ECLI:NL:RBZWB:2025:9201

ECLI:NL:RBZWB:2025:9201, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, C/02/442620 / JE RK 25/2148

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/442620 / JE RK 25/2148
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling: gedragsproblematiek bij minderjarige heeft ertoe geleid dat hij op school niet meer te handhaven was - sprake van zelfbepalend gedrag, agressie en weglopen, wat leidt tot onveilige situaties. Aanhouding machtiging tot uithuisplaatsing: moeder ontvangt MST in thuissituatie en minderjarige gaat naar de zorgboerderij - gemotiveerde stelling dat het sindsdien beter met de minderjarige gaat, kan door de GI niet worden bevestigd of ontkracht - kinderrechter acht zich daarom onvoldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen en verwacht van de GI verslaglegging van over de behandeling, hoe het gaat bij de zorgboerderij en of betrokken professionals een gedragsverandering zien.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/442620 / JE RK 25/2148

Datum uitspraak: 11 december 2025 (verlenging ondertoezichtstelling)

22 december 2025 (machtiging tot uithuisplaatsing)

beschikking van de kinderrechter over verlenging van de ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1].

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2].

1. Het procesverloop

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het op 3 december 2025 ontvangen verzoek met bijlagen.

Op 11 december 2025 heeft de kinderrechter de zaak behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Hoewel daartoe correct opgeroepen is de vader niet bij de zitting verschenen.

Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en de verzoeken ten aanzien van de broer ([naam]) zijn deze zaken gelijktijdig behandeld. In de zaken wordt bij separate beschikking beslist.

Voor de goede orde merkt de kinderrechter op dat bij deze zaak als toehoorder aanwezig was mr. Van Rooijen, die de moeder heeft bijgestaan in de zaak van zus Sterre (C/02/442521 / JE RK 25-2119).

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

Bij beschikking van 20 december 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 22 december 2025. Tevens heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd in een voorziening voor pleegzorg, te weten de grootouders, tot 22 december 2025.

Bij beschikking van 29 juli 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 5 augustus 2025 tot 3 oktober 2025. Bij beschikking van 26 september 2025 is het resterende deel van het verzoek van de GI afgewezen.

[minderjarige] woont bij de moeder.

3. Het verzoek

De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.

Tevens verzoekt de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er bestaan grote zorgen over [minderjarige]. De kern van de zorgen is gelegen in de hechtingsproblematiek tussen hem en zijn moeder. [minderjarige] is, net als zijn broer en zus, geconfronteerd met huiselijk geweld tussen de moeder en haar partner. Daarnaast is er bij [minderjarige] sprake van kind-eigenproblematiek. Cognitief gezien komt er bij [minderjarige] een zeer laag tot gemiddeld intelligentieniveau naar boven. Hij is zelfbepalend en accepteert geen gezag. [minderjarige] is verbaal en fysiek agressief waarbij hij zijn agressie onder andere uit door met spullen te gooien en zijn kamer af te breken. Op dat moment is hij niet aan te spreken of aan te sturen. [minderjarige] heeft behoefte aan een hele duidelijke, voorspelbare en gestructureerde omgeving. Bij onduidelijkheid loopt de spanning bij hem op.

Tot half april 2025 heeft [minderjarige] bij de grootouders (moederzijde) verbleven. Vanwege zijn gedragsproblemen lukte het de grootouders niet om [minderjarige] bij hen te laten verblijven. [minderjarige] is toen, na een periode bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, terug geplaatst bij de moeder thuis. Dit plotselinge vertrek bij zijn grootouders heeft [minderjarige] geschaad. In de thuissituatie van de moeder is sprake van een onveilige situatie. De moeder heeft de GI te kennen gegeven dat het thuis niet langer houdbaar is. Zij ervaart ernstige overbelasting doordat [minderjarige] haar claimt. Uit angst voor agressie van [minderjarige] en weglopen sluit de moeder [minderjarige] op in zijn kamer, waar hij vervolgens spullen afbreekt of door het raam naar buiten probeert te klimmen.

