ECLI:NL:RBZWB:2025:9011

ECLI:NL:RBZWB:2025:9011, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, C/02/427380 / FA RK 24-4653

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/427380 / FA RK 24-4653
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Echtscheiding. Toevertrouwing minderjarige hangt samen met huurrecht. (Financiële) situatie vrouw heeft aantal onzekere factoren.

Uitspraak

2. De feiten

Op grond van de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- zij zijn op [datum] 1989 in [plaats] , Marokko, met elkaar getrouwd;

- tijdens hun huwelijk zijn vier kinderen geboren, waarvan nu nog minderjarig:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 in [woonplaats] ;

- zij hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan;

- zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

3. De verzoeken

De man verzoekt, samengevat:

- echtscheiding;

- bepaling dat [minderjarige] zijn hoofdverblijf zal hebben bij hem;

- bepaling dat hij huurder van de echtelijke woning aan [adres] in [woonplaats] zal zijn.

De vrouw verzoekt, samengevat:

- bepaling dat [minderjarige] zijn hoofdverblijf zal hebben bij haar;

- bepaling dat zij huurster van de echtelijke woning aan [adres] in [woonplaats] zal zijn.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. In dit ouderschapsplan staan afspraken over de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is in de wet geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. Als het ouderschapsplan ontbreekt heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden ingediend (lid 6).

De man heeft geen ouderschapsplan overeenkomstig bovenstaand artikel ingediend. De rechtbank zal daarom eerst moeten toetsen of hij kan worden ontvangen in zijn verzoek tot echtscheiding. Uit de stukken volgt dat partijen van mening verschillen over het hoofdverblijf van [minderjarige] . Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan in te dienen. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de man ontvangt in zijn verzoek tot echtscheiding.

Echtscheiding

De man verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Hij stelt dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.

De vrouw heeft op de zitting de duurzame ontwrichting betwist, omdat voor haar onduidelijk is waarom de man wil scheiden.

De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek tot echtscheiding te beoordelen, omdat op het moment van indiening van het verzoekschrift zich de gewone verblijfplaats van de man in Nederland bevond en hij al ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek in Nederland verbleef. De rechtbank past Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding.

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak is er voldoende grond om een verzoek tot echtscheiding toe te wijzen, wanneer één van de echtgenoten niet verder wil met het huwelijk en stelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Op de zitting heeft de man een toelichting gegeven bij zijn verzoek tot echtscheiding en deze toelichting heeft de vrouw niet weersproken. De rechtbank zal het verzoek van de man dan ook toewijzen.

Hoofdverblijf van [minderjarige] en het huurrecht

Beide partijen verzoeken om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem dan wel haar te bepalen. Ook verzoeken zij allebei om het huurrecht van de woning aan [adres] in [woonplaats] . De rechtbank ziet in hetgeen partijen hebben aangevoerd aanleiding om deze verzoeken gezamenlijk te beoordelen.

De Nederlandse rechter is bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken over het hoofdverblijf, omdat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Ook is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op de verzoeken over het huurrecht, omdat de woning in Nederland is gelegen. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.

De man geeft aan dat de vrouw een aantal maanden geleden definitief uit de woning is vertrokken. Sindsdien draagt de man de zorg voor [minderjarige] . Ook in het verleden heeft de vrouw met periodes de woning verlaten en dan zorgde de man voor [minderjarige] . De man vindt het belangrijk dat [minderjarige] een stabiele opvoedsituatie heeft en daarvoor is het van belang dat hij samen met de man in de woning kan blijven. Het huurcontract van de woning staat op naam van de man en hij betaalt alle lasten van de woning. Daarnaast heeft de man ook geen mogelijkheden voor alternatieve woonruimte, omdat hij is gebrouilleerd met zijn familie. Daarentegen heeft de vrouw wel een alternatief, aangezien zij in België woont.

De vrouw stelt dat zij altijd voor [minderjarige] heeft gezorgd en dat het in zijn belang is dat zij deze zorg weer op zich neemt. De vrouw geeft aan dat zij de echtelijke woning noodgedwongen heeft moeten verlaten, omdat de situatie thuis gespannen was. De vrouw betwist dat zij in België woont en stelt dat zij met uitzondering van zes à zeven maanden altijd op het adres van de echtelijke woning heeft gewoond. Desgevraagd heeft de vrouw toegelicht dat zij een aantal jaar geleden voor enkele maanden samen met de kinderen in België heeft gewoond met de bedoeling om zich daar permanent te vestigen. Dit was een gezamenlijke afspraak met de man. De kinderen zijn ook in België naar school gegaan en de vrouw heeft in België gewerkt. Uiteindelijk heeft de vrouw besloten om samen met de kinderen terug te gaan naar Nederland, maar zij heeft nog voor een bepaalde periode in België gewerkt. Dit is nu niet meer het geval. Het door de man genoemde adres in België is geen woonadres, maar een postadres. Dit adres heeft de vrouw toegewezen gekregen en gebruikt zij voor een gerechtelijke procedure in België.

