[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 14 september 2022. Het beroep ziet op de verrekening van een teruggave van € 4.445,00 op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met [aanslagnummer] H.10.01 met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2017 met [aanslagnummer] F.01.7400.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij brief van 14 september 2022 heeft de ontvanger een uitspraak op bezwaar gedaan betreffende een verrekening van de aanslag. De ontvanger heeft in zijn beslissing het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar heeft de ontvanger opgenomen dat belanghebbende niet in beroep kan gaan bij de bestuursrechter, maar zich kan richten tot de burgerlijke rechter.
Het beroepschrift is op 22 juli 2024 ontvangen door de rechtbank. In de brief verwijst belanghebbende naar een eerder verzonden beroepschrift van 21 oktober 2022. Het beroepschrift waar belanghebbende naar verwijst is door de rechtbank niet ontvangen. Gelet op het overgelegde afgiftebewijs heeft belanghebbende het beroepschrift op 25 oktober 2022 afgegeven bij de Belastingdienst in [plaats] met het verzoek om het door te sturen naar de rechtbank. Aangezien de rechtbank kennelijk onbevoegd is, gaat de rechtbank in deze uitspraak niet nader in op de ontvankelijkheid van het beroep.
Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om de verrekening van € 4445,00 van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2021 met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2017 terug te draaien.
De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.