beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441755 / FA RK 25/5793
Datum uitspraak: 24 december 2025
beschikking over een geschil in het kader van artikel 1:253a BW
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. S. van Reeven-Özer in Waalwijk,
tegen
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2] ( [land] ),
advocaat: mr. I.W.A.J. van Pelt in [plaats 2] ,
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedag] 2018, hierna: [minderjarige] ,
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda/Middelburg, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:
- het op 6 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Van Reeven-Özer van 13 november 2025;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Van Reeven-Özer van 17 november 2025, betreffende de geboorteakte;
- het op 20 november 2025 ontvangen verweerschrift met bijlagen;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Van Reeven-Özer van 1 december 2025, betreffende producties 13 tot en met 21;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Van Pelt van 3 december 2025, betreffende een brief en productie 5;
- het F9-formulier van mr. Van Reeven-Özer van 5 december 2025, betreffende een afschrift van de verleende toevoeging.
Op 5 december 2025 heeft de rechtbank de verzoeken behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die zitting zijn verschenen, partijen, bijgestaan door hun advocaten. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.
2. De feiten
Partijen zijn op [datum] 2027 in [plaats 1] (Rusland) met elkaar gehuwd.
Bij beschikking van 13 april 2022 van deze rechtbank is de echtscheiding van het huwelijk van partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 12 januari 2023 ingeschreven in de register van de burgerlijk stand die daarvoor zijn bedoeld.
Tijdens het huwelijk van partijen is de [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] , [land] .
De man heeft [minderjarige] erkend.
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] .
Bij voormelde beschikking van deze rechtbank van 13 april 2022 is – onder andere - bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de vrouw heeft. Daarnaast is er een bedrag aan kinderlimentatie vastgelegd ter hoogte van € 275,= die de man maandelijks aan de vrouw moet betalen en is het door partijen opgemaakte ouderschapsplan aan de beschikking aangehecht. Hierin is, voor zover hier van belang, bepaald dat [minderjarige] één keer per veertien dagen van vrijdag uiterlijk 20:00 uur tot zondag uiterlijk 20:00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen bij de man zal verblijven.
Tussen partijen is een bodemprocedure aanhangig met betrekking tot de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Dit betreft de zaak met kenmerk C/02/433311 FA RK 25-1464. In het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure, de zaak met kenmerk C/02/432860 FA RK 25-1244, zijn partijen bij beschikking van deze rechtbank van 10 april 2025 in het kader van het Uniform Hulp Aanbod verwezen naar het zorgloket voor een hulptraject.
In voormelde zaak met kenmerk C/02/433311 FA RK 25-1464 heeft het zorgloket de rechtbank bericht dat de resultaten niet zijn behaald. Bij brief van 18 november 2025 heeft de Raad de rechtbank, voor zover hier belang, bericht dat de Raad een gezag- en omgangsonderzoek zal instellen om nader advies uit te kunnen brengen. De Raad heeft tevens besloten om ambtshalve een onderzoek te starten naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel.
De vrouw bezit de Russische nationaliteit en de man de Belgische. Ook [minderjarige] heeft de Belgische nationaliteit.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
Primair:
I. de geldende zorgregeling tussen de man en [minderjarige] te schorsen in afwachting van de uitkomst van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, dan wel tot de uitspraak in de reeds aanhangige bodemzaak met kenmerk C/02/432860 FA RK 25-1244 (de rechtbank verstaat hier: ‘in de reeds aanhangige bodemzaak met kenmerk C/02/433311 FA RK 25-1464’);
Subsidiair
II. te bepalen dat ten aanzien van de haal- en brengregeling voorlopig zal gelden dat de overdracht van [minderjarige] plaatsvindt op het station in [plaats 2] ;
III. te bepalen dat, wanneer de geldende zorgregeling niet wordt geschorst, [minderjarige] in de periode van 20 december tot 30 december 2025 bij de vrouw verblijft en vanaf 30 december 2025 om 14.00 uur tot 4 januari 2026 18.00 uur bij de man verblijft;
IV. de vrouw vervangende toestemming te verlenen om op vakantie te gaan met [minderjarige] naar Belgrado (Servië) in de periode van 21 tot en met 29 december 2025;
V. de vrouw vervangende toestemming te verlenen om voor [minderjarige] een nieuw paspoort aan te vragen;
VI. althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie oordelend redelijk en juist acht.
Tijdens de zitting trekt de vrouw haar verzoek onder I in.
De man is het niet eens met de verzoeken van de vrouw en verzoekt deze verzoeken af te wijzen.
