[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke afwijzing van eisers aanvraag om bijzondere bijstand.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 26 september 2024 op 10 december 2025 op zitting behandeld. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon] .
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank stelt vast dat de bewindvoerder van eiser als partij betrokken was bij dit beroep. Het bewind is met het overlijden van eiser van rechtswege geëindigd. Eiser is op 16 maart 2025 overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die het beroep zouden willen voortzetten. Ondanks pogingen van de bewindvoerder om contact te krijgen met een erfgenaam van eiser, heeft zich geen erfgenaam gemeld. Gelet op het voorgaande is het processuele belang aan de beoordeling van het beroep komen te ontvallen.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025 door mr. S.C.S. van Bree, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.