ECLI:NL:RBZWB:2025:9270

ECLI:NL:RBZWB:2025:9270, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, C/02/434702 / JE RK 25-772

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/02/434702 / JE RK 25-772
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Tot slot vindt de kinderrechter het erg zorgelijk dat minderjarige nog steeds geen onderwijs ontvangt of passende dagbesteding heeft. De kinderrechter ziet dat de GI hier alles aan doet en heeft gedaan, maar stelt vast dat de overige betrokken instanties (de leerplicht van zowel Vlaardingen als Zoetermeer, de beide in die regio betrokken samenwerkingsverbanden en de oude school in Zoetermeer) niet adequaat en op maat hebben gehandeld in deze casus. Dat heeft er, in combinatie met kennelijk nalatig handelen van de Tussenstap - die niet is overgegaan tot het doen van de juiste aanmelding van minderjarige - voor gezorgd dat minderjarige vanaf mei 2025 in onzekerheid is over haar schoolopleiding. Zelfs op dit moment is nog niet duidelijk hoe zij verder zal worden begeleid. Bovendien is er nog steeds sprake geweest van onvoldoende dagbesteding en is minderjarige in de afgelopen periode vanuit verveling in onwenselijke situaties verzeild geraakt. Dit vindt de kinderrechter buitengewoon kwalijk. Hij neemt er dan ook met instemming kennis van dat de GI deze zaak en deze beschikking onder de aandacht zal brengen van de inspecties voor onderwijs en jongerenzorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/434702 / JE RK 25-772

Datum uitspraak: 23 december 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en over een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. R. Wouters te Middelburg.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter van 8 mei 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het rapport van de GI van 20 november 2025;

de mailwisseling tussen de rechtbank en de GI van 18 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- mr. Wouters;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Opgeroepen, maar niet verschenen is:

- de moeder.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover via Teams een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 25 oktober 2022 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 25 oktober 2022 en tot 8 november 2022. Tevens is bij deze beschikking een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg of een gezinshuis verleend met ingang van 25 oktober 2022 en tot 8 november 2022.

Bij beschikking van 3 november 2022, hersteld bij beschikking van 1 december 2022, is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 8 november 2022 en tot 25 december 2022. Tevens is bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 8 november 2022 en tot 25 december 2022.

Bij beschikking van 22 december 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 25 december 2022 en tot 25 december 2023. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 25 juni 2025.

Bij beschikking van 22 december 2022 is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 25 december 2022 en tot 25 juni 2023. De machtiging is bij beschikking van 19 juni 2023 verlengd tot 1 september 2023.

Bij beschikking van 5 april 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 5 april 2024 en tot 25 juni 2024.Deze machtiging is daarna steeds verlengd tot 25 juni 2025.

Bij beschikking van 8 mei 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 8 mei 2025 tot 25 juni 2025. Ook is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 25 juni 2025 en tot 25 december 2025 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 25 juni 2025 en tot 25 december 2025. Het resterende deel van de verzoeken is aangehouden.

