[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de directeur van de belastingdienst, de directeur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden beslissing van de directeur van 16 mei 2024 op het administratief beroep van belanghebbende. Het beroep ziet op een verzoek om uitstel van betaling voor de corona-betalingsregeling.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Met dagtekening van 16 mei 2024 heeft de directeur het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard. De directeur heeft het administratief beroep wel ambtshalve beoordeeld en het verzoek om uitstel van betaling afgewezen. Belanghebbende heeft op 9 juli 2024 beroep ingediend.
Het besluit van de ontvanger over de uitstelregeling en de uitspraak van de directeur op het administratief beroep vinden hun grondslag in artikel 25 van de Invorderingswet. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen genomen op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing van de directeur op het administratief beroep over het uitstel van betaling valt niet onder een van de uitzonderingen. Een geschil over het uitstel van betaling kan worden voorgelegd aan de civiele rechter.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Het terugstorten van het griffierecht blijft achterwege, omdat de griffier in deze procedure geen griffierecht heeft geheven.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.