Op school is het gedrag van [minderjarige] bergafwaarts gegaan. Hij is in de klas niet te handhaven, door agressie, zelfbepalend gedrag en het niet accepteren van sturing en ondersteuning van de docent. Op dit moment gaat [minderjarige] drie dagdelen per week naar de zorgboerderij.

In de visie van de GI heeft [minderjarige] opvoeders nodig die zich kalm kunnen opstellen, beschikbaar zijn om hem nabijheid te bieden, zijn gedrag ontvangen en blijven investeren in de interactie met hem. De moeder lukt dat op dit moment niet. Zij heeft te maken met overwerkte trauma’s uit het verleden, onder andere door huiselijk geweld. De moeder heeft zich hiervoor gewend tot het FACT. De GI ziet dat de moeder inzet toont als het gaat om haar kinderen, al is dit ook wisselend en worden er soms ook afspraken afgebeld. Over het algemeen werkt de moeder mee en is zij goed in contact. In de thuissituatie bij de moeder is op dit moment [hulpverlening] betrokken.

Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig. Er is namelijk nog onvoldoende gewerkt aan de onderliggende patronen tussen de moeder en [minderjarige], zijn kind-eigenproblematiek en trauma- en hechtingsproblematiek. De GI wil in de komende periode onderzoeken welke vorm van hulpverlening en welke setting hiervoor het meest passend zijn. Ook is een machtiging tot uithuisplaatsing nodig, omdat [minderjarige] zorgelijk gedrag laat zien. Dit wordt ook waargenomen bij de zorgboerderij.

Desgevraagd verklaart de GI dat zij geen zicht heeft op wat [hulpverlening] tot nog toe voor resultaat heeft gebracht. Dat de moeder zegt dat er op dit moment verbetering is te zien in het gedrag van [minderjarige], maakt echter niet dat de GI een machtiging tot uithuisplaatsing niet nodig vindt. Een behandeling van [minderjarige] in de thuissituatie is niet mogelijk. Dit laat de draagkracht van de moeder niet toe. De opvoeding van [minderjarige] vraagt haar meer dan zij op dit moment kan bieden.

5. Het standpunt van de moeder

De moeder brengt, samengevat, het volgende naar voren. In het verzoek heeft de GI veel onwaarheden geschreven. De moeder benadrukt dat zij altijd in het belang van al haar kinderen heeft gehandeld. De grootouders (moederzijde) hebben er echter voor gezorgd dat de moeder in de (financiële) problemen is gekomen. De moeder heeft [minderjarige], net als haar andere kinderen, altijd de liefde en nabijheid gegeven die hij nodig had. Op dit moment gaat [minderjarige] drie dagdelen per week naar de zorgboerderij. Ook is [hulpverlening] - een intensieve begeleiding - betrokken, met wie de GI geen contact heeft gehad. De laatste weken gaat het dan ook beter en dat maakt een machtiging tot uithuisplaatsing niet nodig. [minderjarige] luistert nu goed, gaat op tijd naar bed en kan zich thuis vermaken. Dat het eerder niet goed met [minderjarige] ging, had er ook mee te maken dat hij zeventien weken lang heeft thuisgezeten van school. Volgens de moeder was ook [hulpverlening] verbaasd over het verzoek om [minderjarige] uit huis te plaatsen. Normaalgesproken is [hulpverlening] namelijk gericht op een kind dat thuis blijft wonen. De moeder heeft hulpverlening gevraagd om met haar mee te denken over een weekendverblijf voor [minderjarige], omdat het juist niet goed gaat als zijn broer [naam] thuis komt. Daarnaast heeft de moeder besproken dat zij handvaten nodig heeft voor de momenten dat het tussen de broers escaleert. De moeder ervaart profijt van [hulpverlening] en heeft met de betrokken behandelaar een goede klik. Zij ontkent niet dat er hulpverlening nodig is, echter dit kan ook zonder machtiging tot uithuisplaatsing. [minderjarige] kan behandeling krijgen vanuit de situatie dat hij thuis woont.

