RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442508 / FA RK 25-6184
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. C.J.M. Veth uit Rijen.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025 bij de [accommodatie 1] in [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de psychiater, mevrouw [persoon 1] ;
de casemanager van het FACT, de heer [persoon 2] .
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft op 27 januari 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 27 januari 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4. De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij is overgeplaatst naar [accommodatie 2]
omdat hij is verhuisd. Sinds een half jaar heeft hij een eigen woning en kan hij weer voor zichzelf zorgen. Betrokkene vindt het voordeel van een zorgmachtiging dat hij tijdig aan de alarmbel kan trekken als het niet goed met hem gaat. Verder heeft hij het afgelopen jaar niet veel van de zorgmachtiging gemerkt. Betrokkene neemt zijn medicatie consequent in. Hiervoor is geen zorgmachtiging nodig. Daarnaast gaat betrokkene het gesprek aan als hij het niet eens is met de medicatie. Zo is betrokkene sinds kort gewisseld van depotmedicatie naar tabletten omdat hij veel last had van bijwerkingen. Deze tabletten bevallen hem tot nu toe goed. Ook is betrokkene één keer gestopt met de medicatie, omdat die medicatie volgens de bijsluiter niet samenging met de medicatie die hij inneemt voor zijn schildklierproblematiek.
De psychiater voert, samengevat, aan dat betrokkene bekend is met klachten die voortkomen uit een schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene ziet en voelt dingen die andere mensen niet zo ervaren. Sinds kort is betrokkene in behandeling bij een ander FACT-team waardoor de psychiater hem een maand geleden voor het laatst heeft gesproken. De verlenging van de zorgmachtiging is op twee gronden aangevraagd. Allereerst vanwege de verhuizing van betrokkene omdat dit veel impact kan hebben en een factor voor ontregeling zou kunnen zijn. Ten tweede omdat betrokkene heeft aangegeven dat hij niet kan garanderen dat hij de medicatie in blijft nemen. Betrokkene is van ver gekomen. Toen hij in behandeling kwam, was hij alles kwijtgeraakt. Hij heeft hard gewerkt om te staan waar hij nu staat. De psychiater is in de veronderstelling dat de medicatie daar een duidelijke bijdrage aan heeft geleverd. Betrokkene is bekend met ambivalentie tegenover de medicatie en heeft meermaals op eigen initiatief de medicatie afgebouwd of stopgezet, hetgeen hij wel direct vertelde aan de psychiater. Nu er twijfels bestaan of betrokkene de medicatie op vrijwillige basis in blijft nemen, is besloten een verlenging van de zorgmachtiging aan te vragen. De psychiater kan niet vertellen hoe de medewerking van betrokkene is nu hij tabletten krijgt, omdat betrokkene bij een ander FACT-team in behandeling is en de wisseling van de medicatie door hen is ingezet. In het verleden is het vaker voor gekomen dat hij in eerste instantie blij was met de medicatie en later niet meer.
De casemanager zegt, samengevat, dat hij niet de casemanager van betrokkene is. Uit de stukken maakt de casemanager op dat betrokkene op dit moment wekelijks onder toezicht medicatie verstrekt krijgt. In principe wordt medicatie alleen onder toezicht verstrekt als de zorgverleners denken dat een cliënt de medicatie anders niet in gaat nemen. Ook blijkt uit de stukken dat het beeld van betrokkene nog niet is veranderd sinds hij bij het nieuwe FACT-team in behandeling is. Hij ziet op momenten nog steeds schimmen of mensen terwijl deze door anderen niet worden waargenomen. Desgevraagd geeft de casemanager aan dat de stoornis van betrokkene niet officieel is gediagnosticeerd middels een psychologisch onderzoek. Daarom staat in de medische verklaring dat er ‘vermoedelijk’ sprake is van een schizotypische persoonlijkheidsstoornis.
