ECLI:NL:RBZWB:2025:9076

ECLI:NL:RBZWB:2025:9076, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, C/02/441964 / JE RK 25-2034

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 14-01-2026
Zaaknummer C/02/441964 / JE RK 25-2034
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing voor zes maanden onder aanhouding restant, vinger aan de pols houden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/441964 / JE RK 25-2034

Datum uitspraak: 18 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

gevestigd te Amsterdam Zuidoost,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ( [land] ),

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,

[pleegouder 1] en [pleegouder 2],

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door mr. De Roo, een kantoorgenoot van mr. De Gruijl;

- een vertegenwoordiger van de GI, via telefonische verbinding.

De pleegouders zijn, met bericht van afmelding, niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de pleegouders wel juist zijn opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder heeft het gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 10 juli 2020 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI en is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend voor twee weken, met ingang van 10 juli 2020 en tot 24 juli 2020.

Bij beschikking van 23 juli 2020 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 oktober 2020. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 14 augustus 2020, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek tot de mondelinge behandeling van 7 augustus 2020.

Bij beschikking van 5 augustus 2020 is het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] afgewezen. Tevens is het primaire verzoek van de moeder toegewezen, in die zin dat de uithuisplaatsing van [minderjarige] is bekort tot 6 augustus 2020.

Bij beschikking van 10 september 2020 is [minderjarige] met spoed, zonder voorafgaand horen van de belanghebbenden, uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg voor twee weken, met ingang van 10 september 2020 en tot 24 september 2020.

Bij beschikking van 23 september 2020 is [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 23 september 2020 en tot 23 september 2021. Tevens is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 23 september 2020 en tot 23 maart 2021, onder aanhouding van het resterende deel.

Bij beschikking van 3 december 2020 is bepaald dat, onder voorbehoud van financiering, de moeder en de minderjarige [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar iedere week op woensdagmiddag in het gezinshuis [gezinshuis] in [plaats] , onder begeleiding van een medewerker van het gezinshuis, waarbij het contact de ene week één uur en de andere week twee uren zal duren.

Bij beschikking van 9 maart 2022 is de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 3 december 2020 gewijzigd en is bepaald dat [minderjarige] en de moeder gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar één keer per twee weken op zaterdag, startende vanaf 19 maart 2022, voor de duur van drie uur.

Bij beschikking van 3 oktober 2023 zijn de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 5 januari 2024.

Bij beschikking van 20 december 2023 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 5 januari 2025. Voorts is bij beschikking van 20 december 2023 de beschikking van 9 maart 2022 gewijzigd en is bepaald dat [minderjarige] de moeder gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar één keer per twee weken voor de duur van minimaal twee uur, waarbij het ene bezoek plaatsvindt bij de moeder thuis en de pleegouders zorgdragen voor het vervoer en de andere keer het bezoek plaatsvindt bij de pleegouders thuis waarbij de moeder zelfstandig reist naar het pleeggezin. De dag van de omgang bij de moeder thuis vindt in beginsel plaats op de maandag en onder begeleiding van SDW. Het andere bezoek vindt plaats bij de pleegouders thuis onder begeleiding van de pleegouders.

Bij beschikking van 20 december 2024 zijn de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 5 januari 2026.

Bij beschikking van 25 februari 2025 heeft de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing van 9 december 2024 vervallen verklaard. Tevens heeft de kinderrechter bepaald dat de moeder zich tijdens gezamenlijke gesprekken met de GI, de pleegouders en de pleegzorgbegeleider ter ondersteuning mag laten bijstaan door haar advocaat, waarbij de moeder de gesprekspartner van de GI, pleegouders en de pleegzorgbegeleider blijft, maar haar advocaat zo nodig ter ondersteuning van de moeder ook het woord mag voeren en bepaalt dat de GI zo snel als mogelijk en uiterlijk binnen drie maanden opdracht moet geven aan een onafhankelijke organisatie om te werken aan herstel van de samenwerking tussen de moeder en de pleegouders door middel van goede afspraken en bemiddeling.

