RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11877890 \ AZ VERZ 25-46
Beschikking van 19 december 2025
in de zaak van
[werkgever] B.V.,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. P.A. Kerkhof,
tegen
[werknemer] ,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 11 september 2025 ontvangen verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2025.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het geschil en de beoordeling
[werknemer] is in dienst van [werkgever] .
[werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
[werknemer] voert verweer.
Partijen zijn op de mondelinge behandeling van 15 december 2025 in overleg getreden. Zij hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten die is opgenomen in een proces-verbaal.
De kantonrechter stelt vast dat er een verstoorde arbeidsverhouding is, zodanig dat van [werkgever] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, alsmede dat herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Dit levert een redelijke grond op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Er is een opzegverbod, maar dit opzegverbod staat niet in de weg aan ontbinding. Het verzoek om ontbinding houdt namelijk geen verband met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft.
De kantonrechter zal daarom de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2026 toewijzen.
Partijen zijn in het proces-verbaal overeengekomen dat [werkgever] vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan [werknemer] is verschuldigd een beëindigingsvergoeding van € 16.000,00 bruto, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht wordt te zijn begrepen. [werkgever] zal worden veroordeeld tot betaling van die beëindigingsvergoeding, binnen veertien dagen na 1 februari 2026.
De kantonrechter zal verder bepalen dat partijen uitvoering dienen te geven aan de afspraken opgenomen in het proces-verbaal van 15 december 2025.
Gelet op de afspraken in het proces-verbaal zal de kantonrechter bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
3. De beoordeling
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2026,
veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] te betalen een beëindigingsvergoeding van € 16.000,00 bruto, binnen veertien dagen na 1 februari 2026,
bepaalt dat partijen uitvoering dienen te geven aan de afspraken uit het tijdens de mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal van 15 december 2025,
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.