ECLI:NL:RBZWB:2025:9106

ECLI:NL:RBZWB:2025:9106, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 02-133552-25, 02-341301-23 (tul)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer 02-133552-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder C van de Opiumwet. Aan hem is opgelegd een taakstraf van 15 uren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-133552-25, 02-341301-23 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats],

wonende aan [woonplaats],

raadsman mr. A.M.J. Joris, advocaat te Breda.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 9 december 2025, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op de zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte 21 gram hennep aanwezig heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit bewezen. Verdachte heeft dit feit bekend.

Het standpunt van de verdediging

Voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Op basis van de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank bewezen dat verdachte 21 gram hennep aanwezig heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 3 mei 2024 te Dinteloord, gemeente Steenbergen, aanwezig heeft gehad 21 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 30 uur.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat oplegging van een geldboete passend is.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich op 3 mei 2024 schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 21 gram hennep. Het is algemeen bekend dat het gebruik van drugs zorgt voor vele andere ernstige en overlastgevende criminaliteit. Ook leidt het langdurig gebruik van softdrugs tot schade aan de gezondheid van de gebruikers ervan. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij op 7 juni 2024 is veroordeeld voor een drugsfeit. Artikel 63 Sr is van toepassing. Volgens de landelijke oriƫntatiepunten van de rechtspraak voor minderjarigen is het uitgangspunt bij het aanwezig hebben 5 tot 30 gram softdrugs een taakstraf van vijftien tot dertig uur. Nu artikel 63 Sr van toepassing is, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 15 uur passend en geboden is en zal dit dan ook aan verdachte opleggen.

7. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 02-341301-23)

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van een werkstraf van 50 uur die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 7 juni 2024 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat de voorwaardelijke straf die de officier van justitie ten uitvoer wil leggen, is opgelegd na het plegen van het onderhavige feit. Geconcludeerd moet dan ook worden dat verdachte zich niet in de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het onderhavige feit. Gelet hierop zal de vordering van de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 63, 77aa, 77gg, 77m en 77n van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstaf van 15 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 7 dagen;

Vordering tenuitvoerlegging

- verklaart de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 7 juni 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-341301-23 niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. R. de Jong en mr. N. van der Hoeven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 december 2025.

De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

hij, op of omstreeks 3 mei 2024 te Dinteloord, gemeente Steenbergen aanwezig heeft gehad ongeveer 21 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hennep, zijndehennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet(art. 3 ahf/ond C Opiumwet).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.B. Prenger
  • mr. R. de Jong
  • mr. N. van der Hoeven

Griffier

  • mr. E. Andraws

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?