V.O.F. [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 6 december 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met [aanslagnummer] en de bij beschikking opgelegde boete.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat er geen uittreksel uit het handelsregister is ingediend waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een niet-natuurlijk persoon beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een uittreksel uit het handelsregister indienen om aan te tonen dat hij als de bestuurder(s) beroep mag instellen. Indien iemand gemachtigd is door de bestuurder(s) van de vennootschap, dan moet hij ook een machtiging overleggen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend op naam van belanghebbende. Het beroepschrift is niet ondertekend, er staat alleen een bedrijfsstempel onder. Belanghebbende is een niet-natuurlijk persoon. Als er een beroep loopt van een niet-natuurlijk persoon, dan dient er een uittreksel uit het handelsregister te worden overlegd waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder(s) gerechtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende. Als deze bestuurder(s) iemand anders hebben gemachtigd, dan moet ook een machtiging worden overgelegd. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 9 januari 2025 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 10 februari 2025 nogmaals verzocht om binnen twee weken deze verzuimen te herstellen. Belanghebbende is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 11 februari 2025 om 13:00 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen uittreksel uit het handelsregister en de daarbij horende machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een uittreksel uit het handelsregister en een machtiging verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.