Op grond van eerdergenoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij de pleegouders.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek, maar geeft aan zich ook te kunnen vinden in het verzoek van de moeder om de maatregelen voor zes maanden te verlengen onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Dit om een toetsingsmoment te creëren en te kijken welke stappen de moeder en de pleegouders over zes maanden hebben gezet in het mediation traject dat zij bij [hulpverlening] zijn aangegaan. In aanvulling op het verzoekschrift heeft de GI verder toegelicht dat tussen de moeder en de pleegouders een scheefgroei is ontstaan en dat de GI daarin niet goed genoeg de regie heeft gevoerd. Van die scheefgroei heeft [minderjarige] last; hij is loyaal naar zowel de moeder als de pleegouders en zit klem tussen hen. Om de verstandhouding en communicatie tussen de moeder en de pleegouders te verbeteren is [hulpverlening] ingezet. De moeder en de pleegouders hebben apart van elkaar al gesprekken gevoerd en de verwachting is dat er begin januari 2026 een gezamenlijk gesprek zal plaatsvinden. Belangrijk voor [minderjarige] is dat de situatie gaat verbeteren en de moeder en pleegouders elkaar niet diskwalificeren. Het is de verwachting van de GI dat hier langer dan zes maanden voor nodig is, nu [hulpverlening] pas sinds september 2025 is gestart en zowel de moeder als de pleegouders nog de nodige stappen moeten gaan zetten. Verder vindt de GI het belangrijk dat er, mede in navolging van het advies van de Raad, omgangsobservaties gaan komen. De bezoeken tussen de moeder en [minderjarige] verlopen positief, maar [minderjarige] heeft wel aangegeven dat hij de moeder liever één keer per maand wil zien. Onduidelijk is nog waarom [minderjarige] dit wil. Tot slot vindt de GI het belangrijk dat iedereen het perspectief van [minderjarige] bij de pleegouders actief blijft uitgedragen.

Door en namens de moeder is aangegeven dat de moeder geen verweer voert tegen de verlenging van de maatregelen, ondanks dat zij wel moeite met het dwangkader heeft. De moeder staat immers al jarenlang achter het perspectief van [minderjarige] bij de pleegouders en gunt [minderjarige] ook een liefdevol pleeggezin. De moeder legt verder uit dat de betrokkenheid van de GI niet altijd helpend is geweest; de GI heeft onvoldoende regie gevoerd, waardoor de verstandhouding tussen de moeder en de pleegouders juist onder druk is komen te staan als gevolg waarvan [minderjarige] nu kampt met loyaliteitsproblematiek. De moeder vindt het, vooral voor [minderjarige] , jammer dat de verstandhouding en communicatie met de pleegouders zo is verslechterd. Zij wil het liefst zo snel mogelijk weer tot een samenwerking komen. De moeder vindt het fijn dat [hulpverlening] is ingezet, maar de voortgang is beperkt. De pleegouders werken beperkt mee en stellen steeds voorwaarden voordat er een gezamenlijk gesprek kan plaatsvinden. Dat vindt de moeder niet in het belang van [minderjarige] . Om vinger aan de pols te houden en de voortgang van [hulpverlening] te bewaken, is namens de moeder verzocht om de duur van de maatregelen te beperken tot zes maanden en het restant aan te houden. De moeder vindt het belangrijk dat er op korte termijn stappen worden gezet, zodat wordt voorkomen dat [minderjarige] door de huidige situatie verder wordt belast. Ook vindt de moeder het jammer dat de overdracht van [minderjarige] niet meer tussen de moeder en de pleegouders plaatsvindt. Zij zou vanuit de pleegouders en de GI meer openheid willen om miscommunicatie te voorkomen. Tot slot schrikt de moeder ervan dat [minderjarige] de moeder liever één keer per maand zou willen zien. Zelf zou de moeder [minderjarige] juist meer willen zien. Het begeleide contact verloopt altijd positief en zij doen leuke dingen samen. De moeder vindt het verder belangrijk dat er omgangsobservaties komen en dat er daarmee ook zicht komt op de loyaliteiten van [minderjarige] .

Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat hij graag bij de pleegouders wil blijven wonen. Hij heeft het fijn bij de pleegouders en is eraan gewend. [minderjarige] ziet de moeder elke twee weken. De bezoeken zijn leuk, maar hij vindt het teveel; [minderjarige] zou de moeder liever één keer per maand willen zien. Dit omdat het anders niet meer speciaal is en hij op die manier meer tijd voor vrienden heeft. Verder vindt [minderjarige] het fijn dat de jeugdbeschermer betrokken is en dat wil hij graag zo houden.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor het verlengen van de maatregelen is voldaan. Zij zal het verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden verlengen, te weten tot 5 juli 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Zij legt deze beslissing hierna uit.

