ECLI:NL:RBZWB:2025:9087

ECLI:NL:RBZWB:2025:9087, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 24/6023, 24/6024, 24/6025, 24/6026, 24/6027, 24/6028, 24/6030, 24/6031

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer 24/6023
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Inkomstenbelasting correcties

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. H.J. Strating),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 8 juli 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende de volgende belastingaanslagen opgelegd:

navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2010;

aanslag IB/PVV 2011;

navorderingsaanslag IB/PVV 2011;

aanslag IB/PVV 2012;

aanslag IB/PVV 2013;

aanslag IB/PVV 2014;

aanslag IB/PVV 2015;

aanslag IB/PVV 2017;

conserverende aanslag IB/PVV 2017;

aanslag IB/PVV 2018.

Tegen deze belastingaanslagen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft op 8 juli 2024 uitspraak op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en de inspecteur.

Feiten

2. Belanghebbende houdt in 2010 alle aandelen in [bedrijf 1] B.V. en is bestuurder van deze vennootschap.

3. [bedrijf 1] B.V. heeft vanaf 2010 een onmiddellijk belang van 50% in [bedrijf 2] B.V. Deze vennootschap heeft een belang van 50% in [bedrijf 3] B.V.

4. [bedrijf 3] B.V. is betrokken geweest bij het organiseren van online kansspelen.

5. De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat belanghebbende niet alle door hem genoten inkomsten van [bedrijf 3] B.V., [bedrijf 2] B.V. dan wel [bedrijf 1] B.V. in zijn belastingaangiften heeft verantwoord. Om die reden heeft de inspecteur de belastingaanslagen opgelegd.

6. In een controlerapport dat is opgemaakt door de inspecteur met betrekking tot (onder meer) de jaren 2010 tot en met 2012 staat onder meer:

“Hierna wordt de aan de heer [belanghebbende] toe te rekenen geldstroom zoals die is

vastgelegd in de databases van [bedrijf 4] BV beschreven.

Op 24 mei 2013 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in het kantoor van [bedrijf 4] BV te [plaats 2] . Hierbij zijn onder meer, in digitale vorm, gegevens (mutaties) van de door [bedrijf 3] BV en/of op naam van [bedrijf 5] SA en/of op naam van [bedrijf 6] Ltd. bij [bedrijf 4] BV aangehouden rekening-courant(en), in beslag genomen.

Door het gebruik maken van de accounts bij [bedrijf 4] BV en de daaraan gekoppelde derdengelden rekeningen wordt het traceren van de werkelijke herkomst van de inkomende geldstroom bij [bedrijf 3] feitelijk afgeschermd en derhalve verborgen of verhult. De door spelers ingelegde gelden en aan hen uitbetaalde speelwinsten blijven buiten het zicht van welke boekhouding ( [bedrijf 3] , [bedrijf 7] , [bedrijf 8] , [bedrijf 9] , [bedrijf 10] etc) dan ook. De door de casino’s behaalde winsten, cq de “overschotten” op de bij [bedrijf 4] aangehouden accounts worden vervolgens onder valse titels, valse facturenstromen, overgedragen aan [bedrijf 3] BV en later ook aan de vennootschappen in de [bedrijf 7] Structuur. Ook vinden rechtstreekse geldstromen plaats vanaf de [bedrijf 4] accountants richting de bestuurders/aandeelhouders danwel familieleden van die bestuurders/aandeelhouders. De omschrijvingen bij de overboekingen bevatten meestal een omschrijving die begint met “AMC PO” en een uit zes cijfers bestaand nummer. Hierbij verwijst AMC naar “Amsterdams Casino”, PO staat voor “Pay Out” en het nummer wijst op een spelers id.

Een specificatie van de voornoemde bedragen hebben we hieronder opgenomen.

[De afbeelding is geanonimiseerd]

Wij zijn van mening dat met deze overboekingen een deel van de met Amsterdams

Casino (onderdeel van de activiteiten van [bedrijf 3] BV) behaalde omzet naar de

bankrekeningen van de heer [belanghebbende] is overgemaakt. Voor de jaren 2010 tot

en met 2013 gaat het respectievelijk om de volgende totaalbedragen: € 20.000,

€ 4.084, € 4.397 en € 254.”

7. Uit de jaarrekening van [bedrijf 1] B.V. over 2017 volgt een balanstotaal op het begin van het jaar van € 5.054.691 en op het einde van het jaar van € 2.984.018. [bedrijf 1] B.V. houdt in het jaar 2017 deelnemingen in acht vennootschappen. Die deelnemingen hebben afwisselend positieve en negatieve resultaten behaald.

