de erven van [erflater] , domicilie kiezende in [plaats] , belanghebbenden
(gesteld gemachtigde: mr. A. Bennenbroek),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbenden tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 augustus 2024. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer] H.96.01.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbenden. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbenden. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 17 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Daarnaast is gesteld gemachtigde ook in de gelegenheid gesteld om een verklaring van erfrecht in te dienen. Op 14 november 2024, ontvangen op 15 november 2024, heeft gesteld gemachtigde verwezen naar de brief van 17 oktober 2024 en heeft gevraagd om uitstel om het beroepschrift te motiveren tot uiterlijk 20 november 2024. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en gesteld gemachtigde in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 22 november 2024 te reageren. Op 21 november 2024, ontvangen op 22 november 2024, heeft gesteld gemachtigde een brief gestuurd met motivering. In deze brief staat de volgende tekst dikgedrukt en onderstreept: “De volmacht en de verklaring van erfrecht stuur ik u per separate post na binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief.”. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn en tot op heden geen machtiging en geen verklaring van erfrecht ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.