[minderjarige] verblijft vanaf 25 april 2025 bij [accommodatie] in [plaats 1] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Momenteel ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van de verzoeken, namelijk de verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden, te weten van 25 december 2025 tot 25 juni 2026.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek. [minderjarige] is blijkens het verzoekschrift bij [accommodatie] gedragsmatig wat rustiger geworden. Ze maakt betere keuzes en houdt zich aan de regels en afspraken. In de afgelopen periode heeft ze een HALT-traject gevolgd en lukt het haar om te reflecteren op de door haar gemaakte keuzes en op haar eigen gedrag. Ook buiten met vrienden gaat het goed, maar er moet nog wel in de gaten worden gehouden dat ze niet teveel eigen regie neemt, omdat ze in de afgelopen weken weer wat meer zelfbepalend en grensoverschrijdend gedrag laat zien. [minderjarige] is akkoord met verblijf op [accommodatie] , maar ze vindt het moeilijk dat ze hier geen netwerk heeft. Wel is het voor nu een goede plek, omdat ze hier haar behandeling bij [hulpverlening] voort kan zetten. Vanaf mei zou ze drie keer per week deeltijdbehandeling volgen bij [hulpverlening] . [minderjarige] is voortijdig gestopt met de behandeling, omdat ze zich niet op haar plek voelde. Ze heeft nu één keer per week individuele therapie en dit verloopt goed. In aanvulling hierop merkt de GI tijdens de mondelinge behandeling op dat [minderjarige] de laatste tijd wel weer meer zelfbepalend gedrag vertoont.Het uiteindelijke doel is opstarten van traumabehandeling, maar hiervoor moet de situatie stabiel zijn en moeten er zaken voor [minderjarige] worden geregeld, zoals het openen van een bankrekening. Tot nu toe is dit de moeder nog niet gelukt. [minderjarige] weet volgens de GI nog niet of ze weer wil wonen in Zeeland, omdat thuis wonen geen optie meer is en oma vaak in [plaats 2] verblijft. Ze wil wel dichterbij haar vrienden in [plaats 3] wonen. De komende periode moet onderzocht worden waar ze naartoe wil, omdat ze hierin sterk wisselt. Ook heeft [minderjarige] aangegeven dat ze, als ze 18 jaar is geworden, naar [land] wil verhuizen om daar te studeren en omdat opa vaderszijde hier woont.

In aanvulling op het verzoekschrift heeft de GI mondeling toegelicht dat de situatie van en met de moeder geen vooruitgang laat zien. Afgelopen zomer heeft de GI een zorgmelding gedaan op basis van het gedrag van de moeder, maar helaas is dit pas in december in behandeling genomen. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] houdt [minderjarige] bezig. De moeder is grenzeloos en ontremd in het contact met [minderjarige] . Nadat het in de zomer een keer fout is gegaan tussen hen, hebben ze een tijd geen contact met elkaar gewild. Momenteel is er veel contact via appen en bellen. De moeder heeft momenten dat ze [minderjarige] voortdurend belt en appt, ook als dat niet gepast is. Dit doet de moeder ook met de GI en met de groep; ze kan dan dwingend zijn en stopt niet tot ze reactie heeft. Er zijn hierover afspraken gemaakt, maar die worden niet altijd door de moeder nagekomen. De moeder ontkent haar eigen problematiek, het lukt niet om hulpverlening aan te gaan en het is dan ook niet aannemelijk dat ze hierin zal veranderen. [minderjarige] geeft aan dat ze zelf de regie wil houden en dat ze zelf wil aangeven wat ze wel en niet fijn vindt rondom afspraken met de moeder; dit zou het beste werken. Er is op dit moment geen vaste bezoekregeling. De moeder maakt nauwelijks gebruik van de mogelijkheid om [minderjarige] te komen opzoeken. Wel is er vaak contact tussen de jeugdbeschermer en de moeder, maar de moeder houdt fysieke afspraken af of zegt ze deze af. Hiernaast heeft [minderjarige] geen onderwijs of dagbesteding, wat leidt tot verveling. [minderjarige] wordt op basis van alle ontwikkelingen in het afgelopen half jaar nog niet volledig schoolbaar geacht. Het lukte niet om [minderjarige] aangemeld te krijgen op een school sinds de verhuizing naar [plaats 1] . Daarom heeft het samenwerkingsverband NWN een advies geschreven om [minderjarige] aan te melden bij [onderwijszorg] ; een onderwijs-zorg arrangement van iHUB. Inmiddels heeft er op 13 november 2025 een intakegesprek plaatsgevonden. Helaas is op 20 november het bericht ontvangen dat [onderwijszorg] [minderjarige] niet plaatsbaar acht en dat zij de aanmelding dus afwijzen. [onderwijszorg] adviseert eerst een dagbesteding zoals [dagbesteding]. Als [minderjarige] deze dagen volledig vol kan maken en als ze werkt aan haar overprikkeling/emotieregulatie dan staat [onderwijszorg] wel open voor een nieuwe aanmelding. De GI heeft hierover nog kritische vragen gesteld aan zowel [onderwijszorg] als aan de leerplicht en het samenwerkingsverband. Er heeft een extra overleg plaatsgevonden op 8 december met opnieuw de leerplicht van zowel [plaats 1] als [plaats 3] , met beide in die regio betrokken samenwerkingsverbanden en de oude (nog zorgplicht hebbende) school in [plaats 3] , waarin de GI heeft gepleit voor meer maatwerk en het meedenken in mogelijkheden. Helaas is hier opnieuw niets concreets uitgekomen en blijft het feit dat er geen passend onderwijsaanbod lijkt te kunnen worden gedaan aan [minderjarige] . Wel is toegezegd dat de oude school contact gaat leggen met de groep/ [minderjarige] om voor de komende tijd de mogelijkheden te onderzoeken voor het dagelijks doen van een aantal online schooltaken. Alle betrokkenen vanuit leerplicht en onderwijs zijn van mening dat zorg voorliggend is aan onderwijs en dat [minderjarige] eerst weer een dagritme zal moeten opbouwen waarin tevens gekeken gaat worden of zij weer onderwijs aankan. Vanuit [dagbesteding] zijn er meerdere routes mogelijk, waaronder direct terugkeren naar onderwijs of alsnog doorstromen naar [onderwijszorg] . Ondanks bovenstaande heeft de GI [minderjarige] aangemeld bij [dagbesteding]. Er zal op korte termijn een intake plaatsvinden. Ook hier is het doel dat [minderjarige] weer een zinvol dagritme of structuur opbouwt en dat zij wordt terug begeleid richting een vorm van onderwijs.In reactie op de mededeling van [minderjarige] aan de kinderechter over de spullen die zij kwijt is na haar verblijf bij het pleeggezin, meldt de GI dat deze kwestie als afgedaan moet worden beschouwd nu het pleeggezin voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bruikbare spullen aan [minderjarige] zijn afgegeven. De GI zal dit nogmaals met [minderjarige] bespreken.