8. Uit de jaarrekening van [bedrijf 1] B.V. over 2018 volgt een balanstotaal op het begin van het jaar van € 2.984.018 en op het einde van het jaar van € 3.597.268. [bedrijf 1] B.V. houdt in het jaar 2018 deelnemingen in acht vennootschappen. Die deelnemingen hebben afwisselend positieve en negatieve resultaten behaald.

9. [bedrijf 1] B.V. is in de onderhavige jaren in Nederland gevestigd.

Beoordeling door de rechtbank

Zijn de gebruikelijk loon-correcties terecht?

10. De rechtbank beoordeelt of de verschillende belastingaanslagen terecht en naar de juiste hoogte zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

11. De rechtbank is van oordeel dat een deel van de correcties van de inspecteur terecht zijn, en een deel niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Waar ziet de procedure op?

12. Belanghebbende heeft ter zitting verduidelijkt dat zijn beroepsgronden slechts nog zien op de volgende belastingaanslagen:

13. Met betrekking tot de bij de aanslag IB/PVV 2017 opgelegde verzuimboete heeft belanghebbende aangegeven dat die boete niet in geschil is. Ook de bezwaarkostenvergoeding is niet in geschil.

13. Ten aanzien van de jaren 2010 tot en met 2012 houdt partijen verdeeld of gelden die van [bedrijf 4] (een betaaldienstverlener) aan belanghebbende zijn betaald tot het inkomen van belanghebbende behoren. De inspecteur meent van wel en belanghebbende meent van niet.

13. Ten aanzien van de jaren 2017 en 2018 houdt partijen verdeeld of belanghebbende een (hoger) gebruikelijk loon in aanmerking moet nemen. Ook hier meent de inspecteur van wel en belanghebbende van niet.

Zijn de [bedrijf 4] -correcties terecht?

16. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast ten aanzien van de aangebrachte correcties op de inspecteur rust. Immers wenst de inspecteur met deze correcties de verschuldigde belasting hoger vast te stellen.

16. De inspecteur heeft in de jaren 2010 tot en met 2012 correcties aangebracht in verband met de gelden die van [bedrijf 4] overgemaakt zijn op een bankrekening van belanghebbende of zijn familie. Deze correcties zijn gebaseerd op bevindingen uit een controlerapport. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de betreffende betalingen loon uit dienstbetrekking vormen voor belanghebbende. Belanghebbende heeft zich daartegen verweerd en heeft aangegeven dat deels niet duidelijk is waar de betalingen op zien, en dat deze deels verband houden met transacties die in de privé-sfeer hebben plaatsgevonden. Het gaat dan om retouren van kinderkleding en boeken die via [bedrijf 4] zijn afgewikkeld.

16. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de betalingen uit het overzicht in het boekenonderzoek die verband houden met het ‘account number’ dat eindigt op 1337 aangemerkt kunnen worden als inkomen uit loon of resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende heeft ter zitting geloofwaardig verklaard dat sprake is van transacties uit de privé-sfeer die via [bedrijf 4] zijn afgewikkeld. Daar komt bij dat uit de weergave van de transacties door de inspecteur volgt dat de betreffende account op naam stond van de echtgenote van belanghebbende. De inspecteur heeft ter zitting geen afdoende toelichting kunnen geven op het uitgevoerde onderzoek. De enkele omstandigheid dat een betaaldienstverlener betalingen verricht aan (de echtgenote van) belanghebbende, waarbij die betaaldienstverlener ook betalingen afwikkelde van een aan belanghebbende gelieerde vennootschap, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat dan alle betalingen van die betaaldienstverlener op een aan belanghebbende gelieerde rekening niet aangegeven inkomen betreffen. De rechtbank merkt daarbij op dat belanghebbende dit reeds in bezwaar heeft aangevoerd, en de inspecteur desondanks geen nadere duiding heeft gegeven. Daarbij heeft de inspecteur meermaals zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende meer openheid van zaken moet geven, maar dat miskent de bewijsvoeringslast van de inspecteur bij de aangebrachte correcties gelet op de betwisting door belanghebbende.

