ECLI:NL:RBZWB:2025:9019

ECLI:NL:RBZWB:2025:9019, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-12-2025, BRE 25/4556

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer BRE 25/4556
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

NTB

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de korpschef van politie, de korpschef

(gemachtigde: mr. N.N. Bontje).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de korpschef volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen het besluit van 22 augustus 2024 inhoudende de gedeeltelijke toewijzing van het inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep kennelijk gegrond?

3. Het beroep is kennelijk gegrond. Niet in geschil is dat er sprake is van een overschrijding van de beslistermijn. Eiser heeft de korpschef op 13 februari 2025 in gebreke gesteld. Op 17 februari 2025 heeft de korpschef de ingebrekestelling ontvangen en sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan.

Welke beslistermijn wordt aan de korpschef opgelegd?

4. De korpschef heeft in zijn verweerschrift van 7 oktober 2025 aangegeven dat de inventarisatie en beoordeling van meerdere inzageverzoeken van eiser de nodige tijd vergt, mede gelet op onderbezetting en personeelswisselingen aan de zijde van de korpschef. Dit is de reden van het overschrijden van de beslistermijn. Daarbij geeft de korpschef aan dat de inventarisatie inmiddels is afgerond en ernaar streeft om uiterlijk eind november 2025 een besluit af te geven.

Omdat de korpschef nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de korpschef dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de korpschef dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.

Welke dwangsom wordt aan de korpschef opgelegd?

5. De rechtbank bepaalt dat de korpschef een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de korpschef. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, de korpschef de onder 4.1. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de korpschef de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.

Omdat het beroep gegrond is, moet de korpschef het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding voor zijn proceskosten. De korpschef moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat de korpschef aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van

I. Ambachtsheer, griffier, op 9 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.M. Josten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?