Door [minderjarige] is aan de kinderrechter verteld dat het beter met haar gaat nu ze bij [accommodatie] verblijft. Ze ontvangt therapie en dit gaat goed. Ze vindt het wel lastig dat ze niet al haar spullen van de pleegouders mee heeft gekregen. Ze kwam met zes vuilniszakken en heeft maar twee vuilniszakken terug gekregen. De andere spullen zijn weggedaan. Ook heeft ze er moeite mee dat haar moeder nog steeds geen bankrekening voor haar heeft geopend, waardoor ze geen geld heeft en kan ontvangen. Ze denkt dat het niet goed gaat met haar moeder. [minderjarige] is een paar maanden geleden bij de moeder thuis geweest; het was vies en het was een enorme puinhoop. [minderjarige] wil niet meer bij haar moeder wonen. Ze wil ook niet in Zeeland wonen, maar wil dichterbij haar vrienden in [plaats 3] wonen. [minderjarige] wil niet naar dagbesteding, maar ze wil naar een normale school. Ze moet hier alleen maar naartoe omdat anderen geen school voor haar kunnen regelen. Ze is wel bereid om naar dagbesteding te gaan als er geen school kan worden geregeld.

5. De verdere beoordeling

Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de zorgen onverminderd aanwezig zijn en dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing toewijzen voor de duur van drie maanden. Hij zal hieronder uitleggen waarom.

Gebleken is dat het beter gaat met [minderjarige] bij [accommodatie] dan dat het bij de pleegouders ging, maar het is moeilijk voor haar dat ze ver van haar vrienden in [plaats 3] woont en ze in [plaats 1] dus geen netwerk heeft. In het licht hiervan en van de hierna te beschrijven zorgpunten in de begeleiding en opvoeding van [minderjarige] vindt de kinderrechter dit niet heel erg verbazend. [minderjarige] is op zoek naar houvast en die wordt haar op dit moment onvoldoende geboden. De kinderrechter maakt [minderjarige] in dit verband een compliment: zij is erin geslaagd om zich in gedrag te verbeteren in minder dan ideale omstandigheden en weet daarover ook helder en positief te communiceren, dat is heel waardevol.

De kinderrechter vindt het belangrijk dat de volgende zaken voor [minderjarige] worden geregeld.