19. Met betrekking tot de overige correcties is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat sprake is van niet aangegeven inkomen. De inspecteur heeft in dat verband terecht gewezen op de omstandigheid dat gelet op de omschrijvingen van de betalingen sprake is van betalingen waarvan het aannemelijk is dat die voortkomen uit de betrokkenheid van belanghebbende bij de Teletick-vennootschap(pen). Belanghebbende heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat geen sprake is van inkomsten. Belanghebbende heeft wel in algemene bewoordingen gesteld dat het gaat om verrekeningen van kosten en de verkoop van een caravan die via een zakelijke rekening is afgewikkeld, maar heeft in dat verband onvoldoende aangevoerd om de gemotiveerde stelling van de inspecteur te verwerpen.

20. De slotsom is dan ook dat de volgende correcties in stand blijven:

21. Het beroep tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 is dus ongegrond. De beroepen tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 en de aanslag IB/PVV 2012 zijn gegrond.

22. De inspecteur heeft in de jaren 2017 en 2018 correcties aangebracht in verband met het gebruikelijk loon dat door belanghebbende (volgens de inspecteur) in aanmerking genomen moet worden. Belanghebbende stelt daar tegenover dat hij geen werkzaamheden voor [bedrijf 1] B.V. heeft verricht omdat de activiteiten van alle vennootschappen stil lagen wegens de lopende strafrechtelijke procedures.

22. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht correcties heeft aangebracht. Uit de wet volgt dat een aanmerkelijkbelanghouder geacht wordt een bepaald salaris te genieten indien werkzaamheden worden uitgevoerd voor de vennootschap waarin het aanmerkelijk belang wordt gehouden(de fictiefloonregeling). De inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf 1] B.V. onder verwijzing naar de jaarrekeningen van die vennootschap. Uit die jaarrekeningen volgt dat de betreffende vennootschap in de jaren 2017 en 2018 deelnemingen hield die substantiële resultaten behaalden. Belanghebbende was daarbij enig aandeelhouder en bestuurder van de in Nederland gevestigde vennootschap [bedrijf 1] B.V. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat belanghebbende de nodige werkzaamheden heeft verricht. Belanghebbende heeft gesteld dat hij vanwege de lopende strafrechtelijke procedure geen enkele activiteit heeft ondernomen, maar dat acht de rechtbank niet te rijmen met het beeld dat uit de jaarrekeningen volgt. De door belanghebbende gestelde feiten die moeten onderbouwen dat de betrokkenheid van belanghebbende zeer beperkt was, zijn niet (voldoende) onderbouwd.

24. De inspecteur heeft in 2017 een looncorrectie van € 15.667 in aanmerking genomen en in 2018 een looncorrectie van € 45.000. Dit om te komen tot een salarisniveau dat aansluit bij het normbedrag van de fictiefloonregeling. De rechtbank ziet geen aanleiding daarvan af te wijken aangezien deze hoogten van het loon – voor het geval dat er inderdaad loon in aanmerking genomen moet worden – door belanghebbende niet zijn betwist. De correcties ten aanzien van de aanslagen IB/PVV 2017 en 2018 blijven dus in stand.

Belastingrente

25. De beroepen worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking met betrekking tot de aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt. Ten aanzien van de belastingaanslagen over de jaren 2010, 2011 en 2012 heeft de rechtbank geoordeeld dat die verminderd moeten worden Nu de met de belastingrentebeschikking samenhangende aanslag zal worden verminderd, verstaat de rechtbank dat de inspecteur het bedrag van de belastingrente dienovereenkomstig zal verminderen.

Conclusie en gevolgen

26. De beroepen zijn deels gegrond en deel ongegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 en de aanslag IB/PVV 2012 en vermindert die aanslagen.

26. Omdat een aantal beroepen gegrond zijn moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814 omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De rechtbank neemt samenhang aan omdat de gegronde beroepen zien op de jaren 2011 en 2012 die nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld en waarin de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek konden zijn. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen inzake de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 en de aanslag IB/PVV 2012 gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 en de aanslag IB/PVV 2012;

- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.653 onder handhaving van de overige elementen van die aanslag en wijzigt de belastingrentebeschikking in overeenstemming daarmee;

- vermindert de aanslag IB/PVV 2012 tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 93.138 onder handhaving van de overige elementen van die aanslag en wijzigt de belastingrentebeschikking in overeenstemming daarmee;

- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan belanghebbende;

- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wiskerke-Hovanesian, griffier.

De griffier is buiten

staat deze uitspraak

mede te ondertekenen

Uitgesproken op 23 december 2025.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.J. Bastiaansen

Griffier

  • mr. A. Wiskerke-Hovanesian

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026010702 FutD 2026-0050 V-N Vandaag 2026/26
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?