RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441349 / JE RK 25-1939
Datum uitspraak: 16 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg ,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.C. Hissink uit Tilburg,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.M.C.J. Dekkers- de Jong uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025;
de brief met bijlagen van de GI van 28 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI (en een toehoorder van de GI).
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. Zij hebben hier geen gebruik van gemaakt.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar gehuwd geweest.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn onder toezicht van de GI gesteld sinds 2 januari 2023. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 2 januari 2026.
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2025 is de zorgregeling gewijzigd en is bepaald dat de opbouw, vorm, frequentie en duur van het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader door en onder regie van de GI wordt bepaald.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek aangegeven dat is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (verder: de minderjarigen) geen dwang meer willen ervaren in het contact met de vader. De druk van de wekelijkse belcontacten met de vader lijkt bij de minderjarigen groot te zijn. Zij hebben ook jarenlang de druk van de hulpverlening ervaren. De hulpverlening van [hulpverlening 1] is inmiddels beëindigd. [minderjarige 2] volgt nu nog PMT vanuit [hulpverlening 2] . [hulpverlening 2] heeft gevraagd om de hulpverlening te beëindigen per februari 2026, omdat [minderjarige 2] heeft aangegeven het niet meer te willen. Hij wil niets meer ‘moeten’. [minderjarige 1] is op haar verzoek aangemeld bij [therapeut] voor creatieve therapie. Zij zit nog met onverwerkte emoties en zit niet lekker in haar vel. Ook heeft zij medicatie voor ADHD gekregen. Zij heeft het nodig haar aandacht op haar eigen welzijn te kunnen leggen. De GI heeft enige tijd geleden een stappenplan gemaakt om tot het contactherstel tussen de minderjarigen en de vader te komen. De GI heeft daar echter inmiddels een ander zicht op. In plaats van dat er druk en dwang bij de minderjarigen wordt weggelegd, wil de GI bij de ouders wegleggen wat er bij hen moet veranderen om de volgende stap te kunnen zetten. Telkens leidt de problematische verhouding tussen de ouders tot belasting van de minderjarigen. Zelfs over de inhoud van de informatieve e-mail van de moeder aan de vader, waarvan de GI de frequentie heeft verlaagd naar eenmaal per maand, ontstaat ruis. Er wordt gezien dat, als de minderjarigen geen dwang of druk vanuit de ouders ervaren, er kleine stappen kunnen worden gezet in het contact tussen de minderjarigen en de vader. Een voorbeeld daarvan is de verjaardagen van de minderjarigen. Er was tussen de ouders veel ruis ontstaan over wanneer de vader cadeaus aan hen kon overhandigen en wanneer zij deze zouden uitpakken. Maar uiteindelijk hebben de minderjarigen zelf de ruimte gevoeld om in de gang bij de moeder in het bijzijn van de vader de cadeaus uit te pakken. De druk moet dus weg bij de minderjarigen. De ouders moeten daarvoor hun gedrag veranderen, hun behoeften loslaten en naar de minderjarigen gaan luisteren. Als er meer rust voor de minderjarigen ontstaat en zij voelen zich gehoord, ontstaat er mogelijk ruimte voor meer stappen. De door de vader voorgestelde ongedwongen momenten zullen door de minderjarigen als gedwongen worden ervaren, omdat de volwassenen weer opnieuw voor hen bepalen. De vader moet begrijpen dat dit het gevolg is van gebeurtenissen uit het verleden, waarbij de minderjarigen angst en onveiligheid hebben ervaren. De vader is aangemeld voor diagnostiek en indien nodig behandeling bij het autismecentrum. Hij kan ook daar dan hulp vragen bij het aansluiten bij de minderjarigen. De rechtbank heeft in een eerdere beslissing de regierol voor het vormgeven van de contactregeling tussen de minderjarigen en de vader bij de GI belegd. De vader heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingediend. De GI vindt deze regierol ingewikkeld, omdat de minderjarigen gezien hun leeftijd niet meer per se doen wat de volwassenen vinden wat ze moeten doen en zij duidelijk aangeven dat zij niet meer gedwongen willen worden. Het is voor de GI daarom onmogelijk om op dit moment een regeling vast te stellen of een lijn daarin te trekken. De GI wil de komende periode bekijken hoe het zich ontwikkelt als de dwang bij de minderjarigen zoveel mogelijk weggenomen wordt. Uiteindelijk zijn en blijven de ouders samen verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen. Tussen de ouders is parallel ouderschap de enige mogelijkheid. Er is eerder daarmee een start gemaakt. Er is nu geen hulpverlening meer voor. De GI vraagt zich ook af welke organisatie opgewassen is tegen deze ouders. De GI hoopt zicht te gaan krijgen op een eindsituatie. De ondertoezichtstelling kan niet oneindig doorlopen, vooral als er weinig concrete veranderingen zijn. De doelen zijn nog niet behaald, waardoor een verlenging van de ondertoezichtstelling op dit moment nog noodzakelijk is.
