ECLI:NL:RBZWB:2025:9196

ECLI:NL:RBZWB:2025:9196, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, C/02/442614 / JE RK 25/2147

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/02/442614 / JE RK 25/2147
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing - sprake van zefbepalend gedrag, gebrekkige emotie-regulatie en niet accepteren van gezag - behandeling van minderjarige in setting van een accommodatie jeugdhulpaanbieder is pas net gestart en moet voortduren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/442614 / JE RK 25/2147

Datum uitspraak: 11 december 2025

beschikking van de kinderrechter over verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige]

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader.

wonende te [plaats 2]

1. Het procesverloop

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het op 3 december 2025 ontvangen verzoek met bijlagen.

Op 11 december 2025 heeft de kinderrechter de zaak behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI.

Hoewel daartoe correct opgeroepen is de vader niet bij de zitting verschenen.

Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en de verzoeken ten aanzien van het broertje ( [naam 1] ) zijn deze zaken gelijktijdig behandeld. In de zaken wordt bij separate beschikking beslist.

Voor de goede orde merkt de kinderrechter op dat bij deze zaak als toehoorder aanwezig was mr. Van Rooijen, die de moeder heeft bijgestaan in de zaak van zus [naam 2] (C/02/442521 / JE RK 25-2119).

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 20 december 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 22 december 2025. Tevens heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van

een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 22 december 2025.

[minderjarige] verblijft op grond van bovenstaande machtiging bij een groep van [accommodatie 1] , [locatie] ..

3. Het verzoek

De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.

Tevens verzoekt de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er is bij [minderjarige] sprake van een laag IG, laag zelfbeeld en hechtingsproblematiek. Het emotioneel ontwikkelingsniveau van [minderjarige] is niet hoger dan bij een driejarige. De emotie-regulatie is op momenten van spanning en angst gebrekkig. [minderjarige] kan dan verbale en fysieke agressie laten zien, gericht op zijn omgeving of op personen. [minderjarige] is in de thuissituatie bij de moeder meerdere malen geconfronteerd geweest met huiselijk geweld.

Op dit moment verblijft [minderjarige] bij [accommodatie 1] , [locatie] . Daar krijgt hij een behandelomgeving aangeboden met een pedagogisch behandelklimaat met intensieve bezetting van begeleiding. Daarvoor verbleef hij bij [accommodatie 2] . Ondanks intensieve begeleiding komt [minderjarige] regelmatig in conflict met groepsgenoten en heeft hij een grote mond. [minderjarige] kan zelfbepalend zijn en vindt het moeilijk om gezag te accepteren. [minderjarige] heeft structuur en duidelijkheid nodig. Hij moet weten waar hij aan toe is. Bij [locatie] kan hem dit worden geboden. Er is voor hem 24-uurs begeleiding beschikbaar, waardoor hij nooit alleen is. Waar eerder werd gezien dat [minderjarige] kon weglopen, komt dit nu minder vaak voor. Het lukt groepsbegeleiding om met [minderjarige] in contact te komen en hem rustig te krijgen. [minderjarige] is recent gestart met medicatie waar hij zelf direct van aangeeft dat hij merkt dat hij meer rust heeft en zijn hoofd minder vol voelt. Bij [locatie] is, anders dan in de thuissituatie bij de moeder, de veiligheid van [minderjarige] gewaarborgd. De moeder is niet altijd volledig voor hem beschikbaar. Vanaf het moment dat [minderjarige] bij [locatie] verblijft, heeft hij zijn vader niet meer gezien. Recent heeft de vader gevraagd om contact met [minderjarige] , een telefonisch contact. Dit wordt besproken tijdens het volgende zorgteam. De vader is steeds wisselend in en uit het leven van [minderjarige] en kan niet consequent aanwezig zijn. Dit maakt dat een fijn en onbelast contact tussen beiden niet mogelijk is.

Hoewel de behandeling van [minderjarige] goed loopt, worden er steeds kleine stapjes gezet. Er is nog veel tijd en inzet nodig. Een terugplaatsing bij de moeder behoort op dit moment niet tot de mogelijkheden. Bij de moeder thuis is inmiddels intensieve hulpverlening vanuit [organisatie] betrokken. Zij heeft te maken met onverwerkte trauma’s uit het verleden, onder andere door huiselijk geweld. De moeder heeft zich hiervoor gewend tot het FACT. De GI ziet dat de moeder inzet toont als het gaat om haar kinderen, al is dit ook wisselend en worden er soms ook afspraken afgebeld. Over het algemeen werkt de moeder mee en is zij goed in contact.

In de visie van de GI dient de ondertoezichtstelling alsmede de machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd, om de plaatsing, de behandeling en de veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen.

Desgevraagd beaamt de GI dat moet worden bekeken hoe moet worden omgegaan met de situatie waarin [minderjarige] en broertje [naam 1] samen thuis zijn. Die combinatie gaat niet goed. De invloed die [naam 1] op [minderjarige] heeft, en dat [minderjarige] terugvalt in oud gedrag. [minderjarige] komt eens per twee weken voor een of twee nachten bij de moeder thuis.

