ECLI:NL:RBZWB:2025:9071

ECLI:NL:RBZWB:2025:9071, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, 11685621 CV EXPL 25-1579

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer 11685621 CV EXPL 25-1579
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Verzet
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verzetdagvaarding. verstek ontbinding en ontruiming met betaling huurachterstand toegewezen. overeenstemming bereikt: voorwaardelijke ontbinding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11685621 \ CV EXPL 25-1579

Vonnis van 17 december 2025

in de zaak van

[opposant] ,

te [plaats 1] ,

opposant,

hierna te noemen: [opposant] ,

gemachtigde: mr. S.E.C. Segeren-Krijnen,

tegen

[geopposeerde] ,

te [plaats 2] ,

geopposeerde,

hierna te noemen: [geopposeerde] ,

gemachtigde: [gemachtigde] .

De zaak in het kort

[opposant] heeft een verzetdagvaarding uitgebracht omdat hij het niet eens is met het op

5 maart 2025 uitgesproken verstekvonnis. Tijdens de mondelinge behandeling en nadien zijn [geopposeerde] en [opposant] erin geslaagd om een regeling te treffen. De kantonrechter zal de overeenstemming toewijzen en op de overige punten een beslissing nemen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van de kantonrechter te Breda met zaaknummer11535079 CV EXPL

25-518 met de daarin genoemde stukken;

- het tussenvonnis van 21 mei 2025 met de daarin genoemde stukken;

- de brieven van 10 oktober en 17 oktober 2025 van [geopposeerde] met producties;

- de brief van 15 oktober 2025 van [opposant] met producties;

- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de namens [geopposeerde] overgelegde volmacht aan [naam] (beheerder vastgoed) om namens [geopposeerde] te antwoorden tijdens de mondelinge behandeling;- de akte van [geopposeerde] ,

- de antwoordakte van [opposant] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[geopposeerde] verhuurt met ingang van 28 februari 2023 aan [opposant] de woning aan het [adres] in [plaats 1] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt op dit moment € 559,74 per maand inclusief servicekosten en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte (hierna te noemen de algemene voorwaarden) van toepassing.

In artikel 11 van de huurovereenkomst is een boetebeding opgenomen. Het eerste lid betreft het een boetebeding voor specifieke overtredingen van de huurovereenkomst en de huurvoorwaarden. Het tweede lid bepaalt dat huurder voor de overige overtredingen die niet zijn genoemd in artikel 11.1, een boete verschuldigd is van €10,00 per kalenderdag, met een maximum van € 2.000,00.

[opposant] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Namens [geopposeerde] is [opposant] op

14 november 2024 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

Partijen hebben na het uitbrengen van de verzetdagvaarding nog gecorrespondeerd over de huurachterstand en een eventuele betalingsregeling.

3. Het geschil

in oppositie:

Bij op 22 april 2025 uitgebrachte dagvaarding heeft [geopposeerde] , als eiser in de verstekzaak, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst te ontbinden. Verder heeft [geopposeerde] gevorderd om [opposant] , als gedaagde in de verstekzaak, te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand van

€ 4.411,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.701,77 vanaf 28 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, tot betaling van de huurtermijnen van € 540,70 per maand en de huurverhogingen en tot slot betaling van een gebruiksvergoeding, met veroordeling van [opposant] in de proceskosten.

Bij verstekvonnis van 5 maart 2025 heeft de kantonrechter de vordering van [geopposeerde] toegewezen behoudens de gevorderde huurverhoging. Verder is [opposant] veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 808,45.

[opposant] komt in verzet van voornoemd vonnis. Hij vordert van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling te worden ontheven en om de vordering van

[geopposeerde] alsnog af te wijzen, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het verzet. [opposant] betwist de hoogte van de toegewezen betalingsachterstand en hij betwist dat sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst dat een ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd zou zijn.

[geopposeerde] voert verweer en concludeert tot bekrachtiging van het verstekvonnis, met veroordeling van [opposant] in de kosten van het verzet.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in oppositie

Niet gebleken is dat [opposant] te laat in verzet is gekomen, zodat de kantonrechter hem ontvankelijk acht in het verzet.