Door en namens de vader is naar voren gebracht dat hij zich niet verzet tegen het verzoek. ij haHij heeft zelfs de voorkeur voor een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden in plaats van zes maanden. Het komt op de vader over dat de GI er klaar mee lijkt te zijn. Hij is echter afhankelijk van de GI. Hij heeft maar eenmaal per week belcontact met de minderjarigen en krijgt nu slechts eenmaal per maand informatie per e-mail van de moeder. Hij heeft verder geen zicht op de minderjarigen. Hij is al jarenlang aan het wachten op contact met de minderjarigen. Hij krijgt telkens te horen dat hij geduld moet hebben. Het stappenplan ligt er al een half jaar, maar het is nooit definitief geworden. Ook blijkt daaruit niet wat er precies voor nodig is om naar de volgende fase in het contact met de minderjarigen te gaan. De GI veroorzaakt daarmee ruis. De GI zegt nooit wat ze precies bedoelen. Als de GI zou zeggen dat er nooit fysieke omgang komt tussen hem en de minderjarigen, dan is dat in ieder geval duidelijk. Met het loslaten van dit plan mist de vader duidelijkheid en concretisering van de stappen. De vader wil fysiek contact met de minderjarigen. Daar is nooit een poging toe ondernomen. Hij begrijpt niet dat er dan al geconcludeerd wordt dat dit niet goed zal gaan. Dat is ook de reden dat hij in hoger beroep is gegaan tegen de beschikking van 20 februari 2025. De vader wil de minderjarigen niet dwingen. Het is voor hem echter niet duidelijk wat zij afwijzen. Hij vraagt zich of aan hen de optie is voorgelegd dat zij met de vader een keer op een ongedwongen manier iets leuks gaan doen. De vader merkt wel dat de minderjarigen zich iets vrijer zijn gaan voelen in het contact. Zij hebben bijvoorbeeld afgelopen weekend nog contact gehad met de oma vaderszijde.
Door en namens de vrouw is aangegeven dat zij instemt met het verzoek van de GI. Zij mist bij de man het vertrouwen in de gang van zaken. In de afgelopen periode is gebleken dat als los wordt gelaten er meer gebeurt dan verwacht. Het contact met oma vaderszijde is uit de minderjarigen zelf ontstaan en ook het moment van het uitpakken van de cadeaus van de vader. Zij moeten de ruimte krijgen om eigen autonomie te pakken. Als er meer van dit soort momenten ontstaan, komt er mogelijk ook meer vertrouwen. De moeder vindt de GI wel duidelijk in de aanpak. De GI en de hulpverlening hebben echter maar een beperkte invloed. De verandering moet uiteindelijk vanuit de ouders komen, waarbij het belang van de minderjarigen leidend is.
5. De beoordeling
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) is voldaan.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, enb. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen is nog niet afgenomen. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. De ouders zijn nog steeds niet in staat de bedreiging in de ontwikkeling zonder het gedwongen kader weg te nemen. De ondertoezichtstelling is daarom nog noodzakelijk. Dat geven beide ouders ook aan en zij stemmen allebei in met het verzoek van de GI.
Over de regierol van de GI in het contact tussen de vader en de minderjarigen geeft de kinderrechter het volgende aan. De vader verlangt van de GI duidelijkheid over de stappen die in de opbouw van zijn contact met de minderjarigen kunnen worden gezet. [minderjarige 1] is zestien jaar oud en [minderjarige 2] is twaalf jaar oud. Het zijn pubers met een eigen leven, eigen zorgen en eigen ervaringen. In de afgelopen jaren is er al het nodige ingezet om tot contactherstel te komen. Zij hebben hiervan druk ervaren. Zoals de GI heeft aangegeven willen zij die dwang niet meer ervaren. De minderjarigen hebben het klaarblijkelijk nodig dat zij door beide ouders gehoord en gezien worden in wat zij aangeven. Het belang van de minderjarigen bestaat bovendien niet alleen uit contactherstel met de vader, maar ook uit aandacht voor hun andere leefgebieden, zoals hun psychisch welzijn, school, vrienden, ontspanning en groei van eigen autonomie. Om zich op alle leefgebieden verder te kunnen ontwikkelen dienen zij rust en ruimte te ervaren. Zoals de GI heeft aangegeven verlangt het belang en de behoeften van de minderjarigen daarom op dit moment een vrijere invulling van contact met de vader. In de afgelopen periode is gebleken dat de minderjarigen dan ook uit zichzelf kleine stappen kunnen zetten in het contact met de vader. Het is aan de ouders om de rust en ruimte aan de minderjarigen te gaan geven en de dwang weg te nemen. Daarvoor is nodig dat de ouders hun eigen behoeften los gaan laten.
Het is aan de GI, die de verantwoordelijkheid draagt voor de regie in het bepalen van een contactregeling, om dit proces te monitoren. Gelet op het voorgaande is het nu (nog) niet realistisch om te verwachten dat dit ook tot een concrete regeling zal leiden. Die verantwoordelijkheid ligt ook niet bij de GI. De ouders blijven daar samen verantwoordelijk voor. De regie van de GI richt zich op het waarborgen van het belang en de behoeften van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De doelen, dat de minderjarigen onbelast contact ervaren met beide ouders (naar hun behoeften en in hun tempo) en dat de ouders voldoende moeten gaan aansluiten bij de behoeften en de belangen van de minderjarigen, blijven daarin belangrijk.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van zes maanden.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 2 januari 2026 tot 2 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.