Er moet een bankrekening voor haar worden geopend, zodat ze geld kan ontvangen. Dit is de moeder tot op heden niet gelukt. De kinderrechter vraagt zich dan ook af of de moeder in staat is om dit voor [minderjarige] te regelen en als ze in staat wordt geacht, of een schriftelijke aanwijzing hiervoor passend is. Het is aan de GI om dit soort praktische zaken uit te zoeken. Als dit soort zaken zijn geregeld, kan [minderjarige] dit afsluiten en kan haar traumabehandeling van start gaan.

Hiernaast vindt de kinderrechter het erg zorgelijk dat er in de situatie van de moeder geen vooruitgang te zien is. [minderjarige] ziet dat het niet goed gaat met haar moeder en zit hier (logischerwijs) mee. Ook het grenzeloze contact en het feit dat [minderjarige] momenteel feitelijk de regie heeft in het al dan niet afspreken met de moeder, vindt de kinderrechter niet passend voor een meisje van 14 jaar. Wanneer deze situatie langer aanhoudt, moet de GI ingrijpen.

[minderjarige] ondervindt duidelijk hinder van de afstand die zij ervaart tot haar netwerk. Zij wil waarschijnlijk het liefst in (de buurt van) [plaats 3] wonen. Het is dan ook aan de GI om voortvarend te onderzoeken waar [minderjarige] het best voor langere tijd kan verblijven, rekening houdend met de noodzakelijke en bij haar passende begeleiding en scholing. Uiteraard is de wens van [minderjarige] hierbij een van de belangrijke factoren.

Tot slot vindt de kinderrechter het erg zorgelijk dat [minderjarige] nog steeds geen onderwijs ontvangt of passende dagbesteding heeft. De kinderrechter ziet dat de GI hier alles aan doet en heeft gedaan, maar stelt vast dat de overige betrokken instanties (de leerplicht van zowel [plaats 1] als [plaats 3] , de beide in die regio betrokken samenwerkingsverbanden en de oude school in [plaats 3] ) niet adequaat en op maat hebben gehandeld in deze casus. Dat heeft er, in combinatie met kennelijk nalatig handelen van [accommodatie] - die niet is overgegaan tot het doen van de juiste aanmelding van [minderjarige] - voor gezorgd dat [minderjarige] vanaf mei 2025 in onzekerheid is over haar schoolopleiding. Zelfs op dit moment is nog niet duidelijk hoe zij verder zal worden begeleid. Bovendien is er nog steeds sprake geweest van onvoldoende dagbesteding en is [minderjarige] in de afgelopen periode vanuit verveling in onwenselijke situaties verzeild geraakt. Dit vindt de kinderrechter buitengewoon kwalijk. Hij neemt er dan ook met instemming kennis van dat de GI deze zaak en deze beschikking onder de aandacht zal brengen van de inspecties voor onderwijs en jongerenzorg. De GI en de overige betrokken instanties dienen op de kortst denkbare termijn ervoor te zorgen dat [minderjarige] zo snel als mogelijk terug wordt begeleid naar een passende vorm van onderwijs.

De kinderrechter zal het restant van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing toewijzen voor drie maanden, te weten tot 25 maart 2026, onder aanhouding van het restant, zodat hij een vinger aan de pols kan houden, met name voor wat betreft het onderwijs van [minderjarige] . De kinderrechter verwacht uiterlijk een week voorafgaand aan de hierna te noemen zittingsdatum een update van de GI over het verdere verloop en de resultaten die zijn bereikt, zodat er tijdens de mondelinge behandeling gericht zaken kunnen worden besproken.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 25 december 2025 en tot 25 maart 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 25 december 2025 en tot 25 maart 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en de moeder en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan Kousteensedijk 2 te Middelburg, op [datum 1] 2026 te [uur 1], teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de GI, de moeder en haar advocaat;

bepaalt dat [minderjarige] zal worden opgeroepen voor een apart gesprek, al dan niet via telecommunicatie, met de kinderrechter op [datum 2] 2026 te [uur 2] .

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier, en op schrift gesteld op 30 december 2025.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?