RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/439673 / FA RK 25-4634
Datum uitspraak: 18 december 2025
Beschikking op de vraag van de minderjarige via de informele rechtsingang
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
wonende in [plaats 1] .
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats 2] ,
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat: mr. D.N. van Wensen te Lage Zwaluwe.
De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betrokken in deze zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren.
1. Het verloop van de zaak
Op 12 september 2025 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [minderjarige] .
De kinderrechter heeft op 15 oktober 2025 met [minderjarige] gesproken over haar brief.
De advocaat van de moeder heeft op 24 november 2025 een brief met bijlagen overgelegd.
De vraag van [minderjarige] is mondeling behandeld op de zitting van 9 december 2025. Daarbij waren aanwezig de moeder met haar advocaat en de vader. Ook was een vertegenwoordiger namens de Raad aanwezig.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar getrouwd geweest.
[minderjarige] is tijdens het huwelijk van haar ouders geboren.
Bij de echtscheidingsbeschikking van 2 december 2013 is onder meer bepaald dat het op 24 oktober 2013 door de ouders ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking. De ouders zijn, voor zover van belang, in het ouderschapsplan overeengekomen dat zij gezamenlijk het gezag over [minderjarige] blijven uitoefenen. Ook hebben zij afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige] .
De ouders hebben op 21 april 2016 een nader ouderschapsplan ondertekend. Zij hebben hierin andere afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 november 2021 is het gezamenlijk ouderlijk gezag van de ouders over [minderjarige] beëindigd en is bepaald dat de moeder vanaf dat moment alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast. De rechtbank heeft daarnaast de zelfstandige verzoeken van de vader tot onder meer wijziging van de omgangsregeling en vaststelling van een informatieregeling afgewezen.
De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Bij beschikking in hoger beroep van 25 augustus 2022 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is deze beschikking van de rechtbank vernietigd en is het verzoek van de moeder om te bepalen dat zij met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast, alsnog afgewezen.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . [minderjarige] woont bij de moeder.
3. De vraag van [minderjarige]
vraagt in haar brief, samengevat, te bepalen dat haar moeder voortaan alleen het gezag over haar uitoefent. Daarnaast vraagt zij de kinderrechter om te beslissen dat zij op geen enkele manier contact meer hoeft te hebben met haar vader, dus dat zij hem niet hoeft te zien, dat zij geen kaarten meer van hem ontvangt, dat ze geen foto’s meer hoeft te sturen aan hem en dat haar vader geen informatie meer over haar ontvangt.
[minderjarige] heeft in haar brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter, samengevat, het volgende verteld. Zij heeft sinds 2019 geen contact meer met haar vader. Zij heeft met hulpverlening gewerkt aan het aangeven en bewaken van haar eigen grenzen, het vergroten van haar zelfvertrouwen en het versterken van haar zelfbeeld. Zij ervaart dat haar vader haar grenzen en verzoeken niet serieus neemt. Haar vader doet dingen vanuit zijn eigen belang, maar beseft dan niet wat dit voor haar doet en betekent. Ze heeft daar veel last van. Het roept boosheid, frustratie en verdriet bij haar op. Een voorbeeld is dat [minderjarige] vorig jaar naar de kinderarts moest omdat ze ziek was. Ondanks dat [minderjarige] haar vader al jaren