebbende een bedrag van € 1.846 aan belastingrente in rekening gebracht.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag en op 31 mei 2023 alsnog een aangifte VPB 2020 ingediend. Uit de ingediende aangifte volgde een hoger belastbaar bedrag dan in de ambtshalve aanslag was opgenomen. De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag, de boete en de belastingrentebeschikking gehandhaafd.

Motivering

4. Artikel 67a AWR bepaalt het volgende (tekst 2020):

“1. Indien de belastingplichtige de aangifte voor een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven niet, dan wel niet binnen de ingevolge artikel 9, derde lid, gestelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem, uiterlijk bij de vaststelling van de aanslag, een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.514 kan opleggen.(...)”

Vast staat dat belanghebbende de aangifte niet binnen de in artikel 9, derde lid AWR gestelde termijn heeft gedaan. De inspecteur kon belanghebbende dus in beginsel een verzuimboete opleggen op grond van artikel 67a AWR.

Belanghebbende heeft gesteld dat sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas), waardoor de boete achterwege zou moeten blijven. Volgens belanghebbende kon de aangifte VPB 2020 niet eerder worden ingediend, omdat zij daarvoor afhankelijk is van de cijfers van de ziekenhuizen en deze cijfers zeer laat werden aangeleverd. Belanghebbende beroept zich op overmacht.

Van avas is slechts sprake indien belanghebbende alle zorg heeft betracht die in de gegeven omstandigheden van haar mag worden verwacht om het verzuim te voorkomen. Belanghebbende stelt dat zij niet tijdig aangifte kon doen omdat zij pas laat de beschikking krijgt over cijfers van de ziekenhuizen. De rechtbank overweegt dat uit de door belanghebbende aangedragen gronden volgt dat zij twee maanden voor het verstrijken van de aanmaningstermijn beschikte over de benodigde cijfers. Er is geen reden gegeven waarom belanghebbende vervolgens niet in staat is geweest om binnen die termijn de aangifte in te dienen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat die er dus niet is. Daar komt bij dat belanghebbende zich ook niet heeft ingespannen om extra uitstel te vragen. Volgens belanghebbende heeft het namelijk geen zin om extra uitstel te vragen, omdat het niet zal worden verleend. In plaats daarvan heeft belanghebbende de ambtshalve aanslag VPB 2020 afgewacht en daartegen een bezwaarschrift ingediend. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende met deze handelwijze niet de zorg heeft betracht die van haar in redelijkheid mag worden verwacht om het verzuim te voorkomen.

Belanghebbende stelt dat zij mocht vertrouwen op haar gemachtigde en dat haar gemachtigde geen extra uitstel heeft aangevraagd. Volgens belanghebbende kan het nalaten van de gemachtigde om extra uitstel te verzoeken haar niet worden toegerekend. Belanghebbende verwijst daarvoor naar het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006. De rechtbank overweegt dat het genoemde arrest ziet op de toerekening van opzet of grove schuld van een ander aan een belastingplichtige. Die boetebestanddelen zijn in dit geval geen vereiste aangezien het om een verzuimboete gaat. Daarnaast volgt uit het hierboven eerder genoemde arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2007 dat aan een belastingplichtige een verzuimboete kan worden opgelegd als een door hem ingeschakelde derde een fout maakt, tenzij die belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat hij aan zijn verplichtingen zou voldoen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij actie heeft ondernomen richting de gemachtigde om ervoor te zorgen dat de aangifte tijdig zou worden ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is van avas geen sprake. De verzuimboete is terecht aan belanghebbende opgelegd.

In het geval dat de verzuimboete terecht is opgelegd, is belanghebbende van mening dat de boete niet passend en geboden is. Volgens belanghebbende is de boete veel te hoog. De inspecteur heeft de boete op grond van artikel 67a AWR in verbinding gelezen met paragraaf 21, zesde lid van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna: BBBB) opgelegd naar het wettelijk maximum van € 5.514. Volgens de inspecteur is sprake van een uitzonderlijk geval omdat belanghebbende stelselmatig in verzuim is. De rechtbank volgt de inspecteur hierin. Nu belanghebbende de aangifte ook in de jaren 2016 tot en met 2019 te laat heeft ingediend, is een verzuimboete van € 5.514 naar het oordeel van de rechtbank passend en geboden. De rechtbank verwerpt in dat verband de stelling van belanghebbende dat zij de boete niet kan betalen. Het enkele feit dat belanghebbende over meer belastingschulden beschikt, brengt niet mee dat zij de boete niet kan betalen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de boete te matigen.

Wel dient de boete te worden verminderd, omdat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaken in eerste feitelijke instantie (‘undue delay’). De rechtbank stelt vast dat 31 december 2022 geldt als aanvangsmoment van de redelijke termijn, omdat op dat moment de boete met de aanslag VPB voor het eerst is aangekondigd. De rechtbank doet uitspraak op 17 december 2025. Sinds de aankondiging van de boete is dan (afgerond) drie jaar verstreken. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van twee jaar is overschreden met een jaar. De verzuimboete wordt daarom met 10% gematigd tot € 4.962.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de verzuimboete terecht aan belanghebbende is opgelegd. De rechtbank zal de verzuimboete ambtshalve verminderen tot € 4.962 in verband met “undue delay”.

Omdat het beroep ongegrond is, krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.J. Bastiaansen

Griffier

  • mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025122403 FutD 2026-0014 NDFR Nieuws 2026/3 V-N Vandaag 2026/80
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?