RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442385 / FA RK 25-6112
Datum uitspraak: 3 december 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 december 2025 op het thuisadres van betrokkene. Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de psychiater, de heer [naam 1] ;
de casemanagers, mevrouw [naam 2] en mevrouw [naam 3] ;
de partner van betrokkene, de heer [naam 4] .
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij niet met de rechter wil praten. Zij is gezond en heeft geen medicatie of zorgmachtiging nodig. Betrokkene betwist hetgeen de psychiater zegt en geeft aan dat niemand last van haar heeft.
De psychiater zegt, samengevat, dat betrokkene tot afgelopen zomer een zorgmachtiging had vanwege chronisch psychotische klachten. Zij is daarvoor twee keer opgenomen geweest en ingesteld op depotmedicatie. Betrokkene knapte daarvan op en er was sprake van volledige remissie van de klachten. Op verzoek van betrokkene is haar depot omgezet in tabletten. De psychiater was in de veronderstelling dat de samenwerking met betrokkene goed was, maar dat bleek niet het geval te zijn. Betrokkene bleek haar tabletten niet in te nemen. Vanaf dat moment zijn de problemen weer toegenomen. Normaliter is betrokkene een welbespraakte vrouw, maar nu is zij niet goed in contact en zeer prikkelbaar. Ook is betrokkene ontslagen omdat zij verward was op haar werk. De werkgever heeft de politie gebeld om betrokkene te verwijderen. Na haar ontslag is betrokkene in de auto gaan zitten met de lampen aan totdat haar accu leeg was. Ook is er weer sprake van onrustige nachten waarbij betrokkene veel wakker is en nare geluiden produceert. De partner en drie kinderen, waarvan twee minderjarig, worden belast en hebben het gevoel op eieren te moeten lopen. Ook is betrokkene met haar gezin twee keer verhuisd vanwege haar paranoïde psychotische klachten. Het is van belang dat betrokkene haar depot weer gaat krijgen. Echter gaat het ziektebeeld van betrokkene gepaard met volledig verlies van ziektebesef en -inzicht. Hierdoor blijft zij in de ontkenningsfase en is het nog nooit gelukt om haar in haar thuissituatie in te stellen op medicatie. Een langdurige opname zal nodig zijn omdat in het verleden is gebleken dat het lang duurt voordat medicatie aanslaat bij betrokkene. Daarom is deze aanvraag voor een zorgmachtiging nu al gedaan om ergere klachten en belasting voor de familie te voorkomen. Ook de verzochte vormen van zorg “insluiten” en “het uitoefenen van toezicht” zijn bij de vorige opnames nodig gebleken vanwege agressie vanuit betrokkene.
De casemanager, mevrouw [naam 2] , onderschrijft het standpunt van de psychiater. Op dit moment blijven de klachten van betrokkene nog stabiel in de thuissituatie, maar de partner en de kinderen ervaren daar alsnog veel last van. Een opname is noodzakelijk om betrokkene weer in te stellen op medicatie.
De partner van betrokkene sluit zich aan bij de standpunten van de psychiater en de casemanager. Hij en zijn kinderen hebben veel last van de situatie. Betrokkene heeft er zelf ook last van, maar dat beseft zij op dit moment niet.
De advocaat van betrokkene vraagt om afwijzing van het verzoek. Ondanks dat de advocaat betrokkene niet goed heeft kunnen spreken, is het standpunt van betrokkene duidelijk. Betrokkene wil geen zorgmachtiging omdat er niets met haar aan de hand is.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Er is sprake van psychotische ontregelingen in het kader van schizofrenie. De rechtbank betrekt daarin ook dat betrokkene al langere tijd met deze stoornis bekend is bij GGZ.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade voor zichzelf en anderen;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene verbaal en fysiek agressief is naar haar partner of willekeurige derden. Hierdoor is betrokkene haar werk verloren. Zij is door de politie van haar werkplek verwijderd en heeft vervolgens de hele middag in haar auto gezeten waardoor haar accu leeg is gelopen. Betrokkene ontkent alles en zoekt snel het conflict. Zij loopt het risico zichzelf nog verder te isoleren vanwege haar geagiteerde gedrag. In de thuissituatie is betrokkene niet invoelbaar, maakt zij vreemde geluiden, praat zij in zichzelf en ziet zij dingen die er in werkelijkheid niet zijn. Dit gedrag veroorzaakt veel spanning in de thuissituatie en angsten bij de (minderjarige) kinderen.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de
overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat het betrokkene structureel ontbreekt aan ziektebesef. Betrokkene erkent de noodzaak van behandeling niet. Zij weigert medewerking te verlenen, wenst geen medicatie en houdt alle contacten met de zorgverleners af. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juni 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 15 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.