niet had gezien, heeft hij gevraagd of hij mee mocht. [minderjarige] vond dit heel moeilijk, omdat de ziekenhuisafspraak al spannend genoeg voor haar was en haar vader dan niet bedenkt wat zijn vraag met haar doet. Het ontvangen van de kaarten van haar vader is voor [minderjarige] ook niet positief. Ze krijgt een schuldgevoel als hij bijvoorbeeld opschrijft dat hij haar mist. Ook heeft hij een keer een foto gestuurd toen hij haar naam op een muur had geschreven. Hij gaat dan over haar grenzen heen. Haar vader vraagt ook zonder haar daarover te informeren informatie op bij school. [minderjarige] werd door haar mentor uit de klas gehaald vanwege de vraag van haar vader of hij bij een gesprek aanwezig mocht zijn. Haar vader begrijpt niet dat dit voor stress bij haar zorgt. Er wordt elke twee weken een infomail aan de vader gestuurd. Zij heeft gevraagd of dit maandelijks mag, maar haar vader gelooft niet dat [minderjarige] dit zelf wil en hij denkt dat dit van haar moeder afkomt. Ze voelt zich daardoor niet serieus genomen. Zij moet één keer per maand een foto aan haar vader sturen. Zij kiest de foto zelf uit. Ze is er klaar mee dat haar vader steeds aangeeft dat de gestuurde foto’s niet goed genoeg zijn. Hij wil ook foto’s van zichzelf sturen, maar daar zit ze niet op te wachten. Haar limiet is bereikt. Ze wil voor zichzelf rust creëren. Daarnaast wil ze dat alleen haar moeder alle beslissingen over haar mag nemen, omdat haar vader haar niet snapt en haar grenzen niet respecteert.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is aangegeven dat [minderjarige] sinds jonge leeftijd hulpverlening heeft gehad. [minderjarige] heeft hard aan zichzelf gewerkt. Het heeft een averechts effect gehad dat [minderjarige] tot contact met de vader is gedwongen. Eenmaal per twee weken verstuurt de moeder de infomail aan de vader. Dit hebben de ouders eerder samen afgesproken. De moeder bespreekt dit met [minderjarige] en [minderjarige] zoekt eenmaal per maand een foto van zichzelf uit om aan de vader te versturen. [minderjarige] doet dit met tegenzin. Zij ervaart de infomails als onprettig. De berichten van de vader zijn op zichzelf gericht. Hij uit wel eens kritiek op de foto van [minderjarige] , waardoor zij het gevoel heeft dat het nooit goed genoeg is. De vader stemt niet in met verlaging van de frequentie van de infomails. Voor [minderjarige] voelt het alsof haar vader haar mening niet accepteert en telkens over haar grenzen gaat. [minderjarige] heeft het gevoel dat de vader misbruik maakt van zijn gezagspositie. Hij wil bijvoorbeeld eerst een reactie op zijn kaart, voordat hij toestemming geeft voor een vakantie. De ouders communiceren met elkaar via de infomails en volgens de moeder gaat dat prima. De moeder heeft al eens aan de vader uitgelegd dat zijn aanpak niet werkt bij [minderjarige] . De moeder begrijpt dat het frustrerend is voor de vader. [minderjarige] heeft er echter veel last van en zij hoort op deze leeftijd eigenlijk niet met dit soort dingen bezig te zijn. [minderjarige] heeft eigenlijk nooit rust gehad. Er is continu druk op de ketel geweest. [minderjarige] ervaart dat zij altijd ‘moet’. De moeder gunt [minderjarige] haar rust en ondersteunt daarom haar vragen aan de kinderrechter. [minderjarige] geeft niet aan dat ze nooit meer contact wil met haar vader. Mogelijk biedt een periode van rust haar wel de ruimte om op enig moment toch die stap te zetten. De moeder stelt voor dat zij eenmaal per kwartaal een infomail zal versturen aan de vader en dat [minderjarige] zelf mag kiezen of zij wel of niet een foto mee laat sturen. De schoolfoto wordt wel naar de vader gestuurd. De moeder vindt het belangrijk dat de vader niet helemaal verstoken blijft van informatie.