6. De beoordeling

Verlenging ondertoezichtstelling

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Volgens het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken blijkt dat [minderjarige] onverminderd in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Met de GI constateert de kinderrechter dat de zorgen om [minderjarige] niet zijn afgenomen, maar eerder zijn toegenomen. De gedragsproblematiek van [minderjarige] heeft ertoe geleid dat school niet meer bij machte was om hem te handhaven in de klas. Hij accepteerde het gezag en de ondersteuning van de docent niet en vertoonde agressief gedrag. Ook in de thuissituatie bij de moeder uit [minderjarige] gedragsproblemen. Hij is zelfbepalend, verbaal en fysiek agressief en is op die momenten daarop niet aan te spreken of aan te sturen. Dit kan tot onveilige situaties leiden als het gooien met spullen, weglopen, het afbreken van zijn kamer en het klimmen uit ramen.

Naast genoemde onveilige situaties, is de kinderrechter ook gebleken dat de bij de ondertoezichtstelling bepaalde doelen nog niet zijn behaald. Ook constateert de kinderrechter dat er nog onvoldoende is gewerkt aan de onderliggende patronen tussen de moeder en [minderjarige], aan zijn kind-eigenproblematiek, trauma en hechtingsproblematiek. In dit kader is de kinderrechter wel positief gestemd dat [hulpverlening] bij de moeder thuis is betrokken en zij zegt daarvan profijt te zien. Ook ziet de kinderrechter dat onvoldoende is geanticipeerd op de vraag van de moeder hoe zij moet omgaan met [minderjarige] en zijn broer [naam] als zij gezamenlijk thuis zijn. Juist op die momenten is het zeer onrustig.

Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur noodzakelijk. De situatie is te complex om voort te zetten in een vrijwillig kader. De kinderrechter betrekt daarin dat zij, evenals de GI, twijfelt of de moeder alles kan overzien. Haar draagkracht laat het niet toe om de hulpverlening voort te zetten in een vrijwillig kader. De GI dient als regievoerder te blijven fungeren. Enerzijds om de moeder te ontlasten, anderzijds om de ingezette hulpverlening van [hulpverlening] en de ontwikkeling van [minderjarige] te blijven monitoren en andere hulpverlening in te zetten daar waar dat nodig wordt geacht. De kinderrechter overweegt in dat kader dat de komende periode benut moet worden om te onderzoeken welke vorm van hulpverlening en setting het meest passend is om de bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen te bereiken en tot verbetering van het gedrag van [minderjarige] te komen. Onder die doelen verstaat de kinderrechter in ieder geval de volgende:

- [minderjarige] groeit op in een veilige en stabiele thuissituatie en hij ontwikkelt zich positief binnen zijn mogelijkheden;

- [minderjarige] krijgt gepast voorbeeldgedrag mee en weet wat wel en niet gepast gedrag is. Hij kan dit toepassen in zijn dagelijks leven;

- Er is zicht op het gedrag en beleving van [minderjarige];

- Onderzocht wordt welke hulpverlening er voor [minderjarige] en de moeder noodzakelijk is en in welke setting dit kan plaatsvinden;

- Er komt duidelijkheid over de omgang tussen [minderjarige] en de vader.

Dit betekent dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] zal verlengen tot 22 december 2026. Gelet op voornoemde complexe problematiek ziet de kinderrechter geen reden om die duur te bekorten.

Machtiging tot uithuisplaatsing

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Tijdens de zitting is gebleken dat de moeder bij [minderjarige] een gedragsverbetering ziet. Zij ervaart [hulpverlening] en de dagbesteding van [minderjarige] bij de zorgboerderij als helpend. In de thuissituatie is het rustiger en minder onveilig. De moeder voert aan dat deze positieve ontwikkeling maakt dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet nodig is. Zij heeft weliswaar eerder bij de GI aangegeven dat zij de zorg niet meer kan dragen, echter dat is door de positieve gedragsverandering van [minderjarige] nu verleden tijd.

