ECLI:NL:RBZWB:2025:9061

ECLI:NL:RBZWB:2025:9061, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, 407001 HA ZA 23-113

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 407001 HA ZA 23-113
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Beantwoording van de vraag of de door de ruitspecialist gedeclareerde tarieven marktconform zijn en of hij nog recht heeft op betaling van facturen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/407001 / HA ZA 23-113

Vonnis van 17 december 2025

in de zaak van

[eiser] HODN [bedrijf],

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. P.W.A.M. van Roy,

tegen

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV HODN INTERPOLIS,

te Tilburg,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Achmea,

advocaat: mr. R.H.J. Wildenburg.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 oktober 2024,- het deskundigenbericht van 12 maart 2025,

- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] ,

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Achmea.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 23 oktober 2024 is overwogen dat [eiser] - samengevat - moet bewijzen dat zijn prijzen marktconform zijn. De rechtbank heeft overwogen dat daarvoor een deskundigenbericht noodzakelijk is, uit te voeren door een deskundige.

In het tussenvonnis van 23 oktober 2024 is vervolgens de heer [deskundige] tot deskundige benoemd voor de beantwoording van de volgende vragen:

Welke tijdsduur is er gemoeid met een ruitvervanging?

Welke werkzaamheden gaan er gepaard met een ruitvervanging?

Welke arbeidskosten zijn er bij een ruitvervanging?

Welk uurtarief is marktconform bij een ruitvervanging?

Welke winstmarges worden gerekend bij ruitvervanging?

Wat zijn de materiaalkosten bij ruitvervanging en hoe hoog zijn de materiaalkosten?

Waar is het prijsverschil bij de door [eiser] en de door AR Expertise gehanteerde onderdelen en arbeidseenheden op gebaseerd?

Is het door [eiser] gevraagde uurloon marktconform?

Welke maatstaf wordt gehanteerd om het uurloon te bepalen bij een ruitvervanging?

Welke maatstaf moet worden gehanteerd voor de gebruikte onderdelen bij een ruitvervanging?

Is de inkoopprijs bij ruitvervangingen bepalend voor de prijs die aan de consument berekend wordt?

Hoeveel montage tijd is er nodig per auto voor een af-fabrikant en hoeveel montage tijd is er nodig per auto voor een reparateur voor het uitvoeren van een ruitvervanging?

Welke (prijs)verschillen zijn er tussen ruiten, O(riginal) E(quipment) M(anufacturer) of O(riginal) E(quipment) S(upplied)?

Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?

Het deskundigenbericht

De heer [deskundige] (hierna: de deskundige) heeft op 12 maart 2025 een rapport uitgebracht. De deskundige heeft bij het onderzoek zijn eigen kennis en ervaring, het ‘Handboek Lidmaatschap- & certificeringseisen Bovag Ruitschadeherstel’ en informatie aangeleverd door partijen betrokken.

In het rapport heeft de deskundige ten aanzien van vraag 1 overwogen dat de tijdsduur die gemoeid gaat met een ruitvervanging verschilt per merk en type voertuig. Soms zijn er verschillen in afdekpanelen, sierlijsten, de achteruitkijkspiegel en ADAS. De tijd kan variëren tussen iets meer dan 1 tot 4 uur of nog meer. In het algemeen is 1,5 tot 2 uur vaak voldoende om alle werkzaamheden te verrichten. De door de fabrikant opgegeven arbeidstijd kan eenvoudig aan de hand van een gangbaar calculatie programma zoals Audatex bepaald worden.

[eiser] heeft daar vervolgens op gereageerd dat vooral bij vrachtwagens extra accessoires, zowel aan de buitenzijde als in het interieur een tijdrovende factor kunnen zijn. [naam] , namens Achmea, heeft gereageerd dat gekeken moet worden naar de datum-tijd stempel fotomateriaal en tijdstempel op een factuur. Deze komen veelal niet overeen met voorgeschreven arbeidseenheden (daadwerkelijke arbeid: 90% doorgangen 60-90 minuten max. personenauto). Een vrachtwagen kan langer duren voor steiger opbouw en extra mankracht tijdens liften.

Ten aanzien van vraag 4 welk uurtarief marktconform is bij een ruitvervanging is in het deskundigenrapport opgenomen:

“- Daar geldt een heel grove bandbreedte van globaal 60 tot 90 Euro per uur excl. BTW

Ter beeldvorming de prijs van brood of benzine varieert ook afhankelijk van de plaats en leverancier.