De vader heeft aangegeven dat de infomails het enige is dat hij nog over [minderjarige] te horen krijgt. Hij is vader en heeft rechten, maar hij ziet haar al jaren niet en kan haar niet spreken. Hij houdt van haar en wil dat laten zien. Hij doet zijn best om in het belang van [minderjarige] te handelen. Hij probeert met respect de kaarten aan haar te versturen. Hij toont interesse in [minderjarige] bij de mentor op school. Het is echter nooit goed. Bij alles wat hij doet, wordt er aangegeven dat hij [minderjarige] belast. Hij is het zat dat hij het nooit goed kan doen. Hij heeft weliswaar door de uitspraak van het Hof zijn gezag over [minderjarige] terug gekregen, maar hij wordt nooit betrokken bij belangrijke beslissingen over haar. Als [minderjarige] het nodig heeft, doet hij een stapje achteruit. Dan moet er maar mee gestopt worden, al voelt het wel alsof hij met zijn rug tegen de muur staat. Hij kan instemmen met verlaging van de frequentie van de infomails in het belang van [minderjarige] , maar het doet hem wel zeer. Hij gaat akkoord met verlaging van de frequentie naar eenmaal per kwartaal. Ook zal hij niet meer reageren en ook geen kaarten meer sturen. Als er tussendoor echt iets aan de hand is met [minderjarige] , hoort hij het ook graag van de moeder.
De Raad adviseert om aan alle wensen van [minderjarige] tegemoet te komen. De frustratie van de vader is begrijpelijk. Het ligt ook niet aan de liefde van de vader voor [minderjarige] . De huidige situatie zorgt echter alleen maar voor meer afstand tussen [minderjarige] en de vader. [minderjarige] moet de kans krijgen om rust te ervaren. Ze moet kunnen ervaren dat ze door haar vader wordt gehoord in haar wensen. Mogelijk gaat ze uiteindelijk dan zelf de keuze richting de vader maken. De Raad kan zich vinden in het voorstel van de moeder om de frequentie voor de infomails te verlagen naar eenmaal per kwartaal. De informatie kan dan wat uitgebreider op alle onderwerpen in het leven van [minderjarige] gegeven worden. De vader geeft er geen reactie op en stuurt ook geen kaartjes meer. [minderjarige] moet ermee leren leven dat haar vader nog wel enige informatie krijgt.
5. De beoordeling van de kinderrechter
[minderjarige] heeft een aantal vragen gesteld aan de kinderrechter via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, bijvoorbeeld met een brief, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Dat betekent dat de kinderrechter over een beperkt aantal onderwerpen een beslissing kan nemen.
Wijziging gezag
[minderjarige] heeft ten eerste gevraagd of haar moeder voortaan alleen het gezag over haar mag dragen. De kinderrechter kan op deze vraag van [minderjarige] geen beslissing nemen, omdat de wet in haar situatie hier geen ruimte voor biedt.
Op grond van artikel 1:251a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van een huwelijk ambtshalve bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomt, indien haar blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, in het geval dat:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Dit kan echter alleen als er sprake is geweest van een huwelijk en er niet eerder door een rechter een beslissing is genomen over het gezag.
De rechtbank heeft bij de beschikking van 16 november 2021 en het gerechtshof heeft bij beschikking van 25 augustus 2022 al een beslissing genomen over het gezag over [minderjarige] . Daardoor is [minderjarige] niet-ontvankelijk in haar vraag tot wijziging van het gezag.
Tijdens de zitting is namens de moeder aangegeven dat zij dit verzoek van [minderjarige] zal overnemen en dat haar advocaat daarom een verzoek tot wijziging van het gezag zal indienen bij de rechtbank. Besproken is dat de vader daarna vier weken de gelegenheid krijgt om zijn reactie op dit verzoek aan de rechtbank te geven. Ook kan de vader als hij dat zou willen een advocaat in de arm nemen.
Wijziging informatieregeling
[minderjarige] heeft ten tweede gevraagd dat zij op geen enkele manier contact meer hoeft te hebben met haar vader, dus dat zij hem niet hoeft te zien, dat zij geen kaarten meer van hem hoeft te ontvangen, dat ze geen foto’s meer hoeft te sturen aan hem en dat haar vader geen informatie meer over haar ontvangt.