Bij wijze van zelfstandig verzoek, verzoekt de man om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
I. de vrouw dient mee te werken aan de zorg- en contactregeling zoals deze
is vastgesteld bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, van
13 april 2022, inhoudende dat [minderjarige] om het weekend van vrijdag 20.00
uur tot zondag uiterlijk 20.00 uur bij haar vader verblijft, alsook de helft van
de vakanties,
II. de vrouw aan de man een dwangsom verbeurt van € 500,00 per keer dat
zij in strijd handelt met de onder I. genoemde regeling, tot een maximum
aan te verbeuren dwangsommen van € 15.000,00;
III. de man wordt gemachtigd om de tenuitvoerlegging van deze regeling te
bewerkstellingen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, in-
dien de vrouw niet aan de beschikking voldoet;
IV. dan wel een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang
van [minderjarige] acht,
een en ander met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.
Op de standpunten van partijen en het advies van de Raad wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan.
4. De standpunten en het advies van de Raad
Ter onderbouwing van haar verzoeken voert de vrouw, samengevat, het volgende aan. Het UHA heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De man blijft het halen en brengen van [minderjarige] ter discussie stellen, wat leidt tot spanningen. In mei 2025 hebben partijen bij het UHA de afspraak met elkaar gemaakt dat de overdracht van [minderjarige] zal plaatsvinden in [plaats 2] , productie 7 en productie 13. Vanaf mei 2025 verlopen de overdrachten ook op die manier, namelijk dat [minderjarige] in de even weekenden bij de man is van vrijdag 16.30 uur vanaf station [plaats 2] tot zondag 18.00 uur, station [plaats 2] . Sinds september 2025 heeft de man aangegeven zich niet meer aan de afspraken te willen houden. In het weekend van 17 oktober 2025 heeft zich een onrustige situatie voorgedaan, waarbij de man heeft aangegeven [minderjarige] niet terug naar [plaats 2] te zullen brengen. De vrouw zou haar in België moeten komen ophalen. De man heeft [minderjarige] hiermee belast. [minderjarige] heeft last van de spanningen over het halen en brengen, merkt ook de kindbehartiger. De vrouw acht de uitvoering van de zorgregeling op deze manier onwenselijk. Hoewel de vrouw in eerste instantie heeft verzocht om de zorgregeling te schorsen, ziet zij in dat er contact tussen [minderjarige] en de man moet zijn. Derhalve trekt de vrouw dat verzoek in. Wel moet het halen en brengen worden geconcretiseerd. Daarnaast zijn er geen afspraken gemaakt over de verdeling van de vakanties en feestdagen, omdat hulpverlening is gestopt. Voor dit jaar moet er nog een verdeling worden gemaakt.
De vrouw wenst met [minderjarige] en haar moeder op vakantie te gaan naar Servië. Uit angst dat zij naar Rusland doorreizen geeft de man geen toestemming hiervoor. De angst van de man is onterecht. Daarnaast verloopt het paspoort van [minderjarige] op 20 april 2026 en heeft de man nog geen toestemming verleend om het paspoort te verlengen.
De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw en doet tevens zelfstandige verzoeken. Hij voert daartoe, samengevat, het volgende aan. De man merkt een patroon bij de vrouw: als de man niet meteen instemt, dan wordt [minderjarige] thuisgehouden of wordt gedreigd met het onthouden van contact. Zo heeft de vrouw eerder contact tussen de man en [minderjarige] beperkt tot een telefonisch contact, omdat de man het niet eens was met de reis van de vrouw naar Rusland. De man heeft de indruk dat de vrouw [minderjarige] inzet om hem te ‘bestraffen’ voor zijn keuze om niet langer exact te doen wat zij hem opdraagt te doen.