Tijdens de mondelinge behandeling op 21 oktober 2025 is met partijen uitgebreid gesproken over de betalingsachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Daarbij was onderwerp van gesprek de hoogte van de betalingsachterstand, die [geopposeerde] in het overzicht, overgelegd als productie 13 bij de brief van 17 oktober 2025, had berekend op €4.108,14. Omdat dit overzicht onvoldoende inzicht gaf in de opbouw van de huurachterstand en [geopposeerde] niet in staat was om deze onduidelijkheid tijdens de zitting weg te nemen, is hij in de gelegenheid gesteld een actueel overzicht te verstrekken van de huurachterstand, de indexeringen en alle door [opposant] verrichte betalingen over de gehele huurperiode.

In afwachting van dit overzicht hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling al een betalingsregeling getroffen van € 250,00 per maand, waarbij zij het eens zijn geworden over een voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming voor het geval [opposant] de afspraken niet correct nakomt.

[geopposeerde] heeft in de akte gesteld en onderbouwd dat de huurachterstand tot en met november 2025 uitkomt op een bedrag van € 4.535,29, inclusief alle indexeringen en waarbij rekening is gehouden met de door [opposant] verrichte betalingen. [geopposeerde] wijzigt, zijn vordering conform de gemaakte afspraken en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. Verder dient [opposant] te worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand ad € 4.535,29 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 578,53. Tot slot dient [opposant] te worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten zoals genoemd in het verstekvonnis van € 808,45.

In de antwoordakte heeft [opposant] bericht in te stemmen met de door [geopposeerde] gestelde betalingsachterstand en de veroordeling in de proceskosten. Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten maakt [opposant] bezwaar, omdat onduidelijk is hoe dit bedrag tot stand is gekomen en er voor dit bedrag geen veertiendagen brief aan [opposant] is verzonden.

De kantonrechter vindt het een positieve ontwikkeling dat partijen voornoemde regeling hebben getroffen en zal dienovereenkomstig beslissen. Dit betekent dat het verstekvonnis van 5 maart 2025 zal worden vernietigd en dat de kantonrechter opnieuw recht zal doen als na te melden. Partijen verschillen echter nog van mening over de buitengerechtelijke incassokosten.

Ten aanzien van de incassokosten overweegt de kantonrechter dat deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [opposant] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [geopposeerde] heeft aan [opposant] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding van € 578,53 is echter hoger dan het tarief dat is vermeld in de aanmaning(en) als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. De vergoeding wordt daarom toegewezen tot het tarief dat in de aanmaning(en) is vermeld. Daarom zal een bedrag van € 495,11 worden toegewezen.

[opposant] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [geopposeerde] betalen. De proceskosten van [geopposeerde] worden gelet op de overeenstemming tussen partijen vastgesteld op een bedrag van in totaal € 808,45.

5. De beoordeling

De kantonrechter:

in oppositie

vernietigt het vonnis van 5 maart 2025 van de kantonrechter te Breda , gewezen onder zaaknummer 11685621 CV EXPL 25-1579;

opnieuw rechtdoende

veroordeelt [opposant] tot betaling aan [geopposeerde] van in totaal € 4.535,29 aan achterstallige huurpenningen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat elke individuele huurtermijn betaald had moeten zijn tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [opposant] om aan [geopposeerde] te betalen een bedrag van € 495,11 aan buitengerechtelijke kosten,

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan het [adres] en veroordeelt [opposant] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van hem in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [geopposeerde] te stellen, indien en zodra aan tenminste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

[opposant] is in gebreke met de voldoening van de met [geopposeerde] afgesproken aflossingverplichting op de huurachterstand, buitengerechtelijke kosten en proceskosten van € 250,00 per maand, telkens vóór de eerste van de maand te voldoen,

[opposant] is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur van € 559,74 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten;

veroordeelt [opposant] in de proceskosten van € 808,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opposant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?