[minderjarige] heeft al jaren geen contact meer met haar vader. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgregeling zoals afgesproken in het ouderschapsplan van 21 april 2016 (dat nadien niet door de rechterlijke beslissingen is gewijzigd) feitelijk niet meer van kracht is. Het staat niet ter discussie tussen de ouders dat [minderjarige] geen omgang meer heeft haar vader. De omgangsregeling zoals die hiervoor van kracht was is niet meer aan de orde. Er is dus geen verplichting tot omgang meer. Dit is ook al op 25 augustus 2022 door het Gerechtshof vastgesteld. Als [minderjarige] echter weer ruimte voelt voor contact moet dat wel kunnen. De kinderrechter ziet daarom geen reden om het recht op omgang aan de vader te ontzeggen.
Over de informatieregeling overweegt de kinderrechter als volgt. Op grond van artikel 1:253a lid 4 en lid 2 sub c in samenhang met artikel 1:377g BW kan de kinderrechter ambtshalve een beslissing geven over de vaststelling of wijziging van een informatieregeling indien haar blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt.
De ouders hebben eerder met elkaar afgesproken dat de moeder elke twee weken een e-mail aan de vader stuurt met informatie over [minderjarige] . Elke maand zoekt [minderjarige] een foto van zichzelf uit, die aan de vader wordt gestuurd. Uit de beschikking van de rechtbank van 16 november 201 blijkt daarnaast de afspraak dat de vader viermaal per jaar een kaartje stuurt aan [minderjarige] .
Uit de brief van [minderjarige] en het gesprek met haar is de kinderrechter gebleken dat deze informatieregeling voor veel stress zorgt bij haar. Zoals zij zelf duidelijk heeft verwoord ervaart zij dat de vader haar grenzen steeds overschrijdt. Al jaren ervaart [minderjarige] dat zij het contact met haar vader móet onderhouden, eerder in hulpverleningsprocessen en juridische procedures, vervolgens doordat er informatie over haar wordt gedeeld, zij foto’s moet uitzoeken voor hem en zij kaarten van haar vader moet ontvangen. Ze wordt met de wensen van haar vader geconfronteerd als ze naar het ziekenhuis moet en ook op school wordt zij met hem en zijn wensen geconfronteerd. Dit wil zij niet langer. Zoals [minderjarige] zelf aangeeft, is haar limiet bereikt. Ze ervaart daardoor alleen maar frustratie, verdriet en andere negatieve gevoelens als het haar vader betreft. Dit belemmert [minderjarige] op dit moment in haar ontwikkeling. Ze is op een leeftijd dat zij met andere dingen bezig hoort te zijn. Het is niet in haar belang dat het contact met haar vader zoveel negatieve druk oplevert in haar leven en haar welzijn schaadt. [minderjarige] is gebaat bij meer rust op dit vlak. De kinderrechter ziet daarom voldoende redenen om ambtshalve de afspraken over de informatieregeling te wijzigen.
Tijdens de zitting is gebleken dat de vader in het belang van [minderjarige] bereid is een stap achteruit te zetten. De vader is akkoord met het voorstel van de moeder dat zij hem eenmaal per kwartaal een e-mail stuurt met informatie over [minderjarige] . Bij tussentijdse belangrijke gebeurtenissen zal de vader ook door de moeder op de hoogte worden gebracht. [minderjarige] zal niet meer verplicht worden om een foto van zichzelf voor haar vader uit te zoeken. Zij mag zelf kiezen of er wel of geen foto aan de vader wordt gestuurd. De moeder zal wel eenmaal per jaar een foto van [minderjarige] aan de vader sturen, bijvoorbeeld de schoolfoto. De vader geeft geen reactie meer op de informatiemails. Ook zal hij geen kaarten meer aan [minderjarige] sturen. De kinderrechter zal dit in de beslissing opnemen.