In principe is er een vrije marktwerking en mogen bedrijven geen onderlinge prijsafspraken maken.

Er is een verschil tussen ruitspecialisten, autogarages, dealerbedrijven en truckdealers.

Vaak wordt een ruitspecialist in onder aanneming ingehuurd om in de werkplaats van een garage, dealer of truckdealer werkzaamheden uit te voeren De ruitspecialist factureert dan alleen zijn arbeid, de dealer verzorgd de materialen en de facturatie.

Door als ruitspecialist op locatie te werken ontstaan kosten voor een servicebus waarin in voorkomende gevallen de ruit getransporteerd moet worden. De eigen huisvestingskosten nemen echter af.

Om reden van de inflatie van de afgelopen jaren is een extreme mate van stijging zichtbaar in de salarissen van personeel in de autogarage gerelateerde wereld en daarmee ook in de uurlonen die garagebedrijven en aanverwante bedrijven in rekening brengen.

Commentaar [eiser] :

85 Euro per uur voor personenauto’s

90 Euro per uur voor bestelwagens

99 Euro per uur voor vrachtwagens

Commentaar [naam] :

57 Euro per uur voor ruitschadeherstellers (gemiddeld prijspeil 2022/2023)

63,42 Euro per uur voor Schadeherstelbedrijven

87,22 Euro per uur voor dealerbedrijven”

Op vraag 7 waar het prijsverschil bij de door [eiser] en de door AR Expertise gehanteerde onderdelen en arbeidseenheden op gebaseerd is heeft de deskundige geantwoord:

“- Dat is niet geheel duidelijk en zal per dossier verschillen.

- Feitelijk zou een abstracte calculatie gemaakt moeten worden via een calculatie programma zoals Audatex, zie toelichting PARA 8.5”

[eiser] heeft daarop gereageerd:

“Hanteert de brutoprijs van zijn leveranciers waarbij hij er vanuit gaat dat die corresponderen met de OEM prijs.”

Achmea heeft daarop gereageerd:

“Stelt dat de prijs wordt opgevraagd bij de importeur van het betreffend merk. Hij toonde een voorbeeld waarbij [eiser] een lagere ruitprijs hanteerde maar door andere posten en hoge arbeidskosten toch een naar zijn oordeel niet marktconform tarief in rekening brengt.

Verder stelt [naam] dat hij vastgesteld heeft dat [eiser] OEM prijzen hanteert terwijl er OES ruiten worden gemonteerd.”

De deskundige heeft op vraag 8 of het gevraagde uurloon marktconform is geantwoord:

[eiser] zit bovenin de brandbreedte van de uurlonen.

Het is de vraag hoe marktconform moet worden gedefinieerd.

Ter beeldvorming de prijs van brood of benzine varieert ook afhankelijk van de plaats en leverancier.

De uurlonen die [eiser] vraagt zullen afhankelijk zijn en mogelijk beïnvloed worden door de zgn. marketing P’.”

[eiser] concludeert dat met het deskundigenbericht al zijn vorderingen voor toewijzing gereed liggen.

Achmea concludeert daarentegen dat uit het deskundigenbericht volgt dat het tarief van [eiser] als ruitspecialist niet marktconform is. Het hogere uurtarief van [eiser] zou enkel gerechtvaardigd kunnen zijn indien dit gepaard gaat met een grotere deskundigheid en dus een efficiëntere werkwijze, c.q. montageduur. Uit de rapportage van de deskundige volgt dat er in het algemeen 1,5 tot 2 uur nodig is voor een ruitvervanging, en [eiser] brengt 3 tot 4 uur in rekening. Daarnaast volgt uit de reactie van [eiser] op vraag 7 dat hij OEM-prijzen rekent terwijl hij OES-ruiten plaatst. [eiser] factureert op basis van een duurder onderdeel, terwijl hij een goedkoper alternatief plaatst. Ten aanzien van de geldvordering heeft te gelden dat [eiser] niets meer te vorderen heeft van Achmea.

Prijzen

De rechtbank stelt voorop dat de prijs die [eiser] aan Achmea factureert uit verschillende componenten bestaat, waaronder het uurloon van [eiser] vermenigvuldigd met het aantal uur dat er is gewerkt en de materiaalkosten. Over deze drie componenten bestaat tussen partijen discussie.