De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog niet is weggenomen en dat er nog stappen moeten worden gezet. [minderjarige] heeft in zijn jonge leven veel meegemaakt en de grootste zorg op dit moment is dat de relatie tussen de moeder en de pleegouders al langere tijd onder grote druk staat. Die relatie staat zodanig onder druk dat er geen onderlinge communicatie meer is, zij elkaar diskwalificeren en er ook geen overdracht van [minderjarige] meer tussen de moeder en de pleegouders en vice versa plaatsvindt. Het is de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] hier last van heeft; [minderjarige] ervaart onrust, zit klem tussen de moeder en de pleegouders en kampt met loyaliteitsproblematiek. Dat vindt de kinderrechter zeer zorgelijk. Positief is dat de moeder en de pleegouders in september 2025 zijn gestart met een traject bij [hulpverlening] om de communicatie te verbeteren, nadat het bemiddelingstraject bij de Gezinsmanager geen doorgang heeft gevonden. Uit de informatie van de GI volgt dat beiden al aparte gesprekken met [hulpverlening] hebben gevoerd en dat er naar verwachting in januari 2026 een gezamenlijk gesprek zal gaan plaatsvinden. Tijdens de zitting is door en namens de moeder naar voren gebracht dat er nog weinig voortgang in het traject zit, terwijl de moeder, vooral voor [minderjarige] , niets liever wil dan weer tot een samenwerking met de pleegouders komen. Om ervoor te zorgen dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] kan worden weggenomen en om de moeder en de pleegouders te blijven ondersteunen en begeleiden, vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI langer als regievoerder betrokken blijft. Verder is de kinderrechter van oordeel dat de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin moet worden gecontinueerd, nu de uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] is. [minderjarige] verblijft sinds 2020 bij het huidige pleeggezin en in 2021 is het perspectief van [minderjarige] bij de pleegouders bepaald. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] zich in het pleeggezin goed ontwikkelt, dat hij tot rust is gekomen en dat de pleegouders goed aansluiten bij zijn behoeften. Het is de kinderrechter ook gebleken dat iedereen achter deze plaatsing staat, hetgeen de moeder tijdens de zitting nogmaals heeft bevestigd. De moeder gunt [minderjarige] een liefdevol pleeggezin en om die reden heeft zij geen verweer tegen de maatregelen gevoerd. Zelf heeft [minderjarige] tijdens het gesprek met de kinderrechter ook aangegeven dat hij graag bij de pleegouders wil blijven wonen.

De kinderrechter twijfelt dan ook niet aan de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegouders en is van oordeel dat deze plaatsing moet voortduren, maar zal, om vinger aan de pols te kunnen houden door het creëren van een toetsingsmoment, de maatregelen voor de duur van zes maanden verlengen en het restant aanhouden. De kinderrechter vindt het namelijk belangrijk om de voortgang van het traject bij [hulpverlening] op te volgen en te kijken welke stappen de moeder en de pleegouders over zes maanden hebben gezet. Zij vindt het voor [minderjarige] van groot belang dat de communicatie en samenwerking tussen de moeder en de pleegouders gaat verbeteren, zodat hij niet langer klem tussen hen zit. Van de GI verwacht de kinderrechter dat ook zij de voortgang van het traject bij [hulpverlening] zal bewaken en omgangsobservaties zal gaan inzetten. Daarnaast vindt zij het belangrijk dat er meer zicht komt op de wens van [minderjarige] om één keer per maand contact met zijn moeder te hebben. Tot slot benadrukt de kinderrechter dat zij het belangrijk vindt dat iedereen het opvoedperspectief van [minderjarige] blijft uitdragen, zodat [minderjarige] weet en voelt dat hij blijvend bij de pleegouders zal opgroeien en een fijn contact met de moeder mag hebben.

Nu het verzoek voor de duur van zes maanden zal worden toegewezen en het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden, verzoekt de kinderrechter de GI om voor de hierna te noemen pro forma datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [minderjarige] en de stand van zaken. Ook wordt de GI verzocht haar nadere standpunt over het resterende deel van het verzoek kenbaar te maken en te berichten of de GI het restantverzoek al dan niet handhaaft.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 5 januari 2026 en tot 5 juli 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 5 januari 2026 en tot 5 juli 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek aan tot

5 juni 2026 PRO FORMA en verzoekt de GI om voor deze datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [minderjarige] en de stand van zaken en verzoekt de GI haar nadere standpunt over het resterende deel van het verzoek kenbaar te maken en te berichten of de GI het restantverzoek al dan niet handhaaft;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mr Van de Merbel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vork als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?