De man vreest dat de vrouw met [minderjarige] niet zal terugkeren als zij vervangende toestemming krijgt. De vrouw en [minderjarige] beschikken over een Russisch paspoort, hetgeen voor de man een extra risico vormt, vanwege de mogelijkheid tot het maken van een doorreis. De familie van de vrouw woont in Rusland en vormt een netwerk waarop zij kan terugvallen. Voor het halen en brengen van [minderjarige] beroept de vrouw zich haar medische toestand. De man begrijpt dan niet waarom een lange reis naar het buitenland dan wel mogelijk is
Ten aanzien van de verlenging van het paspoort van [minderjarige] geldt dat de man hiervoor zijn toestemming al heeft gegeven. Daarnaast is hij bereid om toestemming te verlenen voor een buitenlandse vakantie, waaronder Servië, mits duidelijk is waar de vrouw met [minderjarige] zal verblijven en gedurende welke periode. De man blijft - gelet op het gebrek aan vertrouwen en de eerdere gang van zaken - bezorgd over de mogelijkheid dat de vrouw via onder meer Belgrado alsnog naar Rusland zou kunnen uitreizen. De man bereid zijn toestemming te geven, mits hij gedurende de reis het Russische paspoort van [minderjarige] onder zich mag houden. Dit geeft hem een minimale waarborg. De man stemt ook in met hetgeen de vrouw onder randnummer 15 van haar verzoek heeft opgenomen: [minderjarige] kan van 20 december 2025 tot en met 30 december 2025 bij de vrouw verblijven en van 30 december 14.00 uur tot 4 januari 2026 18.00 uur bij de man.
Ten aanzien van het halen en brengen van [minderjarige] betwist de man dat er bij het UHA daarover een afspraak is gemaakt over het halen en brengen. De man stelt zich op het standpunt dat er tijdens het UHA voor enkel de zomervakantie een tijdelijke afspraak werd gemaakt, inhoudende dat gedurende die vakantie de overdracht op het station in [plaats 2] te laten plaatshebben. Om het geschilpunt uiteindelijk te doorbreken heeft de man circa een maand geleden aangeboden - bij wijze van uitzondering - om [minderjarige] in [woonplaats 1] op te halen en terug te brengen, mede gelet op de gezondheidstoestand van de vrouw. Omdat de man in de eerdere kwestie [minderjarige] enkele maanden niet heeft gezien en een vergelijkbare situatie zich nu opnieuw voordoet, verzoekt de man dat de vrouw wordt verplicht de weekendregeling (eens per veertien dagen) en de helft van de vakanties en feestdagen na te komen. Gelet op de eerdere gebeurtenissen acht de man een prikkel noodzakelijk in de vorm van een dwangsom.
De Raad adviseert de rechtbank, samengevat, als volgt. De Raad schrok van hetgeen zij las in het verslag van de kindbehartiger. De Raad hoopt dat ouders dit verslag ter harte nemen, dit nog eens lezen en zij daar iets mee zullen doen. De Raad roept de ouders op om met hun strijd te stoppen. Inmiddels is besloten dat de Raad ook een beschermingsonderzoek gaat doen, omdat [minderjarige] waarschijnlijk in haar ontwikkeling wordt bedreigd door de strijd die de ouders met elkaar voeren. [minderjarige] komt hierdoor niet toe aan haar ontwikkeling. Het is schadelijk voor [minderjarige] wat er tussen haar ouders gebeurd. De oplossing ligt dan ook bij de ouders zelf. De Raad vindt het belangrijk dat het contact tussen [minderjarige] en de man zo snel mogelijk start en ouders aan de slag gaan om ‘normaal’ tegen elkaar te gaan doen.
5. De beoordeling
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
Door de omstandigheid dat de man in [land] woont, hij en [minderjarige] de Belgische nationaliteit bezitten en de vrouw de Russische, heeft deze zaak een internationaal karakter zodat eerst de vraag beantwoord dient te worden of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt.
Op grond van artikel 7 lid 1 van de Brussel II-ter Verordening zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Het verzoek van de man ten aanzien van het gezag valt onder deze ouderlijke verantwoordelijkheid. Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen.
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Geschil in gezamenlijke gezagsuitoefening
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een de ouders aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
In artikel 1:253a lid 5 BW staat dat de rechter een beslissing moet nemen die zij het meest in het belang vindt van het kind. De rechter moet eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken. De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek onder I heeft ingetrokken, zodat zij geen belang meer heeft bij een behandeling daarvan, en partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt over de resterende voorliggende verzoeken.
Voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Tijdens de zitting hebben partijen samen afspraken kunnen maken over de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken die als volgt luiden:
[minderjarige] en de man zijn gerechtigd tot het hebben van contact met elkaar eens per veertien dagen - in de even weken - van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.30 uur;
de overdracht vindt steeds plaatst bij McDonalds te [plaats 2] aan [adres];
wanneer [minderjarige] naar de man gaat, heeft zij bij de vrouw gegeten. Als [minderjarige] na de overdracht aan de man nog honger heeft, kan zij ook bij de man iets eten, bijvoorbeeld een toetje of een ijsje. Wanneer [minderjarige] weer teruggaat naar de vrouw, heeft zij bij de man gegeten;
wanneer [minderjarige] wordt overgedragen aan de man, heeft zij een koffer bij met benodigdheden voor dat weekend. Bij de overdracht van [minderjarige] aan de vrouw neemt zij de koffer met dezelfde inhoud weer mee terug;
bij de overdrachten van [minderjarige] tussen partijen zijn er geen derden aanwezig.