Ze staat niet meer in Nederland ingeschreven. Op dit moment verblijft de vrouw tijdelijk bij de oudste zoon van partijen in Utrecht, maar dit is geen oplossing voor de lange termijn. Verder heeft de vrouw aangegeven dat zij niet (meer) is ingeschreven bij een woningbouwvereniging, zodat zij via die weg niet in aanmerking komt voor alternatieve woonruimte. Dit alles maakt dat de vrouw belang heeft bij het huurrecht van de woning.

De Raad geeft op basis van de beschikbare informatie aan dat voor beide partijen geldt dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem of haar kan worden bepaald. Voor de Raad is het belangrijk dat [minderjarige] de nodige zekerheid houdt in zijn leven. Hij woont in de echtelijke woning en heeft in die omgeving zijn familie, sport, school en vrienden.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank volgt de Raad in haar stelling dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij zowel de vrouw als de man kan worden bepaald. Er is niet gebleken dat er zorgen zijn over [minderjarige] en de opvoedingskwaliteiten van beide ouders. Wel is het belangrijk dat [minderjarige] in de echtelijke woning kan blijven wonen. Dit maakt dat de beslissing over het huurrecht doorslaggevend zal zijn voor de beslissing bij wie het hoofdverblijf van [minderjarige] zal worden bepaald.

Nu beide partijen verzoeken om toedeling van het huurrecht komt de rechtbank toe aan een belangenafweging. Vast staat dat de man contractueel huurder is van de woning en alle woonlasten voldoet. Ook staat vast dat de vrouw momenteel een beperkt inkomen heeft van € 150,= per week van de Belgische overheid. In de situatie van de vrouw speelt een aantal onzekere factoren: zij heeft geen arbeidsinkomen en staat niet ingeschreven op een adres in Nederland, waardoor zij geen aanspraak kan maken op een uitkering en toeslagen. Op dit moment beschikt zij dan ook niet over de financiële middelen om de woonlasten van de echtelijke woning te voldoen. Verder is onbetwist door de man gesteld dat de inwonende meerderjarige kinderen van partijen ook niet in staat zijn om voor de vrouw de woonlasten te betalen. De vrouw heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij de woonlasten kan voldoen wanneer zij onder meer een bijstandsuitkering gaat ontvangen. Zij zal in overleg met haar (Belgische) advocaat bekijken of zij zich in Nederland kan inschrijven, ondanks de lopende gerechtelijke procedure in België. De rechtbank is van oordeel dat dit nog een onzekere factor is en hier niet op kan worden vooruitgelopen. Immers, het belang van [minderjarige] is ermee gediend dat hij in de echtelijke woning kan blijven en hiervoor is een stabiele financiële situatie nodig, zodat de woonlasten (onmiddellijk) betaald kunnen blijven worden. Op grond van de stukken en de toelichting op de zitting acht de rechtbank dat de man in staat is om de benodigde stabiliteit te bieden. Zoals overwogen, staat vast dat de man de huurder van de woning is en hij alle woonlasten betaalt. In haar beoordeling betrekt de rechtbank verder dat onbetwist is gebleven dat de man geen mogelijkheden heeft om ergens anders te verblijven. Hoewel dit geen ideale situatie is, beschikt de vrouw wel over een alternatief, namelijk bij haar meerderjarige zoon in Utrecht. Gelet op het bovenstaande wijst de rechtbank het verzoek van de man om te bepalen dat hij huurder zal zijn van de echtelijke woning toe. Nu dit verzoek van de man wordt toegewezen, zal ook zijn verzoek over het hoofdverblijf van [minderjarige] worden toegewezen. De verzoeken van de vrouw wijst de rechtbank af.

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dit houdt in dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1989 in [plaats] , Marokko, met elkaar getrouwd;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 in [woonplaats] , zijn hoofdverblijf heeft bij de man;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, de huurder zal zijn van de woning aan [adres] in (5014 SC) [woonplaats] ;

compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter, en in tegenwoordigheid van

mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Benjaddi

Griffier

  • mr. Hurkmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?