ECLI:NL:RBZWB:2025:9198

ECLI:NL:RBZWB:2025:9198, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, C/02/442521 / JE RK 25-2119

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/442521 / JE RK 25-2119
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Nadere beschikking toestemming wijziging verblijf - art. 1:265i BW - en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/442521 / JE RK 25-2119

Datum uitspraak: 11 december 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over toestemming wijziging verblijfplaats, en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

[de grootouders] ,

de pleegouders, hierna te noemen: de grootouders,

wonende te [woonplaats 1] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader.

wonende te [woonplaats 2] .

1. Het verdere procesverloop

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de in deze zaak gegeven beschikking van 1 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;

de brief van de GI van 3 december 2025;

het bericht van de GI van 8 december 2025, inhoudende dat [minderjarige] niet naar de rechtbank wil komen voor een gesprek met de kinderrechter.

Op 11 december 2025 heeft de kinderrechter de zaak behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de grootmoeder;

een vertegenwoordiger van de GI.

Hoewel daartoe correct opgeroepen zijn de vader en de grootvader niet bij de zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’ of via het schrijven van een brief. Hiervan heeft [minderjarige] geen gebruik gemaakt.

Gelet op de nauwe samenhang tussen het (resterende) verzoek van de GI in deze zaak en het verzoek van de GI over [minderjarige] in de zaak met kenmerk C/02/442622 / JE RK 25-2149 zijn beide zaken gelijktijdig behandeld. In de zaken wordt bij separate beschikking beslist.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de [crisisopvang].

Bij beschikking van 20 december 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 december 2025.

Bij beschikking van 8 oktober 2025 heeft de kinderrechter aan de GI toestemming verleend tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 8 oktober 2025 tot 22 oktober 2025 en heeft het verzoek voor het overige aangehouden.

Vervolgens, bij beschikking van 16 oktober 2025, heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend:

- in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 oktober 2025 tot

16 oktober 2025;

- in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders (mz), met ingang van

16 oktober 2025 tot 22 december 2025.

Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 1 december 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 december 2025 tot 15 december 2025, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

3. Het (resterende) verzoek

Thans liggen de volgende (resterende) verzoeken nog ter beoordeling voor.

De GI verzoekt toestemming te verlenen tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] .

Tevens verzoekt de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten, tot 22 december 2025.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er is op 1 december 2025 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing afgegeven, naar aanleiding van verschillende escalaties rondom [minderjarige] . Na een escalatie op school, waarbij [minderjarige] zichzelf in gevaar bracht, zij zichzelf meerdere keren pijn wilde doen, zij op hekken klom, zij de confrontatie opzocht met leerkrachten en zij verschillende uitspraken deed over het dood willen zijn is door de GI om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verzocht. [minderjarige] verbleef bij de grootouders, de pleegouders. Echter, hun draagkracht is op. [minderjarige] ondermijnt hun gezag en trekt haar eigen plan. De grootouders zijn alleen bezig geweest met het voorkomen van escalaties en kunnen haar niet meer de veiligheid en stabiliteit bieden die zij nodig heeft. In afstemming met Crossroads en de SEZ is er een crisisplek bij [crisisopvang] geregeld.

Gezien wordt dat [minderjarige] veel wisselt in haar emoties. Soms is er echt contact met haar te krijgen en soms is zij heel verdrietig, daagt zij uit en provoceert zij. [minderjarige] laat ook op de crisisplek zorgelijk gedrag zien. Zij is gericht op het weglopen, zichzelf pijn doen en maakt opmerkingen over dood willen. Zij beschadigt zichzelf door zich te krassen.

Inmiddels is merkbaar dat [minderjarige] zich beter laat begrenzen. De begeleiding heeft een manier gevonden hoe op haar te reageren en hoe om te gaan met de momenten dat [minderjarige] uitspraken doet over de dood en zij zichzelf wil krassen. Dit neemt niet weg dat [minderjarige] in de weerstand blijft en zij niets wil. Waar het gedrag van [minderjarige] vandaan komt, is voor de begeleiding onduidelijk. [minderjarige] is een meisje met een belast verleden, maar heeft op school en bij de grootouders ook positieve stappen laten zien. Sinds afgelopen zomer is er echter sprake van een neerwaartse spiraal. Bij de grootouders thuis is ambulante spoedhulp ingezet. Dat ging een aantal weken goed.

De GI is druk met Crossroads en [crisisopvang] in overleg over een vervolgplek voor [minderjarige] . Zij zal niet bij de crisisopvang blijven. Er wordt gekeken naar een plek waar zij voor een langere tijd kan blijven en waar er diagnostiek en behandeling kan worden ingezet. Alleen de inzet van therapie is onvoldoende. De komende periode zal er een vervolgplek voor [minderjarige] gevonden moeten worden. Deze is nu niet acuut beschikbaar. De GI wil niet overhaast handelen, maar kijken naar een passende vervolgplek waar [minderjarige] voor langere tijd kan blijven. Voorkomen moet worden dat er met tussenplaatsingen wordt gewerkt.

5. Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens de moeder wordt, samengevat, aangevoerd dat zij zich in het spoedverzoek van de GI kan vinden. De moeder ziet in dat [minderjarige] behandeling nodig heeft en zij niet meer bij de grootouders kan verblijven. De moeder deelt de zorgen die er over [minderjarige] zijn. Er is op dit moment geen andere optie dan het verblijf van [minderjarige] bij [crisisopvang].

De grootmoeder brengt, samengevat, naar voren dat [minderjarige] hulpverlening nodig heeft en de grootouders dit haar niet meer kunnen bieden. Zij staan achter het verzoek.

6. De (nadere) beoordeling

In deze beschikking zal de kinderrechter het kort houden. Alle betrokkenen zijn het eens met het verzoek van de GI. Zoals tijdens de zitting is besproken is de periode waarover deze beschikking gaat slechts kort, zijnde tot 22 december 2025. In de zaak met kenmerk C/02/442622 / JE RK 25-2149 wordt het verzoek behandeld om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder eveneens voor de duur van een jaar.

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Bij beschikking van 1 december 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend alsmede wijziging van verblijf zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Zij zijn thans door de kinderrechter gehoord.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen bij de mondelinge behandeling is besproken zijn de kinderrechter geen nieuwe feiten en/of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een ander oordeel dan reeds is verwoord in de voornoemde beschikking.

Resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing en toestemming wijziging verblijf

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265i van het Burgerlijk Wetboek (BW) behoeft de GI de

toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van een minderjarige,

indien deze ten minste een jaar door een ander als de ouder is opgevoed en verzorgd als

behorende tot zijn gezin. Dit verzoek wordt slechts afgewezen indien dit naar het oordeel

van de kinderrechter noodzakelijk is in het belang van de minderjarige.

Voor wat betreft het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing en de toestemming tot wijziging van het verblijf voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde 22 december 2025, staan alle neuzen dezelfde kant op. Met alle betrokkenen is de kinderrechter van oordeel dat de huidige plaatsing van [minderjarige] bij [crisisopvang] moet worden gewaarborgd. Aan de wettelijke criteria is voldaan en dat betekent dat de kinderrechter de resterende verzoeken van de GI zal toewijzen.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verleent toestemming aan de GI tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] naar een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, zijnde met ingang van 15 december 2025 tot 22 december 2025;

verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 15 december 2025 tot 22 december 2025;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 december 2025.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?