De advocaat vraagt, samengevat, om afwijzing van het verzoek omdat betrokkene op vrijwillige basis de benodigde zorg kan krijgen. Betrokkene werkt mee met de behandeling en neemt zijn medicatie consequent in. Hij ziet ook in dat de medicatie hem heeft geholpen om te komen tot waar hij nu staat. Dit is voor hem een extra argument om de medicatie te blijven gebruiken. Daarbij komt dat betrokkene altijd met de zorgverleners in gesprek gaat als hij problemen ervaart met de medicatie. Kortom, de medicatie en behandeling kunnen doorgang vinden binnen het vrijwillig kader.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene heeft psychotische belevingen, een vermoedelijke schizotypische persoonlijkheidsstoornis en bijkomende depressieve klachten. De rechtbank heeft geen reden om aan de medische verklaring te twijfelen. Zij betrekt daarin ook dat betrokkene al langere tijd met deze stoornis bekend is bij de GGZ.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene bij een terugval in zijn psychose niet goed voor zichzelf, zijn leefsituatie en zijn financiën kan zorgen. Tijdens een eerdere ontregeling is betrokkene zijn woning kwijtgeraakt en woonde hij in zijn auto. Betrokkene ervaart auditieve en visuele hallucinaties. Gedurende een ontregeling is er nauwelijks een gesprek met betrokkene te voeren. Hij neemt dan ook zijn medicatie voor zijn schildklierproblematiek niet meer in. Het heeft lang geduurd voordat er zorg aan betrokkene kon worden geboden en hij zijn leven weer op de rit had. Op dit moment gaat het beter met betrokkene, maar hij blijft last houden van psychotische belevingen en ziet en ervaart dingen die niet gezien of ervaren worden door anderen. Hierdoor is betrokkene achterdochtig naar de mensen om hem heen.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn op dit moment geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een beperkt ziekte-inzicht. Hij erkent niet psychotisch te zijn geweest en maakt zich geen zorgen over een terugval. Hoewel het positief is dat betrokkene inziet dat de medicatie hem geholpen heeft, lukt het hem niet altijd om een afweging van de voor- en nadelen van de medicatie te maken. Als betrokkene last ervaart van de medicatie besluit hij deze af te bouwen of te stoppen. Betrokkene vertelt dit altijd aan de zorgverleners, maar doet dit vooral als mededeling terwijl hij hierover het gesprek aan zou moeten gaan. Sinds kort is betrokkene overgestapt naar medicatie in tabletvorm, omdat hij veel last had van bijwerkingen van de depotmedicatie. De nieuwe medicatie bevalt hem goed en hij verleent hieraan zijn medewerking. Nu de nieuwe medicatie pas net is ingezet en betrokkene in het nabije verleden ambivalentie heeft vertoond tegenover de medicatie, is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is om de medicatie-inname te waarborgen. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat betrokkene zelf de zorgmachtiging wenst zodat hij tijdig aan de alarmbel kan trekken als het niet goed met hem gaat.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen - hieronder dient te worden verstaan dat betrokkene
periodiek contact heeft met het FACT-team en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank is van oordeel dat de zorgmachtiging in duur beperkt dient te worden tot zes maanden en overweegt daartoe als volgt. Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar deze ontwikkeling is nog zeer pril. Er is in korte tijd veel veranderd voor betrokkene. Hij is verhuisd en is van FACT-team en medicatie veranderd. Betrokkene geeft aan de nieuwe medicatie als positief te ervaren. Nu een stijgende lijn is ingezet en betrokkene zijn medewerking aan de nieuwe medicatie verleent, vindt de rechtbank de duur van twaalf maanden niet passend. De rechtbank is van oordeel dat na zes maanden bekeken dient te worden of de zorgmachtiging nog nodig is of dat de behandeling en medicatie op vrijwillige basis voortgezet kan worden. De rechtbank hoopt dat betrokkene de zorgmachtiging de komende zes maanden ziet als steun in de rug om deze stijgende lijn voort te zetten en de medicatie in te blijven nemen, ook als hij daarvan nog bijwerkingen gaat ervaren.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 17 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.