ECLI:NL:RBZWB:2025:9214

ECLI:NL:RBZWB:2025:9214, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, C/02/442808 / KG ZA 25-663

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/442808 / KG ZA 25-663
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Kort geding, vordering tot nakoming vonnis en zorgregeling. Dwangsom toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer / rolnummer: C/02/442808 / KG ZA 25-663

Vonnis in kort geding van 22 december 2025

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. E. Sijnesael te Middelburg,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. N.P.M. Planthof te Goes.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;

- de mondelinge behandeling op 19 december 2025.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

De hierna te noemen minderjarige [minderjarige] , is gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld om in een gesprek met de kinderrechter zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft daar geen gebruik van gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende nog minderjarige kind is geboren:

- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016.

De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de vrouw.

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 maart 2022 is een zorgregeling bepaald waarbij de man en [minderjarige] gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur omgang met elkaar hebben, alsmede de helft van de schoolvakanties in nader overleg tussen ouders te bepalen.

Medio 2023 zijn de tijdstippen in voornoemde zorgregeling door partijen aangepast en sindsdien verblijft [minderjarige] van vrijdag 16:00 uur tot zondag 18:30 uur bij de man. De vrouw brengt [minderjarige] op vrijdag bij de man en de man brengt [minderjarige] op zondag weer bij de vrouw.

Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 4 december 2025 is de vrouw veroordeeld tot nakoming van de door partijen overeengekomen zorgregeling waarbij de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact met elkaar gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdag 16:00 uur tot zondag 18:30 uur, waarbij de vrouw [minderjarige] op vrijdag bij de man brengt en de man [minderjarige] op zondag terugbrengt naar de vrouw, en voorts gedurende de helft van de schoolvakanties nader in overleg te bepalen, met dien verstande dat een opbouw plaatsvindt van:

- tweemaal een zaterdag na de voetbal van [minderjarige] tot 18:30 uur, waarbij het eerste contactmoment zal plaatsvinden op zaterdag 6 december 2025 en vervolgens twee weken later op zaterdag 20 december 2025;

- tweemaal een vrijdagmiddag uit school tot zaterdag 18:30 uur, om het weekend;

- waarna vervolgens de eerder overeengekomen regeling wordt hervat;

met inachtneming van hetgeen hierover verder in rechtsoverweging 4.11. is bepaald.

3. De vorderingen in conventie en reconventie

De man vordert, in conventie bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. De vrouw te veroordelen tot nakoming van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 4 december 2025 onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vrouw weigert aan het vonnis te voldoen met een maximum van € 2.000,- (dan wel een maximaal bedrag zoals de rechtbank juist acht) en waarbij na het vollopen van de dwangsommen de man gemachtigd wordt tot het ten uitvoer laten leggen van het vonnis met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

II. De vrouw te veroordelen tot nakoming van de in de beschikking van 8 maart 2022 vastgestelde zorgregeling voor de feestdagen waarbij de man op 26 januari 2025 10:00 uur tot 27 januari 2025 10:00 uur, alsmede op 1 januari 2026 tot 2 januari 2026 13:00 uur de zorg voor [minderjarige] heeft, dan wel tijdens de feestdagen op door de rechtbank in goede justitie te bepalen dagen onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vrouw weigert aan het vonnis te voldoen met een maximum van € 2.000,- (dan wel een maximaal bedrag zoals de rechtbank juist acht) en waarbij na het vollopen van de dwangsommen de man gemachtigd wordt tot het ten uitvoer laten leggen van het vonnis met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

III. De vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding, begroot op € 266,- te vermeerderen met de door de man te maken nakosten.

Door en namens de man is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd.

De man ziet zich genoodzaakt tot het instellen van deze eis, omdat de vrouw nog steeds weigert om uitvoering te geven aan de door partijen overeengekomen zorgregeling. Ook het vonnis van 4 december 2025, waarin de voorzieningenrechter de vrouw heeft veroordeeld tot nakoming van deze zorgregeling met dien verstande dat er een opbouw plaatsvindt, heeft daarin geen verandering gebracht. De man heeft [minderjarige] nu al sinds 16 oktober jl. niet meer gezien en mist hem heel erg. Daarom vordert de man primair nakoming van het vonnis van 4 december jl. en de zorgregeling. Subsidiair vordert de man dat de contactmomenten tussen [minderjarige] en de man de komende tijd plaatsvinden onder begeleiding van de grootouders vaderszijde. De grootouders zijn daartoe bereid. De man is verder van mening dat de vrouw een dwangsom moet worden opgelegd nu zij ondanks het recente vonnis blijft weigeren de zorgregeling uit te voeren. Tot slot heeft de man naar voren gebracht dat de recente gebeurtenissen zijn ontstaan doordat de huidige situatie, waarin hij [minderjarige] al lange tijd moet missen, hem erg veel stress geeft. Er is inmiddels hulpverlening in de vorm van casusregie bij de man betrokken en er wordt een diagnostisch onderzoek bij hem verricht.

