[belanghebbende] BV, uit [plaats] , belanghebbende
(gesteld gemachtigde: mr. A.F.C. Bennebroek),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 februari 2024. Het beroep ziet op de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2019 met [aanslagnummer] V.96.0112.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging en een uittreksel van inschrijving bij de Kamer van Koophandel overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door mr. F.C. van de Ven. Hij vermeldt daarin dat hij samen met mr. A.F.C. Bennenbroek de gemachtigde is van belanghebbende. Het beroepschrift is door mr. Van de Ven ondertekend. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast heeft hij ook geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend. De rechtbank heeft hem per brief op 27 mei 2024 verzocht om binnen vier weken het verzuim te herstellen. Op 9 augustus 2024 is mr. Van de Ven nogmaals gewezen op het verzuim en is hem een termijn van twee weken geboden om het verzuim te herstellen.
Op 27 augustus 2024 heeft mr. Van de Ven de rechtbank verzocht om deze zaak te voegen met de zaak BRE 23/9347. Hij vraagt of gelet op de voeging met de zaak BRE 23/9347 nog een volmacht en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel moeten worden overgelegd in het dossier. Op 4 september 2024 heeft de rechtbank gereageerd op het verzoek van mr. Van de Ven en hem medegedeeld dat de rechtbank niet overgaat tot voeging van de beroepen. Hij is in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 18 september 2024 het verzuim te herstellen.
Op 13 september 2024 heeft mr. Van de Ven de rechtbank medegedeeld zich terug te trekken als gemachtigde in deze beroepsprocedure. In de brief geeft mr. Van de Ven aan dat mr. Bennenbroek het beroepsprocedure zelfstandig voortzet. De rechtbank heeft belanghebbende per brief van 16 september 2024 hierover geïnformeerd. Daarnaast heeft de rechtbank op 16 september 2024 tevens een brief aan gesteld gemachtigde mr. Bennenbroek gestuurd met daarin het verzoek om een machtiging en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel in te dienen. Gesteld gemachtigde is in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 14 oktober 2024 te reageren. Op 2 december 2024 is gesteld gemachtigde nogmaals gewezen op het verzuim en is hem een termijn tot uiterlijk 30 december 2024 gegeven om het verzuim te herstellen. In de brief is gesteld gemachtigde gewezen op de mogelijkheid dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 3 december 2024 om 14:17 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging en een uittreksel van inschrijving bij de Kamer van Koophandel ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en het indienen van een uittreksel bij de Kamer van Koophandel verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.