RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 11717063 CV EXPL 25-1799
vonnis d.d. 27 augustus 2025
inzake
de vennootschap onder firma
[V.O.F.] mede handelend onder de naam [bedrijf],
zaakdoende te [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. A.P.E. de Brouwer te Roosendaal,
tegen
[gedaagde] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
procederend in persoon.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 februari 2025 met producties.
2. Het geschil en de beoordeling
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, die als hier herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot hetgeen in de dagvaarding is omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Nadat gedaagde in rechte is verschenen, is aan deze desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft gedaagde op de daartoe bepaalde terechtzitting niet gedaan.
De vordering van eiseres is door gedaagde niet weersproken. Nu de (primaire) vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 157,09
- griffierecht € 1.461,00
- salaris gemachtigde € 815,00 (1 punt(en) x tarief € 815,00)
- nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.568,09
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen van 31 augustus 2020 per
31 december 2021 rechtsgeldig is beëindigd;
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 41.263,32 vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van
€ 39.495,42 vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 2.568,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.