De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de vrouw bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in afwachting van de uitkomst van het beschermingsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming:

Primair de zorgregeling tussen de man en [minderjarige] te schorsen;

Subsidiair een tijdelijke zorgregeling tussen de man en [minderjarige] vast te stellen, inhoudende dat de man en [minderjarige] één keer per twee weken drie uur omgang met elkaar hebben onder begeleiding van een onafhankelijke derde (instantie);

Meer subsidiair een tijdelijke zorgregeling tussen de man en [minderjarige] vast te stellen, inhoudende dat de man en [minderjarige] op één zaterdag per twee weken van 12:00 uur tot 15:00 uur omgang met elkaar hebben dan wel een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht.

Ter onderbouwing van haar verweer en vorderingen voert de vrouw, kort samengevat, het navolgende aan.

De vrouw heeft grote zorgen over de recente gebeurtenissen en de impact hiervan op [minderjarige] . De belangen van [minderjarige] moeten wat de vrouw betreft het uitgangspunt zijn. [minderjarige] blijft aangeven dat hij niet naar zijn vader wil. De vrouw kan [minderjarige] hier niet toe dwingen. De vrouw kan instemmen met begeleide omgang, maar dan wel door een professionele instantie in plaats van door partijdige familieleden, omdat zij geen rekening houden met de belangen en de mening van [minderjarige] , en alleen als [minderjarige] dit wil. De vrouw kan tot slot instemmen met de inzet van het Buurtteam om [minderjarige] te helpen bij het contact met de man.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast. Dit, overigens door partijen onbestreden, spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de wederzijdse vorderingen, die alle betrekking hebben op de nakoming/schorsing van een overeengekomen zorgregeling.

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

Namens de Raad is tijdens de mondelinge behandeling van 19 december 2025, kort samengevat, het volgende naar voren gebracht.

Na afloop van de vorige mondelinge behandeling hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan waarbij de man, mogelijk vanwege een trigger, in toenemende mate zorgelijk gedrag heeft laten zien. Deze ontwikkelingen geven aanleiding voor een aangepast advies. De Raad acht het nog steeds in het belang van [minderjarige] om de omgang met zijn vader zo snel mogelijk weer op te starten, maar adviseert nu om de omgang onder begeleiding te laten plaatsvinden. Aangezien er niet op korte termijn een professionele instantie beschikbaar is om de omgang te begeleiden, adviseert de Raad om de grootouders vaderszijde hiervoor in te zetten. Er is inmiddels casusregie betrokken bij de ouders en [minderjarige] en zij schatten deze constructie als veilig in. In januari 2026 zal de Raad starten met het beschermingsonderzoek.

Nu de vrouw aangeeft dat zij [minderjarige] niet kan dwingen in het contact met zijn vader, stelt de Raad voor dat de vrouw spoedig contact opneemt met het Buurtteam, zodat zij met [minderjarige] het gesprek kunnen aangaan en hem kunnen ondersteunen bij het weer opstarten van het contact met zijn vader. Daarbij kan het helpend zijn om [minderjarige] een bepaalde vorm van regie te geven, niet in of het contact gaat plaatsvinden, maar op welke manier en voor hoelang. De Raad is met de vrouw van mening dat [minderjarige] gelet op zijn leeftijd steeds meer een eigen mening krijgt, maar benadrukt dat het de verantwoordelijkheid is van de ouders om ervoor te zorgen dat [minderjarige] op een veilige manier contact kan hebben met zijn beide ouders en dat [minderjarige] niet in staat is om de gevolgen van een contactbreuk met een van zijn ouders te overzien.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Als uitgangspunt geldt nog steeds dat de zorgregeling die partijen medio 2023 zijn overeengekomen en waartoe de vrouw bij vonnis van 4 december 2025 is veroordeeld om middels een opbouwregeling na te komen, dient te worden nageleefd. Dit kan echter anders zijn indien nadien feiten zijn voorgevallen die maken dat die zorgregeling niet langer in het belang van de minderjarige moet worden geacht.

De voorzieningenrechter is, onder verwijzing naar het recente vonnis van 4 december 2025 en gelet op de overgelegde stukken en het gesprek ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, niet gebleken van zodanige feiten en omstandigheden dat contact met de man niet in het belang van [minderjarige] zou zijn. Ook luidt het advies van de Raad nog steeds om het contact tussen de man en [minderjarige] zo snel mogelijk te hervatten, zij het onder begeleiding. Zowel de man als de vrouw hebben hier (subsidiair) mee ingestemd. De voorzieningenrechter verwacht dan ook van beide partijen dat zij zich gaan inspannen om het contact tussen [minderjarige] en de man weer op te starten. Dit alles brengt mee dat de vorderingen van de vrouw dienen te worden afgewezen. De vorderingen van de man tot nakoming van het vonnis van 4 december 2025 en de overeengekomen zorgregeling kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat de omgang tussen de man en [minderjarige] de komende tijd eerst onder begeleiding van de grootouders vaderszijde zal plaatsvinden via een opbouwregeling en waar mogelijk met ondersteuning van het Buurtteam, op de wijze zoals de Raad heeft voorgesteld. De voorzieningenrechter is op dit moment van oordeel dat de begeleiding na enkele omgangsmomenten niet meer nodig zal zijn. Zowel de casusregie als de Raad zullen dan inmiddels bij partijen en [minderjarige] betrokken zijn en kunnen inschatten wat er op dat moment het meest in het belang van [minderjarige] is.

Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter net als in het vonnis van 4 december jl., aanleiding ziet tot het opnemen van een opbouwregeling waarin stapsgewijs wordt toegewerkt naar de eerder overeengekomen regeling en waarbij het contact eerst onder begeleiding en vervolgens zonder begeleiding zal plaatsvinden. De voorzieningenrechter bepaalt daartoe dat:

Er eerst tweemaal, te weten op zaterdag 27 december 2025 en op zaterdag 3 januari 2026, contact zal plaatsvinden tussen de man en [minderjarige] onder begeleiding van de opa en oma vaderszijde vanaf 9:30 uur tot maximaal 18:30 uur, waarbij [minderjarige] mag bepalen tot hoe laat het contact plaatsvindt, op welke wijze dit plaatsvindt en wie hem haalt en brengt;

Er vervolgens tweemaal om de week op zaterdag, startende op 17 januari 2026, contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de man onder begeleiding van de opa en oma vaderszijde vanaf 9:30 uur tot 18:30 uur, gedurende de hele dag;

Er vervolgens tweemaal om de week op zaterdag contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de man zonder begeleiding, vanaf 9:30 uur tot 18:30 uur;

Er vervolgens tweemaal om de week contact plaatsvindt van vrijdagmiddag uit school tot zaterdag 18:30 uur;

waarna de tussen partijen overeengekomen zorgregeling zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.5 wordt hervat.

Wat betreft het halen en brengen in voornoemde opbouw bepaalt de voorzieningenrechter dat [minderjarige] hierin, zoals voorgesteld door de Raad, regie mag voeren en als dat niet gebeurt, daarbij dezelfde afspraak geldt als in de reguliere regeling, te weten dat de vrouw [minderjarige] naar de man brengt, en de man vervolgens [minderjarige] weer terugbrengt naar de vrouw.

Nu de vrouw ondanks het vonnis van 4 december 2025 al enige tijd de zorgregeling frustreert en gelet op de voorgeschiedenis tussen partijen is de oplegging van een dwangsom nodig. Deze zal worden gematigd tot een bedrag van € 250,- voor iedere dag dat de vrouw de vastgestelde zorgregeling niet nakomt en worden gemaximeerd tot een bedrag van € 2.000,-. De gevorderde machtiging om na het vollopen van de dwangsommen het vonnis ten uitvoer te laten leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie wordt afgewezen, omdat de voorzieningenrechter deze ongeschikt en niet passend acht voor het effecturen van de omgang tussen de man en [minderjarige] .

Proceskosten

De voorzieningenrechter acht het redelijk dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben over en weer vorderingen gedaan die zien op hun gezamenlijke kind. Niet is gebleken dat een van hen daarbij misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot procederen. In het familierecht is het bovendien gebruikelijk dat proceskosten worden gecompenseerd. De voorzieningenrechter zal de vordering van de man tot veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure deze keer dan ook afwijzen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt de vrouw tot nakoming van de door partijen overeengekomen zorgregeling waarbij de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact met elkaar gedurende één weekend per veertien van vrijdag 16:00 uur tot zondag 18:30 uur, waarbij de vrouw [minderjarige] op vrijdag bij de man brengt en de man [minderjarige] op zondag terugbrengt naar de vrouw, en voorts gedurende de helft van de schoolvakanties nader in overleg te bepalen, met dien verstande dat een opbouw plaatsvindt van:

-Er eerst tweemaal op zaterdag 27 december 2025 en op zaterdag 3 januari 2026 contact zal plaatsvinden tussen de man en [minderjarige] onder begeleiding van de opa en oma vaderszijde vanaf 9:30 uur tot maximaal 18:30 uur, waarbij [minderjarige] mag bepalen tot hoelaat het contact plaatsvindt, op welke wijze dit plaatsvindt en wie hem haalt en brengt;

-Er vervolgens tweemaal om de week op zaterdag, startende op 17 januari 2026, contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de man onder begeleiding van de opa en oma vaderszijde vanaf 9:30 uur tot 18:30 uur, gedurende de hele dag;

-Er vervolgens tweemaal om de week op zaterdag contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de man zonder begeleiding, vanaf 9:30 uur tot 18:30 uur;

-Er vervolgens tweemaal om de week contact plaatsvindt van vrijdagmiddag uit school tot zaterdag 18:30 uur;

-waarna de tussen partijen overeengekomen zorgregeling zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.5 wordt hervat.

veroordeelt de vrouw na betekening van dit vonnis aan haar, aan de man een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, totdat een maximum van € 2.000,00 is bereikt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Beer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Haas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?