5. Het standpunt van de moeder

De moeder brengt, samengevat, naar voren dat zij inziet dat [minderjarige] zijn behandeling bij [locatie] moet afmaken. Daarna kan hij teruggeplaatst worden bij de moeder, waar [organisatie] betrokken is. Het vervolgtraject is in die zin al uitgestippeld en duidelijk. Ook voor de GI is dit bekend. In de visie van de moeder is, na de behandeling van [minderjarige] , een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk. De in de stukken genoemde zorgen als bedplassen, ziet de moeder niet als zorgpunten. Dit is geen reden voor een ondertoezichtstelling. De moeder merkt op dat zij eerder hulp heeft gevraagd voor de momenten dat [minderjarige] en [naam 1] samen thuis zijn. Dat het op die momenten uit de hand kan lopen, heeft te maken met [naam 1] . Om die reden heeft de moeder gevraagd om voor [naam 1] een andere verblijfplaats te regelen op de momenten dat [minderjarige] bij de moeder thuis is. De GI pakt dit niet op. Volgens de moeder is er ook sprake van een gebrek aan contact tussen de GI en de [organisatie] -behandelaar. De GI heeft nooit gebeld of geïnformeerd over hoe het thuis gaat. De moeder voelt zich voor de GI weggezet als een zwart schaap en daar heeft zij moeite mee.

6. De beoordeling

Verlenging ondertoezichtstelling

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Volgens het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken blijkt dat [minderjarige] onverminderd in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen over het gedrag van [minderjarige] en zijn verdere ontwikkeling zijn onverminderd aanwezig. Hoewel hij behandeling krijgt en hij daarvan profijt lijkt te hebben, gaat het in kleine stapjes vooruit. Nog steeds wordt waargenomen dat [minderjarige] zelbepalend is, hij moeilijk gezag accepteert en hij op spanningsvolle of angstige momenten zijn emotie gebrekkig reguleert. Op momenten kan [minderjarige] verbale en fysieke agressie laten zien.

Naast genoemde zorgpunten, is de kinderrechter ook gebleken dat de bij de ondertoezichtstelling bepaalde doelen nog niet zijn behaald. Hieraan moet in de komende periode verder worden gewerkt. Daarbij hoort dat [minderjarige] zijn behandeling bij [locatie] afmaakt, de moeder hulpverlening van [organisatie] en persoonlijke hulpverlening voortzet en accepteert. De kinderrechter acht het nodig dat ingezet wordt op de vraag van de moeder om te anticiperen op de vraag hoe zij moet omgaan met [minderjarige] en [naam 1] als zij samen thuis zijn. Op die momenten is het zeer onrustig.

Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur noodzakelijk. De situatie is te complex om voort te zetten in een vrijwillig kader. De kinderrechter betrekt daarin dat zij, evenals de GI, twijfelt of de moeder alles kan overzien. Haar draagkracht laat het niet toe om de hulpverlening voort te zetten in een vrijwillig kader. De GI dient als regievoerder te blijven fungeren. Enerzijds om de moeder te ontlasten, anderzijds om de ingezette hulpverlening van [organisatie] , de behandeling van [minderjarige] en zijn ontwikkeling te blijven monitoren en andere hulpverlening in te zetten daar waar dat nodig wordt geacht. Onder de doelen waaraan in de komende periode ten aanzien van [minderjarige] verder gewerkt zal moeten worden, verstaat de kinderrechter de volgende:

- [minderjarige] , groeit op in een veilige en stabiele thuissituatie en hij ontwikkelt zich positief binnen zijn mogelijkheden;

- [minderjarige] krijgt gepast voorbeeldgedrag mee en weet wat wel en niet gepast gedrag is. Hij kan dit toepassen in zijn dagelijks leven;

- Er is zicht op het gedrag en beleving van [minderjarige] ;

- Er komt duidelijkheid over de omgang tussen [minderjarige] en de vader;

- Voor de moeder wordt duidelijk waar zij aan moet voldoen wanneer de behandeling van [minderjarige] is afgerond.

Dit betekent dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] zal verlengen tot 22 december 2026. Gelet op voornoemde complexe problematiek ziet de kinderrechter geen reden om die duur te bekorten.

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de behandeling van [minderjarige] bij [locatie] niet is afgerond. Daarnaast is gebleken dat [minderjarige] structuur en duidelijkheid nodig heeft. Dit kan hem, anders dan bij de moeder thuis, in de setting bij [locatie] worden geboden.

De kinderrechter ziet dat er kleine positieve stapjes worden gezet, maar ziet ook dat er is nog een lange weg te gaan is. [minderjarige] staat pas aan het begin van zijn behandeling. De kinderrechter acht het, net als de moeder, noodzakelijk dat zijn behandeling wordt gecontinueerd. Het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk om het verblijf van [minderjarige] bij [locatie] te waarborgen en daarmee te garanderen dat zijn behandeling doorloopt.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde tot 22 december 2026.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 22 december 2025 tot 22 december 2026;

verlengt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 22 december 2025 tot 22 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 december 2025.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?