De kinderrechter heeft de GI bevraagd of zij dezelfde ervaring heeft als de moeder en zij nu ook ziet dat het gedrag van [minderjarige] is verbeterd. Gebleken is echter dat de GI, sinds [hulpverlening] bij de moeder betrokken is, geen contact met de betrokken behandelaar heeft gehad. De GI kan de stelling van de moeder niet bevestigen, maar ook niet ontkrachten. Wel heeft de GI vernomen dat de moeder tijdens de vakantie van de betrokken [hulpverlening]-behandelaar heeft geweigerd om te werken met diens vervanger. Daarentegen heeft de GI verklaard wel contact te hebben gehad met de zorgboerderij, echter verslaglegging hiervan ontbreekt.

Verdere voortgang

Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om te beslissen op het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen. De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat zij de gemotiveerde stelling van de moeder, te weten dat het beter gaat met [minderjarige], er bij hem een gedragsverandering zichtbaar is én het daardoor thuis veiliger is, simpelweg niet kan verifiëren. Sinds de betrokkenheid van [hulpverlening] heeft de GI niet gemonitord hoe het in de thuissituatie met [minderjarige] gaat. De stelling van de moeder kan door de GI dan ook niet worden ontkracht. Dit maakt dat het onvoldoende duidelijk is of er minder verstrekkende middelen zijn die éérst ingezet kunnen en moeten worden, alvorens er een machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend. Een machtiging tot uithuisplaatsing moet immers worden beschouwd als een ultimum remedium. Omdat de kinderrechter zich voor nu onvoldoende voorgelicht acht om op het verzoek te beslissen, zal zij het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing aanhouden. De kinderrechter zal het verzoek niet direct afwijzen, nu zij ook ziet dat er sprake is van grote zorgen en complexe problematiek.

Het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen zal de kinderrechter aldus in zijn geheel aanhouden. De kinderrechter bepaalt de nieuwe zitting op [datum] 2026 om [uur]. De GI dient de kinderrechter uiterlijk twee weken voorafgaand aan voormelde zittingsdatum schriftelijk, onder gelijktijdige verzending daarvan aan de moeder, te informeren over:

- het verloop van de ondertoezichtstelling;

- de stand van zaken ten aanzien van [hulpverlening], waaronder een verslaglegging van de betrokken behandelaar over hoe het op dat moment met [minderjarige] gaat, of hij een gedragsverandering bij [minderjarige] ziet, de medewerking van de moeder aan [hulpverlening] en het verdere verloop van de behandeling;

- de stand van zaken bij de zorgboerderij, waaronder een verslaglegging van de begeleiding van [minderjarige] over hoe het met hem gaat en of er een gedragsverandering bij [minderjarige] wordt gezien;

- de beschikbaarheid van een plek voor [minderjarige] bij een eventuele toewijzing van het verzoek;

- andere belangrijke ontwikkelingen in deze zaak;

- het standpunt van de GI over het resterende deel van het verzoek.

De kinderrechter acht het voorts met het oog op de beoordeling van de belangen van [minderjarige] noodzakelijk dat het advies van de Raad wordt ingewonnen en zal daartoe bepalen dat de Raad zal worden opgeroepen voor de nieuwe zitting. Daarnaast zal [minderjarige] worden uitgenodigd voor een kindgesprek.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de toewijzende beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 22 december 2025 tot 22 december 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder aan tot de nadere zitting – met gesloten deuren – van [datum] 2026 te [uur] bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (in de persoon van mr. Van de Kraats), in het gerechtsgebouw gelegen aan de Stationslaan 10, 4815 GW te Breda, in afwachting van het schriftelijk verslag van de GI zoals weergegeven in rechtsoverweging 6.11;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de moeder en de GI;

bepaalt dat de Raad bij separate brief voor die zitting wordt opgeroepen;

bepaalt dat [minderjarige] bij separate brief wordt uitgenodigd voor een kindgesprek op een nader te bepalen dag en tijdstip gelegen vóór de zitting;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Ten aanzien van het verzoek over de verlenging van de ondertoezichtstelling:

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. J.Y. van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.G. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 december 2025.

Ten aanzien van het verzoek tot de machtiging tot uithuisplaatsing:

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.C.G. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?