ECLI:NL:RBZWB:2025:9152

ECLI:NL:RBZWB:2025:9152, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, BRE 25/3247

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer BRE 25/3247
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

NTB WOO

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de staatssecretaris van Financiën.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar tegen het besluit van 29 november 2024 betreffende zijn verzoek om op grond van de Wet open overheid informatie te verstekken.

Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep kennelijk gegrond?

3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 2 december 2024. De staatssecretaris moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is.De staatssecretaris had dus uiterlijk op 21 februari 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen de staatssecretaris moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiser heeft de staatssecretaris op 4 juni 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.

Welke beslistermijn wordt aan de staatssecretaris opgelegd?

4. Omdat de staatssecretaris nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris dit alsnog moet doen.

Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de staatssecretaris dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.

Omdat de staatssecretaris geen stukken bij de rechtbank heeft ingediend en gelet op de verstreken tijd sinds het indienen van het verzoek, ziet de rechtbank geen aanleiding om van deze termijn af te wijken. De staatssecretaris moet dus binnen twee weken alsnog een besluit nemen.

Welke dwangsom wordt aan de staatssecretaris opgelegd?

5. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de staatssecretaris. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, de staatssecretaris de onder 4.2. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de staatssecretaris de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.

7. Omdat het beroep gegrond is, moet de staatssecretaris het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat de staatssecretaris aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;

- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.M. Josten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?