De kinderrechter zal de volgende brief sturen aan [minderjarige] met uitleg over haar beslissing.
Beste [minderjarige] ,
In september 2025 heb ik een brief van jou ontvangen en op 15 oktober heb ik met je gesproken. Ik heb daarna op een zitting met jouw ouders gesproken. Daar was ook een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming bij aanwezig. Ik heb een beslissing genomen op jouw vragen aan mij.
Je hebt mij ten eerste gevraagd of jouw moeder voortaan alleen het gezag over jou mag dragen. Zoals ik tijdens ons gesprek al aan je heb uitgelegd, kan ik geen beslissing hierover nemen. In de wet staat namelijk dat, bij een vraag van een minderjarige, een rechter alleen een beslissing over het gezag van ouders mag nemen als een rechter hier niet eerder over heeft beslist. In 2021 en in 2022 heeft een rechter al wel een beslissing over het gezag over jou genomen, waardoor jouw ouders nog steeds samen het gezag over jou hebben. Daarom mag ik dat nu niet doen op jouw vraag. Tijdens de zitting heeft jouw moeder gezegd dat zij nu een verzoek over het gezag zal indienen bij de rechtbank. Jouw vader mag daar dan op reageren. Een rechter zal daarna een beslissing nemen over het verzoek van je moeder.
Je hebt mij ten tweede gevraagd of je op geen enkele manier contact meer hoeft te hebben met jouw vader. Dus dat je hem niet hoeft te zien, dat je geen kaarten meer van hem hoeft te ontvangen, dat je geen foto’s meer hoeft te sturen aan hem en dat jouw vader geen informatie meer over jou ontvangt. Ik mag daar wel een beslissing over nemen.
Ik heb ook dit onderwerp op de zitting met jouw ouders en de Raad voor de Kinderbescherming besproken. Het Gerechtshof heeft in 2022 al vastgesteld dat er geen contact tussen jou en je vader mogelijk is. Dit is nog steeds zo. Daar hoef ik verder geen beslissing over te nemen. Ik zie geen reden om je vader het recht op omgang te ontzeggen. Jouw vader is bereid om nog een stapje terug te doen omdat dit in jouw belang is. Daarom zal de informatieregeling worden aangepast. Voor hem is het wel moeilijk, omdat hij om jou geeft en dit nog het enige is wat hij over jou hoort. Maar hij wil ook niet dat jij er zoveel last van hebt. Jouw moeder heeft voorgesteld dat zij voortaan eenmaal per kwartaal (dus vier keer per jaar) informatie per e-mail aan jouw vader stuurt. Jouw moeder stuurt één keer per jaar een foto van jou, bijvoorbeeld jouw schoolfoto. Jij bent niet meer verplicht om foto’s voor je vader uit te zoeken. Jij mag voortaan zelf kiezen of er nog andere foto’s aan jouw vader worden gemaild. Je vader geeft geen reactie meer op de infomails. En hij stuurt ook geen kaartjes meer aan jou. Je vader is hiermee akkoord.
Ik heb deze afspraken in mijn beslissing overgenomen. Ik hoop dat dit jou rust zal geven.
Ik wens je het allerbeste.
Met vriendelijke groet,
Mr. Van Triest,
kinderrechter
6. De beslissing van de kinderrechter
De kinderrechter:
verklaart [minderjarige] niet ontvankelijk in haar vraag tot wijziging van het gezag;
bepaalt ambtshalve dat de informatieregeling tussen de ouders wordt gewijzigd en stelt vast dat de moeder de vader eenmaal per kwartaal en bij belangrijke gebeurtenissen per e-mail zal informeren over [minderjarige] , waarbij er (minstens) eenmaal per jaar een (school)foto van [minderjarige] zal worden gestuurd, de vader niet zal reageren op deze e-mails en geen kaarten meer aan [minderjarige] zal versturen;
wijst af het meer of anders gevraagde.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier.
Mededeling van de griffier:
Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.