Kerstvakantie
Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende de kerstvakantie 2025 heeft de man ingestemd met het verzoek van de vrouw. Dit betekent het volgende:
van 20 december tot 30 december 2025 verblijft [minderjarige] bij de vrouw;
vanaf 30 december 2025 om 14.00 uur tot 4 januari 2026 18.00 uur verblijft [minderjarige] bij de man.
Nu partijen overeenstemming hebben bereikt en de getroffen regeling in het belang
van [minderjarige] wordt geacht, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen, als in het dictum te melden.
Verlengen paspoort en vakantie Servië
De man heeft toestemming verleend voor de verlenging van het paspoort van [minderjarige] en ten aanzien van de vakantie van de vrouw en [minderjarige] naar Servië spraken partijen het volgende af:
- de man verleent toestemming voor de vakantie van de vrouw met [minderjarige] naar Servië, onder de voorwaarde dat het Russische paspoort van [minderjarige] wordt afgegeven aan de advocaat van de vrouw. De advocaat van de vrouw houdt dit paspoort gedurende de vakantie van de vrouw onder zich.
Gelet op de overeenstemming van partijen heeft de vrouw geen belang meer bij een beoordeling van haar verzoeken onder IV en V zodat deze verzoeken zullen worden afgewezen. Tijdens de zitting brengen partijen naar voren dat de benodigde toestemmingsformulieren zullen worden uitgewisseld.
Zelfstandige verzoeken van de man
Gelet op de overeenstemming tussen partijen over de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zal de rechtbank de zelfstandige verzoeken van de man afwijzen. De rechtbank ziet, gelet op de bereikte overeenstemming, geen reden om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de voorlopige zorgregeling.
Proceskosten
Nu partijen met elkaar gehuwd zijn geweest, het geschil betrekking
heeft op hun beider kind én zij overeenstemming hebben bereikt zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Ten slotte
De rechtbank complimenteert partijen met de omstandigheid dat, ondanks de behoorlijke tegenstrijdigheden en eigen (financiële en praktische) belangen het gelukt is om een overeenstemming te bereiken en partijen bereid waren te denken in het belang van [minderjarige] . De rechtbank hoopt dat er met deze overeenstemming duidelijkheid en rust komt voor [minderjarige] en ook dat de overdrachten zonder spanning zullen verlopen. De rechtbank geeft partijen ten slotte nog mee dat hij volledig onderschrijft wat de Raad op zitting naar voren heeft gebracht; de ouders moeten stoppen met hun onderlinge strijd en een modus met elkaar zien te vinden om samen, ondanks hun scheiding, ouders te zijn van [minderjarige] . De rechtbank hoopt dat de bereikte overeenstemming tussen partijen een startschot is voor een toekomst voor [minderjarige] zonder strijd tussen haar ouders.
Dit betekent dat als volgt wordt beslist.
6. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt, totdat in de bodemzaak met kenmerk C/02/433311 FA RK 25-1464 definitief is beslist of partijen daarover met elkaar overeenstemming hebben bereikt, dat de man en de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedag] 2018 voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eens per veertien dagen - in de even weken - van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.30 uur, waarbij geldt dat:
de overdracht van [minderjarige] steeds plaatsvindt bij McDonalds te [plaats 2] aan [adres];
wanneer [minderjarige] naar de man gaat, zij bij de vrouw gegeten heeft. Als [minderjarige] na de overdracht aan de man nog honger heeft, zij ook bij de man iets kan eten, bijvoorbeeld een toetje of een ijsje. Wanneer [minderjarige] weer teruggaat naar de vrouw, heeft zij bij de man gegeten;
wanneer [minderjarige] wordt overgedragen aan de man, zij een koffer bij zich heeft met benodigdheden voor dat weekend. Bij de overdracht van [minderjarige] aan de vrouw neemt zij de koffer met dezelfde inhoud weer mee terug;
bij de overdrachten van [minderjarige] tussen partijen er geen derden aanwezig zijn;
bepaalt dat de man en de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedag] 2018 gedurende de kerstvakantie 2025 gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar vanaf 30 december 2025 om 14.00 uur tot 4 januari 2026 18.00 uur;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders door partijen verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.