Ten aanzien van het uurloon volgt uit het deskundigenrapport dat [eiser] met zijn uurloon boven in de brandbreedte van uurlonen zit. [eiser] rekent € 85,00 per uur voor personenauto’s en volgens de deskundige geldt een grove bandbreedte van € 60,00 tot € 90,00 per uur. Achmea heeft weliswaar aangevoerd dat het gebruikelijk zou zijn voor ruitspecialisten om lagere uurtarieven te hanteren dan dealerbedrijven of autogarages, maar vaststaat dat [eiser] geen ruitspecialist is die op locatie werkt zoals de deskundige in zijn rapportage aanhaalt. De door Achmea gemaakte vergelijking gaat daarmee niet op. Dat maakt dat de rechtbank er vanuit gaat dat een uurtarief van € 85,00 per uur marktconform is.

Ten aanzien van arbeidseenheden die [eiser] in rekening brengt, heeft te gelden dat uit het deskundigenrapport volgt dat in beginsel circa 1,5 tot 2 uur voldoende is om de werkzaamheden te verrichten. Achmea bevestigt in haar reactie dat deze tijdsduur voldoende zou moeten zijn en ook uit de reactie van [eiser] leidt de rechtbank af dat [eiser] het daarmee eens is, tenzij sprake is van vrachtwagens waarbij extra accessoires een tijdrovende factor kunnen zijn. Door [eiser] is niet gesteld en er is evenmin gebleken dat hij enkel de ruiten van vrachtwagens vervangt. Nu is komen vast te staan dat deze werkzaamheden in het algemeen in circa 1,5 tot 2 uur verricht kunnen worden, en [eiser] meer uren in rekening brengt, zijn de door hem in rekening gebrachte arbeidseenheden aldus niet marktconform.

Reeds eerder heeft de rechtbank overwogen dat [eiser] in acht dient te nemen dat hij – ongeacht de kwaliteit van de ruit – bij het plaatsen van een OEM-ruit, bij de verzekeraar aanspraak kan maken op betaling van een OEM-ruit. Indien [eiser] een OES-ruit plaatst, dient [eiser] een OES-ruit te declareren. [eiser] kan geen aanspraak maken op betaling van andere, mogelijk duurdere materialen terwijl hij de ‘goedkopere’ materialen in voertuigen plaatst, ongeacht de kwaliteit van de ruit. Uit het deskundigenrapport volgt dat [eiser] de brutoprijs van zijn leveranciers hanteert er vanuit gaande dat deze prijs correspondeert met de OEM-prijs. Deze wijze van declareren is naar oordeel van de rechtbank enkel marktconform indien [eiser] een OEM-ruit heeft geplaatst. Nu [eiser] niet heeft weersproken dat hij deze wijze van declareren eveneens hanteert wanneer hij andere ruiten, dan OEM-ruiten, plaatst, kan niet vastgesteld worden dat de door [eiser] in rekening gebrachte materiaalkosten marktconform zijn.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft te gelden dat de gevorderde verklaring voor recht enkel kan worden toegewezen voor zover deze ziet op het uurloon van [eiser] . De vordering dat AR Expertise & Onderzoek geen blokkades meer zal opwerpen wordt afgewezen.

Openstaande facturen

Bij dagvaarding vorderde [eiser] betaling van (het restant van) 16 facturen. Ten aanzien van deze facturen overweegt de rechtbank als volgt.

Achmea voert aan dat zij 7 van de 16 facturen (inmiddels) volledig aan [eiser] heeft betaald. Eerder heeft de rechtbank weliswaar overwogen dat [eiser] dat niet heeft betwist en dat het daarom als vaststaand kan worden afgenomen maar de rechtbank ziet aanleiding om op die overweging terug te komen. De stelling van Achmea vindt namelijk geen steun in de door Achmea overgelegde betalingsbewijzen.

Achmea stelt dat zij factuur [factuurnummer 1] met het bedrag van € 1.160,92 volledig heeft voldaan. Volgens het overgelegde betaalbewijs is echter een bedrag van € 910,42 overgemaakt, aldus € 250,50 te weinig. Ook voor factuur [factuurnummer 2] van € 920,75 heeft te gelden dat Achmea aanvoert dat deze volledig is betaald. Uit productie 13 van Achmea blijkt dat er € 670,75 is betaald, aldus € 250,00 te weinig. Achmea stelt dat zij deze facturen volledig heeft voldaan, maar het laat zich niet verklaren waarom zij geen betaalbewijzen heeft overgelegd van de volledige bedragen. Nu Achmea ook geen andere verweren tegen deze facturen heeft aangevoerd, wordt het restant van deze facturen van € 500,50 (€ 250,50 + € 250,00) toegewezen.

