[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 29 november 2023 en het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer].
De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift op 10 juni 2024 aangegeven dat het besluit op 8 januari 2024 is herzien en dat het bezwaar alsnog gegrond is verklaard. Hierbij verwijst de heffingsambtenaar naar een intern e-mailwisseling tussen de afdeling bezwaar P1 en de invorderingsmedewerker.
De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift gereageerd op de proceskosten. De heffingsambtenaar is van mening dat er geheel aan het verzoek van belanghebbende is toegekomen voordat er beroep is ingesteld. De heffingsambtenaar geeft aan dat het besluit op 8 januari 2024 is herzien en het bezwaar gegrond is verklaard. Belanghebbende heeft beroep ingesteld op 9 januari 2024. Op 18 januari 2024 zou het bedrag van de naheffingsaanslag zijn teruggestort. De heffingsambtenaar is van mening dat er geen aanleiding is om hem te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het beroep en het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende en de rechtbank bericht dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] op 8 januari 2024 is herzien en dat het bezwaar alsnog gegrond is verklaard. De gronden van belanghebbende behoeven daarom geen behandeling meer. Omdat de rechtbank enkel beschikt over interne stukken tussen de afdeling bezwaar P1 en de invorderingsmedewerker en niet over het bericht waarbij de naheffingsaanslag daadwerkelijk is vernietigd, zal zij hier zekerheidshalve zelf toe overgaan.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar niet in zijn standpunt dat geen belang bestond bij het instellen van beroep, omdat op dat moment al volledig aan belanghebbende was tegemoetgekomen. De rechtbank beschikt alleen over een interne e-mailwisseling en nergens blijkt uit dat belanghebbende al voor het instellen van het beroep op de hoogte was van het herziene besluit van de heffingsambtenaar. Het beroep is daarom terecht ingesteld en gegrond. De heffingsambtenaar moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft ook recht op proceskostenvergoeding. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen.
De rechtbank kan een partij veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank en van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte van de vergoeding is geregeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank zal de heffingsambtenaar voor de kosten van de beroepsfase veroordelen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend. Voor een kostenvergoeding voor de bezwaarfase bestaat geen aanleiding, omdat geen sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid. Belanghebbende heeft zelf het verkeerde kenteken ingevoerd als gevolg waarvan de naheffingsaanslag is opgelegd.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.