ECLI:NL:RBZWB:2025:9175

ECLI:NL:RBZWB:2025:9175, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, 24/6848

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer 24/6848
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk; beroep doorgezonden om als bezwaarschrift te worden behandeld.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (de minister).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op het verzoek van 17 juli 2024 als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid.

De rechtbank heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing behandeld op zitting op 28 januari 2025. Hieraan hebben deelgenomen eiser en namens de minister mr. E.N.P. Koorstra, mr A.B. Vogel en [naam] .

De behandeling ter zitting is aangehouden, om partijen de gelegenheid te geven overleg te voeren.

De rechtbank heeft partijen op 19 februari 2025 verzocht om binnen een week na datum van verzending van de brief kenbaar te maken of zij op zitting wensen te worden gehoord. Partijen hebben niet gereageerd.

Op 28 februari 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van eiser. Op 15 maart 2025 heeft eiser deze beslissing naar de rechtbank gezonden en aangegeven dat er misschien toch een zitting nodig is, gelet op de beslissing. Nu een nadere zitting alleen kan gaan over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, gelet op de inhoud van deze uitspraak, bepaalt de rechtbank dat deze achterwege blijft.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

3. De rechtbank stelt vast dat de minister na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen.

Niet gebleken is dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit door de minister. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Doorzending en proceskosten

4. Bij brief van 14 maart 2025 heeft de rechtbank aan eiser de vraag voorgelegd of hij het al dan niet eens is met de beslissing van de minister. Eiser kan zich niet in dit besluit vinden, en heeft het beroep niet ingetrokken. Bij brieven van 15 maart 2025 en 26 maart 2025 heeft eiser - voorlopige - inhoudelijke gronden tegen het besluit van 28 februari 2025 ingediend.

Gelet op de aard van het geschil ziet de rechtbank aanleiding het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit van 28 februari 2025 te verwijzen naar de minister ter behandeling als bezwaar (artikel 6:20, vierde lid, van de Awb).

Dit betekent dat de rechtbank het beroepschrift ingevolge artikel 6:15 van de Awb als bezwaarschrift zal doorzenden aan het bestuursorgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Nu deze stukken al in het bezit zijn van de minister zal de rechtbank hem dit niet opnieuw toezenden en volstaan met deze mededeling.

Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden.

Eiser is ter zitting verschenen en heeft verzocht om een vergoeding van verletkosten en reiskosten.

Gelet artikel 1 lid 1 sub e juncto 2 lid 1 sub e van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt maximaal € 98,00 per uur toegekend. Dit betekent dat eiser recht heeft op € 196,00 (twee maal € 98,00). Verder heeft eiser recht op € 20,72 aan reiskosten, berekend op basis van het tarief van het openbaar vervoer. Van overige kosten is de rechtbank niet gebleken. Eiser heeft inmiddels een gemachtigde, maar deze heeft het beroepschrift tegen het uitblijven van een beslissing niet ingediend, en is ook niet met eiser ter zitting verschenen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.J.M. de Weert

Griffier

  • mr. N. van Asten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?