Uit de door Achmea overgelegde betaalbewijzen volgt dat de nog openstaande bedragen op facturen [factuurnummer 3] , [factuurnummer 4] , [factuurnummer 5] en [factuurnummer 6] volledig zijn voldaan, waardoor betaling van deze facturen wordt afgewezen.

Ten aanzien van factuur [factuurnummer 7] van € 2.012,27 heeft te gelden dat Achmea een betaalbewijs van € 1.663,03 heeft overgelegd. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat [eiser] exclusief btw moet declareren, dat deze factuur inclusief btw is opgesteld en dat Achmea om die reden enkel het bedrag exclusief btw (zijnde € 1.663,03) aan [eiser] heeft betaald. [eiser] heeft die stelling niet betwist waardoor het restant van factuur [factuurnummer 7] niet toewijsbaar is.

Achmea stelt dat zij factuur [factuurnummer 8] van € 108,90 aan haar verzekerde heeft betaald vanwege het ontbreken van een akte van cessie. [eiser] heeft daarop de akte van cessie niet in het geding gebracht zodat dit bedrag niet toewijsbaar is.

Factuur [factuurnummer 9] van € 1.688,12 heeft volgens Achmea betrekking op een voertuig dat niet bij haar verzekerd is zodat zij daarom niet tot betaling is overgegaan. [eiser] heeft die stelling niet weersproken zodat ook dit bedrag niet toewijsbaar is.

Achmea stelt voorts dat zij de facturen [factuurnummer 10] , [factuurnummer 11] en [factuurnummer 12] van ieder € 902,49 niet heeft betaald omdat door [eiser] geen nadere stukken zijn overgelegd. Dit is door [eiser] niet weersproken en tevens heeft hij daarop geen stukken ter onderbouwing in het geding gebracht. Dit betekent dat bij gebrek aan verificatoire bescheiden niet kan worden vastgesteld welke werkzaamheden zijn verricht en deze facturen zijn daarom niet toewijsbaar.

Achmea stelt dat zij de 4 resterende facturen tot het marktconforme bedrag heeft betaald. De rechtbank stelt vast dat het om de volgende facturen gaat en dat [eiser] de door Achmea gestelde betalingen ook erkent (productie 6 dagvaarding), doordat [eiser] enkel het restant van deze facturen nog van Achmea vordert.

Factuurnummer

Totale omvang factuur

Bedrag door Achmea voldaan

Openstaand

[factuurnummer 13]

€ 714,83

€ 482,70

€ 232,13

[factuurnummer 14]

€ 859,14

€ 675,26

€ 183,88

[factuurnummer 15]

€ 865,51

€ 736,26

€ 129,25

[factuurnummer 16]

€ 906,75

€ 492,50

€ 414,25

De rechtbank maakt uit productie 9 van Achmea op dat zij bij het voldoen van deze facturen een uurtarief heeft gehanteerd van € 57,50. Daarnaast stelt Achmea onder verwijzing naar haar producties 11 en 12 dat door [eiser] OES ruiten zijn geplaatst terwijl OEM ruiten zijn gefactureerd en dat [eiser] een mobiele toeslag heeft gerekend terwijl de ruiten in de garage zijn geplaatst. Dit is door [eiser] niet weersproken. Daarom zal de rechtbank van deze facturen € 220,00 (4 ruiten/facturen à 2 uur werk x het verschil in uurtarief van (€ 85 -/- € 57,50 =) € 27,50) toewijzen aan uurtarief dat te weinig door Achmea is betaald.

Gelet op voorgaande zal de rechtbank van het gevorderde bedrag van € 8.480,21 een bedrag van € 720,50 toewijzen. Achmea is bij niet tijdige betaling op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW de wettelijke rente over de facturen verschuldigd steeds vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan. De gevorderde (vervallen) wettelijke rente is in zoverre dan ook toewijsbaar.

Proceskosten

Achmea is gedeeltelijk in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

125,03

- griffierecht

1.057,00

- salaris deskundige

1.742,40

- salaris advocaat

1.823,50

(3,5 punten × € 521,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.925,93

3. De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat het uurloon van [eiser] van € 85,00 voor het herstellen van ruiten marktconform is,

veroordeelt Achmea om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 720,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,3.3. veroordeelt Achmea in de proceskosten van € 4.925,93, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Achmea niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?